Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

donderdag 28 november 2013

Commissaris

Het wordt misschien steeds raadselachtiger wat en waar dit is. Hoewel ik vanochtend al een mailtje ontving met de juiste oplossing, waarmee we die meteen tot winnaar kunnen uitroepen: ‘als je van landschappen overgaat op hedendaagse architectuur is het een eitje: Edinburgh!’

De website ‘Parlement & Politiek’ meldt vandaag ‘Oud-Commissaris in Drenthe en Oud-PvdA-Kamerlid Tineke Schilthuis overleden’:
‘In Zeist is dinsdag op 92-jarige leeftijd Tineke Schitlhuis overleden. Zij was in 1974 de eerste vrouwelijke commissaris van de Koningin (in Drenthe). Daarvoor was zij ruim tien jaar Tweede Kamerlid voor de PvdA.

Mevrouw Schilthuis, dochter van een waterstaatkundige ingenieur, begon haar loopbaan als waterstaatsjuriste. In de Tweede Kamer, waarvan zij in 1956-1967 deel uitmaakte, sprak zij geregeld over dat onderwerp, evenals over justitie en landbouw. Toen de progressieven in 1971 een alternatief kabinet presenteerden, was zij daarin één van de weinige vrouwen.

In Drenthe was zij acht jaar commissaris. In die periode vond de bezetting van het provinciehuis in Assen door Zuid-Molukkers plaats. Daarna was Tineke Schilthuis bijna zes jaar staatsraad. Verder vervulde zij diverse bestuursfuncties in de PvdA, was zij raadslid in Den Haag en was zij actief op onder meer het gebied van de natuurbescherming.

Bron: NRC Handelsblad en biografisch archief PDC
Meer over... A.P. (Tineke) Schilthuis
Achter die link blijkt waarom ik dit nieuws ook hier vind thuishoren. Er wordt onder meer vermeld, bij ‘niet-kerkelijke levensbeschouwing: antroposofie’, bij ‘lager onderwijs: bijzonder-neutrale “Vrije School” te ’s-Gravenhage’. En bij ‘nevenfuncties’ vinden we onder veel meer:
‘voorzitter SKAL (Stichting Keur Alternatief Voortgebrachte Landbouwprodukten), van 1987 tot 1991

lid Raad van Commissarissen “Triodos Bank”, omstreeks augustus 1987

lid bestuur Stichting Schilthuis-Fonds, omstreeks augustus 1987

lid bestuur Nederlandse Vereniging ter bevordering van biologisch-dynamische Landbouwmethode, omstreeks augustus 1987

voorzitter “Rudolf Steiner Stichting”, van 1989 tot 1997

secretaris Stichting Antroposofisch Onderwijs, vanaf 1997

secretaris Stichting Antroposofische Ouderenzorg, van 1997 tot 2001’
Inderdaad, haar zus was Willy Schilthuis, pionier van de biologisch-dynamische landbouw in Nederland. Lees bijvoorbeeld ‘Bio in Rio’ op 12 augustus 2012 en ‘Humus’ op 18 maart 2011. Wikipedia schrijft over haar:
‘Albertine Petronella “Tineke” Schilthuis (Den Haag, 29 juni 1921) was commissaris van de Koningin in Drenthe.

Schilthuis studeerde rechten in Groningen en was vervolgens werkzaam op de gemeentesecretarie in Leiden (1948-1952). Ze was secretaris van de Raad van Waterstaat (1952-1956) en werd voor de PvdA lid van de Tweede Kamer (1956-1967). Van 1969-1971 was ze secretaris van de partij. In 1970 ging ze de gemeentelijke politiek in en werd lid van de gemeenteraad in Den Haag (-1974) om daarna de eerste vrouwelijke commissaris van de Koningin te worden.

Tijdens haar periode als commissaris in Drenthe (1974-1982) speelden onder andere de Molukse kwesties: de treinkaping bij Wijster (1975), de treinkaping bij De Punt (1977) en de gijzeling van een school in Bovensmilde (1977). Bij de gijzeling op het provinciehuis in Assen (1978), was ze het doelwit van de gijzelnemers om haar te kunnen inruilen tegen gevangengenomen Molukkers. Ze wist echter door een raam aan de gijzeling te ontkomen. In 1982 werd Schilthuis als commissaris opgevolgd door Ad Oele. Ze werd zelf lid van de Raad van State (1982-1988).

Mr. Schilthuis werd een aantal keren onderscheiden; Ze werd benoemd tot ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw (1967) en commandeur in de Orde van Oranje-Nassau (1981).’
Nog op 23 april van dit jaar twitterde politiek redacteur van Trouw Hans Goslinga over haar, naar aanleiding van een opmerking dat er nauwelijks vrouwelijke Commisarissen van de Koningin (Koning moeten we tegenwoordig natuurlijk zeggen) waren geweest:
‘Tineke Schilthuis mocht destijds van de Ouwe Gaay CdK Drente worden, want “daar gebeurde toch niets”. Ze tackelde 4 gijzelingen.’
Waarschijnlijk was het dezelfde Hans Goslinga die op 30 oktober 2001 in de rubriek ‘de haagse kier’ in Trouw over haar schreef:
‘Toen minister van binnenlandse zaken De Gaay Fortman in 1974 Tineke Schilthuis in Drenthe wilde benoemen, vroeg een van zijn adviseurs zich hardop of dat wel kon. Stel dat er openbare-ordeproblemen zouden komen. De ouwe Gaay veegde de bezwaren van tafel met de historische woorden: “Ach, in Drenthe gebeurt niet zoveel”.’
Op de website ‘Het Geheugen van Nederland’ is een ‘Portretfoto van Tineke Schilthuis’ te vinden ‘Uit 1975-2001: Foto-opdrachten Nederlandse geschiedenis van het Rijksmuseum’, door ‘Fotograaf: Taco Anema’. Dit staat er als bijschrift:
‘Tineke Schilthuis (1921) is thuis geportretteerd bij een foto van Jan Bommer. Toen zij beiden lid waren van de Tweede Kamer vatten zij liefde voor elkaar op. Bommer kon niet met haar trouwen, want hij leefde gescheiden van tafel en bed. Dit was voor beiden een reden om de Kamer te verlaten.’
In de ‘Encyclopedie Drenthe’ was dit over haar te lezen, ‘Schilthuis, Albertine Petronella (Tineke)’:
‘(Den Haag 1921) Commissaris van de Koningin in Drenthe 1974-1982.

Was afkomstig uit een Groningse familie van ingenieurs en juristen die betrokken waren bij de waterstaat. In 1952 werd zij ook zelf op dat terrein actief, als secretaris van de Raad van de Waterstaat. Van 1956 tot 1967 was zij lid van de Tweede Kamer voor de PvdA. In 1974 werd ze de eerste vrouwelijke Commissaris der Koningin. In die functie beleefde zij spannende dagen tijdens de gijzelingsacties van de Molukkers bij Wijster, Bovensmilde, in het provinciehuis te Assen en bij De Punt (zie: »Kapingen). In de Bestuurscommissie Noorden des lands had zij een bemiddelende rol tussen haar ambtgenoten Wiegel en Vonhoff. Na haar commissariaat werd zij lid van de Raad van State. Zij werd gekenschetst als een “rasbestuurder”.’
Die kapingen waren werkelijk bijzonder dramatisch, zoals hier op Wikipedia te lezen in ‘Gijzeling provinciehuis Assen’:
‘De gijzeling in het provinciehuis te Assen begon op 13 maart 1978. In de ochtend van 13 maart 1978 vielen om kwart over tien drie Zuid-Molukkers het provinciehuis van Drenthe in Assen binnen. Enkele aanwezigen, waaronder de Commissaris van de Koningin Tineke Schilthuis, wisten zich te redden door naar buiten te springen. In totaal werden 16 vrouwen en 55 mannen gegijzeld door drie militanten. Iedereen werd verzameld op de eerste verdieping waar een Zuid-Molukse vlag voor de ramen werd opgehangen.

De gijzelnemers stelden de volgende eisen:
– Vrijlating van 21 Zuid-Molukse gevangenen die gearresteerd zijn na eerdere acties in Nederland
– Een bus, vrije aftocht per vliegtuig met een aantal gijzelaars, bestemming onbekend
Als ultimatum werd dinsdag 14 maart, 14:00 uur gesteld

Dat het de militanten ernst was, bleek uit het feit dat de planoloog Ko de Groot een uur na het begin van de gijzeling voor een raam werd gezet en doorzeefd. Bovendien werd een passerende fotograaf in zijn buik geschoten door de gijzelnemers en een ambulance beschoten. Uit alles bleek dat de Molukkers bereid waren meer gijzelaars te doden waardoor ingrijpen noodzakelijk was. Net als bij eerdere acties van Zuid-Molukkers werd de Bijzondere Bijstands Eenheid (BBE; toen ook bekend onder de naam: Close Combat Unit) ingeschakeld om deze taak uit te voeren.

Verloop van de actie door de BBE

Kort na het verstrijken van het ultimatum van 14:00 viel de BBE om 14:34 met enkele pelotons het gebouw binnen. Na een vuurgevecht gaven de gijzelnemers zich over. Het bleek dat de BBE net op tijd was met hun actie; de militanten stonden op het punt om twee leden van de Gedeputeerde Staten (CDA’er Jakob Trip en PvdA’er Daniël Huizinga) te executeren en daarna elke 30 minuten een andere gijzelaar.

Waarschijnlijk had de BBE zich de nacht van tevoren al via de kelder toegang verworven tot het provinciehuis. Die plaats was mogelijk ook een van de startplaatsen voor de bevrijdingsactie van de mariniers. Tijdens de bevrijdingsactie raakte Trip gewond, hij overleed enkele weken later aan die verwondingen. Drie maanden later werden de drie gijzelnemers ieder tot een celstraf van 15 jaar veroordeeld.

Zie ook:
Gijzeling lagere school in Bovensmilde
Gijzelingspoging Juliana
Treinkaping bij De Punt
Treinkaping bij Wijster
Slechts drie jaar geleden, in 2010, had ‘Abu Melle’ een het interview met haar, dat op zijn website te vinden is. Over zijn naam schrijft hij:
‘Abu Melle (ابؤ ملله arabisch voor “de vader van Melle”) is de zakelijke dekmantel van freelance journalist Anthon Keuchenius (1964), politiek geograaf (UvA 1994) en gespecialiseerd in de Arabische en islamitische wereld (ofwel M.O/ Noord-Afrika).’
Wij kennen die freelance journalist Anthon Keuchenius goed, want hij is ook de man achter Nieuwspost Heuvelrug, waar wij dankbaar gebruik maken om op de hoogte te blijven van het wel een wee in Driebergen en omstreken, en dan met name van Antropia op Landgoed de Reehorst. In ‘Vrouw tussen de mannen’ van 14 december 2010 liet hij Tineke Schilthuis aan het woord over haar leven:
‘Vrouwelijke Uitblinkers senior zijn niet eenvoudig te vinden, waarschijnlijk omdat vrouwen vroeger niet geacht werden uit te blinken. Het bestuurlijk talent van Tineke Schilthuis (1921) ging echter niet verloren. Schilthuis werd een van de eerste politica, de allereerste Commissaris der Koningin en daarmee een boegbeeld van de vrouwenbeweging. “Ik vond dat niet moeilijk. Ik deed dat gewoon en grinnikte erom.”

Talent

Ik heb geen speciaal talent, wel een goed verstand. Dat uit zich in een goed analytisch vermogen, plus het vermogen te beslissen, zonder eigenbelang. Of te zien dat een eerdere beslissing niet deugt en dan te besluiten daar weg van te gaan. Als iets niet klopt, juridisch gezien, dan zal ik dat zeggen en vervolgens oplossen. Ik laat het daar nooit bij zitten.

Ik was een redelijk bijdehand kind. We verhuisden veel, mijn vader was ingenieur en werd voortdurend overgeplaatst. Gedurende de plannenmakerij woonden we dan in Den Haag, daarna kwam de uitwerking en verhuisden we richting Wieringermeer, of nabij de Zuiderzeewerken. Ik weet nog: als we met mijn vader in de directieboot voeren, wilde ik van alles het naadje van de kous weten. Ik was alert, leergierig. Men vond me een slim kind, maar verder niets, voorzover ik weet. Niet dat ik later hoge ogen zou gooien. Daar werd, tenminste in mijn bijzijn, niet over gepraat.

Terug in Den Haag gingen we naar de Vrije School, de eerste van Nederland. Aanvankelijk vond ik het vreemd de dag te beginnen met het hardop uitspreken van een spreuk. Uiteindelijk zijn we echt gelukkig geweest op die school. De docenten hadden een reusachtige toewijding. We begonnen al vroeg met vreemde talen. Ik kende de Kabbala, de zonen van Odin. Ik had boeken in de kast staan die geen gewoon kind had staan. Ik heb ze nog steeds. Kan nog steeds die verzen opzeggen.

Toen werd mijn vader weer eens overgeplaatst, ditmaal naar Bergen. Daar was geen Vrije School, bovendien vonden mijn ouders dat ik te slim was, te leergierig. Ik kreeg een aantal maanden bijles, om in Alkmaar op het Gymnasium terecht te kunnen. De man die me bijles gaf was nogal neerbuigend over de Vrije School. Dat wilde ik niet horen, dus snoerde ik hem de mond.

Toeval

Het was logisch dat ik rechten ging studeren. Natuurlijk was er ook invloed van mijn ouders, maar die logische systemen boeiden me. Rechten, dat systeem paste goed in elkaar. Ik woon nu in een appartementencomplex, gerund door een vereniging van eigenaren. Die stukken spit ik ook door, hoe het juridisch in elkaar zit, of het klopt. En als het niet klopt trek ik aan de bel.

Nee, van toeval is weinig sprake. Ik had belangstelling voor juridische zaken, werd aangetrokken door de systematiek, door de redenering erachter. Via een kennis van mijn moeder kwam ik eerst bij de gemeente Leiden terecht. Vier jaar later vroegen ze me als secretaris van de Raad van Waterstaat, waarschijnlijk omdat een oom van mij daarover een boek had geschreven. Daarbij kwam dat ik er geschikt voor was, als jurist met kennis van waterschapsrecht. Blijkbaar hadden ze me nodig.

Nog eens vier jaar later werd ik lid van de Tweede Kamer. Ik had me nooit geafficheerd als politicus, maar was na de bevrijding wel onmiddellijk lid geworden van de Partij van de Arbeid. De voorzitter van de vrouwenbond vroeg me te solliciteren naar een Kamerzetel, zij vond dat er meer vrouwen in de kamer moesten en kennelijk vond ze me daarvoor geschikt. Ik dacht: dat lijkt me wel wat. Dat lijkt me interessant. Ik was een van de jongere Kamerleden en een van de weinige vrouwen in de Tweede Kamer.

Elf jaar ben ik kamerlid geweest. Mijn ellebogen heb ik er niet nodig gehad. Het werd niet heel goed betaald, kamerlid. Je kon er eigenlijk maar net van bestaan, de meesten deden er nog iets naast, of ze hadden een boerderij, of een zaak. Ik kreeg wel voor het eerst toestemming een eigen woning te huren. Tot dan had ik op kamers gewoond, door de woningnood kregen vrijgezellen geen toestemming een eigen woning te betrekken. Nadat ik als kamerlid vertrok ben ik nog even secretaris van de partij geweest. En heb ik een periode in de Haagse gemeenteraad gezeten, voordat ik Commissaris der Koningin werd.

Inzet

Ik was leergierig, Ik was gretig. Ik vond alles interessant, pakte alles met animo aan. Maar een bovenmatige inzet, nee, ik geloof niet dat ik die had. Ik was gewoon plichtsgetrouw, zorgde altijd dat ik mijn stukken gelezen had. Ik heb dat nooit door ambtenaren laten doen – anderen deden dat soms wel – daarom wist ik ook altijd precies wat er in die stukken stond. Daar ontving ik wel eens bewondering voor, kennelijk was dat ongewoon. Als er ’s avonds tijd over was las ik boeken, en poëzie.

Ik was niet uitzonderlijk ambitieus. Ik heb alles met veel animo gedaan, maar de functies die ik later heb bekleed, die kwamen echt niet in mijn hoofd op. Dat zou je nu een glazen plafond kunnen noemen, toen dacht je daar gewoon niet aan. Minister worden, nee. Dat heb ik ook nooit voor ogen gehad. Dan had ik me misschien wat meer in die richting moeten vertonen, als ik die ambitie had gehad. Ik heb geen andere dingen nagestreefd, dus heb ook geen spijt dat ik iets niet gedaan heb.

In 1974 werd ik gevraagd Commissaris van de Koningin (CdK) in Drenthe te worden. Waarom ik daarvoor gevraagd werd? Minister De Gaay Fortman vond het geloof ik wel leuk om als eerste een vrouw tot CdK te benoemen. Maar dat heb ik nimmer nagevraagd. Dat zijn geen dingen die je voor jezelf gaat uitpluizen, dat gebeurt gewoon. Ik had er belangstelling en gevoel voor. En ik ben misschien een natuurlijke voorzitter. Ik laat mensen niet te lang doorkletsen, stel liever de vragen die belangrijk zijn.

Ik heb me redelijk moeten handhaven tijdens de Molukse kwesties in Drenthe. Er waren kapingen, gijzelingen, er was politiek geweld. Ik heb moeten ontsnappen uit het provinciehuis toen dat werd bezet, en nam vervolgens zitting in het crisisteam. Ik moest daar mijn mannetje staan en dat heb ik gedaan. Ik heb me een periode schuil moeten houden, anders had ik beveiligd moeten worden. Precies weet ik het niet meer, ik ben inmiddels 89, moet u weten. Ik noem het zeker geen hoogtepunt. Het is eerder een dieptepunt om mee te maken dat er mensen doodgeschoten worden.

Trots

Ik weet niet of het uitzonderlijk is dat ik gevraagd werd voor al die functies. Behalve voor de functie van gemeenteambtenaar in Leiden heb ik nooit hoeven solliciteren. Het was wel bijzonder dat ik de eerste vrouwelijke CdK werd, maar trots is daarvoor een te groot woord. Voldaan, dat was ik. Ik kan niet anders dan tevreden zijn over mijn carrière. Ik voel me wel een voorvechter van de vrouwenbeweging. Daarom zat ik ook in de Vereniging der Vrouwenbelangen. Ach, ook daar beland je dan als vanzelf bij.

In 1982 ben ik gevraagd lid van de Raad van State te worden. Het leek me leuk nog eens puur juridisch aan het werk te gaan. Er waren bestuursrechtelijke ontwikkelingen die me zeer interesseerden. En het bleek een bijzonder plezierig gezelschap. Bovendien was het een belangrijke functie. Je moest goed je best doen, alles goed lezen, want je adviseert wel over wetsontwerpen.

Spijt

Een geschikte man vinden is niet gelukt. Eenmaal zat ik er dichtbij, maar die jongen kreeg TBC en moest een paar maanden naar Zwitserland om te herstellen. Bij terugkomst sloeg de vonk niet meer over. Ik denk nu: ik was nogal benauwd voor de fysieke gevoelens. Anderzijds, ik had er ook geen grote behoefte aan. Ook niet aan kinderen. Nu wel. Nu denk ik: het is heerlijk om kinderen te hebben, die dingen voor je doen, en af en toe eens langskomen. Ik heb wel korte tijd samengewoond met een man, een getrouwde man wiens vrouw weigerde te scheiden, omdat ze anders zonder pensioeninkomen zou komen te zitten. Zo ging dat destijds. In die situatie samenwonen, dat kon toen eigenlijk nog niet. Daarom vertrok ik ook als kamerlid.

Achteraf gezien, als getrouwde vrouw met kinderen had je destijds geen kans op een carrière. Niet dat ik daar veel over nadacht. Het is vooral gegaan zoals het gegaan is omdat het zo gegaan is, en ik geen man vond waarmee het klikte. Ik ben na mijn pensionering gaan samenwonen met mijn zuster, die ook ongetrouwd is gebleven. Zij was haar hele leven voorvechtster van de biologisch-dynamische landbouw, echt een pionier, ze heeft daar veel voor betekend. Op een gegeven moment in haar carrière zei ze: ik kan nu alleen nog maar met een boer trouwen. Nou, die boer heeft zich niet voorgedaan.

Imago

Als bestuurder kwam je veel minder in de publiciteit, er was überhaupt veel minder publiciteit. Aan beeldvorming heb ik nooit aandacht besteed. Mijn positie als vrouw in een mannenwereld heeft me nooit gehinderd, het heeft me eerder geamuseerd. Ik ben nooit genegeerd, altijd serieus genomen, naar mijn gevoel. Ik was bovendien niet snel uit evenwicht te brengen, daar was ik – denk ik – een te rationeel, te sterk persoon voor.

Als vrouw kwam ik wel eens in een ongemakkelijke situatie terecht. Eens werd mijn stoel bij de vrouwen van CdK’s gezet, terwijl ik natuurlijk bij de heren hoorde. Ach, ik ben gewoon opgestaan en bij de heren gaan staan. O ja, zeiden ze, we hebben je bij de vrouwen gepoot, maar dat klopt natuurlijk niet. Ik vond dat niet moeilijk. Ik deed dat gewoon en grinnikte erom. Het was onachtzaamheid, meer niet. Waar ik ze vervolgens mee plaagde, dat wel.

Genen

Ik heb zelf geen kinderen, dus kan niet veel over mijn genen zeggen. Ik vind mezelf niet hoogbegaafd, hoogstens begaafd. Je moet niet hautain doen over het feit dat anderen het soms niet zo goed snappen. Heb je een goed verstand, gebruik het dan. Pronk er niet mee en kijk naar de goede eigenschappen van de ander, of het nu muziek, vriendelijkheid of wat dan ook betreft. Ik vind het belangrijker dat mensen de mogelijkheid hebben te studeren, als ze daar aanleg voor hebben. In mijn tijd – de studiebeurs bestond nog niet – was dat geen logische zaak.’
Mijn informant en aangever van dit bericht schrijft mij vanavond samenvattend over haar:
‘Ze heeft veel gedaan naast haar politieke leven, voor de BD vereniging met haar zus Willy. Voor de antroposofische ouderenzorg: bestuurslid De Maretak, daarna jarenlange inspanningen om het Leendert Meeshuis op aarde te krijgen. Ze heeft het huis in 1998 dan ook geopend. Was nog een paar jaar bestuurslid van SAOZ [de Stichting Antroposofische Ouderenzorg Zeist, MG].’

woensdag 27 november 2013

Lichtapostel


Nee, dit is niet de Vrije Universiteit in Amsterdam! Ik verklap nog steeds niet wat dit wel is, en waar.

Vandaag is dan het historische moment. Aan de Vrije Universiteit in Amsterdam promoveert Roland van Vliet, zoals ik op 8 november meldde in ‘Tellingen’, op ‘Gnostischer Adoptianismus in der manichäischen Christologie’:
‘Startdatum: 27-11-2013
Tijd: 11.45
Locatie: Aula
Titel: Gnostischer Adoptianismus in der manichäischen Christologie
Spreker: R. van Vliet
Promotor: prof.dr. A.P. Bos, prof.dr. A. van Tongerloo
Onderdeel: Faculteit der Wijsbegeerte
Wetenschapsgebied: Theologie en wijsbegeerte
Evenementtype: Promotie’
De website van de VU presenteerde dit persbericht ‘Manicheïsme niet Perzisch, maar christelijk’:
‘Het manicheïsme was een wereldreligie van Spanje tot China en is gesticht door Mani (216-276). In de 20ste eeuw, door de vondst van manicheïsche teksten in Turfan en Egypte, is duidelijk geworden dat het hier om een hoofdstroming binnen het christendom gaat. Roland van Vliet levert in zijn promotieonderzoek een bijdrage aan een beter begrip van het manicheïsme en beschrijft zijn ontdekking van een manicheïsche tempel in 2008; Santa Maria de Lara in Spanje, waarin de manicheïsche Jezus de Zonne-Maan-God of Christus te zien is, die in Jezus mens geworden is bij de doop in de Jordaan.

Sinds Augustinus wordt de manicheïsche opvatting over Jezus Christus gekarakteriseerd als “docetisme”: Hij is niet werkelijk in een vergankelijk lichaam op aarde verschenen, maar alleen geestelijk en simuleerde mens te zijn. Docetisme werd als de consequentie gezien van een radicaal dualisme van geest en materie in het manicheïsme: Christus als goddelijk lichtwezen zou onmogelijk in een aards lichaam kunnen incarneren. Van Vliet weerlegt in zijn onderzoek dit docetisme en dit radicaal dualisme.

Van Vliet vond zestien argumenten om uit te kunnen gaan van een gematigd of afgeleid dualisme. Het weerleggen van radicaal dualisme is een belangrijke reden voor het weerleggen van docetisme in de manicheïsche christologie. Ook ging hij uit van de stelling dat Jezus Christus in het manicheïsme wél werkelijk mens is geworden, geleden heeft en is opgestaan, en dat van docetisme geen sprake is, maar van adoptianisme. In het manicheïsme was de tegenstrijdigheid dat Christus niet als de zoon van Maria werd beschouwd en dat er toch sprake is van werkelijk lijden van Jezus Christus bij de kruisiging. Van Vliet vond de sleutel voor het oplossen hiervan in een uitspraak van Faustus over (gnostisch) adoptianisme: Christus incarneert bij de doop in de Jordaan in de mens Jezus; zijn menswording. Vóór de doop in de Jordaan is Christus (of Jezus de Zonneglans) niet de zoon van Maria en ná de doop is Christus geïncarneerd in de “historische Jezus de Lichtapostel”.

Door radicaal dualisme en docetisme te weerleggen, hoopt Van Vliet eraan te kunnen bijdragen dat het manicheïsme niet als een Perzische, maar als een werkelijk christelijke stroming gezien wordt. Het gangbare woordgebruik waarbij iets “manicheïstisch” genoemd wordt, omdat het radicaal dualistisch is, is onjuist; het zou – gezien het wezensmotief – veeleer de betekenis moeten krijgen van het ethische principe, dat liefde zich met het kwaad verbindt om het te kunnen omvormen.

Meer informatie over het proefschrift in VU-DARE
Volgen we deze link, vinden we de inhoud van het gehele proefschrift. Ik houd het hier bij de samenvatting in het Nederlands, nog gevolgd door die in het Duits (abusievelijk is de titel van het pdf-document ‘abstract english’), zodat ook de Duitse vrienden van deze weblog een goede indruk kunnen krijgen waar het om gaat.
‘Gnostisch adoptianisme in de manicheïsche christologie – samenvatting

Het manicheïsme is een wereldreligie geweest die zich uitgestrekt heeft van Spanje tot China en is gesticht door Mani, die in 216 werd geboren in Zuid-Babylonië en stierf in het jaar 276 in Perzië.

Onze voornaamste kennis over het manicheïsme ontleenden we tot aan de 20e eeuw aan de kerkvaders: aan Augustinus, die zelf negen jaar lang manicheeër was, en aan paus Leo de Grote, Severus van Antiochië, Hegemonius, Theodorus Bar Kônay, Titus van Bostra en daarnaast aan de Arabische historicus Ibn al-Nadîm. In 1904 zijn in Turfan in Noord-West China en in 1930 in Medinet Madi in Egypte teksten van de manicheeërs zelf uit de achtste respectievelijk de vierde eeuw gevonden, waaruit we een beter en helderder beeld van deze stroming hebben kunnen krijgen. Het manicheïsme kon daardoor begrepen worden als een grote stroming binnen het christendom. Gebruik makend van deze teksten, wil ik in mijn onderzoek een bijdrage leveren aan het nieuwe verstaan van het manicheïsme.

Ik onderzoek in deze dissertatie ten eerste de vraag of in de christologie van Mani Christus wel of niet werkelijk mens is geworden. Ten tweede stel ik het radicaal dualisme ter discussie dat vaak als kenmerk van het manicheïsme is aangewezen. Mijn proefschrift heeft de vorm van zeven hoofdstukken.

Ik begin met een uitvoerige beschrijving van de literaire bronnen in Hoofdstuk I. Sinds Augustinus de leer van Mani over Jezus heeft samengevat en er kritiek op uitgeoefend heeft, wordt de manicheïsche opvatting over Jezus Christus gekarakteriseerd als “docetisme”. Docetisme houdt in: Jezus Christus is niet werkelijk in een vergankelijk lichaam op aarde verschenen, maar alleen geestelijk, waarbij hij simuleerde mens te zijn. Door een fragment uit Augustinus geschrift Over de Ketterijen wordt de indruk gewekt dat Christus niet echt in het “vlees” is gekomen. Dat vrijwaart de Verlosser ervan, zoals Augustinus laat zien, het menselijke lijden te moeten ondergaan. De goddelijke Jezus kan geen aards lijden ondergaan. Het lijden van Jezus is slechts schijn geweest, zegt Augustinus in zijn geschrift Tegen Faustus. Jezus Christus simuleerde zijn vlees en zijn dood, zijn wonden en hun littekens. Ook Leo de Grote spreekt over de ontkenning van de lichamelijkheid, van de geboorte, van de realiteit van het menselijk lijden en van de dood van de Christus door de manicheeërs. Hij zegt over de manicheeërs dat zij geloofden dat Christus een geestelijk lichaam bezat. Alexander van Lykopolis, Hegemonius en Theodorus Bar Kônî, laten bij Mani eerst en vooral een goddelijke Jezus ten tonele verschijnen. Euodius beweert zelfs dat volgens de Manicheeërs niet Christus, maar de Vorst der Duisternis is gekruisigd.

Als de manicheeërs inderdaad een docetische opvatting ten aanzien van Jezus Christus beleden, dan is zijn historische verschijning niet als resultaat van incarnatie te beschouwen. In dat geval zou de manicheïsche opvatting over Jezus Christus aanmerkelijk verschillen van die welke over Jezus Christus gepresenteerd wordt in de nieuw-testamentische evangeliën. In de moderne wetenschap heeft er lange tijd consensus over bestaan dat de status van de manicheïsche Christus “docetisch” moet worden genoemd. De verschillende vertegenwoordigers van dit standpunt worden kritisch besproken in Hoofdstuk II. Kenmerkend is de interpretatie van H.J. Klimkeit; hij begrijpt het docetisme bij Mani zo dat Jezus als een kameleon zijn gestalte kan veranderen in een goddelijke of in een menselijke vorm. In het manicheïsme wordt namelijk gesproken van Jezus “die zijn gestalte verandert”. Alleen in de exegese van S. Richter, die de manicheïsche Psalmen van Heracleides analyseert, wordt een gematigd docetisme in de christologie van Mani zichtbaar. Daarmee komt S. Richter het meeste in de richting van mijn standpunt.

Mijn eerste werkhypothese in dit proefschrift is de stelling dat Jezus Christus volgens de manicheïsche christologie wél werkelijk mens is geworden, geleden heeft en is opgestaan, en dat van docetisme geen sprake is.

Mijn tweede werkhypothese is de stelling dat de manicheïsche christologie wordt gekenmerkt door adoptianisme: de Zoon van God incarneert bij de doop in de Jordaan in de zoon van Maria.

Voordat ik deze hypothesen ben gaan uitwerken, heb ik in Hoofdstuk III een daaraan verwante kwestie onderzocht. Het feit dat vaak gesteld is dat het docetisme in het manicheïsme de consequentie is van een radicaal dualisme van geest en materie (F.C. Baur), heeft er herhaaldelijk toe geleid dat de christologische teksten van de manicheeërs haast automatisch als docetisch zijn geïnterpreteerd. Dit gebeurde vanuit de aanname dat volgens de manicheeërs Jezus de Zonneglans als goddelijk Lichtwezen onmogelijk in een aards lichaam zou kunnen incarneren, juist door zijn taak de verlossende Gnosis te brengen die de weg wijst om de gebondenheid aan het aardse lichaam te overstijgen. Zelfs zou er sprake geweest zijn van een goede God en een kwade God, ondanks het feit dat de manicheïsche bisschop Faustus dit tegenover Augustinus al ontkend had.

Ik heb zestien argumenten gevonden om de stelling dat het manicheïsme als het type van het conflict-dualisme of radicaal dualisme gecategoriseerd zou moeten worden, te weerleggen. Deze correctie van de filosofische typering van het manicheïsme is vooral mogelijk gemaakt door een exegese van de Koptische manicheïsche geschriften. Er is daarin echter geen sprake van een radicaal dualisme in kosmologie en theologie.

Al deze overwegingen leiden mij ertoe, het manicheïsme in te delen in de categorie van het gematigd dualisme of het afgeleid dualisme. Mani heeft zich echter onthouden van een geëxpliciteerde ontologische herleiding van de Vorst der Duisternis tot de Vader der Grootheid. Daardoor is zijn kosmologie niet gemakkelijk te herkennen als een afgeleid dualisme. Toch wordt in zijn religiesysteem een impliciet monotheïsme zichtbaar. Het gangbare woordgebruik waarbij iets “manicheïstisch” genoemd wordt, omdat het radicaal dualistisch is, is onjuist. Het woord “manicheïstisch” zou – gezien het wezensmotief van het manicheïsme – veeleer de betekenis moeten krijgen dat liefde het kwaad omvormt. Als radicaal dualisme de grond voor het docetisme vormt, dan is het kunnen weerleggen van het radicaal dualisme in het manicheïsme een belangrijke basis voor het weerleggen van het docetisme in de manicheïsche christologie.

De werkhypothese dat docetisme in de manicheïsche christologie ontkend moet worden en de werkhypothese dat adoptianisme de manicheïsche christologie bepaalt, worden in Hoofdstuk IV uitgewerkt. Deze is het hart van de dissertatie, waarin ik het docetisme ontken en tegelijkertijd het gnostisch adoptianisme als interpretatie-alternatief voorstel, dat de tegenstrijdigheden kan oplossen. Deze laatste bestaan daarin dat enerzijds gezegd wordt dat Jezus niet de zoon van Maria is en niet geboren is, en anderzijds dat Jezus werkelijk geleden heeft en aan het kruis gestorven is. Dat is docetisme en tegelijkertijd ook geen docetisme. Het was voor de manicheeërs onvoorstelbaar dat het macrokosmische Licht der Wereld, in het aannemen van een menselijke gestalte, negen maanden lang in een embryonale ontwikkeling verduisterd zou zijn. Dat is docetisme. Aan de andere kant stellen de manicheeërs dat er sprake is van werkelijk lijden. Er zijn in verschillende westerse en oosterse manicheïsche bronnen heel duidelijke passages te vinden waarin het lijden van Jezus Christus met kracht geponeerd wordt. Tegen de docetische visie dat Christus alleen een schijnlichaam had, en dus niet geleden zou hebben, pleit dat in de westerse bronnen, met name in de “Coptica”, verschillende gedeelten staan, waarin beschreven wordt dat de Verlosser aan het kruis wel degelijk als een mens geleden heeft. Zo wordt bijvoorbeeld in de Psalm van het Verdragen in het manicheïsche Psalm-boek dit lijden vergeleken met het lijden van andere Lichtapostelen, zoals Boeddha en Zarathoestra, van wie we ook zeker weten dat ze volgens Mani in een menselijk lichaam gewoond hebben. Van Jezus de Lichtapostel, maar ook de Zoon van God, wordt gezegd dat hij de beproeving op zich genomen heeft, dat hij gedood wordt en dat zijn bloed bij de kruisiging heeft gevloeid. Dat kan geen Zoon van God met louter een geestelijk lichaam zijn. En ook in de oosterse bronnen, de Midden-perzische en Parthische teksten, kunnen meerdere passages gevonden worden die het werkelijke lijden van Jezus Christus aan het licht brengen. Hoe is deze problematiek van de manicheïsche christologie op te lossen?

Ik vond de sleutel in een uitspraak van bisschop Faustus tegen Augustinus, waarin hij zei dat de menswording van Christus eerder met adoptianisme samenhangt, dan met een geboorte als kind. Adoptianisme is de opvatting dat Christus de mens Jezus bij de doop in de Jordaan adopteert of op dat moment in hem incarneert, wat een werkelijke menswording is. Om dit adoptianisme van dat van Nestorius te onderscheiden, spreken we van gnostisch adoptianisme. Hierdoor konden we alle tegenstrijdigheden oplossen: vóór de doop in de Jordaan is Christus of (de kosmische) Jezus de Zonneglans niet de zoon van Maria en heeft niet een embryonale ontwikkeling doorgemaakt en ná de doop in de Jordaan is Christus geïncarneerd in de historische Jezus de Lichtapostel. Vóór de doop in de Jordaan geldt docetisme en ná de doop geldt geen docetisme. En als er in bepaalde teksten voor de periode ná de doop in de Jordaan de suggestie gewekt lijkt te worden dat Jezus Christus niet werkelijk lijdt, dan heeft dat met een bepaalde opvatting van Mani over Jezus Christus te maken. Doordat Mani de goddelijkheid van Jezus de Zonneglans heeft benadrukt, werd ook in de manicheïsche teksten de goddelijke onvatbaarheid voor lijden ten opzichte van het menselijke lijden in Jezus Christus ná de doop in de Jordaan geaccentueerd. Mede hierdoor is de suggestie van docetisme ontstaan. In de manicheïsche christologie is de goddelijke en menselijke natuur in Jezus Christus zo te verklaren dat bij de doop in de Jordaan Jezus de Zonneglans mens wordt in de historische Jezus; twee worden één. Dan wordt ook begrijpelijk wat de betekenis is geweest van wat in de Kephalaia staat, namelijk dat Jezus de Zonneglans “een knechtsgestalte aannam” en daarna zijn apostelen uitverkoos; dat is ná de doop in de Jordaan. Vanaf dat moment “wandelde God drie jaar op aarde”, zoals in de Coptica beschreven is. Jezus “die zijn gestalte verandert”, is geen symptoom van docetisme. Het blijkt ook de betekenis te kunnen hebben dat er bij de doop in de Jordaan sprake is van een overgaan van een geestelijke vorm in een concreet-menselijke vorm.

Significant is ook de recognitie-scène in de manicheïsche christologie: Maria Magdalena meende na de opstanding een tuinman te zien. Dat betekent dat Jezus Christus een verandering heeft ondergaan; Maria herkende haar geliefde rabbi niet meteen. Een docetische Christus kent geen verandering; die blijft altijd en eeuwig dezelfde. Ook dat levert een argument dat Jezus Christus in de voorstelling van het manicheïsme werkelijk gestorven is en is opgestaan uit de dood en in een opstandingslichaam verschijnt. De manicheeërs beschrijven ook de vernieuwende kracht van de opstanding. De opstanding van de Verlosser blijkt door te werken in de bij de manicheeërs beschreven individuele voleindiging. Doordat dood en opstanding van Jezus in de manicheïsche christologie erkend worden, is het manicheïsme tot in zijn kern christelijk te noemen.

In Hoofdstuk V betoog ik, dat in de manicheïsche theologie alle godsgestalten hypostasen zijn van de Triniteit. Geen polytheïsme, maar een complexe leer van de Triniteit.

In Hoofdstuk VI kan ik mijn ontdekking van een manicheïsche tempel Santa Maria de Lara in Sierra de la Demanda in Noord-Spanje beschrijven. Ik was in 2008 bijzonder verrast in deze zevende eeuwse Visigotische kerk twee zuilen te zien, waarop Jezus de zon (Sol) en Jezus de maan (Luna) zichtbaar zijn. De zon en maan staan niet boven Jezus, maar zijn vereend met Jezus zelf; dat is manicheïsch. Voor Augustinus was dit spiritueel materialisme, waarbij hij Mani verweet dat God samenvalt met de zon en de maan. Bij Mani evenwel transcendeert Christus ook de zon en de maan als de tweede persoon van de Triniteit. Dit is de door Mani genoemde Jezus de Zonne-Maangod of Christus, die in Jezus mens geworden is bij de doop in de Jordaan.

In Hoofdstuk VII besluit ik met een opsomming van de argumenten op grond waarvan radicaal dualisme en docetisme niet de kern vormen van de manicheïsche kosmologie en christologie. Die kern is veeleer daarin gelegen dat het goede in de liefde het kwaad overwint en dat het wezen van liefde zich tot op het niveau van de aarde met de mensheid verbonden heeft. Dit is ook het perspectief waardoor een toekomstig manicheïsme zich kan laten inspireren.’
En hier de Duitse tekst:
‘Einführung

Der Manichäismus war eine Weltreligion, die durch Mani ins Leben gerufen wurde und sich von Spanien bis China erstreckte. Mani wurde im Jahre 216 in Süd-Babylonien geboren und starb im Jahre 272 in Persien.

Bis zum 20. Jahrhundert entnahmen wir den größten Teil der Kenntnis über den Manichäismus den Lehren der Kirchenväter. Bei Augustinus, der neun Jahre Manichäer gewesen ist, finden wir die meisten Schriften aber auch bei Papst Leo dem Großen, Severus von Antiochien, Hegemonius, Theodorus Bar Kônay, Titus von Bostra und dem arabischen Historiker Ibn al Nadîm.

1904 sind dann in Turfan im Nordwesten von China und in Medinet Madi in Ägypten manichäische Texte aus dem achten und vierten Jahrhundert gefunden worden. Diese Texte geben uns ein noch besseres und klareres Bild dieser Strömung. Mithilfe dieser Texte kann der Manichäismus als eine große Strömung innerhalb des Christentums verstanden werden. Mit meiner Forschung will ich einen Beitrag liefern, den Manichäismus auf eine neue Art als eine große Strömung innerhalb des Christentums zu verstehen.

Erstens untersuche ich in dieser Dissertation die Frage, ob in der Christologie des Mani, Christus wirklich Mensch geworden ist. Zweitens stelle ich den radikalen Dualismus und den Doketismus in Frage, die beide oft als die Merkmale des Manichäismus hingestellt werden.

Die Dissertation ist eingeteilt in 7 Kapitel:

Im 1. Kapitel: Allgemeine Einleitung, Der Manichäismus und Seine Quellen, beginne ich mit einer ausführlichen Beschreibung der literarischen Quellen. Als Einleitung zu meiner Forschung über den Manichäismus werden die publizierten Quellen und die Studien über diese religiös-philosophische Strömung kurz skizziert, sowie die (philosophischen und religiösen) Hauptrichtungen dieses Systems.

(Der christliche Ursprung und die sich hierauf beziehenden spezifischen Quellen des Manichäismus sind hier nicht aufgenommen, sondern stehen in Kap. 1.2 von Der Manichäismus, Van Vliet, 2007; Die Quellen zeigen den christlichen Charakter des Manichäismus. Es geht um die Bedeutung des Kölner Mani-Codex als Beweis für den christlichen Ursprung des Manichäismus. Der Manichäismus als eine Hauptströmung des Christentums. In dieser Dissertation wird sich manchmal bezogen auf das Buch von R. van Vliet, Der Manichäismus. Geschichte und Zukunft einer frühchristlichen Kirche, Stuttgart, 2007, in dem eine integrale Beschreibung des Manichäismus aufgenommen ist.)

Als Augustinus die Lehre des Mani über Jesus zusammengefasst und kritisiert hat, wurde die manichäische Auffassung über Christus als doketisch bezeichnet. Doketismus bedeutet: Jesus Christus ist nicht wirklich in einem vergänglichen, fleischlichen Leib auf der Erde erschienen, sondern nur in einem geistigen Leib, Er simulierte ein Mensch zu sein. Durch ein Fragment aus den Schriften des Augustinus Über die Ketzereien, wird der Eindruck geweckt, dass Christus nicht wirklich “Fleisch” geworden sei. Das befreie den Erlöser davon, wie Augustinus zeigt, die menschlichen Leiden erdulden zu müssen. Der göttliche Jesus könne keine irdischen Leiden erdulden. Das Leiden des Jesus sei nur Schein, sagt Augustinus in seiner Schrift Gegen Faustus. Jesus Christus simulierte sein Fleisch und seinen Tod, seine Wunden und Wundmale. Auch Leo der Große spricht, wenn er über die Lehre der Manichäer schreibt, von Verleugnung der Fleischwerdung, der Geburt, der Realität des menschlichen Leidens und des Todes des Christus, und vom Glauben, dass Christus nur einen geistigen Leib gehabt habe. Alexander von Lykopolis, Hegemonius, Theodorus Bar und Kônî stützen sich in ihren Ausführungen in erster Linie auf die Theorie des göttlichen Jesus in der Lehre Mani. Euodius vertritt sogar die Meinung, dass in der Lehre der Manichäer nicht Christus, sondern der Fürst der Finsternis gekreuzigt worden wäre.

Wenn die Manichäer tatsächlich eine doketische Auffassung, in Bezug auf den Jesus Christus gehabt haben, dann ist seine historische Erscheinung nicht als Resultat einer Inkarnation anzusehen. Diese Auffassung von Jesus Christus würde sich sehr unterscheiden von der Auffassung des Jesus Christus in den Evangelien des neuen Testamentes. In der modernen Wissenschaft hat lange Zeit die Übereinstimmung geherrscht, dass der Status des manichäischen Christus doketisch genannt werden muss.

Im 2. Kapitel: Doketismus bei Mani – Status Quaestionis, werden die verschiedenen Vertreter dieses Standpunktes kritisch besprochen. Hier beschreibe ich, wie in den verschiedenen Jahrhunderten die Kirchenväter, Historiker und Wissenschaftler die Christologie Manis interpretiert haben; wie immer wieder neu behauptet wird, dass im Manichäismus der Christus nicht wirklich Mensch geworden sei, sondern nur den Schein erweckt habe, ein Mensch zu sein: der sogenannte ›Doketismus‹. In der Diskussion dieser Standpunkte will ich zeigen, dass neben der doketischen Interpretation auch eine entgegengesetzte Interpretation möglich ist. Dies werde ich mithilfe der Methode der immanenten Kritik tun: das Suchen nach Widersprüchen in der Argumentation bzw. nach Einseitigkeiten in der Interpretation der Behauptung, dass der Christus als leibloser Geist im Manichäismus vorgestellt wurde.

Bezeichnend ist die Interpretation von H. J. Klimkeit; er versteht den Begriff des Doketismus bei Mani so, dass Jesus seine Gestalt verändern kann, in eine göttliche oder in eine menschliche Form. Denn im Manichäismus wird gesprochen von Jesus “der seine Gestalt verändern kann”. Nur in der Exegese von S. Richter wird ein gemäßigter Doketismus in der Christologie des Mani sichtbar. Damit steht S. Richter meinem Standpunkt am nächsten.

Meine erste Arbeitshypothese in dieser Dissertation ist die Behauptung, dass in der manichäischen Christologie Jesus Christus wirklich Mensch geworden ist, gelitten hat und auferstanden ist und dass von einem Doketismus nicht gesprochen werden kann.

Meine zweite Arbeitshypothese ist die Behauptung, dass die manichäische Christologie gekennzeichnet wird durch Adoptianismus: der Sohn Gottes inkarniert sich im Moment der Taufe im Jordan, in den Sohn der Maria.

Bevor ich diese Hypothesen bearbeite gehe ich noch der Frage nach dem radikalen Dualismus im Manichäismus nach.

Im 3. Kapitel: Widerlegung des radikalen Dualismus diskutiere ich über den immer wieder postulierten Dualismus im Manichäismus. Die Tatsache, dass behauptet wird, dass der Doketismus im Manichäismus die Konsequenz des radikalen Dualismus von Geist und Materie sei (F. C. Baur), hat wiederholt dazu geführt, dass die christologischen Texte der Manichäer beinah automatisch als doketisch interpretiert wurden. Dies geschah, weil die Annahme herrschte, dass der manichäische Jesus der Sonnenglanz als göttliches Lichtwesen sich unmöglich in einen irdischen Leib inkarnieren könne, weil es seine Aufgabe sei, die erlösende Gnosis zu bringen, die den Weg weise, die Gebundenheit an den irdischen Leib zu überwinden. Es wird auch gesprochen über einen guten und einen bösen Gott, obwohl der manichäische Bischof Faustus dies gegenüber Augustinus bestritten hat.

Ich habe sechzehn Argumente gefunden, die die Behauptung, dass der Manichäismus als der Typus des Konflikt-Dualismus oder des radikalen Dualismus katalogisiert werden müsse, widerlegen können. Diese Korrektur einer philosophischen Typik des Manichäismus ist vor allem möglich geworden durch die Exegese der koptisch-manichäischen Schriften. In ihnen kann, sowohl in der Kosmologie wie auch in der Theologie, kein radikaler Dualismus gefunden werden.

Diese genannten Forschungsresultate brachten mich dazu, den Manichäismus einzuteilen in die Kategorie eines gemäßigten Dualismus und den eines abgeleiteten Dualismus. Mani hat sich in seiner Lehre enthalten einer expliziten ontologischen Zurückführung des Fürsten der Finsternis zum Vater der Größe. Dadurch ist es nicht einfach seine Kosmologie als einen abgeleiteten Dualismus zu erkennen. Doch wird in seinem Religionssystem ein implizierter Monotheismus sichtbar. Wenn im gangbaren Wortgebrauch der Wissenschaft etwas was radikal dualistisch ist “manichäisch” genannt wird, dann stimmt das nicht. Dem Wort “manichäisch” sollte – aus seinem Wesensmotiv heraus – eher die Bedeutung zuerkannt werden, dass die Liebe das Böse umforme. Wenn der radikale Dualismus der Grund ist auf dem der Doketismus entsteht, dann ist es wichtig, erst den radikalen Dualismus und dann den Doketismus in der manichäischen Christologie zu widerlegen.

Im 4. A Kapitel: Gnostischer Adoptianismus in der manichäischen Christologie, wird die Arbeitshypothese, dass der Doketismus in der manichäischen Christologie bestritten werden muss und die Arbeitshypothese des Adoptianismus in der manichäischen Christologie, beschrieben. Dieses Kapitel ist der Kern der Dissertation, denn darin bestreite ich den Doketismus und gleichzeitig stelle ich den Adoptianismus als eine Interpretation hin, die möglicherweise eine Auflösung der Gegensätze herbeiführen kann, die darin bestehen, dass einerseits behauptet wird Jesus sei nicht der Sohn der Maria und sei auch nicht geboren worden und andererseits, dass Jesus wirklich geboren wurde gelitten habe und am Kreuz gestorben sei. Das ist Doketismus und gleichzeitig auch kein Doketismus. Es war für die Manichäer unvorstellbar, dass das makrokosmische Licht der Welt, durch das annehmen einer irdischen Gestalt, neun Monate lang in einer embryonalen Entwicklung verdunkelt gewesen sein soll. Das ist Doketismus. Auf der anderen Seite behaupten die Manichäer, dass von einem wirklichen Leiden des Jesus Christus gesprochen werden kann.

Es gibt die unterschiedlichsten, westlichen und östlichen manichäischen Quellen, in denen Passagen zu finden sind, die deutlich machen und sehr stark betonen, dass Jesus Christus wirklich gelitten hat. Gegen die doketische Auffassung, dass Christus nur in einem Scheinleib gelebt hat und darum auch nicht gelitten hat, sprechen die westlichen Quellen. Vor allem in der “Coptica”, können mehrere Stellen gefunden werden in denen beschrieben wird, dass der Erlöser am Kreuz wirklich als Mensch gelitten habe. Als Beispiel kann der Psalm vom Vertragen aus dem manichäischen Psalm-buch angeführt werden, in dem das Leiden des Christus verglichen wird mit dem Leiden anderer Lichtapostel zum Beispiel des Buddha und des Zarathustra, von denen wir sicher wissen, dass sie, nach Manis eigener Anschauung, in einem menschlichen Leib gewohnt haben. Von Jesus dem Lichtapostel und dem Sohn Gottes wird da gesagt, dass er die Prüfung auf sich genommen habe, getötet zu werden und am Kreuz sein Blut fließen zu lassen. Dies kann aber kein Sohn Gottes sein, der nur einen geistigen Leib hat.

Auch in den östlichen Quellen, den mittelpersischen und parthischen Texten, sind Passagen zu finden, die das wirkliche Leiden des Jesus Christus ins Licht rücken. Wie kann nun diese Problematik des manichäischen Christentums gelöst werden?

Ich fand den Schlüssel zu einer neuen Sichtweise der manichäischen Christologie, in einer Aussprache des Bischofs Faustus, die er gegen die Auffassung Augustinus stellte und in der er sagt, dass die Menschwerdung des Christus eher in Zusammenhang gebracht werden müsse mit dem Adoptianismus und nicht mit der Geburt als Kind. Adoptianismus ist die Auffassung, dass Christus den Menschen Jesus im Moment der Taufe im Jordan adoptiert oder sich in dem Augenblick in ihn inkarniert habe, was eine wirkliche Menschwerdung ist.

Um diesen Adoptianismus von dem des Nestorius zu unterscheiden, sprechen wir hier von dem gnostischen Adoptianismus.

Mithilfe dieser neuen Sichtweise können wir auch die Gegensätze der Anschauungen auflösen: vor der Taufe im Jordan ist Christus oder (der kosmische) Jesus der Sonnenglanz nicht der Sohn der Maria und macht er auch keine embryonale Entwicklung durch, denn Christus hat sich erst im Moment der Taufe im Jordan in den historischen Lichtapostel Jesus inkarniert. Vor der Taufe im Jordan gilt die Auffassung des Doketismus, nach der Taufe nicht mehr. Wenn aber in einigen Texten über die Periode nach der Taufe gesagt wird, dass Jesus Christus nicht wirklich gelitten habe, dann hat das mit einer speziellen Auffassung des Mani zu tun. Denn Mani hat besonders das göttliche des Jesus des Sonnenglanzes betont, darum wird in den manichäischen Texten das göttliche Geschütztsein gegenüber dem menschlichen Leiden von Jesus Christus noch nach der Taufe besonders hervorgehoben. Dies ist der Grund aus dem die Suggestion eines Doketismus entstanden ist. In der manichäischen Christologie ist aber die göttliche und menschliche Natur des Jesus Christus so zu verstehen, dass Jesus der Sonnenglanz sich, im Augenblick der Taufe im Jordan, verkörpert im historischen Jesus und dadurch Mensch wird; zwei werden eins. Dadurch wird auch die Bedeutung verständlich von dem, was in der Kephalaia steht, dass Jesus der Sonnenglanz “eine Knechtsgestalt annahm” und danach seine Apostel aussuchte; das ist erst nach der Taufe im Jordan. Ab diesem Zeitpunkt “wanderte Gott drei Jahre auf der Erde”. So steht es auch in der Coptica. Es kann vielleicht auch so aufgefasst werden, dass während der Taufe im Jordan eine geistige Form in eine konkret menschliche Form übergegangen sei.

Jesus “der seine Gestalt verändert” ist aber kein Merkmal eines Doketismus, wie gedacht war, sondern weist auf eine wirkliche Inkarnation hin.

Hilfreich ist auch die Szene aus der manichäischen Christologie, in der Maria Magdalena glaubt, nach der Auferstehung, einen Gärtner zu sehen, denn das bedeutet hier, dass Jesus Christus eine Veränderung durchgemacht hat; Maria erkannte ihren geliebten Rabbi nicht sofort. Ein doketischer Christus macht keine Veränderung durch, er bleibt für immer, bis in alle Ewigkeit, derselbe. Dies ist ein Grund anzunehmen, dass der Jesus Christus der manichäischen Christologie wirklich gestorben und vom Tod auferstanden und in einem Auferstehungsleib erschienen sei. Die Manichäer sprechen auch von einer erneuernden Kraft der Auferstehung, die bis in die individuelle Vollendung des Einzelnen hindurch wirke. Durch das Anerkennen von Tod und Auferstehung des Jesus Christus in der manichäischen Christologie kann der Manichäismus bis in seinen Kern hinein christlich genannt werden.

Das 4. A. Kapitel ist erweitert durch Kapitel 4. B.: Beilagen (die zur manichäischen Christologie gehören).

Kapitel V: Die Emanationsebenen der Trinität. Hier wird auf systematische Weise die manichäische Christologie angeschaut und eingeteilt in drei Emanationsebenen der Trinität und in die Schöpfungen der Trinität mit vierundzwanzig Gottesgestalten. Dieser Teil ist als eine erweiterte Beschreibung der manichäischen Christologie zu verstehen.

Kapitel VI: Die Entdeckung eines manichäischen Tempels in Nordspanien. Hier beschreibe ich meine Entdeckung eines manichäischen Tempels Santa Maria de Lara in Sierra de la Demanda in Nordspanien. Im Jahre 2008 war ich in der Visigotischen Kirche aus dem 7. Jahrhundert, als ich in ihr, zu meiner großen Überraschung, zwei Säulen entdeckte auf denen Jesus die Sonne (Sol) und Jesus der Mond (Luna) abgebildet waren. Sonne und Mond standen hier nicht über Jesus, sondern waren mit ihm vereint; das ist eine manichäisch Sichtweise. Doch diese Ansicht war für Augustinus spiritueller Materialismus und er warf Mani vor, dass auf diese Weise Gott mit Sonne und Mond zusammenfällt. Doch bei Mani transzendiert Christus auch die Sonne und den Mond in die zweite Person der Trinität. Dies ist, der durch Mani so genannte, Jesus der Sonnen – Mondgott oder Christus, der in Jesus Mensch geworden ist bei der Taufe im Jordan.

Kapitel VII: Schlussfolgerungen

Dieser Teil beinhaltet die Präsentation der einzelnen Resultate meiner Forschungen, deren Anliegen es ist, das sechzehn Jahrhunderte alte Vorurteil über den radikalen Dualismus und den Doketismus im Manichäismus, der bis in die Gegenwart in allen Enzyklopädien und Handbüchern postuliert wird, zu überwinden und den Manichäismus als eine – bis in die tiefsten Fasern hinein – wirklich christliche Strömung zu rehabilitieren.

Radikaler Dualismus und Doketismus sind nicht der Kern der manichäischen Kosmologie und Christologie. Der Kern des Manichäismus formt vielmehr die Überzeugung, dass das Gute in der Liebe das Böse überwindet und das das Wesen der Liebe sich mit der Erde und mit der Menschheit verbunden hat.

Diese Auffassung bildet eine Perspektive, durch die sich ein zukünftiger Manichäismus inspirieren lassen kann.’

dinsdag 26 november 2013

Huismerkenstrategie

Successievelijk wordt er meer bekend over de positionering van bovenbouwen (middelbare scholen) van vrijescholen in de beroemd-beruchte lijst van Jaap Dronkers, tegenwoordig in de Volkskrant (vroeger in Trouw). Ik heb er al heel wat voorbij zien komen. Op zaterdag werd die lijst bekend gemaakt via de website van de Volkskrant, onder de titel ‘Veel nieuwkomers onder beste middelbare scholen’. Gisteren kwam ik als eerste reactie deze tegen, ‘De Vrije School Den Haag behaalt uitstekende resultaten!’:
‘Onze school valt in de Dronkers-lijst 2013, die dit weekend in de Volkskrant is gepubliceerd, onder de topscholen van Nederland. Het VWO haalde een score van 9, de HAVO een 8,5 en het VMBO zelfs een 10.

De cijfers bepaalt Dronkers aan de hand van de kennis en vaardigheden waarover de geslaagde leerlingen beschikken. Daaraan worden extra bonuspunten toegevoegd of afgetrokken voor de verschillen tussen de cijfers voor het schoolexamen en het centraal examen en de geleverde prestaties van leerlingen vergeleken met het basisschool advies. Daarnaast wordt rekening gehouden met het aantal zittenblijvers en de sociale achtergrond van de leerlingen.

Ook is er ieder jaar kritiek te horen op de lijst, die vooral gebaseerd is op cijfers en niets zegt over de inhoud van ons onderwijs, de veiligheid op school, de tevredenheid onder ouders en leerlingen en de begeleiding van onze leerlingen.

De lijst geeft in elk geval weer dat we in 2012 goede eindexamenresultaten hebben behaald!
Klik hier voor het volledige artikel in de Volkskrant: Artikel Volkskrant
De volgende was op Facebook vandaag, namelijk bij de Vrienden Stichtse Vrijeschool via Silvan Van Leeuwen:
‘De lijst Dronkers laat zien dat we mooie eindexamenresultaten hadden in 2012. De vwo kreeg een 9, de havo een 9,5 en de vmbo een 10. Dat zijn inderdaad cijfers om trots op te zijn. Op naar het volgende jaar.’

Schoolcijfers
De link leidt naar ‘Stichtse Vrije School Zeist, 3707 GL Zeist. Niveau: VWO. Richting: Antroposofisch’ en mooie cijfers. Zoals slaagpercentage examen: 100%. Met eronder ook nog ‘Andere niveaus/locaties van deze schoolgemeenschap’, zoals het Karel de Grote College met een 10 voor het VMBO G/T. De volgende vandaag is ‘Ruldolf Steiner College Haarlem scoort twee dikke tienen’ door Iris Dijkema, dichtbijredacteur:
‘Scholen in Haarlem en directe omgeving komen goed uit de bus in het onderzoek van onderwijssocioloog Jaap Dronkers, dat zaterdag in de Volkskrant stond. Het regent dikke voldoendes. Ook vallen er tienen. Zo krijgt het Rudolf Steiner College maar liefst twee tienen.

“Dat is fijn en leuk om te lezen, maar ik relativeer het wel”, zegt directeur Jos Reckman. “Het is maar één manier van kijken, en daar kan je als school pech of mazzel mee hebben.”

Onderwijssocioloog Dronkers baseert zich bij zijn onderzoek met name op de cijfers die leerlingen haalden op het centraal schriftelijk examen in 2012. “Als je als school zwakkere leerlingen kansen geeft en vervolgens zakken ze dan kom je slecht uit dit soort lijstjes. Dat is de keerzijde ervan”, aldus Reckman.

Lees meer over dit onderwerp op de premium website van het Haarlems Dagblad.’
En dan vanmiddag op de Facebokpagina van het Rudolf Steiner College, met ‘RSC in top 5 Jaap Dronkerslijst Rotterdam!’
‘De Volkskrant is weer gekomen met de “Jaap Dronkerslijst”. Onderwijs socioloog Dronkers beoordeelt al 16 jaar alle middelbare scholen van Nederland. In Rotterdam zit het Rudolf Steiner College met alle niveaus in de top vijf van de 23 scholen in de stad.
VWO 8,5
HAVO 8,5
VMBO 9,0

De cijfers die hij berekent, zijn een kwaliteitsoordeel op een schaal van 1 tot 10. Het geeft weer over hoeveel kennis en vaardigheden de op het eindexamen geslaagde leerlingen van de scholen beschikken. De cijfers die leerlingen halen op het centraal schriftelijk examen zijn dus de belangrijkste basis van dat oordeel.

Daaraan voegt Dronkers de verschillen tussen de cijfers voor school- en centraal examen, en de toegevoegde waarde van de scholen toe als extra bonuspunten. De toegevoegde waarde zet de prestaties van leerlingen af tegen het advies dat zij kregen van de basisschool. De lijsten zijn gebaseerd op de examencijfers uit 2012.’
Dat is allemaal niet slecht, om het met enig understatement uit te drukken. En wie weet komen er nog wel meer bij. Ik vond vandaag ook nog iets anders, namelijk oud nieuws bij Biojournaal. Zoals dit van 28 oktober. Ik moet het toch wel even melden, want ‘Boer Willem stopt met BD-zorgboerderij De Vijfsprong’:
‘Willem Beekman, bekend van Boer zoekt Vrouw, stopt na bijna 25 jaar met zijn biologisch-dynamische zorgboerderij De Vijfsprong aan de Reeoordweg 2A in Vorden. De boer vindt dat door de bezuinigingen van de overheid er te weinig vrijheid is om de zorgboerderij te runnen als zelfstandig ondernemer. De boerderij blijft wel bestaan, er wordt nog gezocht naar een opvolger. Op 1 mei volgend jaar zou Beekman 25 jaar aan het hoofd staan van de Vordense zorgboerderij. “Helaas ga ik de volle 25 jaar net niet volmaken.”

Toekomst

Boer Willem denkt na over zijn toekomst en ziet volop kansen. “Ik denk nu: er zijn nog zoveel dingen die ik de komende twintig jaar kan gaan doen. Ik wil maatschappelijk betrokken zijn. Ik ga me nu oriënteren. Ik wil graag iets in de educatieve sfeer doen, misschien wil ik lesgeven of iets doen bij een natuurbeschermingsorganisatie. Ook vind ik het interessant om bezig te zijn met de inrichting van natuurgebieden.”

Bron: Omroep Gelderland’
Op 22 november meldde Rosa Kok in de Scherpenzeelse Krant ‘Vrijwilligers klussen op de boerderij’:
‘Een dag lekker de handen uit de mouwen op een biologisch dynamische melk veehouderij. Dat kan op vrijdag 29 en zaterdag 30 november op boerderij Schoonderbeek in Achterveld /De Glind.

Het klusweekend bied een mooie gelegenheid om het boerenleven van dichtbij te ervaren en te zien wat erbij komt kijken om het glaasje melk dat u drinkt te produceren. Op de melkveeboerderij wordt vanuit een biologisch aspect gewerkt; dat doen wij graag, maar dat brengt ook veel werk met zich mee. Wilt u concreet een steentje bijdragen door een helpende hand te bieden? Graag!

U bent welkom voor een hele of halve dag, van 10.00 tot 16.30 uur. Belangstellenden kunnen zich aanmelden bij Rosa Kok. Bellen kan 0342 – 451414 of via www.ekoe.nl.

Adres: Schoonderbekerweg 13 Achterveld / De Glind
Locatie: Boerderij schoonderbeek, schoonderbekerweg 13, Woudenberg
Start datum/tijd: 29-11-2013 10.00
Eind datum/tijd: 30-11-2013 16.00’
Op 4 november stond in ‘De Nieuwe Antwerpenaar’, met ‘Info over de werking van de stad Antwerpen’, het bericht ‘Steinerschool De Es maakt documentaire over oorlog en vrede’:
‘Het project “Oorlog en vrede” wil de wapenstilstand na de Eerste Wereldoorlog levendig houden bij de Berchemse jongeren. Vijfdejaars van Steinerschool De Es in Berchem en Steinerschool Antwerpen maakten een documentaire over getuigen en slachtoffers van oorlogen.

Merel zit in het zesde middelbaar en werkte mee aan het project . Merel: “Wij hebben een vrouw geïnterviewd die vijf jaar oud was tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze had niet veel concrete herinneringen, maar wel erg veel beelden die nog bij haar opkwamen. Het overheersende beeld was dat van – wonder boven wonder – een vriendelijk Duits leger. Zo beschrijft ze een herinnering van een Duitse soldaat die haar een appel geeft. Ze herinnerde zich ook nog het gevoel toen ze veilig tussen haar ouders in bed lag tijdens een bombardement. Ze heeft zich later nooit nog zo veilig gevoeld als toen. Ik vond het erg intens en mooi dat deze vrouw zo positief was. Andere klasgenoten hebben bijvoorbeeld een getraumatiseerde voormalige kindsoldaat geïnterviewd, dat was wel erg confronterend.”

Inzicht in oudere mensen

“Het project heeft mijn belangstelling voor oorlog niet aangewakkerd, die was er al, maar mijn kijk op oudere mensen is wel veranderd. Vroeger vond ik dat die nogal konden zagen over kleine dingen. Deze vrouw was zo positief en had zo veel levenservaring. Ikzelf heb mijn grootouders nooit gekend. Dit project deed me beseffen dat ik dat eigenlijk wel mis.”

Praktisch: De Nieuwe Vrede, Vredestraat 21, gratis. Later volgt nog een toonmoment in bibliotheek De Poort en in de Steinerscholen. ma 11/11 om 20 uur’
Dat is dus al geweest. Maar niettemin goed om te weten. De Consumentenbond kwam op 22 november met het verontrustende bericht ‘Biologische producten bij natuurvoedingswinkels kwart duurder dan bij supermarkt’:
‘Consumenten die bij een supermarkt biologische producten kopen, zijn een stuk voordeliger uit dan degenen die hun boodschappen doen bij een natuurvoedingswinkel. Biologische producten kosten in een natuurvoedingswinkel gemiddeld een kwart meer. Dit blijkt uit een prijspeiling van de Consumentenbond onder drie landelijke supermarktketens (Albert Heijn, Jumbo en Plus) en vier ketens van natuurvoedingswinkels (EkoPlaza, Marqt, Natuurwinkel en Estafette). Van de supermarkten is Jumbo het voordeligst voor biologische producten, bij de natuurvoedingswinkels is EkoPlaza het goedkoopst.

De Consumentenbond noteerde in oktober 2013 ruim 3000 prijzen van 150 veelverkochte biologische producten zoals kipfilet, melk, tomatensoep en yoghurt. Tussen biologische producten van de Jumbo, Albert Heijn en Plus zit slechts een minimaal prijsverschil, bij de biologische winkels is het prijsverschil tussen de goedkoopste winkel (EkoPlaza) en de duurste (Estafette) een stuk groter, zo'n 10%. Bij een aantal identieke producten werden opmerkelijke prijsverschillen geconstateerd. Hipp babyvoeding bijvoorbeeld kostte bij Jumbo €0,99, terwijl de Natuurwinkel maar liefst €1,35 rekende. En een reep melkchocolade van Bio+ kostte bij Jumbo €1,13, terwijl dezelfde reep bij Marqt voor €1,69 in de schappen lag.

Groot assortiment

Biologische producten zijn gemiddeld 40% duurder dan niet-biologische huismerken, maar dat weerhoudt veel mensen er niet van om biologische producten te kopen. De Consumentenbond ondervroeg ruim 1100 consumenten, waarvan de helft aangeeft zo nu en dan bewust te kiezen voor biologische producten. Natuurvoedingswinkels zijn vooral populair vanwege de grote keuze en de goede kwaliteit van de producten in dat soort winkels. Alle resultaten van het onderzoek zijn na te lezen in de Consumentengids van december.

Lees ook: Biologische voeding in kaart
De soep wordt nooit zo heet gegeten als die wordt opgediend. Volg bijvoorbeeld die laatste link. Maar ondertussen is het kwaad geschied en krijgt bijvoorbeeld Estafette de zwartepiet toegespeeld. Dus hopla, in het geweer. Diezelfde dag stond op de website van Estafette (‘Welkom bij Estafette de biologische eetwinkel’) deze verklaring, ‘Reactie Estafette op bio-prijsonderzoek Consumentenbond: Onderzoek zegt niets over kwaliteit, herkomst en eerlijke handel’:
‘Vandaag heeft de Consumentenbond de uitslag gepresenteerd van een prijsvergelijkend onderzoek van de prijzen van biologische producten in verschillende ketens. Ze hebben ongeveer 100 bio-producten vergeleken bij AH, Jumbo, Ekoplaza, Marqt, Natuurwinkel en Estafette. Estafette komt daarbij als duurste uit de bus. Graag reageren we op het onderzoek.

Voor het artikel zijn ca. 100 biologische producten sec op prijs vergeleken. Wat Estafette betreft is dit niet het hele verhaal. Het is lastig merken / kwaliteiten op prijs te vergelijken, met als gemene deler dat de producten allemaal minstens biologisch zijn en zonder aspecten als kwaliteit, manier van produceren en beloning voor de boer hierin mee te nemen.

Bij Estafette bestaat een deel van de vergeleken artikelen uit A-merken van onze producenten en was bovendien maar liefst 20% van biodynamische kwaliteit, met het Demeter-keurmerk. De normen voor Demeter-producten gaan veel verder en zijn veel strenger dan die van biologische producten. Een lastige vergelijking natuurlijk, als je bijvoorbeeld de prijs van Demeter boerenkaas vergelijkt met een biologische fabriekskaas uit de supermarkt.

Verder zijn de vergeleken winkelformules heel verschillend:
– Estafette doet alleen maar biologisch, op water, zout, wc-papier en boeken na en is daarmee de meest consequente biologische winkelketen.
– Estafette is geen supermarkt, maar een speciaalzaak met als specialiteit biologisch / biodynamisch.
– Estafette kiest bij voorkeur voor biodynamisch.
– Estafette is een typische verswinkel: we hebben een groot percentage vers (meer dan 50%), met vooral AGF en brood als speerpunten. Juist deze groep producten hebben de onderzoekers niet meegenomen.
– Kwaliteit, ambachtelijkheid en een faire beloning voor de producent staan bij Estafette voorop. Daar doen we geen concessies in. Wat Estafette betreft mag het beste product dus best iets duurder zijn.
– Estafette heeft geen huismerkenstrategie. Estafette koopt zoveel mogelijk rechtstreeks in bij de producent zelf, om zeker te weten dat de juiste prijs bij de producent terecht komt.

Tot slot: Estafette bekijkt voortdurend de prijzen van het totale boodschappenmandje voor de klant, van groenten en fruit en melk tot andere basisboodschappen op basis van vergelijkbare producten en merken. Wij komen daarbij tot een heel ander prijsbeeld dan de onderzoekers.’
Ook Bionext liet die dag van zich horen in ‘Biologische speciaalzaak is kampioen productkeuze en persoonlijk advies’:
‘Uit een onderzoek van de Consumentbond blijkt dat 150 hardlopende bioproducten in de supermarkt bij biologische winkels over het algemeen duurder zijn. “Dit is een weinig opzienbarend feit,” stelt Bavo van den Idsert, directeur van Bionext, de ketenorganisatie voor de biologische sector van boer tot consument. “Alle hardlopers in de supermarkt (gangbaar of bio) zijn in de regel duurder bij de speciaalzaak, of het nu de groentespeciaalzaak, de slager, de kaasspeciaalzaak of de biologische winkel betreft. De gespecialiseerde winkel daarentegen onderscheidt zich niet in prijs, maar in z’n specialisme.”

Vraag naar gezond bio eten en voedingsadvies

Bij de gemiddelde biologische winkel heeft de consument keuze uit circa 2.500 biologische producten. Een kenmerk van een breed assortiment is dat lang niet alle producten even snel lopen. Daarom kan een speciaalzaak zich niet veroorloven om hardlopers zo laag te prijzen als een supermarkt. Bovendien heeft de gemiddelde biologische speciaalzaak meer gekwalificeerd personeel die de vele vragen van consumenten over gezonde biologische producten kan beantwoorden. Met de groeiende vraag naar gezond eten en  speciale dieetproducten voor met name voedselallergie en –intolerantie, neemt ook de behoefte aan betrouwbaar en goed advies toe. De biologische winkels voorzien in deze behoefte.

Sterke groei biologische speciaalzaak

Dat de prijs niet doorslaggevend is, toont de sterke groei van de biologische winkels. Het aantal nieuwe en vernieuwde winkels is dit jaar groter dan ooit en de omzetstijging in de biologische winkels komt dit jaar waarschijnlijk boven de 10% uit.

Prijs niet heilig

Prijzen vergelijken is niet eenvoudig. Er zijn verschillen per seizoen en zelfs per week, zeker als het verse producten betreft. En wie groot inkoopt kan andere condities verkrijgen dan kleinere partijen.

Dat prijs niet heilig is, blijkt ook vanuit een andere invalshoek. Over het algemeen zijn de prijzen voor levensmiddelen te laag in de supermarkt. Er woedt sinds de zomer een verhevigde concurrentiestrijd tussen de grote supers op prijs, waar vooral (gangbare) telers de dupe van worden. Als er gestunt wordt met de prijs, moet de teler uiteindelijk genoegen nemen met minder geld. In de Nederlandse glastuinbouw wordt structureel onder de kostprijs verkocht door veel telers. Een recent voorbeeld is de prijsdumping van de gangbare bananen tot ver onder de euro per kilo. Dat staat in geen enkele verhouding tot de kostprijs voor de teelt, het vervoer, de distributie en doet vrezen voor de prijs die de teler in de derde wereldlanden krijgt. “De biologische sector hecht veel waarde aan evenwichtige prijzen, van boer tot en met consument. Prijsdumping zet altijd de kwaliteit onder druk en dat mag met biologische producten niet gebeuren,” stelt Van den Idsert.’
In Biojournaal voegden zich anderen bij dit koor. Lenneke Schot liet op 22 november ‘Henk Gerbers en Koos Bakker reageren op prijsvergelijking Consumentenbond. “Biologisch is meer dan prijs alleen”’:
‘De Consumentenbond heeft de resultaten van een prijspeiling onder drie landelijke supermarktketens en vier ketens van natuurvoedingswinkels gepubliceerd. Hieruit blijkt onder meer dat bio-producten in een natuurvoedingswinkel gemiddeld een kwart meer kosten. Biojournaal vroeg Koos Bakker (directeur Estafette Odin) en Henk Gerbers (Bio+) naar hun reactie op dit onderzoek.

Estafette Odin

Koos Bakker, directeur van Estafette Odin, reageerde vrijdagochtend op twitter als volgt: “Appels met peren vergelijken onderzoekers consumentenbond moeten het nog maar eens over doen, it’s the quality stupid.” Koos gaf de volgende toelichting aan Biojournaal: “Prijs is naar mijn mening slechts één kant van de zaak. Je moet in je afweging ook de keten waarin de biologische producten aangeboden worden meenemen. Dit heeft ook zeker meerwaarde voor mensen. Ze komen niet voor niets met plezier naar de natuurvoedingswinkel”, aldus Koos. “In tegenstelling tot in de reguliere retail wordt het vlees dat in de Estafette-winkels verkocht wordt verwerkt door twee 100% biologisch werkende slagers. De biologische vleesproducten in de reguliere supermarkten worden verwerkt door de grootste slagerij van Europa, waarbij biologisch slechts een aandeel van een paar procent heeft. Als de klant dat zou weten, zouden ze volgens mij een meer weloverwogen afweging kunnen maken als het gaat om hun dagelijkse boodschappen.”

Koos benadrukt ook dat de meeste consumenten wel verder kijken dan de prijs. “Consumenten zijn echt niet gek. Het lijkt wel of de onderzoekers dit niet beseffen. Zo zou je het in ieder geval op kunnen vatten.”

In het persbericht van de Consumentenbond wordt verder benadrukt dat bij de biologische winkels het prijsverschil tussen de goedkoopste winkel (EkoPlaza) en de duurste (Estafette) een stuk groter is, zo'n 10%. Koos: “In een dergelijk vergelijkend onderzoek is het volgens mij belangrijk om ook de kwaliteit van de producten en de uitgangspunten mee te wegen. Wij zien onze winkels niet als supermarkten, maar als echte speciaalzaak. Zo is de helft van ons assortiment vers. Wij ambiëren om daar heel goed in te zijn. Deze producten zijn niet meegenomen in de prijspeiling. Verder kiest Odin Estafette voor heel veel biologisch-dynamische producten waaraan vaak een hoger prijskaartje vastzit. In het onderzoek is niet meegenomen dat 20% van de Estafette producten bio-dynamisch was.”

Koos geeft aan dat Estafette Odin rustig blijft onder de berichtgeving. “Wel blijven we uiteraard opletten, maar we geloven echt in onze visie. En de omzet, groeicijfers en reacties van klanten onderschrijven dit ook. Wij kiezen echt voor kwaliteit.”

Bio+

Henk Gerbers van Bio+ is het met Koos Bakker eens dat prijs maar één aspect is. “Biologisch is meer dan prijs alleen”, aldus Henk. Dit prijsvergelijkingsonderzoek is volgens hem wel positief: “Vijf jaar geleden had de Consumentenbond een onderzoek als dit niet kunnen doen. Er staan nu vier volwassen formules in de natuurvoedingsbranche en er zijn nu zeker 150 biologische artikelen in de reguliere supermarkten als bijvoorbeeld Jumbo, PLUS, Albert Heijn en andere retailformules te vinden. Als het gaat om beschikbaarheid en kwaliteit van het assortiment heeft de bio-branche dus een enorme sprong voorwaarts gemaakt.”

Henk benadrukt dat Bio+ de beschikbaarheid van het biologische assortiment wil verbeteren. “Wij willen biologisch voor iedereen bereikbaar en betaalbaar maken. Voor een betaalbare prijs werken we bij Bio+ met efficiënte ketens. Wel moet in elke schakel van de keten de continuïteit gewaarborgd zijn. Iedereen moet er een eerlijke boterham aan kunnen verdienen en moet kunnen blijven investeren in verdere groei en verduurzaming van biologisch. Blijft staan dat niet wij, maar de retailers zelf bepalen welke marge en consumentenprijzen ze willen rekenen. Verder zie je in deze meting van de Consumentenbond dat de prijsverschillen tussen formules in biologisch veel kleiner zijn dan in gangbaar.”

In het persbericht van de Consumentenbond wordt de reep melkchocolade van Bio+ nog apart aangehaald. Deze kostte bij Jumbo 1,13 euro, terwijl dezelfde reep bij Marqt voor 1,69 euro in de schappen lag. “Dit prijsverschil is te herleiden naar de kosten, waarde en marges. De supermarkten bepalen zelf de prijs. Hierin zijn de individuele verkooppunten vrij in.”’
‘Het vergelijk van biologische voeding met huismerken lijkt op een vergelijk, dat niet is gebaseerd op vergelijkbare producten. Een huismerk is een product waarvoor bewust een positionering is gekozen, waarbij een lage prijs cruciaal is. De motieven om huismerken te kopen zijn wezenlijk anders dan de motieven om A-merken te kopen.’
Triodos Bank Nederland berichtte gisteren op Facebook:
‘EkoPlaza is uitgeroepen tot het “Duurzaamste Merk van Nederland”! Afgelopen vrijdag won de biologische supermarktketen deze prijs, in het leven geroepen door Allesduurzaam.nl. De impact van EkoPlaza wordt steeds groter zegt de jury.

Triodos Bank financiert 11 vestigingen van EkoPlaza. Wil je weten welke winkels dit zijn? Kijk dan op Mijn Geld Gaat Goed http://bit.ly/JL8P4J
‘EkoPlaza is wederom uitgeroepen tot het “Duurzaamste Merk van Nederland”. Dit heeft de organiserende website Allesduurzaam.nl vrijdag 22 november bekend gemaakt. De jury roemde het bedrijf om zijn bijdrage aan de toegankelijkheid van het duurzame alternatief. “EkoPlaza richt zich als het gaat om duurzaamheid op de hele ‘keten’ en heeft door haar omvang en spreiding over Nederland een steeds grotere impact”: aldus de jury. Het biologische voedingsmerk Bio+ is geëindigd op de tweede plaats, en de nieuwe innovatieve Amsterdamse aanbieder van zonnepanelen Zonline veroverde de derde plek. De jury heeft op eigen initiatief een Eervolle Vermelding in het leven geroepen. Deze is toegekend aan BeterBio.

De verkiezing “Duurzaamste merk van Nederland” is een initiatief van Allesduurzaam.nl. Dit jaar werd de competitie voor de vierde maal georganiseerd. “Duurzaamste merk van Nederland” is een online stemming onder bezoekers van Allesduurzaam.nl. Elk jaar wordt aan stemmers gevraagd een motivatie achter te laten. Opvallend is dat dit op grote schaal en zeer uitgebreid gebeurt. Dit heeft de redactie van Allesduurzaam doen besluiten om deze motivaties een belangrijke(re) rol te laten spelen bij de uiteindelijke bepaling van de winnaar. De winnaar werd dit jaar voor de eerste keer bepaald door een jury op basis van de uitgebrachte stemmen, onder het motto “niet de meeste stemmen gelden maar de beste stemmen gelden”.

Uitreiking

De prijs, een beeld van kunstenaar Daan de Leeuw, werd vrijdag 22 november overhandigd door Gea Boessenkool, directeur van Allesduurzaam aan Erik Does, algemeen directeur van EkoPlaza in het EkoPlaza-filiaal in Delft. Boessenkool citeerde daar uitgebreid het juryrapport: “In het licht van de sterke groei is het bijzonder dat EkoPlaza door de klant nog steeds als ‘persoonlijk’ en ‘dichtbij’ wordt ervaren. Dit blijkt uit de talrijke reacties van de stemmers. Zij ervaren EkoPlaza ook als mooi, modern en duurzaam”.

In totaal zijn er in een maand tijd ruim 3000 stemmen uitgebracht. Volgens Bert Vink, hoofdredacteur van Allesduurzaam, valt uit de motivaties op te maken dat de consument vooral vertrouwen heeft in, en op zoek is naar merken en bedrijven waarbij duurzaamheid in het DNA van het bedrijf verankerd is. “Simpel” en “eerlijk” zijn in de motivaties de meest genoemde termen. Volgens Vink toont dit aan dat duurzaamheid geen marketingtool is, geen afdeling of business opportunity. De consument is op zoek naar producten met een goed en eerlijk verhaal. Duurzaamheid komt van binnen en dat wordt door de consument zeer gewaardeerd en herkend.

De Jury werd gevormd door Hans Blom, Hanke Mauser en Claire Teurlings, alle verbonden aan de Cooperation of Good.’
Lenneke Schot tekende gisteren het volgende op uit de mond van ‘Erik Does, EkoPlaza: “Brede waardering voor onze investeringen in duurzaamheid”’:
‘EkoPlaza is afgelopen vrijdag (22 november) voor het tweede jaar op rij uitgeroepen tot het “Duurzaamste Merk van Nederland”. Deze verkiezing werd wederom georganiseerd door de website Allesduurzaam.nl. De jury roemde het feit dat EkoPlaza zich als het gaat om duurzaamheid op de hele “keten” richt en dat EkoPlaza door haar omvang en spreiding over Nederland een steeds grotere impact heeft.

Erik Does, algemeen directeur van Udea en EkoPlaza, nam de prijs in ontvangst in de EkoPlaza-vestiging in Delft. Maandagochtend gaf hij aan dat de prijs een mooie beloning is voor al het harde werken. “We hebben een rapport meegekregen met daarin de opmerkingen van de consumenten. Dat biedt een mooie onderbouwing voor deze winst. Eén van de consumenten omschreef EkoPlaza zelfs als een ‘Supermarkt 2.0.’ Dat vinden wij een heel mooi compliment.”

Erik geeft aan dat er vorig jaar vooral veel waardering was voor het neerzetten van de EkoPlaza-keten en dat het afgelopen jaar echt de volgende stap is gezet. “Dit keer is meer gekeken naar de algehele ontwikkeling van onze keten. De transparantie waar we voor staan wordt erg gewaardeerd. Ook is dit de eerste keer dat we een brede waardering krijgen voor het feit dat we volop investeren in duurzaamheid, bijvoorbeeld door elektrische laadpunten bij onze Amsterdamse vestigingen te installeren en zonnepanelen op de daken van de winkels. Het is mooi om te merken dat consumenten dit ook herkennen en waarderen.”

De algemeen directeur geeft verder aan dat uit het rapport blijkt dat de consumenten veel waardering hebben voor de kennis van de medewerkers en de persoonlijke betrokkenheid die ze tonen.

Voor meer informatie: edoes@udea.nl
Tot slot van vandaag deze tekst op de website van Uitgeverij Nearchus over ‘Inkomensverdeling’:
‘Sociale driegeleding is écht actueel: het is te verbinden met nagenoeg elke actuele ontwikkeling. Hier een citaat uit Trias politia ethica van Ruud Thelosen met enkele waarnemingen en gedachten over het vraagstuk waarover de Zwitsers zich dit weekeinde in een referendum mochten uitspreken: een rechtvaardige verdeling van inkomen.

“De samenleving zou er zeer bij gebaat zijn wanneer de politiek een rechtvaardige inkomenspolitiek gaat voeren die gebaseerd is op minimum- en maximuminkomens met daarbinnen differentiatie op basis van de zwaarte van functies. Daarbij vervalt het onderscheid tussen overheid en bedrijfsleven, profit en non-profitsector, ondernemer of werknemer.

Dat brengt arbeidsrust, een nieuwe cultuur van de arbeid en een hernieuwd vertrouwen in de overheid, die namelijk orde op zaken stelt daar waar dat hard nodig is. Met een verstandige en rechtvaardige inkomenspolitiek wordt de angel uit de sociale onrust gehaald die momenteel in bedrijven en in de samenleving rondwaart. In de jaren 70 van de vorige eeuw was het de econoom Jan Tinbergen (de enige Nederlandse Nobelprijswinnaar op dit vakgebied) die al pleitte voor een vaste bandbreedte tussen de hoogste en laagste inkomens in een bedrijf maar ook in een samenleving. Daaruit is de latere Tinbergennorm ontstaan. Zijn de inkomensverschillen groter in een bedrijf dan heeft dat negatieve gevolgen voor de resultaten van een bedrijf.

De Engelse onderzoekers Wilkinson en Picket hebben hetzelfde geconstateerd voor de hele samenleving. In het boek The Spirit Level; Why equality is better for everyone van 2009 wordt het belang van meer inkomensgelijkheid aangetoond. Hoe kleiner het verschil tussen de hoogste en laagste inkomens, hoe beter een hele reeks van maatschappelijke kenmerken zoals criminaliteit, onderwijsprestaties, gezondheid van mensen, welzijn etc. Dit significant aangetoond verband blijft onzichtbaar als je alleen kijkt naar de welvaart van een samenleving, uitgedrukt in bruto nationaal product per hoofd van de bevolking. Door inkomensongelijkheid aan te pakken kun je de samenleving dus sterk verbeteren!”’

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)