Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

zondag 30 juni 2013

Aangetekend

Het vervolgverhaal van Zutphen en de vrijescholen aldaar. Daar kon u op wachten, na ‘Motto’ van afgelopen donderdag. Ik schreef toen dat ingrijpen door de Raad van Toezicht me onvermijdelijk leek in het proces tot nu toe. Er waren een paar documenten die me op dat moment niet toegankelijk waren. En die laten weer andere aspecten zien. Zo was er dit weekbericht op 20 juni van De Zwaan met een ‘Bericht van de MR’:
Bijgevoegd vinden jullie het antwoord van Ceciel Wolfkamp op onze brief welke we haar vorige week (en via haar aan het MT) stuurden. Wij vroegen haar om opheldering over de geruchten die vanuit de initiatiefgroep op de IJssel, opgericht door verontruste ouders, waren verspreid. We waren gealarmeerd doordat in de mail klonk dat het besluit alsnog herzien kon worden en dat het besluit dat is genomen, waarover MR de Zwaan en MR de IJssel en de GMR-PO positief hebben geadviseerd, over de uitvoering nu ineens met 6 weken zou worden opgeschort. We hebben aangedrongen op duidelijkheid in procesvoering en in communicatie naar de ouders. Op de website van de Zwaan is onze brief te vinden.

Ook vinden jullie het verslag van het laatste identiteitsgesprek van dit jaar! We hebben met plezier het thema “identiteit” vormgegeven. We willen dit volgend jaar graag vervolgen. Hebben jullie onderwerpen, passend bij het thema, dan horen we dat graag! Op 1 (of 2) juli hebben we onze laatste vergadering van dit jaar. De agenda volgt nog. Namens de MR, Colette Schelfhorst’
Helaas doen al die linken het niet. Maar de brief van de Medezeggenschapsraad van De Zwaan is op een andere plek wél te vinden, namelijk op de pagina van de MR. Deze ‘2013_06-09 MR reactie op mail initiatiefgroep IJssel’ blijkt al van 9 juni te zijn:
‘Aan: MT, Ceciel Wolfkamp en Gijs Langeslag,
Bestuurder, Lizzy Plasschek

Betreft: reactie mail initiatiefgroep Vrije school de IJssel.
Zutphen, 9 juni 2013

Beste Ceciel en Gijs, beste Lizzy,

MR de Zwaan reageert hiermee op de nieuwe initiatieven die zijn ontstaan op Vrije School De Ijssel.

Deze initiatiefgroep heeft ons via de mail laten weten dat het MT, het bestuur, het besluit tot uitvoering 6 weken heeft opgeschort. Daarnaast klinkt dat er een nieuwe werkgroep wordt opgericht om de (uitvoerings)keuzes en het besluit opnieuw te herzien.

Wij hopen dat dit slechts geruchten zijn die anders zijn weergegeven dan dat jullie hebben afgesproken met deze initiatiefgroep. Het besluit is immers genomen, de GMR heeft hierin positief geadviseerd. Ook in de uitvoering is op MR niveau positief geadviseerd door de medezeggenschapsraden van de IJssel en Zwaan. Het kan in onze ogen niet zo zijn dat bij het opstaan van een nieuwe protestgroep er opnieuw ruimte wordt gecreëerd om keuzes opnieuw te herzien en de hoop te geven dat de uitvoering anders kan worden ingevuld. Immers de keuzes zijn gemaakt, de trein rijdt, en het scheppen van hoop zal leiden tot nieuwe teleurstellingen bij deze ouders.

Natuurlijk vinden wij wel dat de IJssel ouders gehoord moeten worden om met hen te zoeken naar mogelijkheden om met de ontstane situatie om te gaan. We begrijpen dat er een groot deel bestaat uit nieuwe ouders. We vragen ons af hoe de voorlichting bij aanvang van school is over de toekomst van de Vrije school in Zutphen en specifiek voor deze school.

Wij sturen deze brief ook naar de GMR. Zodat zij schooloverstijgend kunnen reageren. Immers deze manier van werken heeft gevolgen en betrekking op alle ouders en alle kinderen.

Nogmaals: Wij hopen van harte dat de brief van de initiatiegroep van de IJssel gericht aan de MR, en hier bijgevoegd, op onjuiste interpretaties berust en jullie ons hierin helderheid kunnen verschaffen. Wij adviseren jullie dringend om nogmaals naar alle ouders helder te communiceren welke visie jullie hebben op de uitvoering van 3 >2. En daarbij snel duidelijkheid te geven waar we nu staan in het proces en over de inrichting van de directe toekomst, waarbij de verhuisbewegingen een belangrijk onderdeel moeten zijn.

Met vriendelijke groeten,

MR de Zwaan,
Namens deze, Colette Schelfhorst vz’
Het antwoord van Ceciel Wolfkamp in het online weekbericht van 20 juni blijkt toch niet onvindbaar te zijn; alleen moet de link iets aangepast worden, dan lukt het wel. Dit is de inhoud van die brief:
‘Zutphen, 18 juni 2013

Beste leden van de MR,

De MR heeft vragen gesteld nav de communicatie tussen de initiatiefgroep van de IJssel en het MT.

Eerste even een overzicht van de gebeurtenissen:

1. Nav de opgestelde criteria zijn er op de IJssel ouders wakker geschud die zich tot nu niet in de materie hebben verdiept. Zij hebben mij om een gesprek gevraagd om te kunnen begrijpen waarom er besloten is van 3 naar 2 scholen over te gaan. Dit gesprek heeft plaats gevonden op 31 mei jl. Daarbij waren naast mij ook Lizzy, Gijs en vertegenwoordigers uit de MR aanwezig. Dit was een constructief gesprek, waarbij de ouders inzage vroegen in documenten en tijd vroegen dit te kunnen inzien. In dit gesprek is hen gezegd dat het besluit vast staat en dat daar geen verandering in zou komen. Wel hebben we hen ruimte gegeven de vraagstukken opnieuw te herzien met daarbij de medewerking van de benodigde tijd en stukken. Zij hebben ons gevraagd dat als zij nieuwe inzichten ontwikkelen die leiden tot een andere uitkomst of wij het vraagstuk dan opnieuw wilden bezien. Hierin hebben we toegestemd met de opmerking: als jullie iets bedenken dat alle mensen in het gehele proces over het hoofd hebben gezien dan willen we dat. We achten de kans hiertoe echter nihil!

2. Helaas zijn de afspraken niet geheel in het juiste kader voorgesteld door de initiatiefgroep waarop Lizzy en ik een volgend gesprek hebben gehouden met de initiatiefgroep. Dit gesprek vond plaats voorafgaand aan een algemene ouderavond op de IJssel die bedoeld was om te praten over de herverdeling van de IJssel in de gebouwen op de Valckstraat en de Henri Dunant.

3. Maar helaas zijn de afspraken niet geheel in het juiste kader voorgesteld, ook terecht gekomen in de mails die verspreid zijn onder ouders. Dat is jammer, omdat dit voor verdere onrust zorgt dan nodig en wenselijk is.

Negen gezinnen vanuit de IJssel zullen komend schooljaar te maken krijgen met kinderen op beide scholen. Met hen worden voor de zomer gesprekken gevoerd om te kijken of we een op maat pakket kunnen maken, zoveel mogelijk passend bij hun situatie. We betreuren het natuurlijk dat kinderen uit een gezin op verschillende locaties terecht komen. In 2014 gaat het om 11 gezinnen.

We begrijpen de onrust die ontstaat op de andere locaties. We hebben de initiatiefgroep gevraagd zich te richten tot de eigen MR en gebruik te maken van de aangeboden hulp.

Op 21 mei jl vergaderde het B&W college en heeft het bouwbudget (€2,6 miljoen) beschikbaar gesteld voor het PO en VO. Gisterenavond kon de gemeenteraad hierover nog vragen stellen, maar de toekenning blijft in principe gehandhaafd. Voor de zomervakantie zal het projectplan klaar zijn en zal ook het tijdspad rondom de verhuizing duidelijk worden. Dit zal uiteraard dan ook zo spoedig mogelijk met de ouders gecommuniceerd worden.

Inzake de onzekerheden omtrent luchtkwaliteit krijgt bovengenoemde werkgroep de mogelijkheid een offerte aan te vragen voor een kortdurend onderzoek naar de luchtkwaliteit op alle drie de basisscholen, wanneer daarmee een betere inschatting mogelijk wordt van de verschillen in luchtkwaliteit op de drie locaties en de te verwachten gezondheidseffecten. Er is echter ook duidelijk aangegeven dat de gemeente dit onderzoek doet voorafgaande aan de start van de bouw aan de Valckstraat.

Met vriendelijke groeten,

Ceciel Wolfkamp,
Directeur Zwaan en IJssel’
Aha, het criterium om tot een ander resultaat dan het voorgestelde te komen, is volgens het bestuur het ontwikkelen van nieuwe inzichten op basis van bestaande documenten. De kwestie wordt door het bestuur alleen opnieuw bekeken als er daarbij een oplossing boven tafel komt die alle betrokkenen tot dit moment over het hoofd hebben gezien. Het bestuur gelooft echter dat de kans hiertoe nul is. Vandaar deze stelligheid meteen in het eerste punt: ‘In dit gesprek is hen gezegd dat het besluit vast staat en dat daar geen verandering in zou komen.’ Nu bleek in het vorige bericht van donderdag dat ‘van de 12 opgevraagde documenten zijn er maar 2 in goede orde verstrekt.’ En ‘Veel documenten die horen bij een dergelijk besluit zijn er niet of zijn slecht van kwaliteit.’ We zullen zien hoe dit verder gaat en of er ooit een bevredigende oplossing voor alle partijen gevonden wordt.

Dan een ander drama dezer dagen. Vandaag plaatste Ramon De Jonghe op een van zijn vele webstekken (Vlaams voor website; dit is ‘Antroposofie in de media. Versgeperst nieuws van gene zijde met een lach en een traan’) deze ‘Eisen Federatie Van Rudolf Steinerscholen in Vlaanderen’:
‘De steinerscholenkoepel doet het weer: de juridische kaart trekken om critici monddood te maken. What’s new?
Via Eisen Federatie Van Rudolf Steinerscholen in Vlaanderen.’
Deze laatste link leidt naar deze brief, gedateerd 26 juni 2013:
‘Per aangetekend schrijven

Geachte heer,

Betreft: Domeinnaam “steinerscholen.com”

Ik schrijf U in mijn hoedanigheid van raadsman van de Federatie van Rudolf Steinerscholen in Vlaanderen vzw, gevestigd te 2140 Antwerpen, Gitschotellei 188 en geregistreerd bij de Kruispuntbank van Ondernemingen onder het nummer 0443.345.725 (hierna de “Federatie”).

De Federatie is houder van het Beneluxmerk “steinerscholen”, alsook van de domeinnaam “steinerscholen.be”.

Mijn cliënte heeft moeten vaststellen dat u ditzelfde woord gebruikt als domeinnaam, onder andere via een website (wwww.steinerscholen.com) en een e-mail adres (focus@steinerscholen.com). U maakt tevens gebruik van het woord “steinerscholen” in een verschillend e-mail adres, steinerscholen@gmail.com.

De registratie en het gebruik van de domeinnaam www.steinerscholen.com en van het e-mailadres steinerscholen@gmail.com maakt niet alleen een schending uit van de merkenrechten van de Federatie en van diverse wettelijke bepalingen inzake handelspraktijken, het heeft mijn cliënte bovendien ook schade berokkend. U kan daarom ongetwijfeld begrijpen dat de Federatie dergelijke praktijken niet kan toestaan.

Om de bovenvermelde redenen, en teneinde een gerechtelijke procedure te vermijden, verzoek ik u om onmiddellijk ieder gebruik van de domeinnaam en e-mailadressen in kwestie stop te zetten en om daarnaast alle nodige stappen te nemen om, uiterlijk op 15 juli 2013, de domeinnaam www.steinerscholen.com aan mijn cliënte over te dragen.

Bij gebrek aan constructieve reactie heb ik de opdracht om de nodige gerechtelijke stappen te ondernemen waarvan u de kosten volledig zal moeten dragen. Ik neem aan dat u de nadelen daarvan zal willen vermijden.

Deze brief geldt als een formele ingebrekestelling en wordt u uiteraard gericht onder alle voorbehoud en zonder enige nadelige erkenning.’
Ramon De Jonghe kennen wij hier heel goed; hij is bijna sinds het begin ruim vijf jaar geleden vaste gast. Niet tot ieders tevredenheid; er komen nogal eens klachten over zijn optreden. Nu ja, dat is in voldoende mate hier gedocumenteerd, daaraan hoef ik geen woorden vuil te maken. Eerst dacht ik: het opgeven van steinerscholen.com zal hem nauwelijks treffen, want hij heeft andere domeinnamen bij de vleet. Dat is wel zo, maar deze is toch ook goed gevuld. Het is alleen een beetje verwarrend waar hij precies wat doet. Steinerscholen.com krijgt bij hem bijvoorbeeld de titel ‘Antroposofie en samenleving’ mee:
‘Op deze site worden enkele kritische kanttekeningen bij antroposofie en haar werkvelden geplaatst. Omdat de antroposofische school (steiner/vrijeschoolpedagogie) het bekendste werkveld is van de antroposofische beweging handelen de meeste teksten over antroposofisch onderwijs. Deze teksten zijn een selectie uit de inhoud van de weblog Steinerscholen.com en het boek “Focus op de steinerschool – Onderwijs op maat van wie?”. Doel is te kunnen bijdragen tot een realistisch beeld van de antroposofische praktijk.’
Volg je die twee linken, kom je meteen op andere domeinnamen. Dus die heeft hij al veiliggesteld. De eerste is dan wel getiteld ‘steinerscholen.com’, maar kan dus heel eenvoudig een andere naam krijgen, die toepasselijker is. Iets in de zin van ‘kritisch volgen van steinerscholen’ bijvoorbeeld. Er blijkt ook nog een ‘Weblog Ramon De Jonghe’ te zijn. Het gekke is dat daar meteen onder zijn naam ‘Registered trademark’ staat. Het bovenste bericht is ‘Blog is verhuisd’:
‘Posted: januari 19, 2013 in Zomaar
Klik hier om naar de nieuwe blog te gaan.’
Doen we dit laatste, komen we weer op een ander domein, waar echter nog steeds ‘Ramon De Jonghe. Registered trademark’ staat. Dus hij weet wel wat dat betekent. Dan kan hij toch niet vreemd opkijken van de brief van de advocaat van de Federatie van Steinerscholen. Die wil ook graag dat deze federatie over zijn eigen naam kan beschikken. Dat lijkt me ook normaal; het is eerder gek dat dit niet eerder is gebeurd. Op deze website schrijft hij bij de link ‘Wiki’ onder ‘Schrijver’ over zichzelf:
‘Ik ben Ramon De Jonghe, freelance publicist met focus op religieuze bewegingen, pseudowetenschap en onderwijs, beter bekend als criticus en ervaringsdeskundige m.b.t. antroposofie en steiner-waldorf-vrijescholen. Ik ben getrouwd, heb vier kinderen en woon in Leuven.

Achtergrond

Ik groeide op in het zigeuner- en kermismilieu en leerde mezelf lezen en schrijven, vooral onder invloed van mijn grootvader, prof. dr. Frans Verachtert (1909-1988). Buiten een leergierige student bleek ik ook een talentvol atleet te zijn. Op 19-jarige leeftijd won ik zelfs de internationale halve marathon van Luxemburg bij de juniores, maar een blessure maakte een einde aan een verdere atletiekcarrière.

Mijn moeder, die me leerde kaartleggen, zag me graag als waarzegger carrière maken, maar kon me nooit overtuigen. Mijn biologische vader, waaraan ik de naam De Jonghe ontleen en die net zoals mijn moeder een Sinti was, heb ik nooit persoonlijk gekend. Omdat ik geen school had doorlopen en alleen het vak van foorreiziger had geleerd, zat er niet veel meer op dan in het familiebedrijf aan de slag te gaan. Ik werkte enkele jaren als standwerker op de kermis, maar bij de geboorte van mijn eerste kind brak ik radicaal met het zigeuner- en kermismilieu.

Nadat ik mijn diploma secundair onderwijs Moderne Talen voor de Examencommissie (middenjury) behaalde volbracht ik via zelfstudie een opleiding boekhouden. Een loopbaan als boekhouder zat er echter niet in. Als hulpboekhouder kreeg ik het met mijn eerste twee opdrachtgevers aan de stok, omdat ik weigerde met cijfers te sjoemelen. Een hele reeks baantjes in verscheidene sectoren passeerde de revue, waarvan vier jaar bij een begrafenisondernemer en een jaar in een nucleaire reactor, de meest memorabele zijn.

Focus op de steinerschool

In de periode van 2000-2006 was ik actief binnen de steinerschoolbeweging. Aanvankelijk als ouder, maar later ook als opvoeder en invalleerkracht, boekhouder, bestuurslid en bibliothecaris in een antroposofische bibliotheek (Via Libra). Van 2005 tot 2007 volgde ik de antroposofische lerarenopleiding van Hogeschool Helicon te Zeist (nu Vrije Pabo Hogeschool Leiden). Na het behalen van het propedeutisch diploma zette ik de opleiding stop, onder andere omdat de schoolleiding aanstoot nam aan mijn contacten met de pers en ik de opleiding te zweverig vond.

Omdat ik verhaal probeerde te halen na gewelddadige incidenten met een van mijn kinderen in de steinerschool, werd ik persona non grata binnen de Federatie van Steinerscholen. Ik kreeg een toegangsverbod tot de steinerschool van Leuven (Wijgmaal) en vervolgens ook alle andere Vlaamse steinerscholen. Dit was de aanleiding om een weblog te beginnen waarop ik niet alleen mijn ervaringen en die van anderen beschrijf, maar ook de achtergronden van het antroposofisch onderwijs duid. Mijn grote liefde, het schrijven van gedichten en kortverhalen, moet plaatsmaken voor verslaggeving. Om betrouwbare informatie te verstrekken, maak ik me aan de hand van de Code van Bordeaux de journalistieke werkwijze eigen. De respons op mijn blog is van in het begin groot en al vlug wordt Steinerscholen.com een dankbare bron voor onderzoekers en journalisten.

In 2009 verschijnt dan het boek Focus op de steinerschool, dat meer dan mijn persoonlijk verhaal, voor het eerst een duidelijk en geïnformeerd beeld schetst van de steinerschool in al haar aspecten: antroposofische wereldbeschouwing, heilpedagogisch concept, pseudowetenschappelijk kader en sociale deprivatie. Het is in dit opzicht een nationaal unicum.

In maart 2010 mag ik het boek tijdens een vragenronde met publiek overhandigen aan minister Pascal Smet. Er komt een recensie in het vaktijdschrift Impuls. In het zog van het boek volgen een reeks artikels en word ik meermaals geconsulteerd door diverse media.

Een tweede boek over antroposofie en steinerschool is gepland. Om de inhoud van mijn eerste boek voor een breder publiek toegankelijk te maken, heb ik het twee jaar na het verschijnen van de papieren versie integraal op het internet geplaatst.

Mijn websites

Steinerscholen.com http://weblog.steinerscholen.com/
Antroposofie en samenleving http://www.steinerscholen.com/
Een echte selfmade man dus. Hij is een lastpost, maar toch mag ik hem. Wat wil je, als je al vijf jaar steeds met elkaar te maken hebt. Redelijk is hij niet, of laat ik zeggen: niet altijd. Maar dat mag geen hinder zijn om hem hier toch toe te laten, zelfs als hij de grenzen van het betamelijke opzoekt. Dat doet hij namelijk nogal eens. Enfin, wie de discussies die hier met hem gevoerd worden kent en zich eraan heeft geërgerd, zal dit kunnen beamen. En op zijn eigen webstekken is het niet anders. Nu is hij zelf slachtoffer.

Twee weken geleden, op 15 juni in ‘Schaapje schaapje’, had ik de Vereniging tegen de Kwakzalverij na lange tijd weer eens in deze kolommen. Heel bijzonder was het bericht daar vandaan niet. Bijzonderder was dat ruim een week later, op maandag 24 juni, columnist van de Volkskrant Bram Bakker, die door de vereniging daarbij was genoemd, in zijn column op de website van deze krant reageerde met ‘Sta je open voor iets meer dan traditionele behandelingen, dan word je direct belasterd’:
‘Jarenlang mogen artsen mensen volpompen met bètablokkers, antidepressiva en slaappillen zonder dat daar goede indicaties voor zijn, schrijft psychiater Bram Bakker. “Maar aandacht vragen voor minder ingrijpende interventies dan medicijnen mag niet van de Vereniging tegen de Kwakzalverij.”

Als er even veel geld was besteed aan onderzoek naar runningtherapie, meditatie of yoga zouden deze “alternatieve” behandelingen nu waarschijnlijk ook als “evidence based” te boek staan.

Vroeger vond ik de Vereniging tegen de Kwakzalverij (VtdK) een prachtige club. Maar de manier waarop men daar de laatste jaren van leer trekt tegen alles in de gezondheidszorg wat niet “evidence based” is, wordt af en toe wel erg ongenuanceerd.’
Bram Bakker laat in het vervolg zien hoe onredelijk dat wel niet is. Inmiddels zijn er 214 reacties op gekomen. De Vereniging tegen de Kwakzalverij zal niet blij zijn met deze publiciteit. Ik mag zijn hele tekst niet overnemen, maar u kunt zich van zijn opinie ter plekke overtuigen. Iets anders waar de Volkskrant mee kwam en dat een pleidooi vormt in dezelfde richting als ik afgelopen donderdag in ‘Motto’ berichtte, namelijk ‘dat het gebruik van computers en i-Pads bij kinderen in het onderwijs geen onverdeelde zegen is’, toont welke krachten momenteel zich laten horen als reactie tegen al te extreme ontwikkelingen. Ik doel op ‘We willen een Hannah Arendtschool in plaats van een Steve Jobsschool’ van Joke Hermsen, dat vanmiddag op de website geplaatst werd. Ook dit mag ik niet overnemen, ware het niet dat zij dit ook op haar eigen website heeft gezet:
‘Joke J. Hermsen is schrijfster en filosofe. Ze geeft lezingen en workshops over filosofische en maatschappelijke kwesties. Voor meer informatie, vragen & boekingen klik hier.

Nieuws

De Volkskrant publiceert dit weekend mijn stuk over de IPadscholen of SteveJobsscholen. U kunt hier lezen waarom ik de voorkeur geef aan Hannah Arendt scholen. In juli en augustus geef ik twee filosofische workshops over Hannah Arendt. Kijk voor meer informatie op www.arthel.nl.

Lees ook het interview met psychiater en geheugen-onderzoeker M. Spitzer: “I pads desastreus voor onderwijs & kinderbrein.” Permanent online zijn is niet alleen schadelijk voor het kinderbrein, maar voor ieders creativiteit, empatische vermogens en mentale welzijn, betoog ik in dit nieuwe essay.’
Zo kunnen we toch kennisnemen van ‘We willen geen Steve Jobs maar Hannah Arendtscholen’ en ons verbazen en verheugen over de gelijkluidende argumentatie:
‘Verbaasd dat vrijwel alle politieke fracties van de Tweede kamer – de PVV uitgezonderd - de Ipadschool van Maurice de Hond kritiekloos omarmen, stuurde ik afgelopen dinsdag op Twitter dit berichtje over het onderwijs de wereld in: “We willen Hannah Arendt scholen ipv Ipadscholen. Dus: denken, dromen, leren, verbeelden, verdiepen en docenten die mooie verhalen vertellen.”

Tot mijn verrassing werd het bericht vrijwel meteen honderden keren geretweet, gedeeld, “geliked” en doorgestuurd op de sociale media en bereikte het binnen een enkele etmaal vele tienduizenden lezers. De nieuwe media bieden niet alleen de mogelijkheid een bepaalde mening te toetsen maar ook de kans om mensen voor een bepaald doel te mobiliseren. Op de filosofische linked inn groep Amor mundi beloofde ik vervolgens het bericht nader toe te lichten, indien het een breed gehoor zou vinden. Dat gebeurde dus boven verwachting en zo kwam ik in de nogal paradoxale situatie terecht de moderne communicatietechnologie kritische tegen het licht te houden, terwijl ik er zojuist optimaal gebruik van had gemaakt. Paradoxen lijken ons moderne bestaan te kenmerken. Binnen de filosofie hoeven deze gelukkig niet onmiddellijk glad gestreken te worden, maar vormen ze juist een belangrijk hulpmiddel om bepaalde kwesties scherper in het oog te krijgen. De vraag die ik hieronder in een tiental kritische stellingen nader wil belichten betreft onze verhouding tot de nieuwe communicatietechnologie en de rol die deze binnen het onderwijs al dan niet zou moeten spelen. Hierbij laat ik mij – uiteraard - door het gedachtegoed van de filosofe Hannah Arendt inspireren.

1. Technologie behoort in het onderwijs een ondersteunend middel te zijn in plaats van een doel op zich, zoals Maurice de Hond, mede oprichter van de Ipadschool en het “Onderwijs voor een Nieuwe Tijd” (O4NT) bepleit. Van de technologie die in het onderwijs gebruikt wordt moet eerst onderzocht worden of deze wenselijk en noodzakelijk is en welk doel deze precies dient. Als technologie het doel wordt, verwordt de samenleving tot een technocratie, waarbinnen elke menselijke maat verloren gaat, schreef Hannah Arendt in The Human Condition (1958).

2. Leren is in tegenstelling tot wat de Hond beweert iets anders dan “gamen”. Naast de ontwikkeling van diverse vaardigheden is leren ook inzicht verkrijgen en kennis nemen van de culturele traditie. Een samenleving die geen belang hecht aan cultuur gaat letterlijk “naar de filistijnen”, meende Arendt. “Onder cultuur verstaan we de omgang met de minst nuttige en meest wereldlijke dingen: de werken van kunstenaars, dichters, musici en filosofen” (uit “De crisis van de cultuur”, 1954). Onderwijs behoort de nieuwe generatie niet tot “gamers”, maar tot kenners van de cultuur op te leiden. Kennis nemen van de culturele traditie is niet “saai”, zoals de Hond beweert, maar een voorwaarde om nieuwe culturele werken te vervaardigen.

3. Het niet bevragen en kritiekloos omarmen van de digitale technologie ontneemt het zicht op diverse wetenschappelijke onderzoeken, waarin gewaarschuwd wordt voor alle nadelige effecten, zoals aandacht- en concentratiestoornissen, geheugenproblemen, hyperactiviteit, rusteloosheid, stressverschijnselen, online neurose, slapeloosheid en verslavingsgedrag. (cf. M. Spitzer, Digitale dementie 2013 en N. Carr, Het ondiepe. Wat internet doet met ons brein 2012). Geen kritische vragen stellen staat gelijk aan niet nadenken, meende Arendt, hetgeen een kenmerk van ideologische verdwazing is.

4. Ons woord “school” stamt af van het Griekse “schole”, dat rust, niets doen en “vrije tijd” betekent. Sinds Plato gelden rust en aandacht als de belangrijkste voorwaarden voor het denken. Pas als het brein zich in ontspannen toestand bevindt en geen nieuwe input te verwerken krijgt, kan het creatief zijn en iets nieuws verzinnen. Daarom begint Arendt haar boek Denken (1973) met een citaat van Cato: “Nooit is de mens actiever dan wanneer hij niets doet.” Leerlingen op Ipadscholen permanent online laten zijn betekent niet alleen een overbelasting van hun brein, met alle mentale gevolgen van dien, maar ook een belemmering van de ontwikkeling van hun cognitieve en creatieve vermogens.

5. De mens wordt volgens Hannah Arendt gekenmerkt door twee principes: nataliteit, het voortbrengen van nieuwe inzichten en gezichtspunten, en pluraliteit, het onderling van elkaar kunnen en mogen verschillen. Beide principes zijn van wezenlijk belang voor de samenleving, die daardoor dynamisch en democratisch van aard blijft. Deze worden op een Ipadschool bedreigd, omdat permanent zappen, surfen, swipen en doorklikken het brein over geprikkeld cq overspannen maakt, waardoor de leerlingen geen nieuwe inzichten kunnen ontwikkelen, waardoor het principe van nataliteit in gevaar komt. Ook zullen de leerlingen binnen de door de industrie geprepareerde digitale formats en games steeds meer op gelijke wijze het zelfde gaan denken, waardoor tevens het principe van pluraliteit onder druk komt te staan. Dit geldt uiteraard niet alleen voor leerlingen, maar voor iedereen die voortdurend online is.

6. Denken richt zich volgens Hannah Arendt op datgene wat nog niet gedacht, verwoord of verbeeld is. Het onderscheidt zich in deze van kennen en weten die zich juist op de reeds aanwezige feiten richten. Onderwijs zou niet alleen het overbrengen van feitenkennis moeten zijn, maar ook het aanzetten en inspireren tot nieuwe gedachtes. Denken komt mijmerend, uit het raam starend, dagdromend tot stand en niet achter een beeldscherm dat voortdurend nieuwe feiten op het brein afvuurt.

7. De hele dag – en avond - voor een beeldscherm zitten heeft ook gevolgen voor onze sociale vaardigheden en empatische vermogens, die voor sociale interactie noodzakelijk zijn. 80 % van een live gesprek bestaat uit non-verbale communicatie. We peilen, onderzoeken, beschouwen en interpreteren het gezicht, de houding en de gestes van onze gesprekspartner, waardoor we leren ons tot anderen te verhouden. Als we uitsluitend via beeldschermen communiceren, verleren we niet alleen deze sociale vaardigheden, maar worden we ook minder empatisch en kunnen moeilijker echte verbintenissen met anderen aangaan, stelt o.a. neurologe Susan Greenfield (Living online is changing our brain, 2011).

8. “Onze hoop is altijd gevestigd op het nieuwe dat elke generatie voortbrengt”, schreef Hannah Arendt in haar essay “Crisis in Education”. “Maar juist omdat we onze hoop hierop baseren, doen we alles teniet als we proberen het nieuwe zodanig onder controle te krijgen, dat wij, de ouderen, degenen zijn die bepalen hoe het nieuwe eruit zal zien. Juist in het belang van het nieuwe en revolutionaire dat in ieder kind zit, moet het onderwijs in zekere zin conservatief zijn.” Conservatief duidt in dit citaat op het belang van het bewaren, behoeden en koesteren van de culturele traditie. Conservatief staat hier dus niet tegenover progressief, want het is Arendt juist altijd om nataliteit als het principe van het nieuwe te doen, maar tegenover nihilisme, materialisme en een overdreven geloof aan technologische innovatie. De scepsis ten aanzien van de moderne communicatietechnologie die we nu reeds bij de nieuwe generatie twintigers aantreffen, getuige bijvoorbeeld het filmdebuut Disconnect (2013) van de jonge regisseur Henri Alex Rabin, zou ook door vijftig plus internetfanaten als Maurice de Hond serieus genomen moeten worden, alvorens zij jonge leerlingen een digitaal schoolmodel opdringen.

9. Docenten dienen leerlingen niet alleen diverse vaardigheden en de culturele traditie bij te brengen, maar hen ook met behulp van verhalen, mythes, poëzie, saga’s, essays en romans te inspireren tot het nieuwe. “De grenzen van de taal bepalen de grenzen van de wereld,” citeert Arendt Wittgenstein. Wil een samenleving dynamisch blijven, dan moet het onderwijs ook gericht zijn op het verschuiven, vernieuwen en oprekken van die taalgrenzen in plaats van alleen de instrumentele taal van games en internet in het onderwijs aan te bieden. Behalve geschiedenis, kunst en filosofie, zou dus ook literatuuronderricht en het vertellen van verhalen een van de pijlers onder het onderwijs behoren te zijn. De docent is geen “coach” die zappende leerlingen begeleidt, zoals de Hond wil, maar een gespecialiseerde kracht, die met aandacht, gezag en kennis van zaken zijn beroep uitoefent en de leerlingen weet te motiveren.

10. Ten slotte kunnen hier ook de nadelige fysieke aspecten van het IPad onderwijs niet geheel onvermeld blijven, zoals het verlies van de zintuiglijke ervaringen van het schrift, van papier, inkt, verf en klei, die de verbeelding stimuleren en leerprestaties bevorderen. Ook de gevolgen van het voortdurend stil zitten en maar naar een beeldscherm turen, het gebrek aan beweging, de muisarmen, verkrampte nekwervels, gewichtsproblemen, migraines enzovoort zouden punt van onderzoek moeten zijn, voordat we SteveJobsscholen gaan oprichten. Wij – en de politieke bestuurders in Den Haag –, moeten zich eerst de vraag stellen: “wat doet de nieuwe technologie precies met ons?”, voordat we alweer een nieuw schoolmodel implanteren. Het vorige “nieuwe leren” model uit de jaren negentig werd zo’n fiasco dat er in 2008 een parlementair onderzoek aan de pas moest komen, dat vaststelde dat elke wetenschappelijke onderbouwing helaas ontbrak. Nu lijkt opnieuw hetzelfde te gebeuren. Het gaat er mij niet om technologische ontwikkelingen terug te draaien, dat acht ik even onmogelijk als onwenselijk, maar wel dienen we vooraf onderzoek naar de wenselijkheid van een nieuw schooltype te verrichten. Zowel binnen als buiten het onderwijs moeten we een juiste maat en houding ten aanzien van de nieuwe technologie zien te vinden, opdat deze niet met ons aan de haal gaat of erger nog, maar zeker niet ondenkbaar, ons de baas wordt. Vooralsnog geldt hier het even eenvoudige als goedkope advies: bescherm je brein door dagelijks een aantal uren offline te zijn.’

donderdag 27 juni 2013

Motto


Eindelijk is het dan zover. Wat ik op 13 juni in ‘Bevlogen’ en op 15 juni in ‘Schaapje schaapje’ meldde, is nu officieel bevestigd. Op de website van de Vereniging van vrijescholen is net dit persbericht geplaatst, ‘Vereniging van vrijescholen benoemt nieuwe voorzitter’:
‘Per 12 juni jl. is Rian van Dam door de Algemene Ledenvergadering voor drie jaar benoemd als voorzitter van het bestuur van de Vereniging van vrijescholen. Als opvolger van Leo Stronks zal zij sturing geven aan de landelijke organisatie van vrijescholen in Nederland.

Rian van Dam heeft brede bestuurlijke ervaring binnen het publieke domein. In de periode 2006-2011 was zij wethouder van financiën, sociale zaken en economische zaken in Alkmaar. Sinds januari 2013 is zij wethouder voor de gemeente Enkhuizen met als belangrijkste portefeuilles financiën, economische zaken, toerisme en verkeer.

Ter gelegenheid van het nieuwe voorzitterschap zal de Vereniging van vrijescholen op 11 oktober 2013 een conferentie organiseren, waarin 90 jaar vrijeschoolonderwijs als thema centraal zal staan. Rian van Dam en Leo Stronks zullen tijdens de conferentie terugblikken op de ontwikkelingen die het vrijeschoolonderwijs de afgelopen jaren doormaakte. Ook richten zij hun blik op de toekomst en zal Rian van Dam nader ingaan op de invulling van haar voorzitterschap.’
Waarom het nu twee weken moest duren voordat dit bekend werd gemaakt, is me een raadsel. Er is ook nieuws uit Zutphen. In mijn vorige bericht, ‘Indoctrinatie van afgelopen zondag, had ik het onder meer over een flyer die actief onder ouders werd uitgedeeld en over een ouderavond die gisteravond op de IJssel heeft plaatsgevonden. In die flyer, getiteld ‘Samen voor onze scholen’, stond dit:
‘De 3-naar-2-operatie zorgt voor veel onrust op onze vrije scholen. Veel ouders hebben genoeg van alle ophef en willen het gedoe zo snel mogelijk achter de rug hebben. Een begrijpelijke houding, maar toch is het belangrijk om te blijven meedenken. Tenslotte gaat niet alleen om onze vrije scholen, maar ook om onze kinderen.

Wat is er aan de hand?

Er zijn ingrijpende beslissingen genomen: de ene school wordt verplaatst, de andere wordt gesplitst, de derde wordt verbouwd en allemaal krijgen we te maken met onrust en volle scholen. Daarnaast is er door de volle klassen de komende jaren geen enkele groeimogelijkheid meer. Als dat echt nodig is, zullen we ons erbij neerleggen. Maar er zijn grote twijfels over de onderbouwing van het besluit.

Onbeantwoorde vragen

Ondanks alle vergaderingen en mailingen worden veel belangrijke vragen over de noodzaak en de uitvoering van de operatie gewoon niet beantwoord. En bij een project dat zoveel kinderen en hun ouders treft, is dat niet acceptabel. Het feit dat het bestuur zeer slecht communiceert en onduidelijk is in haar uitleg, helpt hier zeker niet bij. Het draagvlak voor het besluit is onder de ouders op de drie scholen dan ook zorgwekkend laag.

Géén faillissement

Wij vinden het zeer onwenselijk een school te sluiten, zonder dat er voldoende draagvlak voor is. Zoiets is alleen uit te leggen als je er een faillissement mee kunt voorkomen. Maar een faillissement is niet aan de orde. In ons gesprek met bestuur en PO-directie gaf Lizzy Plaschek dit expliciet aan.

Onze stelling

Wij willen duidelijke antwoorden hebben op de vragen die er nog liggen, vóór er onomkeerbare stappen worden genomen. Onze stelling is: de drie PO-scholen moeten openblijven tot overtuigend is aangetoond dat er één dicht moet. Is dit niet het minste wat wij als ouders mogen en zelfs moeten vragen?

Wat nu?

Het bestuur heeft ons de ruimte en de medewerking toegezegd om in de komende weken de onderbouwing van het besluit helder te krijgen. We willen in ieder geval antwoord krijgen op deze drie belangrijke vragen die – hoe raar het ook klinkt – tot nu toe niet afdoende beantwoord zijn.

1 Wat is precies het probleem dat met het besluit moet worden opgelost?
2 Lost het besluit dat er nu ligt dit probleem ook echt op?
3 Is het besluit dat er nu ligt de beste oplossing?

We zullen niet alleen jagen op de antwoorden op deze vragen, maar ook alternatieven onderzoeken. Feit is bijvoorbeeld dat er andere stichtingen zijn die maar wat graag alledrie (of één van) de basisscholen zouden willen overnemen, omdat deze in hun ogen wél gezond zijn.

Voor onze acceptatie van het besluit is het essentieel dat onze vragen worden beantwoord. Voor u ook? Kom dan op woensdagavond 26 juni naar onze bijeenkomst. Dan praten we met elkaar en met u over onze bevindingen en over wat wij op dit moment nog kunnen doen voor onze scholen én voor onze kinderen.

Kijk voor meer details en over de tijd en plaats van de bijeenkomst op www.vooronzevrijescholen.nl. Op deze site kunt u ook een petitie ondertekenen waarin het bestuur wordt opgeroepen om de antwoorden te geven waar wij recht op hebben. Velen hebben deze petitie al ondertekend, maar hoe meer ouders ondertekenen, hoe sterker we staan!

Laten we er samen voor zorgen dat vanaf nu met de toekomst van onze scholen zorgvuldiger wordt omgegaan. Want de vrije scholen, dat zijn wij zelf.

Ouders van De Berkel, De IJssel en De Zwaan’
Vandaag al staat onder ‘Nieuws’ op genoemde website dit bericht, ‘Voorlopige onderzoeksresultaten voorgelegd aan ouders’:
‘Na bijna vier weken onderzoek hebben we woensdagavond 26 juni jl. de voorlopige onderzoeksresultaten gepresenteerd aan belangstellende ouders. Tevens hebben wij ons genoodzaakt gezien deze resultaten nu al onder de aandacht te brengen van de Raad van Toezicht. Dit vanwege het voornemen van de Raad van Toezicht om de bestuurder op korte termijn een vast contract te bieden.

Een samenvatting van de voorlopige resultaten vind je op de pagina Resultaten.
Lees ook de brief die we op 23 juni naar de Raad van Toezicht hebben gestuurd.’
Die samenvatting van de resultaten luidt als volgt:
‘Eind mei maakten we een aantal afspraken met het bestuur. Het proces rondom de bouw zou 6 weken worden stilgelegd, en wij zouden de gelegenheid krijgen om informatie in te winnen, en eventueel met nieuwe inzichten te komen. Het is nu bijna eind juni: tijd voor een aantal voorlopige resultaten.

Samenvatting, 26 juni 2013

Voor de ongeduldige lezer: ons valt het meest van alles op dat er geen goede onderbouwing bestaat voor het besluit om van 3 naar 2 scholen te gaan. Je zou verwachten dat zo’n belangrijk besluit uitgebreid gedocumenteerd is, maar dat is niet zo. Veel documenten zijn van slechte kwaliteit, of zijn helemaal niet aanwezig.

Daarbij is de manier waarop de besluitvorming heeft plaatsgevonden zorgwekkend. Het meeste gebeurde via werkgroepen van ouders, waarbij expertise soms ontbrak. Er werden ongebruikelijke procedures gevolgd, en we hebben het idee gekregen dat het proces sterk gestuurd werd door de bestuurder.

Kortom: er is wat ons betreft geen enkele reden om een school te sluiten. Wij willen dan ook dat de beslissing wordt opgeschort, en dat er een onafhankelijk onderzoek komt naar de onderbouwing. Hieronder vind je een puntsgewijze opsomming van de resultaten.

Bestuur geeft geen onderbouwing en houdt zich niet aan afspraken

– Bestuurder kan/wil geen goede onderbouwing geven van het besluit waarvoor zij verantwoordelijk is. Investeert hierin niet, laat het aan anderen.
– Bestuur zou alle informatie delen, maar van de 12 opgevraagde documenten zijn er maar 2 in goede orde verstrekt. Overige documenten zijn niet beschikbaar gesteld of bestaan niet.
– Er zou ruimte zijn voor nieuwe inzichten, dit werd later expliciet ontkend.
– In tegenstelling tot de afspraak mochten wij geen berichten plaatsen in de weekbulletins.
– Eind vorig jaar is vanuit het bestuur een toezegging gedaan snel onderzoek te laten doen naar de luchtkwaliteit op de Valckstraat. Dit onderzoek is niet uitgevoerd, hierdoor zijn kansen gemist om op relatief goedkope wijze het inzicht in de luchtkwaliteit te vergroten.

Tot op heden geen goede onderbouwing gevonden

– Veel documenten die horen bij een dergelijk besluit zijn er niet of zijn slecht van kwaliteit.
– Argument dalende leerlingaantallen nooit goed onderzocht. Andere stichtingen vinden de leerlingenaantallen ruim voldoende om drie scholen open te houden.
– Er is geen toetsing geweest van de financiële onderbouwing.
– Toenmalige berekeningen lijken niet gebaseerd op de destijds meest recente cijfers die een gunstiger beeld hadden laten zien.
– Geen tussenresultaten beschikbaar van diverse geformuleerde scenario’s.
– Geen analyse beschikbaar van verzuimproblematiek en mogelijke oplossingen.
– Dieserstraat-problematiek / huurvergoedingsdiscussie niet goed onderzocht terwijl dit al jarenlang een grote jaarlijkse verliespost oplevert.
– Op basis van de beschikbare informatie is er geen noodzaak om zo stevig in te grijpen.

Besluitvorming verliep willekeurig en is niet toetsbaar

– Besluitvorming gebaseerd op niet onderbouwde aannames waardoor bijvoorbeeld het scenario om drie scholen open te houden nooit goed is doorgerekend.
– Geen duidelijke probleemformulering, geen heldere criteria en geen toetsbare kaders.
– Samenstelling werkgroep Toekomst was willekeurig en leden misten specifieke expertise.
– Chaotisch beslissingsproces, sterk gestuurd door bestuurder.
– Bij de uiteindelijke keuze van de werkgroep Toekomst heeft één stem het verschil gemaakt. Hierover mocht niet gecommuniceerd worden en er zijn geen notulen van gemaakt. Er waren vooraf géén criteria voor stemming vastgesteld. Aanvankelijk was het doel van dynamische oordeelsvorming juist het bereiken van consensus. Dit is ter plekke losgelaten.

Bestuurskantoor functioneert onvoldoende

– Weinig know-how (bijvoorbeeld op financieel, onderwijskundig en juridisch gebied).
– Veel ad hoc beslissingen.
– Hoge werkdruk, veel ziekteverzuim. De controller is langdurig ziek. Bestuurder overbelast.

Doorzetten besluit is onwenselijk en risicovol

– Het nu sluiten van een school is ongefundeerd en daarmee immoreel.
– Ouders voelen dit gebrek aan onderbouwing. Hierdoor dalend vertrouwen in het bestuur. Dit wordt nog versterkt door de rommelige uitvoering en de slechte communicatie.
– De gevolgen van de uitvoering van het besluit zijn niet onderzocht en niet transparant (bijvoorbeeld eerste klas IJssel, eerste klassen 2014, overvolle scholen). Er is nog steeds geen globale planning voor de komende twee jaar beschikbaar.
– Groep ouders die latent overweegt om de school te verlaten is veel groter dan de groep direct getroffenen. Daarmee komt de stichting alsnog in de problemen.

Wat willen wij

– Gesprek met Raad van Toezicht n.a.v. brief
– Bevriezen uitvoering genomen besluit en daaraan gerelateerde, onomkeerbare beslissingen
– Opschorting beslissing over verlenging contract bestuurder
– Onafhankelijk onderzoek naar de besluitvorming en de onderbouwing. Alleen een school sluiten als is aangetoond dat dat echt nodig is.
– Overgang naar een andere stichting onderzoeken.’
Dit alles vormt nu de culminatie van dit al lang slepende proces. Helaas, helaas, deze bevindingen zijn nogal vernietigend. Ingrijpen moet intussen niet anders dan onvermijdelijk zijn. Wie gaat dat doen? Dat kan er maar één: de Raad van Toezicht. Die zal kleur moeten bekennen. Wat ook over vrijescholen gaat, is de weblog met die titel van Ruud Thelosen: ‘Vrije Scholen’. Die publiceerde gisteren ‘Digitale Dementie’:
‘Vrije Scholen zo gek nog niet!

Digitale dementie is de titel van een net verschenen boek van de Duitse hersenonderzoeker en psychiater Manfred Spitzer. In dit boek, dat momenteel in Duitsland een bestseller is, wordt op basis van 400 verschillende wetenschappelijke onderzoeken aangetoond dat het gebruik van computers en i-Pads bij kinderen in het onderwijs geen onverdeelde zegen is. Sterker nog, Spitzer beweert dat het IQ van kinderen de laatste jaren als gevolg van digitale media niet meer stijgt maar daalt. Verder dat bij kinderen de nog in ontwikkeling zijnde hersenen, door veelvuldig gebruik van deze digitale schoolmiddelen, beschadigd raken en verschrompelen. Vandaar de huiveringwekkende term digitale dementie.

Recent hersenonderzoek heeft aangetoond dat de hersenen nog uitgroeien tot ongeveer het 26e-27e jaar. Specifieke hersengebieden, die nodig zijn voor planning en morele afwegingen, komen pas het laatste aan bod. Populair is in dat verband de term Puberbrein, waarmee wordt aangeduid dat jonge hersenen anders zouden functioneren dan die van volwassenen.

Deze actuele aanleiding veroorzaakte bij mij een soort flashback. Zo moesten wij als kritische ouders van drie jonge kinderen, in de jaren ’90 van de vorige eeuw, kiezen voor een geschikte basisschool. Na meerdere bezoeken en voorlichtingsavonden kozen we uiteindelijk bewust voor een vrije school (in de rest van de wereld Waldorf genoemd) vanwege de spirituele mensvisie en daarnaast het veelomvattende wereld- en maatschappijbeeld. De antroposofie, opgericht door de Oostenrijks-Hongaarse filosoof Rudolf Steiner, stelt dat de mens een geestelijk wezen is dat incarneert op aarde en evolueert door meerdere levens. Een kind maakt in een notendop de hele mensheidsontwikkeling door en dat moet ook in het onderwijs en de leerstof terugkomen.

Leerstof is vooral ontwikkelingsstof. Bovendien is de mens te beschouwen als een drieledig- (denken, voelen en willen) én vierledig wezen met een ik-, astraal-, ether- en fysiek lichaam. Dat betekent dat afwisseling van het onderwijs en het aanspreken van alle wezensdelen bij het kind door middel van cognitieve, sociale, kunstzinnige en fysieke activiteiten van groot belang zijn. In de daaropvolgende aannamegesprekken werden we als ouders stevig bevraagd over de privé-situatie in het gezin en vooral de omgang met televisie en (toen nog incidenteel) de computer. Vrije scholen waren toen uitgesproken kritisch en conservatief over deze moderne, elektronische hulpmiddelen, die zo ver mogelijk weg gehouden moesten worden van de kinderen. In de peuter, kleuter- en lagere school was deze apparatuur niet of nauwelijks aanwezig.

Als ouders hadden we daar begrip voor en we hebben hierover later ook meerdere lezingen op de vrije school gevolgd en artikelen gelezen, die deze mening onderschrijven. Zoals in tijdschriften Jonas, Vrije Opvoedkunst en schoolkranten als Lerarenbrieven, Rondom en de Wikkelaar (de laatste twee van vrije Scholen in Eindhoven). Zo herinner ik mij ook een publicatie van prof.dr. Rainer Patzlaff, het boek De bevroren Blik uit 2005, een bekende media-onderzoeker en pedagoog. Hij waarschuwde voor de verslavingsgevolgen van kinderen achter de computer en televisie.

In de huiskamers van vele vrijeschoolouders was de televisie daarom overdekt met een stoffen kleedje of opgeborgen in een kast, waardoor het beeldscherm aan het zicht was onttrokken. De televisie ging eventueel alleen ’s avonds aan, nadat de kinderen al naar bed waren. Daartegenover stond dat de kinderen wel in het weekend een video-(kinder)film mochten kijken en dat werd ervaren als een feestelijke gebeurtenis waar de hele week naar werd uitgekeken. Alleen bij bijzondere nieuwsgebeurtenissen zoals een belangrijke voetbalwedstrijd of de successen van Nederlandse sporters op de Olympische Spelen of een natuurfilm werd er wel eens een uitzondering gemaakt. Een groot deel van hun jeugd hebben veel ouders dit restrictieve beleid kunnen handhaven totdat de computer in opmars kwam en computerspelletjes hun intrede deden. Natuurlijk probeerden kinderen ons over te halen en desnoods bij vriendjes of grootouders wel achter de buis te kruipen. Veel later kregen wij, toen de kinderen al volwassen waren, te horen dat ze achteraf gezien wél blij waren met zulke strenge ouders. Ze hebben meer tijd kunnen besteden aan muziek, sport en spelen in de natuur en dat zijn veel gezondere activiteiten.

Het strenge beleid van de school stuitte bij sommige ouders op weerstand en men beschouwde het als ongepaste inmenging in de privésfeer. Lang heeft de vrijeschool geprobeerd de computers, de (voorlichtings-) films en videovoorstellingen buiten de schoolklas te houden. Onze kinderen waren al in de tienerleeftijd toen de computer echter sterk in opmars kwam en soms op school, maar vooral ook thuis, gebruikt moest gaan worden voor werkstukken en opdrachten.

Teleurgesteld was ik toen de school een rigoureuze ommezwaai maakte en een computerklas ging inrichten. Daarna volgden computerlessen op de basisschool voor de hoogste klassen waar basisvaardigheden zoals typen, tekstopmaak en grafieken tekenen steeds vanzelfsprekender werden. Later kwamen daar de laptops bij die dyslectische kinderen kennelijk nodig hadden, omdat ze niet goed konden schrijven en spellen en met hulpprogramma’s wel verder konden komen. Op dit moment is er nauwelijks meer een onderscheid te zien tussen vrije en reguliere scholen als het gaat om het gebruik van computers, laptops , de televisie, mobiele telefoons, tablets en I-pads. De aanwezigheid van digiboards (digitale schoolborden) is ook op vrije scholen geen uitzondering meer.

Eind 2012 heeft een landelijk, grootschalig wetenschappelijk onderzoek van de Maastrichtse onderwijssocioloog en hoogleraar Jaap Dronkers middelbare scholen vergeleken op hun schoolprestaties. In de categorie HAVO scoorden vrije scholen extreem goed met vier scholen in de top 10 . Het Novaliscollege te Eindhoven haalde de hoogste cijfers voor HAVO en VMBO van heel Noord-Brabant. Zie ook http://vrijescholen.blogspot.nl/2012/12/vrije-scholen-kampioen.html

Het bijzondere van het onderzoek van Dronkers is dat niet alleen gekeken is naar de slaagpercentages en gemiddelde cijfers, maar vooral ook naar de verschillen tussen instap- en uitstapniveau van de leerlingen. Dat betekent dat vrije scholen er kennelijk beter in slagen om hun leerlingen meer uit te dagen en meer te laten ontwikkelen. Zou hier ook een positief leereffect van minder digitale hulpmiddelen in naar voren komen?? Feit is wel dat het afgelopen jaar er na jaren van vrijwel stilstand opeens weer nieuwe vrijescholen in oprichting zijn.

Steinerscholen zullen in de toekomst zeker geen volledig digitaal onderwijs gaan ontwikkelen, zoals de nieuwe Steve Jobsscholen, onder andere op initiatief van opiniepeiler Maurice de Hond, dat wel wil gaan realiseren. Artikel 21 van de grondwet gaat over Vrijheid van Onderwijs en geeft ouders de gelegenheid een school met een eigen signatuur en onderwijsvisie op te richten. De overheid heeft deze Steve Jobsscholen inmiddels ook het groene licht gegeven en komend schooljaar 2013/2014 zullen er mogelijk tien van start gaan. In Sneek en Breda in zuivere vorm en een aantal andere scholen zullen overgaan op het O4NT-(onderwijs voor een nieuwe tijd) concept van een volledig digitale leeromgeving.

Daarom komen de waarschuwingen van wetenschapper Spitzer misschien nog op tijd. De zeer ambitieuze plannen en concepten voor een volledige elektronische leeromgeving kunnen op basis hiervan ernstig afgeraden worden. We weten al een tijd uit verschillende onderzoeken dat elektromagnetische straling van hoogspanningsmasten, mobiele telefoons, digitale UMTS-zendmasten en draadloze wifinetwerken schadelijk zijn en mogelijk een verhoogde kans op kanker opleveren.

Spitzer noemt nog andere gevaren. Zo zou deze elektronica voor kinderen eigenlijk een vorm van kindermishandeling zijn. Net als bij het gebruik van alcohol zou ook elektronische apparatuur een duidelijk leesbare sticker en bijsluiter moeten krijgen: “Gevaarlijk voor de kindergezondheid”! Niet alleen het te meten IQ gaat achteruit, maar de digitale media leiden ook tot ernstige aandoeningen als spraak- en leerproblemen, aandachtsstoornissen, stress en depressie, risico op verslaving en slechte schoolprestaties en vandaar de angstaanjagende term digitale dementie.

Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald, is daarom mijn motto.’
Hij is wel erg streng, onze Ruud Thelosen. ‘Stichting Vrijescholen Athena’ schreef eergisteren op zijn Facebookpagina ‘Computer slecht voor kinderen?’, met een vraagteken dus:
‘Een Duitse professor van de psychiatrische universiteitskliniek in Ulm (Zuid-Duitsland) betoogt in NRC Handelsblad en de Volkskrant van 21 juni dat “kinderen leren van echte ervaringen, van de werkelijkheid, van het directe contact met andere mensen. En dus totaal niet van computers en televisie. Hoe meer kinderen met beeldschermen bezig zijn, des te slechter het is voor hun concentratievermogen, taalverwerving en sociale vaardigheden.”

Prof. Spitzer beweert dat scholen die te veel met computers werken “gek” zijn: “We moeten kinderen leren over de wereld, over interessante zaken, en met enthousiasme. Daar heb je geen computers voor nodig. Integendeel. En ja, als er eens een dingetje is dat je goed op de computer kan oefenen, dan is daar niks op tegen. Maar computer of iPads centraal stellen in de les is onbegrijpelijk.”

De Nederlandse psycholoog Martine Delfos schreef vorig jaar een boek over kinderen en internet waarin zij ongeveer dezelfde kritiek op leren met de computer heeft als Spitzer. In haar boek “In 80 dagen de virtuele wereld rond” laat zij wel ruimte voor het plezier waarmee kinderen met computers omgaan. Maar haar boodschap is: begrenzen en begeleiden! Tot vier jaar liever geen computergebruik, tussen 4 en 6 maximaal een kwartier. Tussen 6 en 8 jaar niet langer dan een half uur tot drie kwartier.

Zie: http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2672/Wetenschap-Gezondheid/article/detail/3462716/2013/06/21/Een-iPad-voor-kleuters-is-kindermishandeling.dhtml
Vanochtend maakte de ‘Adriaan Roland Holstschool’ op zijn Facebookpagina bekend:
‘Hierbij de uitslag na het tweede tijdvak:

VMBO 43 leerlingen – 41 geslaagd
HAVO 41 leerlingen – 40 geslaagd
VWO 20 leerlingen – 18 geslaagd

In percentages:
VMBO: 95 % geslaagd.
Havo: 98 % geslaagd.
Vwo: 90% geslaagd.

Gefeliciteerd!!!!’
Zo is het maar net. Voordat ik verder ga met de vrijescholen in Duitsland, eerst dit bericht over ‘Natuurlijke Kraamzorg een feit’, in navolging van wat ik meldde op 23 juni in ‘Indoctrinatie’.
‘Op 18 juni werden de eerste Certificaten Natuurlijke Kraamzorg uitgereikt aan kraamverzorgenden die hier een jaar lang hard voor hebben gewerkt.

Veel ouders verlangden al lange tijd naar een meer natuurlijke aanpak en bejegening in hun kraambed, nu is er ook voor hen een passend aanbod. (zie www.natuurlijkekraamzorg.eu/aanbieders) Als eerste zet Yunio Kraamzorg in Utrecht en Gelderland het aanbod voor Natuurlijke Kraamzorg op haar website en biedt haar medewerkers deze scholing aan. Een cursist zegt: “Niet alleen heb ik veel dingen bijgeleerd over kruiden, warmtezorg, aanraking of omhulling, maar ook ben ik persoonlijk enorm gegroeid. Ik kan beter op mezelf in mijn werk reflecteren.”

Programma-eigenaar Maria Bom en kinderarts Edmond Schoorel vertellen verheugd te zijn over deze verrijking van het Kraamzorg aanbod.

De Opleiding Natuurlijke Kraamzorg 1 is een landelijke 1 jarige nascholing voor gediplomeerde kraamverzorgenden die verdieping zoeken in hun werk, affiniteit hebben met natuurlijke verzorging en de wens hebben persoonlijk te groeien. In de Opleiding Natuurlijke Kraamzorg staat de samenhang tussen lichaam, ziel en geest centraal. De Opleiding baseert zich op de antroposofische mensvisie. Zij biedt een evenwichtig aanbod van theorie, praktijk en kunstzinnige verwerking. Maandelijks komen cursisten een dag naar school waarna zij het geleerde gaan oefenen in hun eigen kraamzorggezinnen. Er wordt gewerkt met eigen leervragen en gegeven praktijkopdrachten. Onderwerpen zijn o.a.: conceptie, de 4 geboortes, ontwikkeling van tastzin en levenszin, rust en regelmaat, prikkels versus waarnemingen, voeding, aanvullende zorg bij borstvoeding, biografie.’
‘Die Novellierung des Ersatzschulfinanzierungsgesetzes wurde am 26. Juni vom Landtag in zweiter Lesung beschlossen, das Gesetz tritt rückwirkend zum 1. Januar 2013 in Kraft. Die hessischen Waldorfschulen begrüßen die Neuerungen.

Wie die Landesarbeitsgemeinschaft (LAG) der hessischen Waldorfschulen in einer Presse-Information mitteilte, bildet das neue Berechnungsverfahren ihrer Einschätzung nach die tatsächlichen, vollen Schulkosten so gut ab wie in keinem anderen Bundesland. Grundlage für die Novellierung sei die konstruktive Zusammenarbeit des Kultusministeriums mit der Arbeitsgemeinschaft der Schulen in freier Trägerschaft (AGFS) an einem Runden Tisch gewesen. Der Entwurf sieht vor, die Finanzhilfe für freie Schulträger schrittweise über zehn Jahre auf 85 Prozent aller staatlichen Schulkosten anzuheben. Die Förderschulen sollen 90 Prozent erhalten.

Das neue Berechnungsmodell erfasst erstmals die Schulkosten des Landes und der Kommunen nahezu vollständig. Das alte, aus dem Jahr 1972 stammende Berechnungsmodell hatte nicht alle Kosten abgebildet; zudem war die Unterfinanzierung durch verschieden hohe Beihilfen je nach Schulformen unterschiedlich stark. So deckten die Beihilfen bei vielen Förderschulen nur etwa die Hälfte der realen Kosten, während Grundschulen und Gymnasien eine Deckung von über 80 Prozent hatten. Das neue Modell gewährleistet, dass die bisher finanziell benachteiligten Förderschulen ab sofort eine deutliche bessere Finanzhilfe erhalten; ihre Steigerung ist mit jährlich vier Prozent doppelt so hoch wie die der anderen Schulformen. Für alle Schulformen ist die Besitzstandwahrung gesichert, eine Anpassung an die allgemeine Kostenentwicklung entsprechend der Beamtenbesoldung ist vorgesehen.’
Overschakelend op het Duits, kan ik ook dit bericht vanochtend op de Facebookpagina van ‹Das Goetheanum› melden, dat gaat over een landelijke conferentie van de Antroposofische Vereniging in Duitsland die vandaag is begonnen, ‘Wie wird der Geist wirksam?’
‘Die Anthroposophische Gesellschaft in Deutschland wagt diesen Sommer einen weiteren Schritt der Verwandlung. Nach dem Hereinholen der ‹Ätherforscher› in München, dem öffentlichen Kongress zum ‹Karma des Berufes› im Ruhrgebiet und der großen Tagung in Weimar zu Steiners 150. Geburtstag und dem nach innen Lauschen in Dornach geht es nun in die Hauptstadt, nach Berlin. Der Titel ‹Mittendrin› ist dabei Programm: Sowohl die zentrale Lage des Ortes als auch der Saal der kleinen Philharmonie ‹betonen› die Mitte. – Vom 27. bis 30. Juni tagen auf den Gebieten der Medizin, des geistigen Lebens und der Zivilgesellschaft offene Foren. Themen sind beispielsweise: ‹Die Grenze von Leben und Tod›, ‹Perspektiven der Organtransplantation› oder ‹die Meditationspraxis verschiedener Schulungswege›. Ein besonderes Augenmerk kommt auch der Kunst zu: Jobst Langhans (Tschechow-Studio Berlin) inszeniert Szenen aus Goethes Faust, Berliner Eurythmie wird durch verschiedene Ensembles sichtbar, musikalisch trägt der Kontrabass der Berliner Philharmoniker und das Stiania Trompeten-Trio etwas bei. Außerdem wird es Ausstellungen zur organischen Architektur wie von bildenden Künstlern geben. Am Samstag, 29. Juni findet auf dem Kulturforum neben der Philharmonie unter dem Motto ›Mittendrin› ein Aktionstag statt, der ein breites Spektrum anthroposophischer Initiativen an zahlreichen Ständen zeigen wird. Für alle spontan Entschlossenen gibt es also viele Möglichkeiten, dem Ereignis beizuwohnen. JG
Startseite
‘Die Anthroposophische Gesellschaft in Deutschland als lebendiger Initiativraum verstärkt das Gespräch mit Repräsentanten des allgemeinen Kulturlebens. Im Sommer 2013, vom 27. bis 30. Juni, wird dafür im Kammermusiksaal der Philharmonie Berlin eine einzigartige Gelegenheit geschaffen. Auf den Gebieten der Medizin, des geistigen Lebens und der Sozialgestalt des Gemeinwesens bilden sich Foren, in denen tiefere Dimensionen des Mensch-Seins ermittelt werden sollen.

Die Grenzen von Leben und Tod werden dabei ebenso befragt wie die Perspektiven der Organtransplantation. Die Meditationspraxis verschiedener Schulungswege eröffnet einen respektvollen Dialog und macht ihre aus inneren Erfahrungen gewonnenen Erlebnisse zugänglich. Gestalter neuer sozialer Vorhaben reflektieren ihre Beweggründe und Tätigkeitsfelder auf der Suche nach zukunftsfähigen Wegen.

Mit ihrer dialogischen Form lädt die Tagung zum aktiven Mitwirken ein. Die Teilnahme an den Vorträgen, Foren und Aufführungen ist offen, das heißt nicht an die Mitgliedschaft in der Anthroposophischen Gesellschaft gebunden. Die Mitgliederversammlung der Anthroposophischen Gesellschaft in Deutschland an den Nachmittagen ist deren Mitgliedern zugänglich.

Die Tagung schafft Möglichkeiten der Begegnung mit neuen geistigen Strömungen der Gegenwart. Einen besonderen Schwerpunkt des Programms bilden künstlerische Präsentationen. Goethes Faust, Eurythmie, Musik und Rezitation werden im Kammermusiksaal der Philharmonie eine prägende Rolle spielen, neben Ausstellungen von bildenden Künstlern und vielen weiteren Initiativen.

MitarbeiterInnen der anthroposophischen Einrichtungen in und um Berlin werden unter dem Motto ›Mittendrin‹ am Samstag, 29. Juni, auf dem Platz am Kulturforum direkt gegenüber des Kammermusiksaales ein breites Spektrum ihrer Tätigkeit mit zahlreichen Informationsständen zeigen und für Gespräche zur Verfügung stehen.

Alle Interessierten sind herzlich zu diesem lebendigen Ereignis eingeladen.

Für den Vorstand der Anthroposophischen Gesellschaft in Deutschland,
Hartwig Schiller’
‹Das Goetheanum› kwam vandaag op zijn Facebookpagina ook met ‘Kleinkindkongress am Goetheanum’:
‘Ergänzend zum Elternhaus gewinnt die institutionelle Begleitung von Kleinkindern an Bedeutung – eine eigene (Waldorf-)Pädagogik für Kinder bis drei Jahre wird entwickelt. Beim vierten Kleinkindkongress von 20. bis 23. Juni am Goetheanum standen die gesunde Entwicklung und Prävention im Mittelpunkt. Falls der Mensch vorgeburtlich bei seinem Weg durch die Planetensphären etwas ‹verschlafen› hat oder er ungünstige Umstände auf der Erde vorfindet, sucht die Kleinkindpädagogik nach Möglichkeiten des ‹Nachreifens›. Hier kommt den Erzieherinnen als ‹geistigen Eltern› eine wichtige Aufgabe zu. Auch bei vorliegenden Schwächen oder Störungen gilt es immer, das wahrzunehmen, was die Fähigkeiten und die momentanen Bedürfnisse des Kindes sind. Die Erzieherin wirkt vor allem durch ihr eigenes Menschsein, die Haltung ‹Ich bin für dich da› und ‹Du darfst dich hier entfalten› sowie durch das Schaffen eines ‹professionellen Zuhauses›. Die Selbsterziehung ist auch deshalb so bedeutend, weil das Kleinkind die Bezugsperson auf allen Ebenen ihres Verhaltens nachahmt. Spürt das Kind, dass es wahrgenommen wird, erwirbt es Selbstbestimmung und Beziehungsfähigkeit – anderenfalls wird es in seiner Entwicklung gehemmt. Jeder Gedanke wirkt unmittelbar, im Guten wie im Schlechten. Bei all dem gilt es, auf sich selbst zu achten, braucht doch der Umgang mit Kleinkind und Eltern Kraft. Ergebnisse der drei vorherigen Tagungen wurden dokumentiert in der Schrift ‹Die Würde des kleinen Kindes›, herausgegeben von Michaela Glöckler und Claudia Grah-Wittich (Bezug: Vereinigung der Waldorfkindergärten in Deutschland: info@waldorfkindergarten.de).

Gabriela Jüngel
Internationaler Kleinkinderkongress eröffnet
De Facebookpagina van ‘Rudolf Steiner: Schriften – Kritische Ausgabe. SKA’ meldde eergisteren ‘SKA-Neuigkeiten: Buchpreis und Erscheinungsdatum’:
‘Das Erscheinungsdatum der ersten Lieferung der SKA ist nochmals um ein paar Wochen verschoben worden (jetzt August 2013). Das hängt mit vertrieblichen Veränderungen zusammen, über die wir später berichten werden. Die gute Seite der Nachricht: es wird eine größere Auflage geben und der Preis hat sich wesentlich reduziert:
Einzeln: EUR 88,- (statt bisher 128,-)
Bei Gesamtabnahme: EUR 78,- (statt bisher 98,-)’
Op 9 en 24 april in ‘Kleuters’ en ‘Mededogen’ had ik het over de initiatiefnemer hiervan, Christian Clement. Gisteren liet hij op zijn Facebookpagina dit verbazingwekkende, maar zeer verheugende nieuws weten:
‘Wem die SKA bisher zu teuer war, kann aufatmen: die Edition wird jetzt von zwei Verlagen vertrieben und ist dadurch deutlich günstiger.

Verlagsanzeige [publishers advertizement]
Aktueller Stand: Juni 2013

Rudolf Steiner: Schriften. Kritische Ausgabe (SKA)
Herausgegeben von Christian Clement
bei frommann-holzboog, Stuttgart-Bad Cannstadt.
In Vertriebskooperation mit: Rudolf Steiner Verlag, Basel

“Dem Herausgeber Christian Clement ist zu danken, dass wir hinfort sehr viel tiefer und genauer der Steinerschen Denkform nahe kommen können, indem wir über die exakte Benennung seiner Quellen zu seinen wahren Intentionen herangeleitet werden. “
(Alois Maria Haas, Vorwort zu Band 5)

“Die vorliegende Kritische Ausgabe der Werke Rudolf Steiners (SKA) bietet nunmehr die Möglichkeit [...] etwas von dem Werdeprozess sichtbar zu machen, der zwischen der ersten Niederschrift [...] und der endgültigen Buchfassung innerhalb der Gesamtausgabe (GA) liegt.”
(Gerhard Wehr, Vorwort zu Band 7)

BAND 1: SCHRIFTEN ZUR GOETHE-DEUTUNG

– Einleitungen zu Goethes naturwissenschaftlichen Schriften
– Grundlinien einer Erkenntnistheorie der goetheschen Weltanschauung
ISBN 978 3 7728 2631 3.
http://www.frommann-holzboog.de/site/suche/detailansicht.php?wid=127000110

BAND 2: PHILOSOPHISCHE SCHRIFTEN

– Wahrheit und Wissenschaft
– Die Philosophie der Freiheit
ISBN 978 3 7728 2632 0.
http://www.frommann-holzboog.de/site/suche/detailansicht.php?wid=127000210

BAND 3: INTELLEKTUELLE BIOGRAPHIEN

– Friedrich Nietzsche
– Goethes Weltanschauung
ISBN 978 3 7728 2633 7.
http://www.frommann-holzboog.de/site/suche/detailansicht.php?wid=127000310

BAND 4: SCHRIFTEN ZUR GESCHICHTE DER PHILOSOPHIE

– Welt- und Lebensanschauungen im 19. Jahrhundert
– Die Rätsel der Philosophie
ISBN 978 3 7728 2634 4.
http://www.frommann-holzboog.de/site/suche/detailansicht.php?wid=127000410

BAND 5: SCHRIFTEN ÜBER MYSTIK, MYSTERIENWESEN UND RELIGIONSGESCHICHTE

– Die Mystik im Aufgange des neuzeitlichen Geisteslebens
– Das Christentum als mystische Tatsache
ISBN 978 3 7728 2635 1.
http://www.frommann-holzboog.de/site/suche/detailansicht.php?wid=127000510

BAND 6: SCHRIFTEN ZUR ANTHROPOLOGIE

– Theosophie
–  Anthroposophie. Ein Fragment
ISBN 978 3 7728 2636 8.
http://www.frommann-holzboog.de/site/suche/detailansicht.php?wid=127000610

BAND 7: SCHRIFTEN ZUR ERKENNTNISSCHULUNG

– Wie erlangt man Erkenntnisse der höheren Welten
– Die Stufen der höheren Erkenntnis
ISBN 978 3 7728 2637 5.
http://www.frommann-holzboog.de/site/suche/detailansicht.php?wid=127000710

BAND 8: SCHRIFTEN ZUR ANTHROPOGEGNESE UND KOSMOGENESE

– Aus der Akasha-Chronik
– Die Geheimwissenschaft im Umriss
ISBN 978 3 7728 2638 2.
http://www.frommann-holzboog.de/site/suche/detailansicht.php?wid=127000810

(Diese 8 Bände bringen die Schriften Steiners zwischen 1884 und 1910. Eine zweite Abteilung mit den Schriften von 1911 bis 1925 ist in Planung.)

CHARAKTER DER SKA:

Die kritische Edition ausgewählter Schriften Rudolf Steiners (1861–1925) bietet die Grundlagentexte der Anthroposophie, der wohl bedeutendsten esoterischen Bewegung des 20. Jahrhunderts, zum ersten Mal in textkritischer Ausgabe. Steiners zentrale Schriften zwischen 1884 und 1910 werden in ihrer Textentwicklung durch die verschiedenen Neubearbeitungen hindurch verfolgt, im Rahmen von Steiners intellektueller Biographie kontextualisiert und hinsichtlich ihrer Quellen und Bezüge umfassend transparent gemacht. So wird ein neuer Editionsstandard für das geschriebene Werk Steiners gesetzt, welcher der wissenschaftlichen Auseinandersetzung mit Anthroposophie eine unverzichtbare textuelle Grundlage schafft und mit Blick auf die Zukunft ein Fundament für eine künftige voll ausgewachsene historisch-kritische Ausgabe bilden kann.

[This critical edition of selected writings by Rudolf Steiner (1861–1925) features the foundational texts of anthroposophy, one of the most significant esoteric movements of the 20th century. It traces the essential writings of the controversial philosopher and esotericist in their textual development, contextualizes them within the framework of Steiner’s intellectual biography and makes them transparent with regard to their references and literary sources. In doing so, the edition sets a new editorial standard for Steiner’s writings and provides an indispensable academic tool for critical research in the field of anthroposophy. Furthermore, it provides a sound foundation for a fully-fledged critical edition in the future.]

1. Lieferung (SKA 5), August 2013:

BAND 5:

Schriften über Mystik, Mysterienwesen und Religionsgeschichte

Die Mystik im Aufgange des neuzeitlichen Geisteslebens und ihr Verhältnis zur modernen Weltanschauung (1901). Das Christentum als mystische Tatsache und die Mysterien des Altertums (1902). Herausgegeben und kommentiert von Christian Clement. Mit einem Vorwort von Alois Maria Haas. Ca. 520 S.

Innerhalb der intellektuellen Entwicklung Steiners nehmen ›Die Mystik‹ und ›Das Christentum‹ eine zentrale Stellung ein. Sie dokumentieren den Übergang des Philosophen Steiner zum Mystiker und Esoteriker und stehen somit im Brennpunkt aktueller Forschungskontroversen, etwa um die Kontinuität von Steiners intellektueller Entwicklung, um die »Christlichkeit« der Anthroposophie oder um die Abhängigkeit Steiners von der angloindischen Theosophie. Der fünfte Band der Reihe erschließt diese für das Verständnis und die Bewertung der Anthroposophie unentbehrlichen Schriften zum ersten Mal in kritischer Edition.

[Rudolf Steiner’s monographs on ›Mysticism‹ and ›Christianity‹ mark a crucial phase in the genesis of anthroposophy; they document his transformation from philosopher and philologist into the mystic and esotericist of later years. Consequently, these texts are at the heart of ongoing academic controversy about the consistency of Steiner’s intellectual development and his relationship to Anglo-Indian Theosophy and traditional Christianity. The fifth volume presents these foundational texts of Anthroposophy for the first time in critical edition, thus providing a much needed textual basis for the discourse about Steiner and the validity and significance of his work.]

Aus der Einleitung zu Band 5:

Die Anthroposophie Rudolf Steiners (1861–1925) hat eine tiefgehende und globale Wirkung auf das geistige und gesellschaftliche Leben des 20. Jahrhunderts gehabt und übt diese auch weiterhin aus. In vielfältigen Praxisfeldern wie Waldorfpädagogik, biologisch-dynamischer Landwirtschaft, Christengemeinschaft oder anthroposophischer Medizin werden Steiners Ideen heute auf allen fünf Kontinenten praktiziert und sein Name ist einer breiten Öffentlichkeit ein Begriff. Auch als Philosoph und Goethe-Interpret hat Steiner sich einen, wenn auch nicht unumstrittenen Namen gemacht, und als Esoteriker und spiritueller Lehrer hat er, nach dem Klappentext der bisher um fassendsten kritischen Gesamtdarstellung anthroposophischer Theorie und Praxis, die »wichtigste esoterische Gemeinschaft der europäischen Geschichte« ins Leben gerufen.

Obwohl aber Anthroposophie im kulturellen, intellektuellen und spirituellen Leben der Gegenwart unzweifelhaft eine bedeutsame Rolle spielt, steht der Forschung bisher keine wissenschaftlich-kritische Ausgabe ihrer theoretischen Grundlagentexte zur Verfügung. [...] Diesem Umstand wird durch die mit dem vorliegenden Band anhebende »Kritische Ausgabe« (SKA) abgeholfen. Indem der kritische Apparat eines jeden Bandes sämtliche in den verschiedenen Neuauflagen auftauchenden inhaltlichen und orthographischen Textänderungen dokumentiert, lässt sich die Entwicklung von Steiners Denken und Sprachstil nicht nur durch die Folge seiner verschiedenen Veröffentlichungen, sondern auch durch die Entwicklungsstadien einer jeden Einzelschrift detailliert nachvollziehen. Ausführliche Einleitungen und ein Stellenkommentar kontextualisieren die jeweiligen Schriften im Rahmen von Steiners Gesamtwerk und geben durch vollständige Dokumentation sämtlicher Fremdzitate im Originalwortlaut Einblick in Steiners Quellen und Zitierpraxis. [...]

So wird ein neuer Editionsstandard gesetzt, an dem sich die künftige Anthroposophieforschung zu orientieren haben wird.”

[From the introduction to vol. 5:

Rudolf Steiner’s (1861-1925) Anthroposophy has had a deep and far reaching influence on the intellectual and social life of the 20th century, and continues to do so today. In many practical fields such as Waldorf schooling, biological-dynamical farming, Christian Community or Anthroposophical medicine Steiner’s ideas are put into practice on all five continents and his name is known to a broad audience. Steiner has also made himself a name as a philosopher and Goethe interpreter. Furthermore, as an esotericist and spiritual teacher he founded, according to a recent critical study, »the most important esoteric community in the history of Europe« (Zander, 2007).

Despite such measurable impact on the cultural, intellectual and spiritual life of modernity, Steiner’s writings have until now not been available in a modern critical edition. The existing complete edition (»Gesamtausgabe« or GA), published in Dornach, offers almost all of Steiner’s monographs and lectures , but claims to be »a mere reading edition (Leseausgabe) and not a critical edition« (GA 05:200). This is evident, firstly, in the fact that the Dornach edition ignores the various textual variants that exist, secondly in the selective and one-dimensional nature of its commentaries and annotations and, thirdly, in its lack of critical contextualization. This lack of academic rigor in the GA is most deplorable in light of the fact that Steiner revised all of his major monographs several time. Consequently, the history of his texts provide interesting insights into his intellectual development. The existing editions do not document these textual variants and thus create the illusion of authoritative doctrinal texts, while the textual history reveals a form of thought that is ever changing and revising itself. 
Up to now, students of anthroposophy interested in these textual developments had to work with up to nine different (and sometimes hard to get to) editions of Steiner’s books. This will change with the new Critical Edition (»Kritische Ausgabe« or SKA) as each volume will provide a critical apparatus that documents all textual variants. Extensive introductions and detailled commentaries and annotations contextualize Steiner’s texts within his intellectual development und provide a complete documentation of Steiner’s literary sources. Thus a new editorial standard is set forth which will inform any further research in the field of Anthroposophy. [...]

Section I of the Critical Edition is designed as an eight volume edition, containing all major writings of Steiner between 1884 and 1910. It thus presents those text which document the genesis of Anthroposophy from its earliest beginnings in Steiner’s Goethe studies to the first complete and systematic presentation of the anthroposophical world view in »Die Geheimwissenschaft im Unriss« in 1910. Thematically related texts are published in one volume in order to facilitate an intertextual and thematic approach to the texts.

A second section featuring the writings from 1911 to 1925 is in planning.’
Tot slot vandaag dit bericht van Wolfgang G. Vögele dat afgelopen maandag, op de dag van het Sint-Jansfeest, werd geplaatst op News Network Anthroposophy Limited (NNA), Wurde Steiners Lebensweg aus geistiger Sicht dargestellt oder instrumentalisiert? Geteilte Resonanz über die dreibändige Lebens- und Werkgeschichte Rudolf Steiners’:
‘Der bekannte Autor Peter Selg hat – im Nachgang zum Jubiliäum des 150.Geburtstags von Rudolf Steiner – jetzt auch eine Biographie des Begründers der Anthroposophie veröffentlicht. Es ist ein echtes “Opus magnum” – drei Bände mit rund 2000 Seiten. Auch neue Dokumente sind dabei, die die letzten Lebensmonate erhellen. Verschiedene Autoren anthroposophischer Medien haben sich ausführlich mit diesem Werk befasst, mit geteilter Resonanz. NNA-Korrespondent Wolfgang G. Vögele berichtet.

Als wenig zeitgemäß bewertet Ramon Brüll die neue Steiner-Biographie. Sein Artikel in der Märzausgabe der Zeitschrift “Info3” trägt die Überschrift “Steiner auf der Siegessäule”. Brüll ist der Auffassung, Selg bemühe sich in der Biographie um die Restauration eines Heiligenbildes: “Der Doktor steht wieder dort, wo er hingehört – auf seinem Sockel.”

Diejenigen Anthroposophen, für die Steiner immer schon unfehlbar, seine Arbeit widerspruchs- und sein Leben tadellos gewesen sei, würden über das Erscheinen der drei Bände jubeln, meint Brüll. Im Kulturleben, im Wissenschaftsbetrieb, in den Feuilletons der ernstzunehmenden Medien sei aber heute (wie schon im vorigen Jahrhundert) kein Platz für einen Heiligen, und wenn einer als solcher vorgeführt werde, erscheine er schlicht unglaubwürdig. Mit der Veröffentlichung seiner “Lebens- und Werkgeschichte”, so der Untertitel, disqualifiziere sich Selg als Wissenschaftler. Was noch schlimmer sei – die Biographie schade der Akzeptanz Rudolf Steiners in der Öffentlichkeit.

Ob es um die Ambivalenz Steiners zum Judentum gehe oder auch die Aussagen Steiners, die aus heutiger Sicht andere Ethnien diskriminieren: Nicht einmal als Fragestellung habe sich Selg dieser Themen angenommen. So habe der Autor jede Klippe elegant umschifft, die das idealisierte Steinerbild, oder, wie er es nennt, die “innere Kontinuität einer unvergleichlichen Lebensarbeit” ankratzen könnte. Dazu passe auch, dass die “rätselhafte Verehelichung Rudolf Steiners mit seiner Hauswirtin Anna Eunike ebenso wenig auffindbar” sei wie die Entfremdung der beiden voneinander, als Steiner sich mit theosophischen Kreisen und insbesondere mit Marie von Sivers verbunden habe.

Aber auch methodologische Fehler sieht der Rezensent in der Biographie: “Ein Personenregister fehlt. Das Inhaltsverzeichnis ist extrem grobmaschig und wenig hilfreich, wenn die Leser konkreten Fragestellungen nachgehen wollen”. Anstelle des Literaturverzeichnisses finde sich nur eine Auflistung der Bände der Rudolf Steiner Gesamtausgabe. Damit erfülle das Werk nicht einmal formal wissenschaftliche Kriterien und bleibe sehr weit hinter dem Stand der Diskussion über die Bedeutung des Gründers der Anthroposophie zurück. Selg – so Brüll abschließend – habe mit der Biographie keinen Beitrag “für die Zukunft der anthroposophischen Bewegung” geleistet, sondern dieser eher einen “Bärendienst” erwiesen.

Lob für Selgs “Opus magnum” kommt dagegen von Lorenzo Ravagli. In seinem “anthroblog” (März 2013) ist er sich mit Selg einig, dass es höchste Zeit gewesen sei, den “deformierten” Bildern von Rudolf Steiner, wie sie die Biographen Prof. Helmut Zander, Prof. Heiner Ulrich und Marion Gebhardt anlässlich des Steiner-Jubiläumsjahrs bei renommierten Verlagen herausgebracht hatten, etwas entgegenzusetzen, nämlich eine “geistgemäße” Lebens- und Werkgeschichte.

Gegen den Biographen Zander fährt Ravagli bei dieser Gelegenheit wieder schweres rhetorisches Geschütz auf, indem er seine Arbeit als “pseudohistoriographisches Machwerk”, oder “Abgrund der Unphilosophie” bezeichnet. Die “Inhaltsleere” seiner Biographie habe Zander durch “Kolportage und Skandalisierung” verschleiert. Ravagli sieht hier eine heilende Wirkung gegenüber der “Pathologie” Zanders, die Selg durch die subtile Wahrnehmung von Rudolf Steiner erziele.

Steiners Lebenwerk sei ein Kampf gegen die alten Mächte der Finsternis gewesen, die die Auslöschung seiner christozentrischen Bewegung beabsichtigten. Ravagli spricht von einer “unheiligen Allianz” kirchlicher, völkischer und linker Kreise gegen diejenige Strömung, die den Untergang des Abendlandes “hätte verhindern können”. Äußerlich hätten die Gegenmächte eine Zeitlang gesiegt, sie seien aber noch immer aktiv. Dem setzt Ravalgli einen beschwörenden Schluss gegenüber: Steiners Leben dauere fort “bis ans Ende der Zeiten”, weil es aus der Kraft des Auferstandenen lebe, “uns allen zum Vorbild und Ansporn”.

Franz-Jürgen Römmeler bespricht in der Zeitschrift “Europäer” vom März 2013, S. 26 ff die Biographie. Für Römmeler pendelt sie “zwischen Glanzlichtern (...) und stark interpretationsbedürftigen Passagen”. Selgs Werk besteche nicht durch Tiefe, sondern durch “schiere Breite”. Es sei eine Spezialität Selgs, “seitenlange Zitate unterschiedlicher Autoren zu verknüpfen”. Befremdlich findet der Rezensent, dass Selg zur Charakterisierung der Lage Mitteleuropas ausgerechnet Autoren zitiere, die ausgewiesene Kommunisten oder am “rechten Rand des politischen Spektrums” angesiedelt seien wie Eric Hobsbawn und Klaus Hornung.

Ganz im Sinne des thematischen Schwerpunktes vieler Artikel im “Europäer” handelt Römmeler Selgs Kapitel zum ersten Weltkrieg ausführlich ab. Hier berufe sich Selg auf zweifelhafte Quellen, schreibt er. So habe er z.B. wichtige Zitate aus den Studien von “Europäer”-Autor Thomas Meyer zu Hellmuth von Moltke unterschlagen. Selg habe versäumt, die Drahtzieher des 1. Weltkriegs deutlich zu benennen, wie dies Steiner in den “Zeitgeschichtlichen Betrachtungen” getan habe: die anglo-amerikanischen Geheimgesellschaften.

Immer wieder greife Selg “das Verhalten der Mitglieder” zu Steiner auf. Damit deutet Römmeler auf die “innere Gegnerschaft” hin, die bis heute auch im “Europäer” gern und oft als aktuelle Gefahr thematisiert wird. Römmeler wundert sich, warum vor dem Hintergrund dieses Anspruchs der weitere Gang der Dinge bezüglich Steiners Werk nach 1925 ausgeblendet bleibe. Offen bleibe auch die Frage, ob eine blosse Zitatenfolge solch hohen Ansprüchen gerecht werden könne. Selg bringe nichts genuin Neues, stattdessen zahllose Zitate Dritter. Römmeler bemängelt auch die lieblose Buchgestaltung: gewöhnungsbedürftiges Layout, fehlende Gliederung, keine Untertitel, kein Orts-, Sach- und Namensverzeichnis, keine Zeittafel und verwirrende Fußnoten. Das alles erschwere den Lesefluss und vermutlich auch den Verkauf eines immerhin 210 Franken teueren Werkes.

Wolf Ulrich Klünker bezeichnet seine Besprechung in der Wochenschrift “Das Goetheanum” (Nr. 11/16.3.2013) ausdrücklich nicht als “Rezension”, weil es sich bei Selgs Werk um den “Versuch eines Monuments” handele. Aufgabe eines Monuments sei es, zur Empfindung zu sprechen, deshalb gehe es ihm darum, auch nur seine ästhetischen Eindrücke wiederzugeben.

Sehr kritisch fragt Klünker: “Kann man einer Individualität gerecht werden, indem man ihre spirituellen und menschlichen Superlative von damals aufzählt und unterstreicht?” Denn auch ein Steiner sei nicht über Irrungen und Scheitern erhaben gewesen. Schuld daran seien aber nicht nur – wie Selg es darstelle – eine feindliche Umwelt und unverständige Mitarbeiter gewesen. Weiter fragt sich Klünker: Besteht nicht die Gefahr, den “gegenwärtigen Steiner auf seine damalige Vergangenheit karmisch zu fixieren und damit ihm und der Anthroposophie die Zukunft zu verbauen?”

Klünker kritisiert neben formalen Äußerlichkeiten wie die Art des Drucks die häufige “Aneinanderreihung und Verschachtelung von Zitaten”, deren Länge teilweise mehrere Seiten umfasse. In dieser “Formlosigkeit” komme das gestaltende Ich des Autors wenig zur Geltung. Insgesamt sei die Biographie von Selgs Intention beherrscht, dem Leser seine Begeisterung für Steiner aufzuzwingen. Von dieser Tendenz und dem damit verbundenen hohen moralischen Anspruch werde der Leser gleichsam erdrückt.

An den fehlenden Registern stört sich Küncker weniger. Diktion und Thematik dürfe man sich nicht “von den Gegnern vorschreiben lassen”. Klüncker sieht bei Selg – wie auch Brüll – eine Neigung zum Verschleiern. Etwa, indem er die Problematik von Steiners erster Ehe hinter der spirituellen Bedeutung von Anna Eunikes erstem Ehemann “verstecke.” Farblos bleibe auch der Heilpädagogische Kurs, dessen Wurzeln (Steiners Beziehung zu Pauline und Otto Specht) man deutlicher hätte herausarbeiten können. Stattdessen habe Selg überflüssigerweise einen ganzen Pfingstvortrag Steiners abgedruckt.

Positiv empfindet Klüncker die Darstellung der letzten Lebensmonate Steiners, in denen Selg auch bisher unbekannte Dokumente heranziehe. Hier werde Geistiges menschlich sichtbar. An dieser Stelle dränge sich die Frage auf, wie es heute “in einem neuen menschlichen und geistigen Ansatz weitergehen” könne.

Günter Röschert hat Selgs Biographie in “Die Drei” rezensiert. (Juni 2013) Auch ihm fallen zunächst formale Mängel des Werks auf: fehlende Untergliederungen und Zwischen-überschriften, das sich auf GA-Bände beschränkende Literaturverzeichnis und das fehlende Personen- und Sachregister.

Röschert sieht den gedanklichen Hintergrund von Selgs Biographie in dessen Aktivitäten im Rahmen der anthroposophischen Gesellschaft. Seit etwa zehn Jahren kritisiere er die aktuellen Arbeitsverhältnisse in der Gesellschaft als Versagen gegenüber den Intentionen Steiners. Diese Argumentation setze er in der vorliegenden Werksgeschichte in gesteigertem Maß fort. Nicht zufällig ewähne er mehrmals Schillers “Malteser”-Fragment, in dem der Chor der älteren Ritter an die Ursprünge des Ordens erinnert und so eine Einigung der streitenden Parteien herbeiführt. Selg sehe sich selbst offenbar in einer ähnlichen Rolle. Vieles sei nur Behauptung ohne Textgrundlage, die eigentlichen Probleme in Steiners Biographie würden überspielt.

Ein inhaltlicher Bruch in der Christusfrage habe Selg zufolge nie vorgelegen. Röschert ist der Meinung, dass Selg “durch die Methode des Glättens, Beschönigens und Verschweigens [...] gegen Wahrheit und Tatsächlichkeit in biographischer Hinsicht verstoßen hat.” (S. 71) Mit den christentumsfeindlichen Äußerungen Steiners komme Selg “nicht zurecht”.

Er folge “bei Steiner einem Leitbild linearer Entwicklung des ‚Eingeweihten’”. Röschert verweist auf den Christenverfolger Paulus und dessen Bekehrungserlebnis. “Wer versucht, einer grenzenlosen Devotionshaltung zuliebe das Negative in Steiners Leben und Werk auszudünnen, entfernt Steiners Leben aus der Wirklichkeit.” (S. 71) Zustimmen kann Röschert dem Schluss des Werks mit der “zu Herzen gehenden Schilderung der letzten Lebensmonate Rudolf Steiners. Hier übertrifft Selg in der Dichte der Darstellung Christoph Lindenbergs zweibändige Biographie von 1997.” (S. 72)

Doch Röscherts Fazit ist ernüchternd: Selgs Werk sei “nicht Ergebnis subjektiver/objektiver historiographischer Forschung, sondern ein Werk der Agitation: “Die drei Bände bedeuten einen einzigen Appell, mit der Verwirklichung der Anthroposophie neu zu beginnen.” Röschert konzediert zwar, dass die Situation der heutigen Anthroposophischen Gesellschaft nicht den weitgespannten Erwartungen Steiners entspreche, wirft aber die Frage auf, ob Selgs “Aufruf im Gewande einer Biographie Steiners” von den Verhältnissen her gerechtfertigt sei. Darf man den Lebensweg Steiners instrumentalisieren zur Durchsetzung gesellschaftsinterner Restaurierungsbestrebungen?

Zusammenfassend kann festgehalten werden, dass Selgs Werk nicht den Diskurs mit Steiner-Kritikern sucht, sondern sich ausdrücklich an Insider wendet. In der Öffentlichkeit dürfte das Werk schon deshalb kaum rezipiert werden, weil es bewusst vom wissenschaftlichen Standard abweicht und mühsam zu lesen ist. Externe Kritiker werden sich durch Selgs Werk in ihrer These bestätigt fühlen, nach der Anthroposophie keine Wissenschaft, sondern eine Ersatzreligion ist.

Literaturhinweis: Peter Selg: Rudolf Steiner 1861-1925. Lebens-und Werkgeschichte. 3 Bände. 2148 Seiten, 220 Abbildungen. Arlesheim: Verlag des Ita Wegman Instituts, 2012. CHF 210.-; EUR 169.- Jeder Band auch einzeln erhältlich.’

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)