Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

vrijdag 23 mei 2014

Vrijheid

‘46 kazen gestolen op Warmonderhof’ meldde Biojournaal op 19 mei:
‘Op Warmonderhof zijn in de nacht van zondag op maandag 46 kazen gestolen. De veehouder Johan Verheye van Warmonderhof maakt samen met zijn vrouw kaas van de melk die afkomstig is van de blaarkopkoeien.

Johan is op zondagavond nog in de kaasmakerij geweest om de kazen te draaien, maandagochtend trof hij een open gebroken deur aan. Het vermoeden is dat de kazen gestolen zijn voor verkoop op de markt, mede omdat van elke soort kaas een paar exemplaren zijn meegenomen. Johan: “Het moet een kaaskenner geweest zijn, ze hebben namelijk een volledig assortiment van verschillende kazen meegenomen. Zelfs de nieuw ontwikkelde rookkazen.”

De schade loopt in de duizenden euro’s, een kaas weegt gemiddeld twaalf kilo. Behalve de kazen hebben de dieven ook ingebroken in de Hofwinkel, daar hebben ze het wisselgeld uit de kassa meegenomen.

Voor meer informatie: www.warmonderhof.nl
‘Estafette Driebergen is vandaag (vrijdag 16 mei) heropend. De winkel op de Traay 53 in Driebergen was de afgelopen dagen gesloten vanwege een fikse verbouwing. “Het was hoog tijd om de koelingen in de winkel te vervangen en daar hebben we meteen wat andere klussen aan vastgeknoopt”, vertelt Merle Koomans van den Dries. “Ook wordt het ledenvoordeelsysteem meteen geïntroduceerd. Daarmee is Estafette Driebergen de zesde Estafette-winkel waar klanten kunnen meedoen aan het ledenvoordeel.”

Merle geeft aan dat er de afgelopen dagen hard is gewerkt om alles op tijd af te krijgen, zodat de winkel vanochtend (16 mei) om 8:30 uur weer open kon gaan. “Het resultaat mag er wat ons betreft zijn: mooie nieuwe energiezuinige koelingen voor de verschillende verse afdelingen, meer groenten en fruit, een opgefriste broodafdeling, meer droogwaren en een derde kassa met ledenbalie. Bij die ledenbalie hebben zich inmiddels de eerste klanten als lid van Coöperatie Odin en deelnemer aan het ledenprijzensysteem aangemeld. Om de opening te vieren, organiseren we zaterdag 24 mei wat extra feestelijke activiteiten in en voor de winkel. Dat sluit mooi aan op de boerenmarkt die op die dag in de straat wordt gehouden.”

Voor meer informatie: www.estafettewinkel.nl
‘EkoPlaza aan de Nieuwe Binnenweg in Rotterdam is in juni drie jaar open. Het was de veertigste winkel van de biologische supermarktketen en één van de eersten in de nieuwe stijl. EkoPlaza-ondernemer Rina van der Stok vertelt dat de winkel binnenkort verbouwd zal worden. “Een aantal elementen van de nieuwe stijl zijn nog niet in deze winkel verwerkt, zoals de cosmeticahoek. En we kunnen meteen de routing in de winkel verbeteren”, aldus Rina. Ook komt er een horecahoek. “Links naast de ingang, waar nu de winkelkarretjes staan, komt een balie met ‘to go-producten’ en buiten willen we een klein terras inrichten.”
Klik hier voor de fotoreportage van EkoPlaza Rotterdam.

Rina ziet het klantenbestand van de winkel nog steeds groeien. “Van begin af aan is dit positief gegroeid en het ontwikkelt zich nog altijd.” Ze omschrijft het winkelend publiek als heel gemêleerd. “Multiculti is eigenlijk de beste omschrijving. Ook komen er veel gezinnen in de winkel. Tot ons vaste klantenbestand behoren tevens veel Oost-Europeanen. Deze winkel is hun moestuin. Zij waarderen de kwaliteit van de biologische producten.”

Ze ziet nog volop groeimogelijkheden in Rotterdam. “Er is zeker ruimte voor meer EkoPlaza’s in Rotterdam. Hier zou ik graag een bijdrage aan leveren. Het runnen van een winkel in deze stad is een mooie uitdaging. Ik heb ook geen seconde spijt dat ik de uitdaging aan de Nieuwe Binnenweg aan ben gegaan.”

Drie EkoPlaza’s

Rina runt niet alleen samen met de EkoPlaza-organisatie de EkoPlaza aan de Nieuwe Binnenweg in Rotterdam, maar is ook eigenaar van EkoPlaza's in Delft en Leiden. Ze merkt duidelijke verschillen tussen de winkels. “In elke winkel heerst er een andere sfeer. Zo is Delft een echte gezinswinkel en Leiden meer een ‘to-go-winkel’. In Rotterdam is goed te merken dat het gaat om een winkel in een echt grote stad. Toch staat ook hier het persoonlijke contact met de klanten voorop.”

Het is voor Rina heel leerzaam om drie verschillende EkoPlaza’s te runnen: “Wat je bij de één leert kan je in de andere winkel toepassen. Ik heb de afgelopen jaren ook zeker een persoonlijke groei doorgemaakt. Ik vind het leuk om mezelf daarin verder te ontwikkelen.”

Voor meer informatie: Rina van der Stok, EkoPlaza Rotterdam, Nieuwe Binnenweg 236-242, 3021 GN Rotterdam, 010 4255418, Rotterdam@ekoplaza.nl, www.ekoplaza.nl
Lenneke Schot was op 16 mei ook verantwoordelijk voor dit korte bericht, ‘Bedrijfsfilm toont Zuiver Zuivel van koe tot pak’:
‘In de nieuwe bedrijfsfilm van Zuiver Zuivel wordt het hele proces getoond, van koe tot pak. De film begint met beelden van koeien in de wei. Het gaat om de koeien van Klaas Rodenburg van De Rodenburghoeve in Uitgeest. “Zodra het land droog genoeg is, gaan de koeien alweer naar buiten. De koeien weten dat gewoon.” Daarna volgt onder meer een toelichting op de oorsprong van het merk Zuiver Zuivel en het verdere productieproces.

Bekijk hieronder de bedrijfsfilm van koe tot pak.’
Op 19 mei om 18:00 schreef weekblad ‹Das Goetheanum› op Facebook over ‘Demeterwein an der Weltspitze’:
‘Zwar hätten dem Verkoster fast die Worte gefehlt, doch habe er zumindest schriftlich festhalten können, dass der ‹Riesling Vinothek 1995› vom Weingut Nikolaihof als erster Wein in der Geschichte 100 Punkte in Robert Parkers ‹The Wine Advocate› erhalten soll – welcher als die einflussreichste Weinpublikation der Welt gilt –, so berichtete kürzlich ‹Der Standard›. 1971 kamen die Eigentümer des Hofes durch ihre Freundschaft mit einer anthroposophisch arbeitenden Kinderärztin mit den Methoden Rudolf Steiners in Kontakt, seitdem wird der Hof biodynamisch bewirtschaftet. Der Standard/CC’
En eergisteren deed Urtica/De Vijfsprong verslag van de ‘Hart en Hoofdprijs Triodosbank’ (op 8 april meldde ik in ‘Aart-zijn’ deelname van deze zorgboerderij):
‘Het was maar wat spannend. Vier man (en vrouw) sterk waren we naar de uitreiking van de Hoofd en Hartprijs van de Triodosbank in Amsterdam getogen. Een mooie inspirerende avond waar meer dan tweehonderd ondernemers aanwezig waren. De uitslag? Maar liefst 3425 mensen hebben op ons gestemd. Dank jullie allemaal wel!

Maar daarmee werden wij geen winnaar. Dat werd Roetz Bikes: daar worden fietsen gemaakt van oude fietsen. Er is daar royaal werkplek voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt. Een bedrijf naar ons hart! Wij gunnen hen de prijs daarom van harte en feliciteren hen met hun succes.

En u bent en blijft natuurlijk wel uiterst welkom op 28 juni op onze open dag. Ook de Triodosbank zal daar dan aanwezig zijn. Omdat we tegelijkertijd ons dertigjarig jubileum vieren, is het groot feest. U komt toch ook?’
Meer hierover in het gisteren geplaatste ‘Programma Urtica De Vijfsprong DERTIG jaar’ (ik meldde het al eerder op 3 mei in ‘Wereldbeelden’):
‘Dit jaar vieren wij een jubileum. Het dertig jarig bestaan wordt op 26 juni ’s middags en ’s avonds gevierd. Twee dagen later is de open dag, mede in het teken van de Hart & Hoofdprijs van de Triodosbank, maar ook in het teken van ons jubileumfeest. Het programma krijgt al contouren.

Het ziet ernaar uit dat wij in de middag van de 26e ons vooral bezighouden met de komende dertig jaar! En ook op de open dag van 28 juni is er ruim baan voor de komende generatie: speciaal met het oog op de cliënten van ons boerenbedrijf én van onze leefwerkgemeenschap zijn er tal van activiteiten voor kinderen. Maar ook de volwassenen worden uiteraard niet vergeten.

Nieuwsgierig? Het programma staat in de steigers: kijkt u maar! Op onze website worden in de komende weken verder zeker tipjes van de sluier opgelicht. Noteert u vast maar de dagen 26 en 28 juni in uw agenda!’
Na de landbouw & zorg naar het onderwijs. ‘Vrije school in Bergen splinternieuwe, bijzondere hal’ schreef Sophie Kuitems op 15 mei in het Noordhollands Dagblad en liet er een mooie foto bij plaatsen:
‘Geen muffe, bedompte entree in de vrije school (Adriaan Roland Holstschool) in Bergen. Integendeel zelfs.

De leerlingen komen binnen in een bijzondere ruimte. Het dak is vervangen voor glas, waardoor de hal er nu uitziet als de bovenkant van een kassencomplex. Echte boomstammen vormen de steunpilaren.

Binnenkort wordt de hal feestelijk geopend. De Adriaan Roland Holstschool ligt aan de Prins Hendriklaan 56.’
In ‘Kom kijken’ wordt een ‘Open huisdag Vrijeschool Pabo’ aan Hogeschool Leiden aangekondigd:
‘Leuk dat je je wilt aanmelden voor de Open huisdag van de Vrijeschool Pabo op 14 juni 2014. Meld je hier aan voor definitieve deelname. De uitnodiging vind je hier.

Studieadvies

De keuze voor een opleiding is één van de belangrijke beslissingen in je leven. Denk er daarom goed over na. Bezoek één van onze open dagen en kom proefstuderen. Tijdens open dagen zijn onze studentendecanen aanwezig. Je kunt bij hen terecht met vragen over je studiekeuze, eventuele twijfels en persoonlijke omstandigheden, zoals studeren met een functiebeperking.

Open dagen

Begin met een bezoek aan een van onze open dagen. Je kunt workshops volgen en vragen stellen aan docenten en studenten van de opleiding. Het is een goede gelegenheid om de sfeer te proeven en kennis te maken met de faciliteiten van Hogeschool Leiden. Kijk bij Open dagen voor de data en tijden. Via deze weg kun je je ook aanmelden voor de open dagen.

Proefstuderen

Heb je al genoeg informatie verzameld over je mogelijke vervolgopleiding (studiebeurs, website, brochures, bezoek aan de Open dag) en wil je een indruk krijgen van het niveau en de inhoud van een opleiding? Kom dan een dagje proefstuderen. Tijdens het proefstuderen krijg je een beeld van de inhoud en het niveau van de opleiding. Zo ervaar je hoe het is als je voor een bepaalde studie kiest.

Studiekeuzecheck

De Studiekeuzecheck daagt jou uit om al ruim voor de start van je bacheloropleiding na te denken over of je de juiste studiekeuze hebt gemaakt. Verder krijg je tips die je kunnen helpen om meteen een goede start te maken. Klopt jouw beeld van de opleiding en het beroep? Doe de Reality Check!

Contact

Heb je vragen over de opleiding Vrijeschool Pabo? Dan kun je contact opnemen met onze servicedesk via studeren@hsleiden.nl of 071-5188900. Wij staan dagelijks voor je klaar en beantwoorden graag jouw vragen.’
Uitgeverij Nearchus had op 20 mei een bericht getiteld ‘Kolisko’:
‘Eugen Kolisko (1893-1939) was arts, scheikundige, leraar op de eerste Waldorfschule, publicist en voorvechter van de antroposofie. “Mensen als Dr. Eugen Kolisko kunnen door de antroposofische beweging niet genoeg op waarde geschat worden. (...) Het natuurwetenschappelijk fenomenalisme heeft in Kolisko een voorvechter die deze kant van het antroposofische denken overal vanuit onbevangen kennis van de stof ontwikkelt. Bij Kolisko heb je nooit het gevoel dat hij de antroposofie al van tevoren in zijn onderzoeken van de wereld binnenbrengt, maar dat hij juist, in een deskundig maar intiem denken vanuit concrete vraagstukken tot de antroposofische beschouwing komt. Daarbij is hij als persoonlijkheid innig met zijn vraagstukken vergroeid, zodat we in Eugen Kolisko voor mijn gevoel te maken hebben met een door en door wetenschappelijk overtuigend werkende persoonlijkheid. Wanneer ik hem hoor spreken zoals deze keer over het vrije geestesleven, dan heb ik de ervaring: hij spreekt tot in het hart de waarheid; en in deze waarheid leeft hij zich volledig uit.”

Rudolf Steiner over Eugen Kolisko, in een verslag over een Hogeschoolcursus die in 1922 in Nederland werd georganiseerd.

Ook Lili Kolisko (1889-1976), de vrouw van Eugen, was een bijzondere persoonlijkheid.

“Rudolf Steiner hechtte veel belang aan haar onderzoekswerk en bezocht haar vaak in haar laboratorium, om de resultaten te bespreken en verdere aanwijzingen te geven. Haar proeven waren erop gericht het heersende materialisme te overwinnen en de etherische kwaliteiten die ten grondslag liggen aan de materie, zichtbaar te maken. Samen met Rudolf Steiner ontwikkelde zij een methode van potentiëren waarbij de materiële substantie stap voor stap tot voorbij de grens van het analytisch aantoonbare werd verdund, terwijl de etherische werkzaamheid tegelijkertijd steeds duidelijker naar voren trad.” (bron: Anthrowiki)

Rudolf Steiner over haar werk:

“Ik denk dat het onderzoek van Lili Kolisko naar de werking van de kleinste entiteiten, het tastende zoeken in de homeopathie op een glanzende manier een dusdanige wetenschappelijke basis heeft gegeven, dat men het nu als wetenschappelijk aangetoond kan beschouwen dat de kleinste entiteiten in kleine hoeveelheden juist de stralende krachten die in de organische wereld gebruikt worden, vrij maken van de materie, zodat men deze minieme hoeveelheden op de juiste manier kan gebruiken.”

Ons nieuwe imprint Kolisko is genoemd naar Lili en Eugen Kolisko. Onder deze naam zullen we literatuur gaan uitgeven die verdieping en kennis biedt voor degenen die beroepsmatig op basis van de antroposofie werkzaam zijn. Volgende week verschijnt de eerste uitgave!’
Als we over boeken beginnen, mag deze ‘Boekpresentatie’ zeker niet ontbreken:
‘Op donderdag 29 mei word het nieuwe boek van Arie Bos: “Mijn Brein denkt niet, ik wel” gepresenteerd in het Geert Grote College te Amsterdam. Klik hier voor meer informatie...
Daarin lezen we inderdaad meer. Maar nóg meer vinden we in ‘Boekpresentatie Dementie en ik – Uitnodiging’:
‘Dubbele Boekpresentatie

Arie Bos Mijn brein denkt niet, ik wel
Marko van Gerven & Christina van Tellingen (red.) Dementie en ik

Waar & Wanneer

Donderdag 29 mei (Hemelvaart) in de nieuwe kantine van het Geert Groote College Amsterdam, Fred Roeskestraat 84 1076 ED Amsterdam.

Programma

10.00 Koffie, thee en muziek
10.30 Presentatie van het boek Mijn brein denkt niet, ik wel (Uitgeverij Christofoor)
Lezing door Arie Bos: Waarom denkt mijn brein niet? En waarom is dat belangrijk?
11.00 Presentatie van het boek Dementie en ik (Uitgeverij Nearchus)
Lezing door Marko van Gerven: The making of...
Lezing door Christina van Tellingen: Wat heeft dementie met ik te maken?
11.30 Muziek en versnaperingen

Graag aanmelden

Wees welkom. Als u van plan bent te komen, wilt u dat dan even melden?
Mail: arieb25@planet.nl
T: 020-4975893
SMS/Whatsapp: 0655380830
Post: Osdorperweg 870 1067TD Amsterdam.

Marjolein Baars is één van de co-auteurs van het boek Dementie en ik en schreef het 3e hoofdstuk Het creëren van een context: een creatieve ontmoeting met de ander(en).

Wilt u de uitnodiging als PDF downloaden klik dan hier: Uitnodiging Dementie en ik Presentatie.web MR
Wilt u de boekbespreking Elke dementie is een individueel proces in Stroom lezen klik dan hieronder:
artikel Stroom 2014 elke dementie is een individueel proces
Op de website van de uitgeverij staat over het eerste boek:
‘Mijn brein denkt niet, ik wel 
auteur: Arie Bos
prijs: € 24,90
inhoudsomschrijving:

Het college dat mijn studenten neurofilosofie altijd het meest fascineert (en dat ze tegelijkertijd het meest haten omdat we er niet uitkomen) gaat over de vraag: hebben we een geest? En, zo ja, hoe verhoudt zich die tot het lichaam (inclusief het brein)? En maakt het uit wat we daarover denken? Precies die vraag staat centraal in het nieuwe boek van Arie Bos. Hij bekijkt de claims van veelbesproken neurowetenschappers en daagt de lezer uit tot een oordeel: waar staat u in dit debat? Geniet en onderzoek! (Prof. Dr. Jeroen Geurts, hersenwetenschapper aan het VU medisch centrum te Amsterdam). Arie Bos gelooft in een vrije geest. In dit uitstekend gedocumenteerde boek neemt hij het moedig op tegen gevestigde opvattingen. (Mark Mieras, wetenschapsjournalist gespecialiseerd in neuro wetenschap). Eindelijk een breinboek voor beide hersenhelften! Arie Bos rekent overtuigend af met de modieuze en naïeve veronderstelling dat we “ons brein zouden zijn”. Door de vele wetenschappelijke bevindingen in een groter perspectief te plaatsen, maakt Arie Bos overtuigend duidelijk dat het materialistische wereldbeeld achterhaald en onhoudbaar is. De mens is geen biologische computer, maar een bewuste schakel in een zinvolle, naar vrijheid strevende evolutie. (Klaas van Egmond, hoogleraar Milieukunde en Duurzaamheid aan de Universiteit Utrecht).

bestellen: Koop dit boek bij de boekhandel of bij bol.com
overige informatie: 1e druk, gebonden, 17 x 23 cm, 240 blz, ISBN: 9789060387368’
‘auteur: Martin van den Broek
auteur: Marjolein Thiebout
prijs: € 47,50
inhoudsomschrijving:

Individuele beslissingen en groepsbesluiten bepalen wat er in de wereld gebeurt. De huidige tijd noodzaakt mensen en organisaties om onder hoge tijdsdruk keuzes te maken. Dit heeft het risico van te snel genomen besluiten waarvan de consequenties onvoldoende zijn doordacht en die niet leiden tot het beoogde resultaat. Dit Praktijkboek biedt hulpmiddelen om als persoon in korte tijd te komen tot doordachte werkzame besluiten en als groep tot doordachte gedragen, werkzame besluiten. In essentie gaat het hierbij om het beantwoorden van de vragen: Waar gaat het mij nu echt om? Waar gaat het jou nu echt om? – om vervolgens, als het gaat om een groepsbesluit, de uitkomsten van deze vragen met elkaar in dialoog te brengen ter beantwoordding van de vraag: Waar gaat het ons nu echt om? Dynamische Oordeelsvorming® is voor het omgaan met deze vragen een instrument bij uitstek. Als model en methode is het gebaseerd op het proefschrift van Lex Bos Oordeelsvorming in groepen (Wageningen 1974). Managers van afdelingen, projecten, scholen, kleine en grote instellingen en bedrijven, trainers, coaches, therapeuten, mediators, procesbegeleiders en vele anderen kunnen profijt hebben van dit boek.

bestellen: Koop dit boek bij de boekhandel of bij bol.com
overige informatie: 1e druk, gebonden, 17 x 24 cm, 540 blz, ISBN: 9789062388738
Lees hier de recensie van Marijke Steenbruggen.’
Op donderdag 15 mei had ik het in ‘Stormram’ over een boek, naar aanleiding waarvan hoofdredacteur Jens Heisterkamp van maandblad Info3 gisteren schreef ‘Anthroposophen in der NS-Zeit. Auftaktveranstaltung zu den “Erinnerungen” von Hans Büchenbacher’:
‘Eine außerordentlich gelungene Veranstaltung in Hannover aus Anlass der Neuerscheinung der “Erinnerungen” von Hans Büchenbacher zeigt: Die Auseinandersetzung mit diesem schwierigen Kapitel der Anthroposophie kann heute offener und sachlicher geführt werden als noch vor einigen Jahren.

Auf Einladung von Pfarrer Frank Hörtreiter stellte Ansgar Martins im mit rund 80 Zuhörern voll besetzten Gemeindesaal der “Christengemeinschaft” in Hannover Mitte Mai seine Forschungen über Hans Büchenbacher vor, der zu Beginn der NS-Herrschaft Vorsitzender der Anthroposophischen Gesellschaft in Deutschland war und aufgrund seiner jüdischen Abstammung zum Rücktritt gedrängt wurde. In seinen jetzt erstmals veröffentlichten Erinnerungen zieht Büchenbacher u.a. das bestürzende Fazit, dass rund zwei Drittel der Anthroposophen auf den Nationalsozialismus hereingefallen seien (mehr Informationen zum Buch).

Trotz Kritik an einzelnen Details begrüßten sowohl Hörtreiter als auch der mitdiskutierende Arfst Wagner die Veröffentlichung, durch die ein wichtiges Dokument jener Zeit nunmehr zugänglich gemacht sei. Wagner hatte bereits vor mehr als 25 Jahren durch die Veröffentlichung von Dokumenten aus der NS-Zeit, die die damals verantwortlichen Anthroposophen in keinem guten Licht zeigen, eine Debatte anstoßen wollen, war aber auf wenig Verständnis gestoßen.

Als erster Eindruck nach dieser Veranstaltung ist festzuhalten, dass die Auseinandersetzung mit diesem schwierigen Kapitel der Anthroposophie heute offener und sachlicher geführt werden kann als früher. Anstelle immunisierender Abwehr kamen aus dem Publikum Fragen, ob es weitere Veranstaltungen dieser Art geben werde – der Info3-Verlag freue sich über Einladungen, hieß es. Am Ende war im herzlichen Schlussbeifall Respekt vor dem jungen Wissenschaftler Martins spürbar, der die umfangreiche Herausgabe mit scharfem Urteilsvermögen, aber nie mit der Überheblichkeit eines Spätgeborenen angegangen ist.’
Dezelfde Jens Heisterkamp schreef eergisteren een zeer lezenswaardig stuk over ‘Der Dalai Lama zu Gast in Frankfurt. Moral ist machbar’:
‘In der Frankfurter Paulskirche diskutierte der Dalai Lama mit Vertretern von Philosophie und Theologie über die Begründung von Ethik.

Es ist tatsächlich so still wie in einer Kirche, als das Publikum in der Frankfurter Paulskirche, die schon lange nicht mehr sakralen Zwecken dient, an diesem Nachmittag auf einen der prominentesten geistigen Führer der Welt wartet. Der Weg von der Tür bis zum Podium zieht sich hin, weil der Mann mit der farbenprächtigen Tunika unterwegs immer wieder alte Bekannte begrüßt und kleine Scherze verteilt. Der sprichwörtliche Humor und die Herzlichkeit des Dalai Lama sind sofort im Raum. Das Auditorium erhebt sich, bis ihm in aller Freundlichkeit geboten wird, doch wieder Platz zu nehmen.

Für das heutige Podiumsgespräch unter Leitung des Buddhismus-nahen Fernsehmoderators Gerd Scobel hat man dem Würdenträger aus Tibet zwei Repräsentanten des Abendlandes hinzugestellt: den Trierer Bischof Stephan Ackermann und den Philosophieprofessor Rainer Forst von der Frankfurter Goethe-Uni. “Die Herausforderung christlicher und buddhistischer Werte durch eine säkulare Gesellschaft” lautet das Thema.

Es war nicht neu, aber doch wieder überraschend, dass ausgerechnet der Dalai Lama als Gallionsfigur buddhistischer Spiritualität ganz klar für eine weltlich fundierte Ethik eintritt und die Rolle der Spiritualität für die Begründung von Moral eher skeptisch sieht – der Streit der Religionen scheint als Beleg dafür zu genügen, dass der Bezug auf Gott anscheinend mehr Streit als Frieden stiftet. Er habe einmal mit schiitischen und sunnitischen Muslimen gesprochen und sie gefragt, ob sie denn nicht fürchteten, Gott durcheinander zu bringen, wenn beide Parteien in ihrem Streit ihn um seinen Segen bitten – das Publikum lacht ebenso über diesen Scherz wie über das unverwechselbare Glucksen, mit dem Seine Heiligkeit dabei über sich selbst lachen muss.

Während sich Bischof Ackermann als Vertreter des Christentums auf das biblische Wort von der Gottesebenbildlichkeit des Menschen als Quell von Ethik bezieht, verweist der Dalai Lama lieber auf Ergebnisse der empirischen Psychologie, wonach Menschen, die sich moralisch verhalten, gesünder und ausgeglichener sind als andere. Mitgefühl sei der Schlüssel zu Glück und Gesundheit, so der Mann aus dem Osten. Diesem derzeit populären Trend, dass die Gefühle die besseren Ratgeber sind, mochte der Philosoph Rainer Forst so nicht folgen. Was, wenn bei einem bestimmten Menschen oder bestimmten Gruppen von Menschen – Stichwort Nationalismus – sich eben kein Mitgefühl einstellt? Emotionen sind oft eine trügerische Sache, zu subjektiv, zu anfällig und schwach, um eine allgemeingültige Ethik zu tragen, so der Frankfurter Philosoph. Warum hat jemand Anspruch auf den Schutz durch moralische Werte? Warum soll ich jemandem helfen? Als unbedingte Antwort darauf müsse genügen: Weil es ein Mensch ist, so Forst in der unverkennbaren Tradition von Kant und Habermas.

Ob diese Letztbegründung des Menschlichen um des Menschen willen tatsächlich rein aus der Vernunft herzuleiten ist – dies wäre eine Frage, die insbesondere durch den immer einflussreicheren ethischen Utilitarismus aufgeworfen wird, der sehr wohl und teilweise mit fatalen Folgen Bedingungen an die Gewährung von moralischen Normen stellt. Ob also der Diskurs einer auf den Menschen gegründeten Ethik nicht doch letzten Endes metaphysische Wurzel hat oder diese sogar braucht – die verständlicherweise deutlich von dem Gast aus dem Osten dominierte Veranstaltung konnte hier keine Antworten liefern, sondern empfahl sich mit den bewährten Alltagsregeln seiner Heiligkeit: Anderen zu dienen oder ihnen zumindest nicht zu schaden, das könne auch nicht religiösen Menschen als ethische Richtschnur einleuchten, meinte der Dalai Lama.

Erfreulich an diesem Nachmittag: Der Hang zur großen Ratlosigkeit oder auch Beliebigkeit, der nicht selten beim öffentlichen Reden über Ethik beschworen wird, hier hatte er keinen Raum. Jeder der Podiumsteilnehmer zeigte auf seine Weise, dass es sehr wohl verbindliche und auch praktikable Werkzeuge zum Thema Moral gibt – man muss sie nur benutzen wollen.

Livestream Aufzeichnung, Beginn der Diskussion ab Minute 40 http://www.dalailama-frankfurt.info/programm/livestream/#.U3y_ANJ_tnG
Nog steeds in de boekensfeer, buurt ik graag ook bij de website van Michael Eggert, die eergisteren ‘Zu Andreas Meyers “Die letzten Templer” II’ plaatste. Een thema van hem waar ik hier op 23 februari in ‘Leerling’ ook aandacht aan schonk, alsmede op 11 maart in ‘Successie’. Dit laatste bericht betrof echter een andere Meyer, namelijk de uitgever Thomas Meyer. Over de eerste Meyer bleek Eggert in februari al zeer te spreken, zo ook nu:
Andreas Meyers “Die letzten Templer. Band II” gehört zu den ganz raren Büchern, in denen ein neuer Standard definiert wird – in einem Zusammenfliessen von methodischer Reinheit, umfassender Quellenkenntnis und -verarbeitung, Verarbeitung von Angaben Rudolf Steiners, Blickrichtung auf kulturelle, politische, geistesgeschichtliche Entwicklungsströme und auch ganz eigenständige geistige – d.h. vor allem karmische – Forschung. Dieses Zusammenfliessen der Impulse hebt das Buch schon weit heraus.

Das Thema der Templer, ihrer Vernichtung und der von ihnen ausstrahlenden Impulse, steht in der Mitte einer solchen umfassenden Kaskade von Betrachtungen. Die methodische Sauberkeit wird u.a. dadurch gewährleistet, dass alle Quellen – auch die eigenständige Forschung – jeweils als solche gekennzeichnet werden. Zu diesen Forschungen gehören auch karmische Betrachtungen zu einzelnen Handelnden, die überraschende, aber sehr erhellende Schlaglichter auf das Verhalten der Personen im historischen Kontext werfen. Es werden aber auch Mysterien eines geschlossenen Kreises innerhalb des Templerordens, dessen innere Struktur, die Funktion und Bedeutung einzelner Personen geschildert, und dies mit einer klaren und einsichtigen intimen Kenntnis, dargelegt. Zu der herrschenden Transparenz gehört auch, dass einzelne schwer wiegende Fehlurteile innerhalb der Literatur – beispielsweise aus der Feder der notorisch spekulierenden Judith von Halle – korrigiert und zurück gewiesen werden. Andreas Meyer setzt einfach die historischen Fakten dagegen.

Schließlich gehört zur Methodik auch, dass der vorliegende zweite Band schon im Untertitel – “Geisteswissenschaftliche Forschungen zur Entstehung, Vernichtung und Fortentwicklung des Templerimpulses” – deutlich macht, dass es hier eben um die hinter den historischen Vorgängen (die im ersten Band erschöpfend behandelt werden) liegenden Bedeutungs- und Deutungsebenen geht. Der Leser weiß, worauf er sich einlässt. Die Vorsicht Andreas Meyers ist gerade bei diesem Thema, das von so vielen Seiten und häufig auf entstellende Art und Weise missbraucht worden ist, bitter nötig; das Templermotiv ist stets ein historischer Schock gewesen – der erste staatsterroristische Akt, und der Verrat des papistischen Katholizismus an den eigenen spirituellen Impulsen. So spricht Meyer auch vom “schneidende(n) Lufthauch der neueren Geschichte.” Ein Trauma für die Kirche wie für ihre Opfer.

Mit einigen sentimentalen Verzerrungen räumt Meyer allerdings auch auf – vor allem in Bezug auf die Person und Rolle des Großmeisters Jakob von Molays, der häufig idealisiert worden, zum “Eingeweihten”, zur “weitschauenden Führerpersönlichkeit” und zum Held gemacht worden ist. Meyer zeigt, dass er tatsächlich der einfache und tapfere Mann gewesen ist, als der er sich vor den Tribunalen selbst beschrieben hat. Er hatte zweifellos einige diplomatische Erfolge, war aber strategisch, intellektuell und spirituell keinesfalls – so wiederum eine verzerrende Behauptung auch Judith von Halles – der schwierigen Situation des Ordens gewachsen. Diese Art von Idealisierung und Mystifizierung Molays ist eigentlich ein Produkt des 19. Jahrhunderts. Tatsächlich diente Molay, da innerer spiritueller Kreis und äußere Führung bei den Templern stets getrennt waren, mehr als eine politische Repräsentationsfigur. Auch in dieser Hinsicht hat er, der eine Renaissance des Ordens in einem neuen Kreuzzug sah, die Zeichen der Zeit völlig missdeutet. Es gab durchaus “andere Zukunftskonzepte für die weitere Entwicklung des Ordens”, aber Molay setzte sich gegen Widerstände durch, die Tatsache ignorierend, dass “die Zeit der geistlichen Ritterorden im Orient vorbei war” (S. 98). Womöglich erkannte Molay auch die Brisanz der Anfeindungen, Gerüchte und Intrigen gegen den Orden nicht, weil er von 1296 bis 1306 durchgängig auf Zypern residierte – bis zur fatalen Berufung durch Papst Clemens V nach Frankreich.

Im Gegensatz zum Insider Hugo von Pairaud, der in die Initiationsrituale des Ordens schon lange eingeweiht war, u.a. als Visitator und Schatzmeister von und in Frankreich diente und die vermutlich bessere Alternative zu Jaques des Molay gewesen wäre, wurde letzterer erst im letzten Augenblick vor der Verhaftung – und auch nur ansatzweise – in gewisse geheime Rituale des Ordens eingeweiht. Pairaud hat dagegen lange und tiefe Einblicke in die inneren Zirkel und Initiationsriten gehabt (die Meyer im vorliegenden Buch auch umfassend schildert) – er war “den Geheimriten am leidenschaftlichsten ergeben” (S. 102). Pairaud wusste um den kommenden Vernichtungsschlag gegen den Orden, trat mutig und öffentlich gegen Philipp den Schönen auf, hatte diesem kraft seines Amtes als Verwalter des Vermögens des Königs aber auch erst einen Einblick in die “Schätze des Ordens” gegeben und damit dessen Begehrlichkeit geweckt. Darin sieht Meyer die besondere “karmische Schuld Pairauds” (S. 103). Es war auch Pairaud undenkbar, von seinem Papst Clemens V. derartig betrogen und verraten zu werden. Meyer deutet auf die ganz besondere karmische Konstellation, die auf Pairaud lastete, die auf den Herodes-Johannes-Konflikt zurück verweist. Letztlich waren es auch die inneren Probleme des Templerordens selbst, sowie dessen gescheiterte Mission im Osten nach dem Fall von Akkon 1291, die eine Angriffsfläche für den völligen Vernichtungsimpuls Philipps des Schönen bildeten.

Einen besonderen spirituellen Aspekt schildert Meyer im Weg des Peter von Bologna, eines Ordenspriesters und “tiefen Kenner(s) der Menschennatur”. Ein Dominikaner, der Schüler Thomas von Aquins gewesen war, verhalf dem inhaftierten Templer Peter von Bologna, der durch die erfolgte Folter schwer verletzt war, am 12. Mai 1310 zur Flucht. Er wurde in einem Klarissenkloster bei Besançon versteckt und nahm von dort aus kurz vor seinem Tod Kontakt auf mit einer sehr kleinen Bruderschaft im Jura bei Neuchatel. Der nun erfolgende Austausch stellte die Verbindung her vom spirituellen Wissen des Templerordens zu der sich erst konstituierenden Rosenkreuzer-Gruppe, die in ihrer Mitte ein Kind aufzog.

Dies sind nur einige Motive aus dem reichen, klugen Buch, das Andreas Meyer hier vorlegt. Es ist eben nicht nur methodisch heraus ragend, sondern auch substantiell. Eine Bereicherung.

Zur Templer-Seite bei den Egoisten’
Indirect over hetzelfde probleem ging de ‘Kolumne “Gut Gebrüllt”’ van Ramon Brüll gisteren, onder de titel ‘Von der Freiheit in Forschung und Lehre’:
‘Was sagt es eigentlich aus, wenn ein Wissenschaftler an einer privaten Hochschule forscht und lehrt? Hätten wir Verständnis, wenn etwa den Forschungsprojekten der Uni Witten-Herdecke Weltanschaulichkeit unterstellt würde? Im Falle der von manchen Anthroposophen vermuteten “Mormonenverschwörung” im Hintergrund der Kritischen Steiner-Ausgabe scheint es genau solche Vorbehalte zu geben.

Die Uni Witten-Herdecke wurde 1980 unter maßgeblicher Beteiligung von Anthroposophen gegründet. Ihr Ziel war und ist nicht, eine anthroposophische Lehre zu etablieren. Ihr Ziel war und ist vielmehr, die Freiheit von Forschung und Lehre auf hohem Niveau zu praktizieren. Die Beziehung zur Anthroposophie ist dennoch keine zufällige, entwickelte Letztere doch ein Gesellschaftsbild, in dem die Freiheit im “Geistesleben”, zu dem fraglos eine Universität gehört, eine von drei zentralen Elementen darstellt. Deshalb kommen zwar auch, aber längst nicht nur von Anthroposophie oder Anthroposophen geprägte Forschungsvorhaben an der Witten-Herdecker Uni zum Zuge. Ein Blick auf die Studiengänge, Forschungsvorhaben, auf die Veröffentlichungen oder ein Gang durch das Gebäude genügt, um mit Sicherheit festzustellen, dass die Freiheit von Forschung und Lehre groß geschrieben wird und man hier eine anthroposophische Kaderschule vergeblich sucht.

Nun stellen Sie sich einmal den nicht ganz unwahrscheinlichen Fall vor, dass der Angehörige einer amerikanischen Religionsgemeinschaft, zugleich Akademiker, sich in eine deutsche Anthroposophin verliebt und hier von der Existenz dieser Uni erfährt, die sich angenehm von anderen Lehranstalten unterscheidet. Weil er nicht Zahnmediziner ist und nicht über z.B. die Nebenwirkung von Fluorgaben forschen will, sondern sich bereits mit den Religionen seines Heimatlandes beschäftigt hat, insbesondere mit den Hintergründen seiner eigenen Religionsgemeinschaft, bewirbt er sich an der Fakultät für Kulturreflexion und bekommt aufgrund seiner besonderen Eignung einen Lehrstuhl für vergleichende Religionswissenschaft angeboten. Der zuständige Dekan sieht in dem Hinzukommen des neuen Professors eine große Chance für die Fakultät, grundlegende Arbeiten zur Entstehung und Entwicklung der besagten Religionsgemeinschaft im fernen Amerika zu veröffentlichen. Schließlich handelt es sich um eine gesellschaftlich bedeutende Gruppierung, deren Grundlagen noch kaum wissenschaftlich erforscht wurden. Der frisch gebackene Mitarbeiter verfügt sowohl über intime Kenntnisse der Denk- und Glaubensweisen aus der Kirche, in der er groß geworden ist und mitgewirkt hat, als auch über genügend Distanz und wissenschaftliche Disziplin, die Glaubensinhalte seiner Gemeinschaft objektiv darzustellen. Kurz und gut: Dekan und Professor kommen überein, dass Letzterer völlig freie Hand bekommt, die Werkentwicklung des Gründers “seiner” Religionsgemeinschaft wissenschaftlich aufzuarbeiten. Es entsteht daraus eine Studie, die, selbstverständlich in englischer Sprache verfasst, in einem renommierten Wissenschaftsverlag in den USA veröffentlicht wird. Die Uni Witten-Herdecke erhofft sich davon ein breites akademisches Interesse beidseits des Atlantik.

Hätten Sie, liebe Leserinnen und Leser, irgendeinen Grund, an der Ernsthaftigkeit und wohlwollenden Zuneigung des Forschers zu seinem Objekt zu zweifeln? Würden Sie unterstellen, dass der junge Professor sich von anthroposophischen Leitgedanken bei seiner Forschung beeinflussen lässt? Gäbe es einen Grund für die Mitglieder der betreffenden Religionsgemeinschaft, die Studie zu bekämpfen oder gar von einer Verschwörung der Anthroposophen gegen ihre Gemeinschaft und deren Gründer auszugehen?

Der obige Fall ist erfunden. Aber nicht ganz. Bei der amerikanischen Religionsgemeinschaft handelt es sich um die Mormonen. Den Vorgang habe ich aber umgedreht. Der gemeinte Professor war in Deutschland als Waldorflehrer in der Anthroposophie zu Hause und hat sich bereits hier intensiv mit Steiner beschäftigt, bevor er, der Liebe wegen, in die USA auswanderte, wo er einen Lehrstuhl bekam und ohne jegliche Einmischung über die Steinerschen Schriften forschen und veröffentlichen kann. Das Ergebnis kennen Sie: die Schriften Kritische Ausgabe, SKA, im Verlag fromann-holzboog erschienen, herausgegeben von Christian Clement. Und die sollen die Anthroposophie bedrohen?’
Op vrijdag 9 mei introduceerde ik in ‘Trots of voldoening’ de weblog van Walter Bunge, ‘OnderSofen’. Ondertussen zijn er daar weer verschillende berichten bijgekomen die een vervolg vormen op wat ik toen aanhaalde. Meteen de dag daarna al verscheen Proces (2), waarin Bunge opnieuw zijn kritische blik toonde inzake de Antroposofische Vereniging in Nederland (AViN). Aangezien ikzelf daarin ter sprake kom, is het misschien goed vooraf te zeggen dat ik Walter Bunge persoonlijk niet ken, anders gaat de lezer er misschien nog iets van denken. Bunge praktiseert een duidelijke vorm van close reading:
‘Maar nu terug naar het proces dat tot een (term uit Motief) “bestuursvernieuwing” zou moeten leiden. Huidig voorzitter Kees Lam, die op de komende jaarvergadering van de AViN afscheid neemt, kondigde vorig jaar aan dat zijn belangrijkste taak in zijn laatste jaar als bestuurslid bestond uit het zoeken naar een geschikte opvolger. Hoe zou dat in zijn werk zijn gegaan?

In Motief nr. 182 meldt bestuurslid Michel Gastkemper in de rubriek Ledennieuws het volgende:

“... Hij (Kees Lam) had de overige bestuursleden al meegedeeld in gesprek te zijn met een of meer mogelijke kandidaten voor het voorzitterschap, maar vanwege het vertrouwelijke karakter kon hij nog geen namen of aantallen noemen.”

Ja, u leest het goed. Kees Lam spreekt met een of meer mensen over de vraag of zij hem als bestuursvoorzitter van de AViN zouden kunnen opvolgen en zijn medebestuursleden – de mensen die met deze opvolger zullen moeten samenwerken – krijgen niet te horen met wie Kees Lam spreekt, ook niet met hoeveel mensen hij spreekt.

Konden we in voorgaande berichten al opmerken dat vertrouwen in verschillende kwaliteiten kan bestaan, zoals “blind” en “ziend” vertrouwen, het kan ook nog anders, namelijk: zonder vertrouwen. Want de in juni aftredende voorzitter liep kennelijk niet over van vertrouwen in zijn medebestuursleden. We lezen verder wat Michel Gastkemper over dit proces bericht. Direct aansluitend op de hierboven geciteerde zinnen volgt dan:

“Doorslaggevend voor hem (Kees Lam) bij een kandidatering zouden geschiktheid én beschikbaarheid zijn.”

Ja, u leest het nog steeds goed. Voorzitter Kees Lam was op zoek naar een opvolger die over passende bekwaamheden beschikt en die bovendien ook voorzitter zou willen en kunnen zijn. Allerlei flauwe grapjes buitelen over de drempel van deze open deur. Maar wat bedoelt Michel Gastkemper met deze zin?

Is het een zin die ons informeert over de verschillende stappen die tot de huidige situatie heeft geleid, en moeten we een en ander dientengevolge zo opvatten dat Kees Lam aan zijn medebestuursleden iets heeft gezegd in de zin van: ik kan niet aan jullie vertellen met wie ik spreek, en ook niet met hoeveel mensen ik spreek, want ik zoek wél een kandidaat die geschikt en beschikbaar is?

(Laten we oprecht hopen dat er binnen het bestuur van de AViN, binnen de vereniging als geheel – en eigenlijk gewoon overal ter wereld – wat beter beargumenteerde gesprekken plaats vinden.) Of is deze zin een zinloze toevoeging aan de tekst, overbodig woordgebruik? En hoe zit het met de zin die volgt op de vorige geciteerde zin: “Begin maart zei Jesse Mulder zijn bestuurslidmaatschap op ...”

Waarom wordt dat op deze plaats genoemd? Heeft het besluit van Jesse Mulder om uit het bestuur te stappen een samenhang met de wijze waarop Kees Lam naar een opvolger zocht, inclusief de wijze waarop hij van deze zoektocht binnen het bestuur een “proces” maakte? Lezen we verder, we slaan nu anderhalve zin over en komen aan op 12 maart:

“Op 12 maart ontving het bestuur een brief van Jaap Sijmons met een initiatief tot bestuursvernieuwing: met hemzelf als voorzitter en een onbekend aantal nieuwe bestuursleden van wie hij de namen nog niet wilde noemen. Hij bleek degene te zijn met wie Kees Lam gesprekken had gevoerd. Meteen die avond lichtte hij persoonlijk zijn initiatief in onze bestuursvergadering toe. Het bestuur, met uitzondering van Kees Lam, werd hierdoor met een compleet nieuwe situatie geconfronteerd.”

Leest u het goed? Ja, u leest het goed. Voorzitter Kees Lam is al minstens twee maanden in gesprek met Sijmons en vertelt zijn medebestuursleden niets. Voorzitter Kees Lam heeft er kennis van (en stemt er mogelijk in toe en werkt er mogelijk aan mee) dat zijn gesprekspartner het halve zittende bestuur vraagt om op te krassen en vertelt zijn medebestuursleden niets.

Voorzitter Kees Lam is ervan op de hoogte dat Sijmons op 12 maart zijn brief aan het bestuur verspreidt en vertelt zijn medebestuursleden niets. Voorzitter Kees Lam heeft Sijmons voor de bestuursvergadering van dezelfde dag uitgenodigd en vertelt zijn medebestuursleden niets. Nog steeds goed lezend, vraag ik me ondertussen wél af wat voorzitter Kees Lam Jaap Sijmons zoal vertelde en hoe dát proces precies verliep.

We weten bijvoorbeeld dat Sijmons voorzitter wil worden maar daarbij als voorwaarde stelt dat hij niet alleen, maar met een handjevol anderen die hij goed kent, in het bestuur gekozen wordt. Daarnaast “nodigt” hij enkele van de zittende bestuursleden “uit” om te blijven zitten. (Dat laatste gegeven kunt u ook anders, en niet minder goed, begrijpen door te lezen: daarnaast “nodigt” hij enkele van de zittende bestuursleden “uit” om op te krassen.) Wie mogen dan, van Jaap Sijmons, blijven zitten en wie mogen van hem opkrassen?

We pakken het bericht van Michel Gastkemper weer op, direct aansluitend aan het laatste boven aangehaalde citaat: “Bovendien was Jaap Sijmons voor de helft van de bestuursleden niet bekend en dus nieuw.” Oeps! Leest u nog wel mee? Van Sijmons mogen een paar van de zittende bestuursleden aan blijven, de andere moeten gewoon weg. Maar de helft van de bestuursleden kent hem niet, en dat zal andersom ook zo wezen. Wie is nu het kleine vogeltje dat Sijmons vertelde wie wel en wie niet tot het bruikbare bestuursmateriaal behoren?

Ik onderbreek nu deze poging om, aan de hand van wat de leden vanuit het bestuur bericht is, zicht te krijgen op het proces dat moet leiden tot de kennelijk noodzakelijke “bestuursvernieuwing”. Ik heb er even de buik van vol. Wordt vervolgd.’
Hier kwam 1 reactie op, van John Wervenbos, inmiddels 12 dagen geleden:
‘Dag Walter,

Inmiddels heb ook ik ingehaakt op berichtgeving betreffende Jaarvergadering 2014 met een blogbericht op mijn weblog Cahier: Gezamenlijk dragen (Cahier, 11-5-2014). De gang van zaken aangaande wisseling samenstelling bestuur verbaast me ook. Transparantie is gewenst. Dus ook dat de zittende bestuursleden zich hier 7-6-2014 helder over uitspreken. Ik neem aan dat jij de vergadering begin volgende maand ook bijwoont?’
Op zondag 11 mei schreef John Wervenbos inderdaad in ‘Gezamenlijke verantwoordelijkheid’ onder meer:
‘Zaterdag 7 juni aanstaande zal in het Ionagebouw te Driebergen een nieuwe voorzitter worden verkozen, Jaap Sijmons of Robert Jan Kelder. De huidige voorzitter, Kees Lam, treedt af. Voorts zal een wijziging van samenstelling van het huidige bestuur in stemming worden gebracht. Dit op voorspraak van kandidaat voorzitter Jaap Sijmons. Als ik het goed begrijp stellen verschillende bestuursleden van het huidige bestuur hun vraagtekens bij de gehele proceduregang. En dan vraag ik me af of er alternatieve keuzemogelijkheden en voorstellen in de stemmingsronden zullen zijn/worden ingebouwd. Temeer omdat het volgende in de aankondiging staat aangegeven, citaat uit Uitnodiging Algemene ledenvergadering van de Antroposofische Vereniging in Nederland:

“ [...] Helaas is het bestuur hierover niet tot een eensluidend advies kunnen komen; het is mogelijk dat zich tussen het moment van schrijven van dit bericht en de jaarvergadering nog wijzigingen in standpunten kunnen ontstaan, daarover wordt u op 7 juni geïnformeerd. [...] “

Nu ja goed, dat wordt dan hopelijk op de valreep nog duidelijk. Eén en ander verdient geen schoonheidsprijs, maar ongetwijfeld was en is er overmacht in het spel. De dames en heren hebben hoe dan ook heel wat uit te leggen. Als ik ergens voor (of tegen?) mag stemmen doe ik dat graag weloverwogen en op basis van een precies en transparant feitenrelaas. ’k Ga erheen. Deze keer heb ik daarbij een lunch à €17,50 gereserveerd, opdat ik in de middagpauze op ongedwongen wijze met andere aanwezigen in gesprek zal kunnen treden.

De aard van de frictie tussen de Vereniging en de Hogeschool is me eerlijk gezegd nog steeds niet goed duidelijk. Heb er wel zekere ideeën over, maar zie graag dat de betrokkenen daar zelf het woord over voeren tijdens de komende ledenvergadering. Wel heb ik dienaangaande ten aanzien van organisatie en facilitaire dienstverlening een volgend kort verlang- en vragenlijstje: Betrekkingen tussen de Algemene Antroposofische Vereniging en de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap en haar leden – Organisatie en samenwerkingsverbanden. Document van anderhalve bladzijde door mij geüpload naar mijn website Antroposofie in perspectief.’
Dat korte verlang- en vragenlijstje van hem bestaat uit het volgende:
‘Vanuit Rotterdam leven onder andere de volgende vragen, gedachten en behoeften. In ieder geval bij schrijver dezes.

1. Bevorderen en meer operationeel maken van wisselwerking en communicatie tussen (1) vertegenwoordigers, dragers van de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap (sectiehoofden en hun naaste medewerkers) met (2) leden van de Antroposofische Vereniging in Nederland en leden van de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap

a. Duidelijk en tijdig vooraf publiekelijk vermelden van jaaractiviteiten, inclusief jaaragenda’s, van de secties van de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap

→ Het tijdschrift Motief kan hier natuurlijk iets in betekenen en doet dat reeds. Op de nieuwe website van AViN komt dit echter helaas (zwaar) onvoldoende, ontoereikend aan bod. Daartoe graag aan iedere sectie ruimte bieden aan een eigen webpagina op de AViN website.

→ Bij vermelden van jaaractiviteiten en jaaragenda’s op de AViN website graag ook meer contactgegevens aanbrengen, voor zover mogelijk. (In ieder geval graag niet beperken tot e-mailadres secretariaat AViN.)

→ Daarbij tevens ook duidelijk aangeven welke jaaractiviteiten exclusief voor leden van de Vrije Hogeschool (blauwe kaart) bedoeld zijn en aan welke de leden die (nog) niet lid zijn van de Vrije Hogeschool (roze kaart) eventueel kunnen anticiperen.

b. Wederkerigheid aanbrengen, meer wederkerigheid in ieder geval, in de betrekkingen en bij de interacties tussen (1) vertegenwoordigers, dragers van de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap (sectiehoofden en hun naaste medewerkers) met (2) leden van de Antroposofische Vereniging en leden van de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap.

→ Dit wil zeggen dat onderzoeksvragen en/of projectideeën die leven bij leden van de Antroposofische Vereniging en leden van de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap daadwerkelijk en effectief kunnen worden voorgelegd aan en gecommuniceerd met vertegenwoordigers en dragers (sectiehoofden en hun naaste medewerkers) van de secties van de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap.

→ Dit om wat vanuit “een basis” aan geestesgoed en wilsimpulsen leeft een gerechtvaardigde en benodigde gefaciliteerde bedding en leef- en ontwikkelruimte te bieden; gedeeld onderzoek, gedeelde ontwikkeling en gedeelde (en gezamenlijk gedragen) initiatieven.

2. Waarin bestaat nu eigenlijk precies een frictie, een kloof of impasse(?), tussen (1) huidig bestuursvoornemen en/of bestuursbeleid van het AViN-bestuur (Vereniging) en (2) wensen en ideeën van vertegenwoordigers en dragers van de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap in materiële, formele, reële en ideële zin?

→ Is zij vergelijkbaar met wat al een aantal jaren op dit vlak bij de Allgemeine Anthroposophische Gesellschaft (AAG) speelt of is dat van een andere orde?

→ Referentiemateriaal: Die Weihnachtstagung 1923/24, institutionelle Folgen, Probleme der Konstitution (Anthromedia)’
Volgen we die laatste link, komen we uit bij ‘Die Weihnachtstagung 1923/24, institutionelle Folgen, Probleme der Konstitution’:
‘Bis zur Weihnachtstagung im Dezember 1923 sollen die Landesgesellschaften gegründet, deren Statuten festgelegt und Generalsekretäre der Länder bestimmt sein. Es wird deutlich, dass nicht mehr Deutschland, sondern Dornach Zentrum der zunächst so genannten internationalen Anthroposophischen Gesellschaft wird. Zu diesem Zeitpunkt ist noch unklar, dass Rudolf Steiner an der Weihnachtstagung den Vorsitz der neu zu gründenden Gesellschaft in Dornach selbst übernehmen und seine Mitarbeiter bestimmen wird. Mit der Weihnachtstagung 1923/24 bilden die Landesgesellschaften ihren Zusammenhang in der Allgemeinen Anthroposophischen Gesellschaft.

Die angestrebte “einheitliche Konstituierung” der Anthroposophischen Gesellschaft wirft 1924 und 1925 gesellschaftsrechtliche Schwierigkeiten auf. Zum einen soll die Weihnachten gegründete Gesellschaft handelsregisterlich eingetragen und ein Verhältnis zu den Landesgesellschaften hergestellt werden. Zum anderen müssen die in die Gesellschaft aufzunehmenden Unterabteilungen Klinik, Bauverein und Verlag aus ihren bisherigen rechtlichen Verankerungen gelöst und in einen Zusammenhang mit der Gesellschaft gebracht werden. Dies erweist sich im Verlauf des Jahres 1924 als nicht voll realisierbar. Am 8. Februar 1925 wird – nach anderen Versuchen – auf einer außerordentlichen Generalversammlung der “Verein des Goetheanum der freien Hochschule für Geisteswissenschaft” in “Allgemeine Anthroposophische Gesellschaft” umbenannt. Seine Statuten werden so geändert, dass innerhalb dieses Vereins die rechtliche Handlungsfähigkeit der Institutionen und der Gesellschaft gewährleistet ist. Die Funktion des Bauvereins kommt jetzt der Administration des Goetheanum-Baus zu, als eine der neuen Unterabteilungen des umbenannten Vereins.

Mit dem Tod Rudolf Steiners am 30. März 1925 wird diese Lösung beibehalten; die Anthroposophische Gesellschaft und die Freie Hochschule für Geisteswissenschaft arbeiten auf dem Boden der Statuten der Weihnachtstagung; Rechtliches, Wirtschaftliches und Administratives kann im Rahmen des umbenannten Vereins durchgeführt werden. Durch die innergesellschaftlichen Auseinandersetzungen in den Folgejahren werden die Handelsregisterstatuten jedoch auch punktuell zur innergesellschaftlichen Rechtsgrundlage. Dieses “Konstitutionsproblem” der Anthroposophischen Gesellschaft, das sich aus der Differenz zwischen den handelsregisterlich eingetragenen Statuten und den ideell verbindlichen Weihnachtstagungsstatuten ergibt, wird bis in die Gegenwart diskutiert. Gegenwärtig wird angestrebt, die Statuten der Weihnachtstagung zur gesellschaftsrechtlich verbindlichen Grundlage der Allgemeinen Anthroposophischen Gesellschaft werden zu lassen.’
De eerste link in het verlanglijstje van John Wervenbos verwijst naar de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap en hoe deze op de website van de Antroposofische Vereniging verschijnt. Ik heb dat hier eerder weergegeven, in ‘Verschijningsvorm’ op 18 april 2013. Er is echter een klein verschil: er staan nu ook namen achter enkele secties:
‘De Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap

Het doel van de Vrije Hogeschool voor Geesteswetenschap is: het doen van onderzoek op geestelijk gebied, het stimuleren en coördineren van dat onderzoek, en het verzorgen van opleidingen in de verschillende werkgebieden. De Hogeschool is ingebed in de Antroposofische Vereniging. De vereniging ziet het als haar taak de ontwikkeling van de hogeschool mogelijk te maken. De hogeschool wil de vereniging, de verschillende werkgebieden en de samenleving in zijn geheel, van dienst zijn met de resultaten van haar onderzoek. – De Hogeschool is gevestigd in Dornach; de werkzaamheid ervan vinden wereldwijd in verschillende netwerken plaats.

Rudolf Steiner richtte de Hogeschool in 1923 op. Hij bestaat uit een algemene sectie en tien vakgerichte secties. De inhoudelijke basis bestaat uit de meditatieve leergang, die Rudolf Steiner in 1924 heeft gegeven, de eerste serie van negentien zogenaamde “klassenuren”.

Voorwaarden voor het lidmaatschap zijn: bekendheid met de belangrijkste inhouden van de antroposofie, bekendheid met de meditatieve praktijk in de zin van de antroposofie, bereidheid om samen te werken binnen het kader van de Antroposofische Vereniging, en in het vertegenwoordiger willen zijn van de antroposofie.

Meerdere secties

De Hogeschool kent meerdere secties. Centraal staat de algemene antroposofische sectie waarin de centrale (algemeen menselijke) vragen en inhouden van de antroposofie worden onderzocht en vruchtbaar gemaakt. Daarnaast zijn er vakgerichte secties, waarin de antroposofie vruchtbaar wordt gemaakt voor de verschillende gebieden van de samenleving, de wetenschap en de kunst. Hun doel is waar te nemen welke nieuwe ontwikkelingen zich voordoen in de betreffende gebieden, deze gebieden vanuit de geesteswetenschap verder te onderzoeken en een spirituele verdieping van de betreffende beroepen mogelijk te maken.

Het netwerk van mensen van een sectie, en daarmee van de hele Hogeschool, kent drie lagen: leden van de Hogeschool, leden van de Antroposofische Vereniging en geïnteresseerden.

De verschillende secties zijn:
Algemene sectie
Wiskunde en Astronomie
Gezondheidszorg (Koop Daniels)
Natuurwetenschap (Kees Veenman)
Beeldende kunsten (Rik ten Cate)
Woord, Muziek en Euritmie (Irene Pouwelse)
Cultuurwetenschap en Letteren
Sociale Wetenschappen
Landbouw (Derk Klein Bramel)
Pedagogie (Paul van Meurs)
Jongeren

Neem voor de contactgegevens van de betreffende coördinator, contact op met het secretariaat.’
Terug naar de weblog van Walter Bunge. Op 15 mei vervolgde hij met Proces (3)’:
‘We gaan verder met onze poging te onderzoeken hoe het proces van “bestuursvernieuwing” verlopen is, en baseren ons daarbij op het bericht van bestuurslid Michel Gastkemper in Motief nr. 182 (pagina 36).

Op 12 maart ontvangen de bestuursleden een brief van Jaap Sijmons, die dezelfde avond, op uitnodiging van voorzitter Kees Lam, in de bestuursvergadering aanwezig is om zijn brief en zijn plannen toe te lichten. Hoe dat gesprek verliep en wat er precies besproken werd, wordt ons niet verteld. Wel komen we te weten: “Na afloop bleef er echter bij het bestuur een gemengde indruk achter. Kon het meegaan in dit initiatief, ook al was hiervan nog veel onbekend? Of wilde het bestuur het afwijzen? We besloten ‘ja’ te zeggen en het proces met deze leden aan te gaan.”

Welk proces daarmee precies wordt aangegaan? Ja, dat is nu juist waar we achter willen komen. Mag datgene wat nu volgt wel “proces” heten? Kijkt u maar eens naar de feiten die Michel Gastkemper opsomt:

– op 19 maart heeft het bestuur een gesprek met Paul Mackay, voormalig AViN-voorzitter en sinds 1996 bestuurslid van de internationale Antroposofische Vereniging in Dornach. Mackay “drukte het bestuur op het hart het initiatief van Jaap Sijmons serieus te nemen en adviseerde om hem beter te leren kennen door individuele gesprekken te voeren.”
– “Dat gebeurde een week later. Hierin noemde Jaap Sijmons voor het eerst de namen van de mensen die volgens hem ook tot het bestuur zouden moeten behoren.”

Even onderbreken voor een paar vragen, want graag zou ik eens vernemen of het toeval was dat Paul Mackay in Nederland was. Of was hij in Nederland om het “proces van bestuursvernieuwing” in wenselijke banen te leiden? Was hij al op de hoogte van de ontwikkelingen? Was hij geïnformeerd door Kees Lam? Had hij contact met Jaap Sijmons?

Een ander trosje vragen: waarom raadde Mackay de bestuursleden aan om, mijn woorden, op privé-audiëntie bij Jaap Sijmons te gaan en deze beter te leren kennen? En hoe kwam het zo uit dat een drukbezet man als Sijmons in de week daarop ook tijd had voor privé-ontmoetingen met alle bestuursleden?

Dat waren enkele van mijn vragen rond deze stapjes in het proces van bestuursvernieuwing. Daarnaast nog een kleine waarneming, namelijk dat degene die bedacht om de bestuursleden over te halen om individueel bij Jaap Sijmons “op gesprek” te gaan, welbekend moet zijn met het “verdeel en heers”-principe.

Want kijkt u maar eens naar de volgende gebeurtenissen, zoals vermeld door Michel Gastkemper:

– in de privégesprekken vertelt Sijmons de verschillende bestuursleden of hij hen wel of niet in “zijn” bestuur wil hebben.
– “In de bestuursvergadering van 26 maart delen wij deze informatie met elkaar. Zo konden we reconstrueren wie volgens hem tot het bestuur zou moeten behoren. Wij besloten Jaap Sijmons een gezamenlijke bijeenkomst met zijn groep voor te stellen zodat we elkaar konden leren kennen en konden overleggen hoe het proces het beste voortgezet kon worden.”
– “Kees Lam bracht dit bericht aan Jaap Sijmons over,...”
– “waarop het bestuur echter geen gesprek, maar een schriftelijk voorstel tot nieuwe bestuursvorming in het vooruitzicht werd gesteld.”
– “Dat kwam een week later, op 31 maart. Het bleek een kant-en-klaar voorstel, met concrete personele invulling. Jaap Sijmons vroeg of het bestuur dit zou kunnen steunen op de jaarvergadering.”

De bestuursleden hebben zich niet alleen individueel blootgesteld aan de intimiderende gang naar de biechtstoel van Jaap Sijmons, ze hebben zich ook uit elkaar laten spelen. Sommigen van hen “mogen meedoen” met Sijmons, anderen niet. Voor een gesprek met alle betrokkenen, zoals het bestuur voorstelt, heeft Sijmons nu kennelijk geen tijd meer. Hij legt zijn eindbod op tafel en vraagt het bestuur zijn voorstel te ondersteunen.

Het bestuur is verdeeld en bepaalt via een stemming zijn reactie aan Sijmons: “waarin zijn voorstel werd afgewezen, met als reden dat het tot dan toe had ontbroken aan openheid, transparantie en dialoog, noodzakelijk voor een goed verloop van het proces.”

Die conclusie kan ik delen. Uit een proces dat verloopt zoals wij uit de berichtgeving kunnen begrijpen, kan niets goeds voortkomen. In vogelvlucht is de situatie rond het bestuur van de Antroposofische Vereniging in Nederland nu als volgt:

– Het bestuur is hopeloos verdeeld. Niet alleen is er de kloof tussen voorzitter Kees Lam en de anderen, ook die tussen bestuursleden die vóór en die tegen het voorstel van Sijmons zijn.
– Vast en zeker zullen enkele bestuursleden, namelijk degenen die tegen het voorstel van Sijmons zijn, van verschillende kanten en op verschillende manieren onder druk gezet zijn en worden.
– En ongetwijfeld zet Sijmons zijn poging om het zittend bestuur opzij te schuiven door.

Beschouw het als een kleine illustratie van het onvermogen dat de antroposofische vereniging al bijna een kleine eeuw in zijn greep heeft. Interne problemen staan centraal. En datgene waar het in essentie om gaat verkommert.’
Hierop volgde een dag later, op 16 mei, ‘Lezersberichten’:
‘De gebeurtenissen rond het bestuur van de Antroposofische Vereniging roepen nogal wat gesprek op. Zo werd mij verteld dat het bestuur van de AViN afgelopen weekeinde, tijdens een bijeenkomst met de contactpersonen van de plaatselijke ledengroepen, de boodschap kreeg om zich nog maar eens een maand of drie in een hutje op de hei terug te trekken om vervolgens met een “beter verhaal” op de algemene ledenvergadering te kunnen verschijnen.

Ik vrees dat het daar nu te laat voor is. (Bovendien, op die stille hei, daar wordt het bestuur misschien te indringend geconfronteerd met dat karretje, dat nog steeds ergens in het zand staat weg te zakken.)

Enkele berichten geleden concludeerde ik dat de Antroposofische Vereniging failliet was, wat sommigen een beetje zuur vonden. Ik heb hen verteld dat het in het bedrijfsleven soms zo is dat een faillissement de beste uitweg uit een nare situatie kan zijn en dat een faillissement ook tot iets nieuws kan leiden. Zonder dat ik mij ervan bewust was, en dat geldt naar ik aanneem ook voor hem, deelt voorzitter Kees Lam mijn conclusie, in elk geval voor een flink deel: volgens hem is het bestuur van de Antroposofische Vereniging namelijk failliet.

Ik werd ook door iemand benaderd die mij vroeg wat de actuele ontwikkelingen nou betekenen wanneer we ons in herinnering roepen dat het huidige bestuur toch twee jaar geleden door een overgrote meerderheid van de aanwezige leden gekozen werd. Maar hoe moet ik dat weten? Het lijkt mij het beste wanneer deze vraag als collectief middel tot zelfonderzoek wordt aangewend.

En tot slot: ik ontving onderstaande tekst van Ronald Laschet, een lezer van dit weblog, die aangaf dat zijn tekst hier gepubliceerd mag worden. Dat doe ik hieronder, onverkort en zonder een komma te wijzigen. Daarmee is niet gezegd dat ik de inhoud van zijn “Mijmeringen” onderschrijf, en ook niet dat ik mij hiermee verplicht om welke toekomstige reactie of tekst ook op deze plaats te publiceren.

Walter Bunge’
En dan staan er inderdaad van Ronald Laschet uit Landgraaf ‘Mijmeringen bij Motief, nummer 182, mei 2014’:
‘In het extra dikke nummer valt inhoudelijk weer veel te lezen over waarheden en andere zaken. (...)’
Wij gaan echter verder met ‘Wat doen?’ van 18 mei, zijn meest recente bijdrage:
‘Inmiddels ontving ik nog andere lezersreacties, die ik hier vooralsnog onbesproken laat. In enkele reacties wordt mij gevraagd of gesuggereerd of ik niet dit of dat zou willen, kunnen of moeten doen – en dat leidde ertoe dat ik mij opnieuw bewust probeer te worden van wat ik met dit weblog wil.

Nu weten wij, sofen onder elkaar, dat de wil nogal een mysterie is. Kom er maar eens achter waarom je wilt wat je wilt! Maar voor wat betreft dit weblog is het niet zo heel moeilijk:
– het is geboren uit mijn onmacht om langs andere wegen dan deze, aandacht te vragen voor de wijze waarop de antroposofie (allereerst in Nederland) leeft en vertegenwoordigd wordt;
– het wil niets anders dan dat daarvan, liefst serieus, kennis genomen wordt. 
(Dat ik de dingen hier slechts kan beschrijven voor zover ik ze kan waarnemen en in de mate waarin ik ze kan begrijpen, dat is duidelijk. Ik zou niet anders kunnen.) Wat er vervolgens gebeurt, dat is aan degenen die verbonden zijn met de vraagstukken die ik hier aansnij. Zo gaat dat in het tijdperk van de bewustzijnsziel. In ieder mens leeft het vermogen het ware van het onware te onderscheiden, net zo goed als het vermogen om zijn keuzes en zijn handelen in het licht van die waarheid te plaatsen. Er is geen ander mens voor nodig om daarop toe te zien.

Een proces van “bestuursvernieuwing” dat gekarakteriseerd wordt door het beschadigen van mensen, door verborgen handelen, door het achterhouden van feiten, door het verbergen van de werkelijke gang van zaken achter schijn en schone woorden en nog meer van dat fraais, heeft meer te maken met Nicollò Machiavelli dan met Rudolf Steiner. Het kan Rudolf Steiners zaak dan ook niet wezenlijk verder helpen.

Wat de mens die dit waarneemt en begrijpt vervolgens doet,..?’
Op dinsdag 20 mei kwam ook website AntroVista met een bericht over dit onderwerp, ‘Bestuursvorming’:
‘Op de komende jaarvergadering van de Antroposofische Vereniging (AViN) op 7 juni kunnen de leden voor een nieuw bestuur kiezen. Gebruikelijk is dat het zittende bestuur een nieuw bestuur voorstelt, waarbij de leden dan instemmen.

Dit keer lijkt het allemaal anders te lopen. Enerzijds omdat Robert Jan Kelder een mogelijkheid in de statuten heeft gevonden om zich – zonder de zegen van het bestuur – kandidaat te stellen voor het voorzitterschap. het-nieuwe-voorzitterschap.blogspot.nl/~enz

Maar anderzijds, omdat de “officiële” kandidaten via een onnavolgbaar proces zijn geselecteerd. Veel leden beschouwen dit als onwenselijk en protesteren hiertegen. En zelfs het zittende bestuur heeft het voorstel om deze reden afgewezen: www.antroposofie.nl/vereniging/bestuursberichten

Zoals het beoogde nieuwe bestuur zelf zegt: “De leden lezen in Motief de uitkomst van een proces dat zich aan hun waarneming heeft onttrokken, dus zijn de vragen daarover geheel terecht.” Een deel van de leden heeft per mail de volgende uitnodiging ontvangen voor een bijeenkomst op 26 mei, waarin duidelijkheid wordt beloofd: avin_beoogd_bestuur.pdf

Een uitvoerige analyse van de onwenselijk geachte gang van zaken vindt u op het blog van Walter Bunge, zodat u goed geïnformeerd de avond kunt bezoeken: www.ondersofen.nl
Er staan twee reacties onder. De eerste is van Ivar Römer op 21 mei:
‘Bijzonder is vooral dat het (nog) huidige bestuur in zovele rondes, vanuit allerlei groepen vanuit de periferie gepoogd is vorm te geven. Weliswaar met enig regie vanuit het aftredende bestuur van daarvoor, dat wel. De durf om de vereniging en bestuur in 2012 werkelijk helemaal opnieuw van onder af aan vorm te geven, kon toen nog niet doorbreken. De pendelslag lijkt nu echter weer helemaal de andere kant op te slaan. Veilige vormen en kaders, oude machtspolitiek. Dat betekent dat de slinger hierna alleen nog maar meer richting de periferie kan bewegen. Totdat ze uit het lood vliegt... Ligt onze roeping vanuit de kerstconferentie niet in het vormen en werken vanuit een werkelijke pinksterkwaliteit? De geest van waarheid openheid en inzicht.’
De tweede is van Robert Jan Kelder op 22 mei:
‘Ik ben niet door een gaatje in de statuten gekropen, zoals Walter Bunge schrijft, het ligt wezenlijk anders. Om dit enigszins uit te leggen en waarom ik in mijn “verkiezingsprogramma” als kandidaat-voorzitter ervoor pleit om de “failliete” vereniging opnieuw op te richten door een algehele revisie van de statuten, voorafgegaan door een gezamenlijk bezinning op de impuls van de Kerstbijeenkomst en “Het Nieuwe Christendom”, heb ik meer dan de 750 hier toegestane woorden nodig gehad. Men kan deze reactie nalezen op de aangegeven weblog “Het Nieuwe Voorzitterschap”. Op de bijeenkomst van 26 mei hoop ik iets meer hierover te mogen vertellen, mogen, want het blijkt alleen als platform voor de officiële kandidaat-bestuursleden te zijn bedoeld.’
Die ‘bijeenkomst van 26 mei’ wordt als volgt aangekondigd in de pdf op AntroVista:
‘Beste mensen,

Een aantal mensen heeft de afgelopen weken via mail of langs andere weg een bericht aan ons gestuurd. Wij hebben gezien en gehoord dat onder velen de behoefte leeft om nader kennis te maken met de personen genoemd in het voorstel in Motief van Kees Lam en Jaap Sijmons voor de bestuursbenoemingen. Er leefden ook nog vragen over het voorstel.

De leden lezen in Motief de uitkomst van een proces dat zich aan hun waarneming heeft onttrokken, dus zijn de vragen daarover geheel terecht. Om de jaarvergadering hiermee niet te zeer te belasten en om de leden toch ruimschoots de gelegenheid te geven voor verdere vragen willen de kandidaat bestuursleden op maandag 26 mei a.s. om 19.00 uur in de collegezaal van de Witte Villa op landgoed de Reehorst de leden die daaraan behoefte hebben uitnodigen voor een ontmoeting en gesprek. De meeste kandidaten voor de bestuursfuncties zullen dan aanwezig zijn en zich voorstellen. Vragen kunnen worden gesteld over henzelf en over de gang van zaken tot nu toe. Jaap zal het voorstel ook toelichten.

Wij nodigen je van harte voor dit gesprek uit. De avond is ook open voor andere leden. Deze e-mail kun je daarom aan andere leden doorgeven, indien je dat zou willen.

Met een hartelijke groet,
mede namens de voorgestelde bestuursleden,
Andreas Reigersman’
En de genoemde ‘bestuursberichten’ zijn op de website van de Antroposofische Vereniging in Nederland te vinden op de pagina ‘Vereniging’ via de link ‘Bestuursberichten’ in het menu ter rechterzijde. Het is dezelfde pagina die ik hier in ‘Roof’ op 17 juli 2013 weergaf, vanwege vernieuwing van de website:
‘Het heeft even geduurd, maar de realisatie van onze website is een feit. Wij vertrouwen erop u via deze weg te inspireren en van dienst te zijn. Vragen of opmerkingen? Meld het ons!’
We lezen daar sindsdien ‘Over onze vereniging’:
‘De Antroposofische Vereniging is een levend geheel van mensen en activiteiten. Zij verenigt “mensen, die het zieleleven in de mens individueel en in de menselijke samenleving willen ontwikkelen op grondslag van de door Rudolf Steiner vertegenwoordigde geesteswetenschap, de antroposofie”. Zij stelt zich ten doel “het bestuderen, beoefenen en verbreiden van deze geesteswetenschap”. Daarmee wil zij een spiritueel gefundeerde bijdrage leveren aan de menselijkheid in de wereld van heden en morgen.

Concreet wordt de werkzaamheid van de antroposofie in haar vele werkgebieden zoals vrijescholen, heilpedagogie, biologisch dynamische landbouw, gezondheidszorg en euritmie.

Er zijn zo’n 50 plaatselijke ledengroepen en 20 antroposofische studiecentra verspreid over Nederland. Deze organiseren lezingen, cursussen en bijeenkomsten op geestelijk en maatschappelijk gebied maar bieden ook intiemere gespreksgroepen voor innerlijke scholing en meditatie. Verder zijn er veel sociale en kunstzinnige activiteiten, zoals tentoonstellingen, uitvoeringen met muziek, dans/euritmie en drama, en vieringen van feesten als Kerstmis, Pasen, Pinksteren, het zomerfeest St. Jan en het herfstfeest Michaël.’

donderdag 15 mei 2014

Stormram


Het opmerkelijkste nieuws vandaag kwam ik tegen bij ‘Demeter Nederland’ op Facebook – men gebruikt blijkbaar liever dit medium dan de eigen website:
‘Tijden veranderen. Demeter was vandaag volgens welingelichte kringen onderdeel van het eindexamen Nederlands. Met de toenemende noodzaak voor verandering van onze houding ten opzichte van de wereld, neemt de belangstelling toe voor “andersdenkenden” of nog veel belangrijker “andersdoeners”. Mooi om in ieder geval een hele generatie met de term Demeter in het examengeheugen de toekomst tegemoet te laten gaan!’
Ondertekend door ‘Bert’ moet het wel om Bert van Ruitenbeek gaan. Hij vergist zich alleen: het was niet vandaag, maar gisteren. Want ik vond bij ‘Warmonderhof’ op Facebook gisteren:
‘Een grote verassing vandaag: bleek een tekst in het eindexamen VMBO GL/TL over biologisch dynamische landbouw en Warmonderhof te gaan! We hopen dat alle VMBO examenkandidaten de tekst met plezier hebben gelezen, en dat dit de examenresultaten positief beïnvloed.’
Het blijkt om deze ‘Bijlage VMBO-GL en TL 2014, tijdvak 1, Nederlands CSE GL en TL, Tekstboekje’ te gaan (hier te vinden). Op bladzijde 8 lezen we bij ‘Tekst 4. De bonus van het boerenbestaan’ vanaf regel 67:
‘(5) World Wide Opportunities on Organic Farms (WWOOF) is het grootste uitwisselingsprogramma ter [70] wereld voor vrijwilligerswerk op boerderijen in Engeland, aldus programmacoördinator Scarlett Penn. “WWOOF’ers zijn onderling erg verschillend”, weet ze. “Sommigen [75] willen hun eigen stuk land en willen graag veel leren over het boerenleven, anderen willen gewoon lekker buiten werken en wat van de wereld zien.”

[80] (6) Jonge boeren maken vaak gebruik van WWOOF voordat ze beginnen aan een formele stage of aan een studie over duurzame landbouw. “Ik heb een tijdje WWOOF [85] gedaan voordat ik naar school ging, omdat het een prima manier is om allerlei boerenbedrijven mee te maken”, zegt Josephine Connelly. Zij is nu bezig aan haar tweede jaar van [90] een vierjarige cursus biodynamische landbouw aan de Warmonderhof in Dronten. In dit centrum is het Groenhorst College werkzaam. Dit college biedt een vierjarige beroepsopleiding [95] aan. Er is ook een tweejarige opleiding voor volwassenen van elke leeftijd.

(7) Josephine studeert ’s ochtends theorie en werkt ’s middags op een [100] van de vier boerderijen die verbonden zijn aan de school. “We hebben een boerderij met koeien, een boerderij voor kleinschalige tuinbouw, eentje voor grootschalige [105] landbouw en we hebben een boomgaard. Ik kan dus verschillende dingen uitproberen”, zegt Connelly, die besloten heeft zich toe te leggen op kleinschalige tuinbouw.

[110] (8) Gied Donkers onderwijst agrarische technieken op het Groenhorst College. Volgens hem wordt een steeds groter aantal studenten aangesproken door veranderingen op [115] het gebied van lokale productie en milieubewustzijn. “Onze studenten hebben één ding gemeen”, aldus Donkers. “Ze geven om de aarde. Ze zijn erg idealistisch als het over hun [120] toekomst gaat. De studenten hebben steeds meer het idee dat je landbouw kunt inzetten als instrument van verandering, als een manier om echt iets bij te dragen.”’
Heb je het ooit zo zout gegeten? Dat is toch wel sterk! ‘Naar een artikel van Diane Daniel, Ode, maart 2011’ staat eronder. Plus:
‘noot 1 biodynamische landbouw: landbouw waarbij het milieu meer centraal staat dan bij de industriële landbouw’
Hier is trouwens het originele artikel te vinden, ‘Boer worden wint aan populariteit’. Verder liet Demeter Nederland gisteren op Facebook weten:
‘Polyface boer Joel Salatin bezocht maar liefst twee biodynamische boeren tijdens zijn vierdaagse bezoek aan Nederland. Veld en Beek van Jan Wieringa met zijn vernieuwende stalconcept met combi koeien en teelt en de Zonnehoeve van Piet van IJzendoorn.

Salatin’s boodschap is om veel meer bedrijfstakken binnen een bestaand bedrijf te voeren, zoals hij doet met de kippen die na de koeien in het weiland worden gehouden. Bij biodynamische bedrijven wordt al vaker in dit soort samenhang gedacht en gewerkt. Salatin noemde het grootste probleem wat betreft onze mogelijkheden “onze constipatie van ons voorstellingsvermogen”. “Als we alle leven op ons bedrijf, in de bodem, de planten en dieren en de mensen om ons heen als vrienden behandelen in plaats van als een vijand die in het gareel moet worden gehouden, dan is het leven om ons heen ook gul naar ons toe.”’
‘Biologisch shoppen vanuit de leunstoel is in trek. De Korenmaat, een biologische webwinkel in Zeist met een regionale bezorgservice en centraal afhaalpunt, ziet zijn klantenkring snel groeien. De Korenmaat won begin dit jaar de publieksverkiezing “Favoriete biowinkel”, een initiatief van Bionext en de Biowinkelvereniging.

In het eerste kwartaal van 2014 kreeg De Korenmaat er 41 nieuwe klanten bij. Vergeleken met het zelfde kwartaal in 2013 betekent dit een groei van 30%. Ruud Banus, winkelier van De Korenmaat is tevreden: “Dat laat duidelijk zien dat we aan een behoefte voldoen. Onze klanten kiezen vooral voor ons concept – alles biologisch, eerlijke prijzen, kopen op bestelling – waardoor er minimaal afval is. Daarbij hechten onze klanten eraan dat de producten van dichtbij komen en kraakvers zijn. ’s Ochtends geoogst, ’s avonds op je bord. Onze service wordt ook erg gewaardeerd, dat krijgen we vaak te horen van trouwe klanten.”

Op dinsdag 13 mei om 14.00 uur reikt De Korenmaat een gratis biologisch boodschappenpakket ter waarde van 50 euro uit aan een fortuinlijke klant die op De Korenmaat had gestemd bij de publieksverkiezing. De uitreiking vindt plaats in de winkel in Zeist, Dijnselweg 84 a-b. Ruud: “Als je overladen wordt met complimenten van klanten, moet je ook iets terugdoen!”

De consumentenbestedingen aan biologische voeding zijn in de afgelopen vijf jaar verdubbeld in Nederland. Uit een peiling van onderzoeksbureau Gfk bleek dit voorjaar dat 20% van de consumenten in de supermarkt bewust kiest voor biologische voeding.

Voor meer informatie: www.dekorenmaat.nl
‘De Dalai Lama, de spirituele leider van Tibet, nam afgelopen maandag 12 mei een “Soilmate” in ontvangst die hem werd aangeboden door Volkert Engelsman, CEO van Eosta en Nature & More en initiator van de internationale Save Our Soils-campagne. De gebeurtenis vond plaats op het “Education of the Heart” symposium in Rotterdam. The Dalai Lama bevestigde dat het redden van bodems een belangrijke taak voor de mensheid is. Later riep hij de jeugd in het publiek op om te helpen bij het beschermen van de planeet en het klimaat. De Verenigde Naties hebben het jaar 2015 opgeroepen tot het International Jaar van de Bodem.

Het probleem van bodemverlies is nauw verbonden met de klimaatcrisis. Reeds in 2002 gaf de Dalai Lama aan dat bodemverlies mogelijk een grotere bedreiging voor de mensheid is dan de vernietigende kracht van wapens. “Er zijn andere nauwelijks waarneembare veranderingen – dan denk ik aan de uitputting van onze natuurlijke bronnen, in het bijzonder aan bodemverlies – die misschien nog wel gevaarlijker zijn, omdat, tegen de tijd dat we de gevolgen echt gaan voelen, het te laat zal zijn”, aldus de Dalai Lama in The little book of inner peace.

Terwijl Volkert Engelsman het symbool van de Save Our Soils-campagne overhandigde – een doosje biologische tomaten, compost, basilicumzaadjes en informatie over het bodemprobleem – dankte hij de geestelijke voor zijn voortrekkersrol: “Het herstellen van levende bodems op grote schaal zal vragen om een gezamenlijke reis van verbonden zielen. Dank voor uw leiderschap op deze weg, thank you for being a true soilmate.” De spirituele leider aanvaardde het geschenk met een glimlach en antwoordde dat onze natuurlijke omgeving om compassie vraagt. Volkert Engelsman was een van de sprekers op het symposium, dat de rol van educatie bij het creëren van een duurzamere samenleving onderzocht.

De Save Our Soils-campagne wil consumenten wereldwijd bewust maken van de noodzaak om vruchtbare bodems te redden. De campagne werd geïnitieerd door Nature & More, Europees marktleider in biologische groente en fruit, in samenwerking met de FAO en meer dan 60 internationale partners. Vandana Shiva is de internationale ambassadeur van de campagne. Op dit moment gaan volgens VN-rapporten elke minuut 30 voetbalvelden aan vruchtbare grond verloren.

Voor meer informatie: www.saveoursoils.com en www.natureandmore.com
Nog meer nieuws gisteren uit Biojournaal betrof wat hier op 31 maart in ‘Heklaantje’ ook al aan bod kwam. Maar dit is uitgebreider, ‘Tweede locatie voor BD-zorgbedrijf De Noorderhoeve gerealiseerd’:
‘In een open landschap aan de rand van de Bergense duinen is een tweede locatie voor biologisch-dynamisch zorgbedrijf De Noorderhoeve (in Schoorl) gerealiseerd. Het door negen graden architectuur ontworpen complex is begin 2014 opgeleverd. Het woonzorghuis is gebouwd voor 8 bewoners met een zorgvraag en een medewerkergezin. Behalve een potstal voor jongvee bevindt zich in het stalgebouw een educatieve ruimte waarin belangstellenden geïnformeerd kunnen worden over de bijzondere kwaliteiten van dit project en het omliggende gebied. De kwaliteiten van deze bijzondere locatie hebben hun uitwerking in het ontwerp gevonden. Net als de in het polderlandschap afnemende en uitdunnende begroeiing waaieren de boeren bouwmassa’s in het landschap uit: in grootte, dichtheid en complexiteit nemen de massa’s naar het open landschap toe af.

Het ontwerp kenmerkt zich door een ensemble van stoere gebouwen met verschillende functies (wonen, bijeenkomst, stal) die onderling en als geheel gevoelig in het landschap zijn geplaatst. Het totale volume is aanzienlijk, maar door de verschillende massa’s en het materiaalgebruik werkt het geheel kleinschalig, vriendelijk en harmonisch. Het landschap wordt niet verstoord door een brutale en afstandelijke massa.

Het ontwerp is consequent doorgewerkt, de massa’s zijn strak gedetailleerd, er treedt een spannende plasticiteit op door de uitwaaierende overstekken en verschillende dakvlakken. De grote dakvlakken zijn doorbroken en de nok wordt als vormgevingselement ingezet om ook hier weer kleinschaligheid tot uitdrukking te laten komen.

Woonzorghuis en stal hebben een stoere houten gevelbeschieting; vormgeving en materialisatie van de gebouwen zijn op elkaar afgestemd waardoor een herkenbare eenheid ontstaat. Met hoge isolatiewaarden scoort het gebouw veel beter dan de geldende bouwbesluitnormen.

De verschillende gebouwen, woonhuis, zorghuis en stalgebouw, worden gedomineerd door transparant wit gebeitste geveldelen die deze verbinden tot één samenhangend geheel. Het stalgebouw is opgebouwd uit houten spanten van transparant afgewerkt inlands lariks, gelamineerd houten lariks kolommen, -liggers en -staanders waartegen ruw vuren geveldelen met latafdruk 22x146mm van PlatoHOUT. De woonhuizen hebben een stenen kern waartegen vuren houten stijl- en regelwerk, Kingspan Kooltherm isolatie en een waterkerende dampdoorlatende houtvezelisolatieplaat (Pavatex) is aangebracht. Op Plato regelwerk zijn de ruw vuren geveldelen met latafdruk 22x146mm van PlatoHOUT aangebracht. De geveldelen zijn afgewerkt met een transparant wit Sansin Enviro Stain SDF. Het dak is ambachtelijk in het werk gemaakt van een vuren houten dakconstructie met minerale wol-isolatie, op de dakconstructie zijn waterkerende dampdoorlatende houtvezelisolatieplaten (Gutex) aangebracht. Verder zijn de volgende houttoepassingen gebruikt: Accoya houten pergolaconstructie, Accoya houten buitenkozijnen en ramen, vuren houten binnenkozijnen, esdoorn gefineerde houten binnendeuren, vuren houten trappen, vuren houten plafonds transparant afgewerkt, vuren houten vensterbanken, vuren houten aftimmeringen, multiplex zichtkwaliteit binnenzijde dak & kapellen.

Voor meer informatie: www.noorderhoeve.nl
Bron: Architectenweb’
Het lijkt wel reclame, en misschien is het dat ook wel. Nou ja, dan hebben we ook ons steentje bijgedragen... Dan kunnen we in diezelfde regio en richting wel doorgaan met ‘12 mei – Rozemarijn en Rudolf Steiner College openen tweede Green Canteen’:
‘Ruim een jaar na de feestelijke opening van de eerste Green Canteen in het Rudolf Steiner College aan de Engelandlaan in Haarlem, is op 12 mei in de middenbouw van de school aan de Belgiëlaan de tweede Green Canteen geopend. Ook deze kantine wordt gerund door deelnemers die op het nabijgelegen Ferm Rozemarijn wonen. Leerlingen van de school assisteren hen daarbij. Een mooi voorbeeld van participatie! De overheerlijke croissantjes – afkomstig uit de bakkerij van Rozemarijn Santé – vonden voor een openings-prijs van 50 cent gretig aftrek.

Marieke van Esveld (coördinator middenbouw): “De Green Canteen aan de Engelandlaan loopt heel goed. Vandaar dat wij dat op deze locatie ook zo snel mogelijk wilden realiseren, zodat onze leerlingen in de brugklas al kennis kunnen maken met het aanbod van gezond eten.”

Arne Savelkoel (Rozemarijn): “Dat leerlingen onze deelnemers hier assisteren, vind ik een heel mooi principe. Hoeveel participatie wil je hebben!”’
‘Twee onlangs verschenen boeken over het belang van warmte waren de aanleiding voor een bijeenkomst over dit thema georganiseerd door Rozemarijn in Haarlem. “Warmte vergt jaren groei – de effecten van warmteondersteuning bij kinderen met ernstige meervoudige beperkingen” van Astrid van Zon en: “Warmte – het belang van warmte voor het opgroeiende kind” van kinderarts Edmond Schoorel.

Medewerkers van het kinderdagcentrum vertelden over hun ervaringen uit de dagelijks praktijk. Edmond Schoorel hield een lezing. “Alles begint met warmte. In de kou valt alles stil. Kou vatten is iets wat we in ons kikkerlandje maar al te goed kennen. ‘Warm vatten’ zou het omgekeerde kunnen zijn: gezondheid opbouwen. Als het iets verder gaat, noemen we het koorts. Maar ook koorts heeft te maken met gezond worden.”

Het boek van Astrid van Zon is te bestellen via Rozemarijn, klik hier voor meer informatie

Gerelateerde berichten:
Pas verschenen: “Warmte vergt jaren groei”
Boekpresentatie “Ik wil ook” op Rozemarijn
Midgard “scoort” Veiligvoedsel-certificaat met stip op 10!
6 september – Rozemarijn opent nieuw KDC in Haarlem
Rozemarijn viert dubbel feest
Op zaterdag 3 mei had ik het in ‘Wereldbeelden’ voor het laatst over de Amsterdamse Vrije School Noord. Gisteren schreef ‘Merel Schut, dichtbijredacteur’ een vervolg, ‘Gesprekken over oplossing voor Vrije School in Noord’:
‘Partijen zijn in overleg om toch nog een Vrije School in Noord te realiseren. Dat meldt Het Parool. Nadat er aanmeldingen binnenstroomden voor de Vrije School aan de Klimopweg, trokken andere schoolbesturen aan de bel. Want hoe kon de school beginnen zonder dat deze op de officiële planning staat? De toezegging van de gemeente werd daarop weer ingetrokken.

De initiatiefnemers zijn toch nog in gesprek met de gemeente om een oplossing te vinden. Wethouder Ossel zegt tegen Het Parool dat er een fout is gemaakt door de gemeente.

Ouders namen destijds zelf het initiatief tot de eerste Vrijeschool in Noord. Op Dichtbij schreef de initiatiefgroep toen: “Er is in stadsdeel Noord een breed aanbod van schooltypen, zoals Montessori, Dalton, Jenaplan, Openbaar en Katholiek, maar een Vrijeschool ontbreekt. De dichtstbijzijnde opties voor vrijeschoolonderwijs bevinden zich in Zaandam (Vrije School Zaanstreek) en stadsdeel Zuid (Geert Groote School); voor de meeste belangstellende ouders te ver van huis. Deze nieuwe Vrijeschool zal goed bereikbaar worden voor mensen uit Noord, Centrum, Oostelijke eilanden, en Westerpark/Spaarndammerbuurt.”

Een van de ouders heeft vorige week ingesproken bij de vergadering van de tijdelijke Algemene Raadscommissie over de Vrije School. Zij sprak namens de initiatiefgroep over het intrekken van het schoolpand. Ze noemde de toezegging voor het schoolpand een “verwarrend en lang traject” en meent dat de scholenorganisaties aan kartelvorming doen in Noord. De initiatiefgroep hoopt dat het leegstaande pand aan de Klimopweg alsnog als school gebruikt mag worden.

Enkele politici vroegen na de inspraak van de ouder of er ondersteuning is geweest voor de initiatiefgroep vanuit het stadsdeel. Wethouder Ossel zei toen dat er ondersteuning is geweest, waar geprobeerd is “de andere scholen niet voor de voeten te lopen”. Ossel zei ook dat er nog gepraat wordt over andere alternatieven voor de school, zoals een dependance binnen andere scholen.

Wat vind jij: Moet er een Vrije School in Noord komen? Laat hieronder je reactie achter.’
Op 12 mei kwam de Vereniging van vrijescholen met ‘“Vrijeschool Debat” voor leden en schoolleiders’:
‘Op 4 juni aanstaande organiseert de Vereniging van vrijescholen het “Vrijeschool Debat”. Het debat is gekoppeld aan de Algemene Ledenvergadering van de Vereniging en is bedoeld om met leden, schoolleiders en relaties in gesprek te gaan over relevante thema’s en ontwikkelingen in het (vrijeschool)onderwijs.

De Vereniging ziet een belangrijke rol weggelegd om een dialoog te faciliteren, waarin vrijescholen zich verhouden tot actuele ontwikkelingen in het eigen onderwijs en tot algemene ontwikkelingen in de onderwijssector. Het voeren van een debat draagt bij aan onderlinge inspiratie, daagt uit tot verkennen van elkaars opvattingen en reflecteert op het verbeteren van de eigen onderwijskwaliteit.

Het Vrijeschool Debat

Het Vrijeschool Debat is een nieuw initiatief dat twee keer per jaar georganiseerd wordt als onderdeel van de ledenvergadering. Het debat wordt gevoerd naar aanleiding van een thema dat wordt toegelicht door enkele debaters. Onder begeleiding van de voorzitter van de Vereniging, Rian van Dam, gaan debaters met elkaar en met de deelnemers in de zaal in gesprek. De thema’s die aan bod komen tijdens de debatten worden geselecteerd op basis van actualiteit en signalen van de leden en het netwerk van de Vereniging. Het thema dat op 4 juni centraal staat is “Groei versus verwatering”. Dit thema handelt onder meer over de groei van de leerlingenaantallen en de kwaliteit en borging van het vrijeschoolonderwijs.

Programma

14.30 – 15.00 uur: Ontvangst
15.00 – 15.05 uur: Welkom door Rian van Dam, voorzitter
15.05 – 15.15 uur: Opening door Francien Kleemans, bestuurslid
15.15 – 16.45 uur: Het Vrijeschool Debat
16.45 – 17.00 uur: Terugblik en afsluiting debat
17.00 – 17.30 uur: Netwerkborrel met soep en broodjes
17.30 – 18.15 uur: Huishoudelijk deel Algemene Ledenvergadering

Aanmelden

Het Vrijeschool Debat is bedoeld voor de leden en relaties van de Vereniging en de schoolleiders van aangesloten vrijescholen in het primair en het voortgezet onderwijs. Zij kunnen zich aanmelden voor de ledenvergadering en het debat van 4 juni aanstaande via vereniging@vrijescholen.nl. Wees er snel bij, er zijn beperkt plaatsen beschikbaar!

Locatie

Cultuur- en congrescentrum Antropia, Landgoed De Reehorst, Hoofdstraat 8, 3972 LA Driebergen, Zaal: Grote Tuinzaal. Routebeschijving
Weer iets heel anders is wat Robert Jan Kelder gisteren op zijn weblog ‘Het Nieuwe Christendom’ plaatste, ‘In de hoefsporen van Liudger – De herkerstening van Nederland door Het Nieuwe Christendom’:
‘“Het Christendom staat op het punt binnen een generatie uit te sterven in Groot-Brittannië, tenzij kerken een ongelooflijke doorbraak maken in het aantrekken van jongeren.” Daarvoor waarschuwde de voormalige aartsbisschop van Canterbury, Lord Carey, als commentaar op de generale synode van de Kerk van Engeland. Zo luidde een bericht eind verleden jaar op de website van het Christelijke Informatie Platform. Als reactie hierop zei, volgens dit CIP-bericht, de aartsbisschop van York, John Sentamu, “dat de Kerk moest ‘evangeliseren of verstenen’, omdat het anders zijn positie als nationaal instituut dreigt te verliezen. Om succesvol te werk te gaan, zo eindigt dit bericht, wordt geopperd een missionaire houding aan te nemen die lijkt op de verspreiding van het geloof door zendelingen in de Angelsaksische tijden.”

Een soortgelijke oproep tot re-evangelisatie valt te vernemen van de Paus. Op de website van de Katholieke Bisschoppen van de Verenigde Statuten is het volgende uit een (in het Nederlands vertaalde) bericht te lezen: “De nieuwe evangelisatie roept een ieder op om ons geloof te verdiepen, in de boodschap van de Evangeliën te geloven en naar voren te komen om deze boodschap te verkondigen. [...] Paus Benedictus XVI riep op om de Evangeliën opnieuw aan te bieden aan regio’s die op een eerste verkondiging van het geloof wachten alsmede aan die regio’s waar het christendom diep verworteld is, maar die een ernstige geloofscrisis hebben doorgemaakt [...].”

Zonder enig uiterlijk verband met deze twee recente oproepen tot een hernieuwde verdieping en verspreiding van het christelijk geloof, is dit nu precies wat sinds zondagmiddag 6 april jl. als een initiatief van de Willehalm Ridderorde van het Woord (i.o.) in dienst van “Het Nieuwe Christendom” beoogd wordt en wel – om te beginnen en tot nu toe nauwelijks opgemerkt – door het wekelijks ten gehoor brengen in de Slotkapel te Oud-Zuilen van de 12 hoofdstukken uit het boek “Antroposofische beschouwingen van het Oude Testament” van de in 1900 in Estland uit Lutherse ouders geboren en als katholiek in 1973 gestorven Valentin Tomberg. Dit historische Slotkapel heeft, naar verluidt, zijn bestaan oorspronkelijk te danken aan Paus Clemens VI, die in de 14de eeuw een bedehuis met altaar liet bouwen als eerbetoon aan de geboorteplaats van de heilige Liudger, de eerste Nederlandse zendeling van Nederlandse bodem, geboren uit een Fries geslacht in 742 te Zuilen, die o.m. bij de geestelijk leider van het Karolingische rijk, Alcuinus in York, heeft gestudeerd en in opdracht van Karel de Grote de evangelisatie in de Lage Landen door de Angelsaksische zendeling Willibrord heeft voltooid (zie afbeelding).

In deze voormalige Hervormde Kerk, waar de schrijfster en componiste Belle van Zuylen gedoopt en getrouwd was, vond dus verleden zondagmiddag de 5de in deze reeks van 12 voorlezingen onder de titel “Het kwaad in het wereldkarma aan de hand van de Bijbel” door de vertaler Robert Jan Kelder van de Amsterdamse Stichting Uitgeverij Willehalm Instituut plaats, die op zondagmiddag 18 mei door de 6de lezing “Geestelijke leiding in de Oudtestamentische geschiedenis” gevolgd zal worden en meteen daarna, zoals alle vorige hoofdstukken, op een Willehalm-weblog geplaatst zal worden. Na de 12de voorlezing “Jezus van Nazareth” op 29 juni zal vervolgens in het najaar deze reeks beschouwingen over de Bijbel afgerond worden door 15 voorlezingen uit het boek “Anthroposofische beschouwingen over het Nieuwe Testament en de Openbaringen van Johannes” eveneens van Valentin Tomberg. Deze verbleef tussen 1938 en 1944 ook in ons land en maakte met zijn op eigen geesteswetenschappelijk onderzoek gebaseerde antroposofische geschriften en voordrachten over het nieuwe christendom op velen een diepe indruk, maar ze stootten ook op weerstand van de kant van de toenmalige voorzitter van de Antroposofische Vereniging in Nederland, wat Tomberg uiteindelijk bewoog om de Katholieke Kerk bij te treden in een (tevergeefse) poging deze grondig te hervormen.

De titel “Het Nieuwe Christendom” van deze reeks lezingen over de Bijbel gaat terug op een gelijknamige uitspraak van de stichter van de antroposofie of te wel de wetenschap van de Graal, Rudolf Steiner (1861-1925) die hij maakte in Arnhem in 1924 over de inspiratiebron voor de antroposofie in de geestelijke wereld als zijnde de tijdgeest en aartsengel Michaël en de zijnen. Dit Nieuwe Christendom bestaat niet alleen inhoudelijk uit diepgaande, nieuwe inzichten in de hele Bijbel als Woord van God, maar komt tevens tegemoet aan de kritische, natuurwetenschappelijke houding van de moderne mensheid door aan te tonen dat een overgang mogelijk, ja nodig is van een geloofs- naar een kennisgemeenschap.

Zo’n kritische geest in de moderne tijd was ook Belle van Zuylen, die een geloofscrisis doormaakte, doordat, zoals ze in een van haar brieven heeft geschreven en waarvan de tekst op een leestafeltje naast haar kerk staat, wel “hoopte Christen te zijn, maar altijd ziek van verveling en vol treurige twijfels de kerk uit kwam, omdat mijn vraag aan God om mij religie te laten begrijpen, nooit beantwoord is.” Deze reeks voorlezingen zijn dan ook om die reden aan Belle van Zuylen opgedragen in een eerste poging om vooralsnog haar vraag, die representatief voor velen genoemd mag worden, aan God om religie, met name het christendom te begrijpen, te beantwoorden aan de hand van het werk van Valentin Tomberg.

Voorafgaand aan de voorlezing kan van 13.00 tot 15.00 uur de tekst- en schilderijententoonstelling “De Deugden – Op naar een Nieuwe Hoffelijkheid” van de verluchtingen van de kunstschilder Jan de Kok voor de 12 maanmeditaties van de Duitse filosoof/antroposoof Herbert Witzenmann uit diens levenskunstwerk voor de adel van de geest “De Deugden – Jaargetijden van de ziel” bezocht worden (toegang is ook hier gratis, vrijwillige bijdrage is gewenst.) Dit cultureel initiatief kan gezien worden als o.m. een poging om de spirituele omgangsvormen van de Machten of Geesten van de Beweging, zoals de Deugden ook worden genoemd in de christelijke hemelse hiërarchieënleer die teruggaat op het onderwijs van Paulus aan de Griekse filosoof en rechter Dionysius de Areopagiet, onder weldenkende en welwillende mensen op aarde te brengen, opdat ze als een krachtig weerwoord tegen het al enige tijd om zich heen grijpende fenomeen van “de nieuwe hufterigheid” ingezet kunnen worden.

De bovengenoemde Willehalm Ridderorde van het Woord (i.o.), die zich in dienst wil stellen van de Nieuwe Hoffelijkheid als een onderdeel van het Nieuwe Christendom, is genoemd naar de titel en hoofdfiguur van een hier te lande nog steeds vrij onbekend heldendicht “Willehalm” van Wolfram von Eschenbach over de 9de eeuwse stichter van het oorspronkelijke Oranjehuis in Zuid-Frankrijk, de Frankische Willem van Oranje, paladijn van Karel de Grote, beschermheer van het Keltische Christendom die in 1066 door paus Alexander II tot schutspatroon van de ridders werd verklaard. Volgens het in 2013 door het Willehalm Instituut uitgegeven onderzoeksverslag “Willem van Oranje, Parzival en de Graal – Wolfram von Eschenbach als historicus” van Werner Greub (1907-1997) studeerde deze Willehalm, net als zijn tijd- en wellicht zelfs klasgenoot en vriend Liudger, ook bij Alcuinus, en speelde hij na zijn militaire loopbaan als opperbevelhebber van het Karolingische leger aan de Spaanse Mark een leidinggevende rol in zowel het tot stand komen alsook in de mondelinge overleveringsstroom van het graalverhaal van Parzival als ridder van het Woord.

Deze Sint Willehalm is, volgens de officiële geschiedschrijving, op 28 mei in 812 of 814 in het door hem gestichte kloosterdorp Saint-Guillem-le-Désert in Zuid-Frankrijk gestorven. Om zijn sterfdag te herdenken zal dit jaar op deze dag bij het ruiterstandbeeld van zijn latere naamgenoot Willem van Oranje voor het Paleis Noordeinde in Den Haag een klein evenement tussen 12.30 en 13.30 uur plaatsvinden, en wel door het bekendmaken en daarna aanbieden van een petitie aan koning Willehalm-Alexander, Grootmeester van de Militaire Willemsorde, om als noodzakelijke, d.w.z. historisch gerechtvaardigde aanvulling daarop een Civiele Willehalm Ridderorde van het Woord in te stellen met het doel om in de hoefsporen van Liudger aan de herkerstening van zijn koninkrijk der Nederlanden door het Nieuwe Christendom en de ridderlijke deugden moed, rechtvaardigheid en trouw het nodige bij te dragen (aparte aankondiging volgt).

Info: Robert Jan Kelder, 020-6944572, 06-23559564
Willehalm Instituut, Kerkstraat 386A, 1017 JB Amsterdam’
Als we dan zo de geschiedenis induiken, dan kunnen we ook leentjebuur spelen bij Michael Eggert. In ‘Sponsoren’ op 7 januari kwam het al ter sprake, maar op 12 mei had Eggert reden om op zijn website over ‘Hans Büchenbacher – Wo der Hammer hängt’ het volgende te schrijven:
‘Ansgar Martins zeigt in “Hans Büchenbacher. Erinnerungen 1933-1949”*, wo der Hammer hängt, nämlich wie man heute ein anthroposophisches Sachbuch schreibt. Es geht um methodische Vielfalt, um Kontextualisierung, vor allem gelungen durch einen die historischen Erinnerungen begleitenden Text in Form von Anmerkungen, in denen nicht nur Textvarianten, Erklärungen von Orten, Worten, Umständen einfließen, sondern auch biografische Kurzabrisse aller im Text auftretenden Personen – und das sind eine Menge, das Who is Who der Anthroposophischen Gesellschaft. Martins schafft so einen Hypertext, der, gut lesbar, die eigentlichen Erinnerungen Büchenbachers, des esoterischen Schülers von Rudolf Steiners, führenden professionellen Vortragsredner in Sachen Anthroposophie, der in den Vorständen von Stuttgart und Dornach ein und aus ging, des Netzwerkers und Organisators, begleitet. Diesem Text folgt eine umfängliche Biografie Büchenbachers von Ansgar Martins, Anmerkungen zur politischen Orientierung der frühen Anthroposophie und Ausführungen zu den “politischen Sünden” der Dornacher in Bezug auf den Nationalsozialismus. Weitere Anmerkungen und Dokumente ergänzen den umfangreichen Band.

Man muss dazu wissen, dass der prominente Hans Büchenbacher aus nationalsozialistischer Sicht als “Halbjude” einzustufen war und bereits 1933 erfahren musste, dass seine und die Positionierung des damaligen deutschen Vorstands, “keine unanthroposophischen Kompromisse” mit dem Nationalsozialismus einzugehen, ja, die Gesellschaft lieber “freiwillig” zu schließen, vom Dornacher Vorstand nicht im geringsten geteilt wurde. Ganz im Gegenteil. Günther Wachsmuth und Marie Steiner galten als pronazistisch, Albert Steffen hielt sich in der Öffentlichkeit (nicht in seinen Tagebüchern) heraus. Marie Steiner protegierte den psychisch kranken, absolut nationalsozialistisch positionierten Roman Boos, und bezeichnete die Vorgänge in Deutschland mit “es ist offenbar dort alles in bester Ruhe und Ordnung.”

Es ging dabei nicht nur um politische Bewertungen – es ging auch die Sorge vor einem Wegbruch der Gelder der mitgliederstarken deutschen Anthroposophenschaft im Falle eines Verbotes. So sollte es ja auch kommen. Statt in irgend einer Weise Flagge zu zeigen gegenüber der immer mächtiger werdenden Gewaltherrschaft entfernte die Anthroposophische Gesellschaft lieber in vorauseilendem Gehorsam die jüdischen und “halbjüdischen” Mitglieder aus ihren Reihen und Gremien. Bereits 1934 erfuhr auch Büchenbacher von diesem Ansinnen – man verlangte selbstverständlich von ihm, “ganz freiwillig” aus dem deutschen Vorstand auszutreten. Marie Steiner beeilte sich, Büchenbacher umgehend schnellstens seine Wohnung im Zweighaus zu kündigen. Wachsmuth hatte sich ja bereits 1933 öffentlich zu seiner Sympathie gegenüber allem, “was z Zt. in Deutschland geschieht” bekannt und versuchte zu verhindern, dass sich jüdische Mitglieder in Dornach einzuschreiben gedachten: “er könne doch nicht am Goetheanum einen Judenstall haben”. Trotz dieser Umstände blieb Hans Büchenbacher als Vortragsredner sehr aktiv. Von der international, dezentral orientierten Ita Wegman hielt Büchenbacher übrigens gar nichts – er unterstützte trotz aller Fragwürdigkeit Marie Steiner darin, Wegman endgültig kalt zu stellen.

Nach dem Verbot der Anthroposophischen Gesellschaft 1935 zog Hans Büchenbacher nach Arlesheim bei Dornach, was ihm den, wie er später sagte, “Verrat der anthroposophischen Sache an den Nazismus” so nahe vor Augen führte, dass er das Angebot, 1946 in den Dornacher Vorstand einzutreten, ablehnte.

Ansgar Martins umfassende Untersuchung, auf die noch an vielen Stellen eingegangen werden kann und wird, stellt einen wesentlichen Baustein, ja einen Meilenstein zur Aufarbeitung der anthroposophischen Historie dar. Die fundierten Materialien ermöglichen eine weiter gehende Forschung. Selbst die schweren internen Konflikte – etwa zwischen den Fraktionen, für die Marie Steiner und Ita Wegmann standen, erhalten eine ganz andere, nämlich politische und wirtschaftliche Dimension. Man stelle sich eine engagierte, mutige Gesellschaft vor, die sich 1933 für ihre jüdischen Mitglieder eingesetzt und sich gegen Faschismus positioniert hätte, um sich strukturell dezentral und global aufzustellen! Man stelle sich vor, die Impulse seien von Dunlop, Büchenbacher und Wegman ausgegangen! Die Anthroposophische Gesellschaft hat diese Chance leider restlos verpasst, hat Zweifel an ihrer humanitären, esoterischen und politischen Integrität genährt, und sich der vielen initiativen Menschen durch Ausschluss entledigt, um weiter im eigenen trüben Saft zu schmoren.

*Ansgar Martins: Hans Büchenbacher. Erinnerungen 1933-1949. Zugleich eine Studie zur Geschichte der Anthroposophie im Nationalsozialismus, Mayer Info3, Frankfurt 2014’
Vandaag kwam daar, maar nu op zijn weblog, ‘Roman Boos, der Liebling Marie Steiners’ bij:
‘Wie schon in einer ersten Büchenbacher-Besprechung bei den Egoisten geschrieben, ergibt die Sammlung von Aufsätzen, Erinnerungen, Materialien und Kommentaren Ansgar Martins ein Füllhorn von biografischen Details der handelnden Personen der Anthroposophischen Gesellschaft der 30-50er Jahre des letzten Jahrhunderts. Wenn man etwas mehr bezüglich der schweren internen Auseinandersetzungen und seltsamen, auch pronazistischen Positionierungen gewisser Fraktionen erfahren möchte, ist insbesondere die Person Roman Boos und dessen Beziehung zu Rudolf Steiners Witwe Marie Steiner-von Sivers eine Betrachtung wert. Boos war früh der Anthroposophischen Gesellschaft beigetreten, verschwand immer wieder für Jahre in der Versenkung, trat dann aber plötzlich agitierend und zentral ins Zentrum des Geschehens in Dornach. In den Jahren 1933/34 wurde er “zu einem der einflussreichsten Meinungsmacher in der anthroposophischen Szene” (S. 95) an der Seite Marie Steiners, agitierte aber auch gegen Wegman, Tomberg und später gegen Steffen.

Seine erste aktive Phase hatte Boos 1920 als Vorsitzender der Schweizer Anthroposophischen Landesgesellschaft – bereits zu dieser Zeit galt er laut Christoph Lindenberg “als Mittelpunkt der Aktivitäten in Dornach” (S. 252). Schon damals ging er agitierend gegen Ita Wegman vor. 1921 verschwand er wieder. Steiner soll über ihn gesagt haben, dass er “etwas pathologisch” sei – das Auf und Ab seiner Aktivitäten und die Aggressivität seiner Kampagnen waren offensichtlich Auswirkungen einer Zyklothymie, einer manisch-depressiven Erkrankung. Rudolf Steiner soll Wegman gewarnt haben, es werde Boos “sehr schwer sein, sich wieder in die Gesellschaft zu finden”. Dem war aber nicht so. Direkt nach Steiners Tod, 1926, tauchte Boos wieder auf der Dornacher Generalversammlung auf und griff Wegman dabei auf beispiellos hasserfüllte Art und Weise an. Aber er artikulierte sich jetzt auch politisch, vor allem in Bezug auf das “Deutschtum”. Er verbreitete deutschnationale Parolen und lobte 1927 Mussolini. 1933 bot er Marie Steiner-von Sivers an, gegen die “schamlosen Verleumdungen” (S. 254) Rudolf Steiners in Deutschland vorzugehen. Während Steffen sich bedeckt hielt und skeptisch war, gab ihm Marie Steiner offenbar grünes Licht. Boos schrieb unter anderem an Goebbels mit der “ergebenen Bitte” (S. 263), die nationalsozialistischen Angriffe gegen Rudolf Steiner zu beenden, da Steiner “ein wahrer Deutscher” gewesen sei und agitierte im Einklang mit den nationalsozialistischen Akteuren als einer “der vom deutschen Geist Berührten” (S. 268). Auch Marie Steiner-von Sivers sah die Quelle der Gegner, die Steiners “Höher-Stehen als andere Menschen” (S. 269) nicht erkannten, keinesfalls bei den Nazis, sondern in der “jüdischen Linkspresse” (S. 269), die von Dämonen beherrscht sei. Damit – und in der Gegnerschaft gegen Wegman – war sie auf einer ideologischen Linie mit Boos. So kämpfte Boos immer stärker auf nationalsozialistischer Position gegen den “ökonomischen Geist ... in seiner liberalistisch-kapitalistischen und in seiner marxistisch-kommunistischen Gestalt” (S. 272). In seiner anti-amerikanischen und dezidiert teutonischen Haltung nahm er Hitler Expansionspläne vorweg und konstatierte einen die “Enge eines zu knappen Lebensraumes” (S. 272). Steiner wurde reduziert auf Einen, der gewaltig für die deutschen Interessen eingetreten sei, das Goetheanum zu einem Ort “zu dem man auch aus Deutschland immer mehr aufblickt!” (S. 276) In diesem Sinne organisierte Boos in manischer Aktivität und mit Zustimmung von Marie Steiner Tagungen aller Art – auch im Namen des Erzengels Michael.

1933 schrieb auch Marie Steiner an Hess, um einen “Ariernachweis” für Rudolf Steiner anfertigen (S. 280) zu lassen. Wachsmuth war zufrieden, dass die italienischen Faschisten die Anthroposophische Gesellschaft offiziell genehmigt hätten. Wachsmuth, Steiner-von Sivers und Boos versuchten also, die Gesellschaft völlig kompatibel mit dem Faschismus Europas umzugestalten – nicht nur aus strategischem Kalkül, sondern aus ganzer Überzeugung. Nach wie vor versicherte Marie Steiner-von Sivers, die Feinde Steiners seien “Juden, Jesuiten, Freimaurer und einzelne militärische Kreise” (S. 281). Wegman, Vreede und (eher zurückhaltend, aber innerlich überzeugt) Steffen hielten dagegen. Nach Ludwig Polzer- Hoditz ging Roman Boos in seinen (erfolgreichen) Versuchen, Ita Wegman kalt zu stellen, so weit, bei dieser einzubrechen, um Dokumente zu stehlen (S. 284). Er ging hemmungslos gegen sie vor und bezeichnete sie und ihre Anhänger als “Carcinom der Anthroposophischen Gesellschaft”. Polzer-Hoditz war davon überzeugt, dass der manische Boos vom Vorstand als “Sturmbock” in den Auseinandersetzungen benutz wurde. Diese Hetze übertrug Boos auch auf Valentin Tomberg.

Trotz aller ideologischen Anpassungsversuche an das nationalsozialistische Regime wurde die Anthroposophische Gesellschaft am 16.4. 1934 in Deutschland verboten. Boos forderte aber weiterhin, als “Gesetz” zu betrachten, “Hitler Gefolgschaft zu leisten” (S. 297). Dann kippte die Manie offensichtlich wieder um, denn Boos verschwand ab 1935 für mehrere Jahre. Ab 1940 tauchte er dann zum dritten Mal in ungehemmter Wut auf – diesmal “gegen Herrn Steffen und diejenigen ... die für ihn eintraten” (S. 301).

Marie Steiner-von Sivers hat Roman Boos offensichtlich als ihr Kampfmittel in ihren andauernden internen Fehden benutzt. Inwieweit sie selbst tatsächlich nationalsozialistisch dachte – oder ob sie nicht vielmehr in einem wirren “verschwörungstheoretischen Gestus” (S. 307) alle möglichen “Gegner” in Juden, Freimaurern, Amerikaners, Jesuiten, Linken und Anhängern von Wegman und Steffen vermutete, bleibt offen. Ebenso ungeklärt bleibt, ob Boos Marie Steiner-von Sivers, wie Büchenbacher annahm, “pronazistisch” (S. 95) beeinflusst hat. Jedenfalls hat sie sein pathologisches, hoch aggressives Treiben nie auch nur im Ansatz gestoppt, sondern hat ihn für ihre Zwecke benutzt. Dass nicht nur der in mancher Hinsicht schlechte Ruf der Anthroposophischen Gesellschaft, sondern auch ihre innere Zerrissenheit auf diese zweifelhaften manipulativen Machenschaften zurück zu führen sind, steht wohl außer Zweifel.’
Dan is er vandaag ook weer een ‘Kolumne “Gut Gebrüllt”’ van Ramon Brüll verschenen, ‘Vom Wahren und Falschen’:
‘Wer war denn nun der “richtige” und wer der “falsche” Demetrius? Zwei Sachbücher wollen dem Rätsel auf die Spur kommen – mit höchst unterschiedlichen Ergebnissen. Oder geht es hier eher darum, wer der “wahre” und wer der “falsche” Steiner-Interpret ist?

Im Verlag am Goetheanum ist soeben eine erweiterte Neuauflage von Sergej Prokofieffs Das Rätsel des Demetrius erschienen, über jenen russischen Zarensohn also, der 1582 geboren und vermutlich 1591 neunjährig ermordet wurde. Eine sich hartnäckig haltende Vermutung, wonach aber nicht der Thronfolger, sondern ein heimlich ausgetauschtes anderes Kind ermordet und Demetrius somit gerettet wurde, weist Prokofieff, mit guten Gründen übrigens, zurück. Die Geschichte des geretteten Demetrius, der in Polen auftauchte, zum Katholizismus konvertierte, gegen das orthodoxe Russland Krieg führte und dann für kurze Zeit 1605/1606 den Zarenthron bestieg, beruhe auf Erfindung, Spekulation und Intrige. Es handele sich um einen anderen. Prokofieff nennt diesen von Polen aus auftretenden Menschen den “falschen Demetrius”. Wissenschaftlich belastbare Belege liegen für beide Varianten dieser Geschichte nicht vor.

Die Fragestellung ist in anthroposophischen Kreisen brisant, weil Steiner kurz vor seinem Tod in einem letzten Gespräch mit Ludwig Polzer-Hoditz ausgeführt haben soll, dass es in Zukunft darauf ankomme, drei große Fragen zu lösen, die der beiden Johannes in den Evangelien, die des Kaspar Hauser und die des Demetrius. Dabei interessierte sich Steiner, wen wundert’s, weniger für die Abstammungsfrage und die Umstände der Ermordung, als vielmehr für die verhinderte oder angetretene geistige Mission der genannten Persönlichkeiten. Ich muss an dieser Stelle eine Zwischenbemerkung machen: Auch die Quelle der diesbezüglichen Ausführung Rudolf Steiners ist lediglich die Erinnerung einer einzigen Person, Polzer-Hoditz’, der das für ihn beeindruckende Gespräch zweimal fast wortgleich zitiert, womit es aber nicht doppelt belegt ist.

Prokofieff vertritt also die These, dass der “Zarewitsch” Demetrius tatsächlich ermordet wurde und der polnische Demetrius ein, womöglich ferngesteuerter, Schwindler war. Über den Zarewitsch weiß er trefflich und erkenntnisreich zu berichten, mit einer Fülle von Details, die sich wohl nur einem russisch-sprachigen Forscher erschließen. Anders als wir es vom Autor gewohnt sind, beruht das Werk weitgehend auf eigenen Recherchen; Rudolf Steiner wird fast nur im Kapitel der geisteswissenschaftlichen Betrachtung des Demetriusschicksals zitiert, und dort nicht einmal überbordend.

Es liegt somit ein hervorragend recherchiertes Sachbuch mit anthroposophischem Hintergrund vor. Die Sache hat nur einen Haken: Es gibt ein anderes, ebenfalls gut recherchiertes Sachbuch – pikanterweise im selben Verlag erschienen – über den “polnischen” Demetrius, den Prokoffief also den “falschen” nennt. Auch jenes Buch ist von einem anthroposophischen Autor verfasst worden, von Peter Tradowsky. Tradowsky hält an der These fest, dass “sein” in Polen aufgetauchter Demetrius der entkommene russische Zarensohn ist. Dieser Widerspruch macht beide Bücher keineswegs weniger wertvoll, im Gegenteil, sie ergänzen sich und geben zusammen ein vollständiges Bild der Problematik. Und auch Prokofieff könnte möglicherweise mit der Veröffentlichung seines Nebenbuhlers leben, wäre da nicht das Zitat Rudolf Steiners, aus dem, so es denn überhaupt korrekt wiedergegeben wurde, nicht explizit hervorgeht, welcher Demetrius gemeint war, der, dessen Mission die “Jesus-Imagination” wäre oder der kriegsführende Tyrann. In seiner Neuauflage hat Prokofieff ein ganzes Kapitel eingefügt, das nur darauf abzielt, Tradowsky ein falsches Verständnis oder gar ein bewusstes Auslassen im Steiner-Zitat zu unterstellen. Und so geht es am Ende gar nicht mehr darum, wer der wahre oder falsche Demetrius, sondern wer der wahre oder falsche Steiner-Interpret ist.

Michaela Glöckler spricht in einem Interview in der niederländischen Zeitschrift Motief ausführlich über den Grund von Konflikten, auch innerhalb der anthroposophischen Gesellschaft. Ihr Fazit lautet, dass wir (noch) nicht gelernt haben, das fremde Wollen des anderen Menschen zu lieben. Nicht vorrangig um Argumente gehe es, nicht um Zu- oder Abneigungen, sondern um die Freiheit des Gegenübers, eigene Ziele zu verfolgen. Stattdessen streiten wir darum, wer Recht hat, wer falsches denkt und Interpretationsfehler macht. Es gibt Menschen, sagt Glöckler, “die schreiben ganze Bücher deswegen” – wobei sie bekannte Autoren meinte, aber zweifelsohne an ein anderes Thema dachte.

Auf dem Klappentext des hier besprochenen Buches hat die Lektorin – oder war es der Autor selbst? – das Dilemma prägnant charakterisiert. Es ist von “unvollständig zitierten Dokumenten” die Rede, und von “irrigen Vorstellungen” “in einer anderen Publikation”. Und dann kommt eine wunderbare Stilblüte: “Bis heute wurde dieses Problem noch nirgendwo thematisiert. Hier erfolgt seine Richtigstellung.”’

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)