Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

zondag 29 juni 2014

Massa


Het is nu nog rustig, maar dat gaat niet lang meer duren... straks komt uit de verte de lange rij aangereden en kijkt iedereen vanaf de kant.

Het is alweer te lang geleden dat ik een bericht maakte: een hele week. Maar niet getreurd, er is genoeg te melden. Om te beginnen verscheen vandaag bij ‘Themen der Zeit’ van Michael Mentzel ‘Der Lauenstein und die Heilpädagogik’ door Klaus Jacobsen:
‘Am 21. Juni 2014 wurde in Jena der 90. Geburtstag der anthroposophischen Heilpädagogik gefeiert.

Die heilpädagogische Initiative des Lauenstein ist der Beginn der anthroposophischen Heilpädagogik. Am 18. Juni 1924 besuchte Rudolf Steiner den Lauenstein in Jena, in dem junge Pädagogen das spirituelle Menschenbild der Anthroposophie als Inspiration für Leben und Arbeit erlebten. Kurz danach legte Steiner im Heilpädagogischen Kurs Grundlagen für ein von liebevoller Menschenerkenntnis getragenes pädagogisches Handeln.

In Jena wurde schon bald ein zweites Heim eröffnet, verschiedene Tochtergründungen folgten in Pilgramshain, Gerswalde und Schloss Hamborn. Heute zeigt sich dieser dynamische Impuls in einer Fülle von heilpädagogischen Einrichtungen, die auf allen Kontinenten der Erde wirksam sind.

Am 20./21. Juni 2014 fand eine Besinnung auf den Kraftquell des Lauenstein statt. Ca. 40 Delegierte von Tochtereinrichtungen des Lauenstein trafen sich in Jena. Prof. Dr. med. Peter Selg gelang es in zwei Vorträgen, die historische Zeitsituation der Initiative der drei Ur-Heilpädagogen des Lauenstein, Franz Löffler, Albrecht Strohschein und Siegfried Pickert, lebendig zu machen. Das selbstlose, mutige und geistesgegenwärtige Wirken dieser jungen Menschen nannte er einen michaelischen Impuls; vertieftes Erarbeiten von Menschenerkenntnis sollte einhergehen mit einem ernsthaften Bemühen um Selbsterkenntnis.

Mit dem am 21.6.2014 errichteten Gedenkstein am Lauenstein haben die Initiatoren ein Zeichen gesetzt. Zukünftige Generationen sollen das michaelische Ideal des Herzensdenkens in den Begegnungen der heilenden Pädagogik verwirklichen. In einem Schlusswort wies Johannes Denger auf die Notwendigkeit hin, gerade in Zeiten der rechtlichen Gleichstellung durch die Inklusion aufmerksam zu sein für die jeweiligen individuellen Notwendigkeiten und für die Verwirklichung der Menschenrechte jedes Einzelnen einzustehen.

Der Lauensteintag

Der 18. Juni ist der “Lauensteintag”. Er ist auch seit Bestehen der Kinder- und Jugendhilfeeinrichtung Schloss Hamborn ein Fest- Gedenk- und Feiertag. Nach dem Weggang vom Lauenstein gründete Siegfried Pickert die Einrichtung mit Hilfe von Ita Wegman im Jahre 1931/32. Über Pickert und seine Jenaer Mitstreiter Strohschein, Löffler und Pache und damit auch über die Entwicklung der anthroposophischen Heilpädagogik in der ersten Hälfte des 20. Jahrhunderts schreibt sehr anschaulich und bewegend Peter Selg in seinem Buch: “Der Engel über dem Lauenstein”. Einen weiteren interessanten Beitrag (von Rüdiger Grimm) zur Geschichte der anthroposophischen Heilpädagogik und über den Lauenstein finden Sie hier >
weitere Informationen zur Anthroposophischen Heilpädagogik. Anthropoi >
Onder de laatste link verbergt zich een schat die ik nog nauwelijks ontgonnen heb: het tijdschrift ‘Punkt und Kreis’, onder leiding van de bekende heilpedagoog en sociaaltherapeut Johannes Denger: ‘Zeitschrift für anthroposophische Heilpädagogik, individuelle Entwicklung und Sozialkunst’. Niet te verwarren met ‘Seelenpflege in Heilpädagogik und Sozialtherapie’ onder leiding van Rüdiger Grimm:
‘Die Zeitschrift Seelenpflege wird herausgegeben von der Konferenz für Heilpädagogik und Sozialtherapie in der Medizinischen Sektion der Freien Hochschule Goetheanum, Dornach (Schweiz).’
Het meest recente nummer van ‘Punkt und Kreis’ is van Johanni 2014 en gaat over ‘90 Jahre heilpädagogischer Kurs Rudolf Steiners (PDF)’:
‘Vor 90 Jahren hielt Rudolf Steiner vom 25. Juni bis zum 7. Juli 1924 in der Schreinerei am Goetheanum in Dornach, Schweiz, den Heilpädagogischen Kurs. Zwölf Vorträge als menschenkundliche Grundlage, aus der sich durch die Jahre eine fruchtbare Vielfalt an Arbeitsformen und -orten für die heilpädagogische und sozialtherapeutische Arbeit entwickelt hat. Es ist aber nicht nur die Traditionspflege, die die Auseinandersetzung mit besagtem Kursus lohnend macht. Die Zwölf Vorträge können sich sich auch heute noch als lebendige, imaginativ-inspirative Quelle erweisen.’
In Denkpool’ afgelopen zondag 22 juni toonde ik al de Vereniging voor vrijescholen met nieuw elan en een video. Daar kwam op woensdag 25 juni deze ‘Terugblik Landelijke bijeenkomst voor kleuterleid(st)ers vrijescholen’ bij:
‘De jaarlijkse landelijke bijeenkomst voor kleuterleid(st)ers van vrijescholen vond dit jaar plaats op Landgoed de Reehorst in Driebergen. Onder het thema “een jongen is geen meisje, verschil mag er zijn”, stonden diverse inleidingen en werkgroepen geprogrammeerd. De aanleiding voor dit onderwerp was de uitkomst van een evaluatie die twee jaar geleden werd gehouden tijdens de kleuterdag. Daaruit bleek dat er vanuit het veld behoefte was om nader in te gaan op het verschil in dynamiek tussen meisjes en jongens in de kleuterklas. Zowel in groepsverband als in relatie tot de leerkracht.

Bezoek uit België

De opening van het programma werd verzorgd door de Nederlandse vertegenwoordiger van IASWECE (de internationale koepelorganisatie voor vrijeschoolonderwijs voor het jonge kind, van 0-7 jaar oud), Jocelyn Roy. Vervolgens werd Clara Aerts geïntroduceerd: een kleuterjuf die jarenlang lesgaf op de Antwerpse vrijeschool en nu België vertegenwoordigt in de IASWECE. Vol enthousiasme vertelt ze over het bijzondere van de Nederlandse vrijeschool, het enige land dat het woord “vrij” in de naam draagt. In andere landen wordt namelijk gesproken over Waldorf educatie en Steinerscholen. Deze vrijheid is volgens Aerts een waardevol goed, één van de grootste waarden van onze tijd, naast gelijkheid en broederschap. Het zijn de verworvenheden van de Franse revolutie maar nog actueel in onze tijd.

“Een jongen is geen meisje, verschil mag er zijn”

De lezing werd dit jaar verzorgd door Martine Delfos, biopsycholoog en werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker en schrijfster. Delfos is onder meer gespecialiseerd in sekseverschillen en -overeenkomsten en heeft daarnaast ook praktijkervaring door haar werkzaamheden als therapeut en docent. Vanuit dat perspectief weet zij heel goed een brug te slaan tussen de wetenschap en de praktijk. Ze schreef een standaardwerk over verschillen én overeenkomsten tussen mannen en vrouwen: “De schoonheid van het verschil. Waarom mannen en vrouwen verschillend én hetzelfde zijn.”

“Jongens en meisjes zijn verschillend én hetzelfde. In de kleuterleeftijd krijgen verschillen meer aandacht van de kinderen. Ze ontdekken sekseverschillen en zijn nieuwsgierig waarom die er zijn. De school is bij uitstek een ruimte waar kinderen kunnen leren en ontdekken. Het omgaan met jongens en meisjes vergt ook iets van de leerkracht, die zelf ook een man of een vrouw is. Leerstijl en omgangstijl verschillen tussen de seksen. De kunst is daarop in te spelen, maar tegelijk ook jongens en meisjes de kans te geven van elkaar te leren. In de maatschappij moeten ze met elkaar overweg: de school is een goede leerweg!”

In haar inleiding roept Delfos beelden op die herkenbaar zijn voor de deelnemers. Ze geeft bijvoorbeeld aan hoe de rangorde bepaald wordt binnen de eigen sekse. Jongens doen dat openlijk en met fysiek contact. Bij meisjes wordt het veel subtieler bepaald. Ieder meisje weet wie de baas is binnen de eigen groep. Haar positie betwisten of aanvallen is veel moeilijker dan bij jongens. Ook vertelt de biopsycholoog hoe de hersenen van vrouwen en mannen verschillen. Dat er bij vrouwen veel meer verbindingen aanwezig zijn tussen de verschillende gebieden in de hersenen en dat dát waarschijnlijk de reden is dat vrouwen veel meer dingen tegelijk kunnen onthouden. Ook hier volop herkenbaarheid bij het publiek dat voor een overwegend uit kleuterjuffen bestond. Mannen nemen daarentegen vaak één onderwerp om over na te denken en kunnen soms ook niet begrijpen waarom vrouwen bepaalde zaken erbij halen die volgens hen niet ter zake doen.

Werkgroepen

Na de pauze stond het programma in het teken van de werkgroepen, waarin via verschillende vormen de thema’s verder werden uitgewerkt. Zo verzorgde Martine Delfos een verdiepende sessie in vervolg op haar lezing. Opvallend genoeg gaven daarnaast drie mannelijke werkgroepleiders vanuit hun professionele ervaringen een eigen invulling aan de rest van het programma. Bas van Rooij, al dertig jaar kleutermeester op Vrije Basisschool de Regenboog in Eindhoven, ging nader in op de ontmoeting tussen de leerkracht en het jonge kind. Van Rooij vertelt dat kleuters graag contact willen met de leerkracht en dat zij daarbij vaak grenzen opzoeken. Communicatie en duidelijkheid zijn dan belangrijke uitgangspunten. Maar ook een spiegel zijn voor het kind en het creëren van herkenbaarheid is daarbij van belang. Jiri Brummans, euritmist aan de Amsterdamse Geert Groote School in Amsterdam, nam de deelnemers mee in zijn kleuter-euritmieles, begeleidt door harpiste Anne Koene. Het enthousiasme van Jiri en Anne werkte erg aanstekelijk. Jiri heeft samen met Anne een heel eigen vorm gevonden voor euritmie voor het jonge kind. Rogier van de Kruk, voormalig kleutermeester in Zeist en ambachtsman, pakte zijn werkgroep praktisch aan. Verschillende schildertechnieken werden geoefend met de deelnemers, zoals het tekenen met vetkrijt en dat weer met een strijkbout bewerken. Van de Kruk legde uit hoe men door middel van een ambachtsspel kan werken met kleuters.

Afsluiting

Tijdens de plenaire afsluiting werden de opbrengsten en ervaringen vanuit de werkgroepen onderling gedeeld. Ook was er gelegenheid om actualiteiten vanuit de eigen scholen uit te wisselen. De werkgroepleiders en de deelnemers werden bedankt voor hun bijdrages en voor een inspirerende kleuterdag.’
Maar dat was niet het enige bij de Vereniging voor vrijescholen. Diezelfde dag werd ook het verslag ‘Nederland gastland voor IASWECE bijeenkomst’ geplaatst:
‘Van 20 tot en met 23 mei was Nederland het gastland voor de bestuurdersbijeenkomst van IASWECE. De IASWECE, International Association for Steiner/Waldorf Early Childhood Education, is een internationale organisatie van afvaardigingen uit 28 landen die samenwerken op het gebied van de zorg en de pedagogie voor het jonge kind van nul tot zeven jaar vanuit de antroposofie.

De bestuurders van de IASWECE komen meerdere malen per jaar samen voor studie, verbinding en samenwerking ten behoeve van actuele vraagstukken. Zo wordt er gekeken naar de gezamenlijke thema’s voor het kind van 0-7 jaar, er worden mandaatgroepen ingesteld die de taak krijgen om urgente vragen voor deze leeftijdsgroep verder uit te werken of onder de aandacht te brengen, workshops en conferenties worden geïnitieerd en de leden het bestuur informeren over de belangrijkste zaken met betrekking tot het werkveld van het jonge kind.

De bijeenkomst stond ditmaal mede in het teken van het afscheid van de Nederlandse vertegenwoordiger en bestuurder Els Blacquière-Biesta, die zeven jaar lang de honneurs waarnam voor Nederland. Vanaf 2014 is zij als vertegenwoordiger opgevolgd door Jocelyn Roy, kleuterleidster op de Vrije School in Delft. Daarnaast kon de bijeenkomst dit jaar rekenen op de aanwezigheid van twee nieuwe leden, uit Slovenië en China.

Werkbezoek

De bestuurders werden uitgenodigd voor een werkbezoek aan een vrijeschool, waarbij kennis werd gemaakt met een aantal Nederlandse kleuterjuffen. Zij legden de bestuurders uit hoe de Nederlandse vrijeschool werkt en lieten letterlijk zien hoe een vrijeschool in Nederland eruit ziet, het nieuwe vrijeschoolgebouw in Bussum in dit geval. Veel bestuurders gaven aan onder de indruk te zijn van de goede organisatie.

Een gezamenlijk streven

Tijdens de vergadering zelf kwamen diverse vraagstukken aanbod, waaronder de uitdaging om een overkoepelende visie te ontwikkelen voor de kleuterklas van de vrijeschool, die onafhankelijk van culturele en geografische verschillen een gezamenlijk streven benoemt. Een vrijeschool in Brazilië is namelijk heel anders dan een vrijeschool in Japan. Toch zijn er in de basis veel overeenkomsten die verschillende scholen verbinden. Het bestuur van de IASWECE werkt de komende periode verder aan dit vraagstuk om die basisverbinding inzichtelijk te maken.

Wereldwijde ontwikkelingen

Wereldwijd lijkt het steeds minder vanzelfsprekend te zijn dat jonge kinderen de tijd krijgen om zich te ontwikkelen. In sommige landen (met name westerse landen) wordt het toetsen steeds belangrijker. Er is volgens de IASWECE te weinig vertrouwen dat kinderen door middel van spel, vrije ruimte en beweging tot ontplooiing kunnen komen. In sommige landen is dit ook binnen de vrijeschoolonderwijs merkbaar, bijvoorbeeld in Israël, Ierland, en Slovenië.

Oekraïne
De vertegenwoordiger uit Oekraïne geeft een update van de lokale politieke gebeurtenissen en het effect op de educatie en omgeving van jonge kinderen. Te midden van het conflict probeert het betreffende schooltje gewoon door te gaan met een alledaags ritme. De kinderen spelen zo intens dat men meer tijd heeft gecreëerd voor vrij spel. In de tuin gaat het werk door, de kinderen verzamelen al het onkruid dat er door de juffen uit is getrokken en herplanten ze op een andere plek. Bijzonder om op te merken dat de kinderen op deze manier het levende willen behouden.

De vrijeschool groeit, De IASWECE groeit

De vrijeschoolbeweging is wereldwijd aan het groeien. In China zijn er in 10 jaar tijd 300 vrijescholen ontstaan. Daarnaast is men bezig om in China vrijeschoolleerkrachten op te leiden. Een hele opgave, want er moeten begeleiders uit het buitenland komen waar er meer ervaring is met de vrijeschool. China is een land om rekening mee te houden. Men is er zeer enthousiast over de vrijeschool. De IASWECE ondersteunt de ontwikkelingen daar waar het kan.

In sommige landen zijn de omstandigheden om vrijeschoolonderwijs te realiseren lastig. Toch zijn er wereldwijd in toenemende mate ouders die kiezen voor de vrijeschool. Dat schept een vraag en door deze vraag ontstaat er aanbod. Een positieve ontwikkeling waarbij het wel van belang is om de kwaliteit van het vrijeschoolonderwijs bij een dergelijke groei te borgen.

Uitwisseling

In maart 2015 zal in Dornach een grote conferentie plaatsvinden: “Transitions in Childhood from birth to 14 years”. Het betreft een conferentie die georganiseerd wordt door de IASWECE en de pedagogische sectie in Dornach. Het doel is onder meer om het werk van de IASWECE daar zichtbaar te maken, zodat mensen ook echt weten wat er binnen de bestuurdersorganisatie leeft en wat er gedaan wordt om het vrijeschool kleuteronderwijs in de wereld te ondersteunen en de kwaliteit te bevorderen.’
Overigens lees ik op de website van de Vereniging voor vrijescholen over een ‘Nieuw adres Vereniging!’
‘De Vereniging verhuist per 1 juli aanstaande. Lees meer over de bereikbaarheid en het nieuwe adres op de contactpagina.’
Daar staat onder ‘Contact & adresgegevens’:
‘Ouders en belangstellenden die vragen hebben kunnen terecht bij het bureau van de Vereniging.

Adresgegevens
Nieuw adres per 1 juli 2014:
Diederichslaan 25
3971 PA Driebergen
t. +31 (0)343 - 53 60 60 (zie bericht hieronder)

In verband met de verhuizing is de Vereniging op 27 juni niet bereikbaar via telefoon en e-mail.
Vanaf maandag 30 juni en de eerste weken van juli zijn we van maandag tot en met vrijdag van 09.00-13.00 uur alleen bereiken via nummer: 06 17 00 57 87.

Secretariaat & webredactie: vereniging@vrijescholen.nl
In verband met de verhuizing zijn we de vanaf maandag 30 juni en de eerste weken van juli minder goed bereikbaar per e-mail. We hopen op uw begrip.
Volg de Vereniging van vrijescholen ook op Twitter of praat mee via #vrijescholen
Kortom, men verhuist blijkbaar binnen Driebergen van Landgoed de Reehorst naar Landgoed Kraaybeek. Nog iets interessants hier is op de agenda te vinden, ‘Lerarenconferentie 3 en 4 oktober 2014 Locatie: Stichtse Vrije School in Zeist’:
‘Op vrijdagavond 3 en zaterdag 4 oktober wordt de tweede lerarenconferentie verzorgd door Hens initiatieven in samenwerking met de pedagogische sectie. Het thema voor dit jaar is: Mee?bewegen.

Hoe houd je de pedagogie levend en dus in beweging?

De leerlingen en het onderwijs zijn volop in beweging! Passend onderwijs valt of staat bij de volgende vragen: Waardoor word je geïnspireerd? Wat vragen de leerlingen van nu aan ons? Hoe kom je tot lessen die recht doen aan de behoeften van kinderen? Wanneer moeten we de tot vorm geworden les weer in beweging brengen? Hoe beweeg je je als Vrijeschool leerkracht in deze tijd? Waar willen we meebewegen en waar niet? Hoe kunnen we staan voor onze idealen?

Leraren zijn van harte uitgenodigd om verder op deze vragen in te gaan tijdens een conferentie vol beweging: fris, helder, bruikbaar en inspirerend! Kom ook en verdiep je vak. De conferentie is bedoeld voor kleuter-, onder- en bovenbouwleerkrachten.

Voor verdere informatie en inschrijvingen kunt u terecht op: www.hensinitiatieven.nl
Er gebeurt nog meer op vrijeschoolgebied. Zo is daar ook ‘VrijOnderwijs.nl’:
‘VrijOnderwijs.nl is een nieuwe landelijke beweging voor ouders en opvoeders, leerkrachten, schoolleiders en andere geïnteresseerden. We zetten ons in voor een vrijeschool die het kind centraal stelt en niet het systeem. Dat doen we door samen ruimte te maken en de krachten te bundelen voor een vrijeschool die zich ontwikkelt vanuit haar eigen kwaliteiten voor de kinderen van de 21e eeuw. Met VrijOnderwijs.nl bieden we een landelijk platform waar we elkaar makkelijk kunnen vinden rond vragen en actuele onderwerpen, waar nieuwe verbindingen en initiatieven kunnen ontstaan en waar nieuwsgierigheid en dialoog de boventoon voeren. Daarvoor is veel moed, zelfbewustzijn en samenwerking nodig. Jouw deelname is belangrijk. Hoe meer mensen, hoe groter de slagkracht. sluit je daarom meteen aan en doe mee!’
In ‘Over VrijOnderwijs.nl’ lees ik verder:
‘De schoolbeweging heeft zich de afgelopen jaren succesvol aanpast aan de eisen van het systeem. Sommige dingen zijn beter geworden, maar er is of dreigt ook veel verloren te gaan. In de vrijeschool kijken we niet naar kinderen als toekomstige werknemers van de BV Nederland die als zodanig klaargestoomd moeten worden. “Worden wie je bent” gaat over iets anders. Toch is het onderwijsstelsel gericht naar de kenniseconomie, wat het onderwijs behoorlijk onder druk zet. Dat vraagt om een tegengeluid, waarvoor moed, zelfbewustzijn en vooral samenwerking nodig zijn.

Niet alleen de druk van buiten belemmert; ook de vele tradities en vaste vormen staan ontwikkeling soms in de weg. We hopen dat de uitwisseling van vragen en ideeën in een grotere kring een impuls geeft aan het zoeken naar nieuwe, bij de tijd passende vormen. We sluiten overigens niet uit dat oude vormen een herwaardering kunnen krijgen.

Wie zitten er achter VrijOnderwijs.nl?

VrijOnderwijs.nl is een initiatief van Marije Ehrlich en Yvonne van Oorsouw, twee vrijeschoolouders die zich samen met andere willen inzetten voor een bottom up beweging die de ontwikkeling van het vrijeschoolonderwijs ten goede komt.
Ferdinand Zanda (vrijeschoolleerkracht en ict-er) verzorgt de technische realisatie van de website.
Jan Martin Wilschut (vrijeschoolouder en partner in Over&Beyond) ontwierp het logo.
Fokke van Saane (vrijeschoolouder en fotograaf) stelt (met instemming van betrokken ouders) zijn beeldbank beschikbaar aan publicaties van VrijOnderwijs.nl.
Ignaz Anderson (directeur Iona Stichting en oud-leerkracht/schoolleider) is vanaf het eerste begin betrokken als inhoudelijk adviseur. De Iona Stichting faciliteert VrijOnderwijs.nl met werkruimte.

VrijOnderwijs.nl is geen organisatie maar een beweging die ten dienste van de vrijeschool werkzaam wil zijn. Daarom is VrijOnderwijs.nl nadrukkelijk van alle mensen die zich aansluiten.

Hoe gaan we te werk?

We maken met VrijOnderwijs.nl een ruimte waar zichtbaar kan worden wat er leeft en wat wordt gewild; waar uitwisseling, nieuwe verbindingen en initiatieven kunnen ontstaan.

We richten ons op de onderwerpen die echt leven. Een redactie zorgt voor inhoudelijke bijdragen en modereert waar nodig de online dialogen. Rond actuele onderwerpen zullen we – waar mogelijk in samenwerking met anderen – bijeenkomsten en activiteiten organiseren.

We werken zoveel mogelijk met vrijwilligers, zodat onze aandacht gericht kan zijn op het proces en niet afgeleid wordt door het optuigen en in stand houden van een organisatie.

We doen geen werk dat al door anderen wordt gedaan en zoeken samenwerking met andere organisaties binnen en buiten de vrijeschoolbeweging.

In deze eerste fase is het belangrijk massa te maken. Hoe meer mensen, hoe groter onze slagkracht en vruchtbaarder onze uitwisseling. Jouw deelname is daarom belangrijk!  Sluit je daarom aan bij VrijOnderwijs.nl.’
En dan is er ook nog ‘vrijeschoolbeweging.nl’:
‘Welkom!
Hier bouwen wij aan vrijeschoolbeweging.nl
Lees meer of meld je aan voor onze nieuwsbrief

oktober 2014 online

Blijf op de hoogte!
Meld je nu aan voor onze nieuwsbrief

Ben je nieuwsgierig naar wat vrijeschoolbeweging.nl te bieden heeft? Laat hieronder je e-mailadres achter en wij houden je op de hoogte. Je kunt je op elk gewenst moment weer uitschrijven.

Over vrijeschoolbeweging.nl

Velen voelen sympathie voor de vrijeschool. Eenmaal met de vrijeschool bekend, zijn mensen er ook al snel echt bij betrokken. Dit blijkt uit de actuele groei van de vrijescholen, en uit het blijvende enthousiasme van vrijeschoolouders en -leerlingen. Met de website en de nieuwsbrieven willen we de vrijeschoolbeweging samenhang te geven, om de banden binnen de wijde kring van (oud-) ouders, leerkrachten, leerlingen en alle andere sympathisanten van al die vrijescholen in Nederland voelbaar te maken.

Via de nieuwsbrieven kan je je op de hoogte stellen van het nieuws en de achtergronden bij de vrijescholen van nu. Maar ook hoor je hoe en waar je elkaar kan ontmoeten bij evenementen, zoals toneelstukken of presentaties, via uit te wisselen vacatures, op bijeenkomsten en uitstapjes voor Vrienden van de Vrijeschoolbeweging, en in gesprek of debat over vrijeschoolthema’s. Zo ontstaat een groot “schoolplein” waar je elkaar zíet. Geraakt door een gemeenschappelijk verleden, met gedeelde idealen, waarvan de kracht ingezet kan worden voor de samenleving van nu.

Het bestuur van de Stichting voor Rudolf Steinerpedagogie’
Dus dat duurt nog wel even, 96 dagen geeft de website al aftellend aan. En hoe zit het dan met de praktijk? We bekijken weer even, net als de vorige keer, het weekbericht van basisschool De Zwaan in Zutphen, dat op 26 juni ‘Positieve ontwikkeling bouwtraject Zutphen’ meldde:
‘Met enige trots willen wij jullie op de hoogte brengen van de goedkeuring die de gemeente Zutphen heeft gegeven op het Ruimtelijk Plan van Eisen. Hiermee kunnen wij de beide PO-locaties aan de Henri Dunantweg 4 en De Valckstraat 30 gaan verbouwen tot twee prachtige toekomstbestendige scholen. Op beide locaties wordt er ruimte gecreëerd voor buitenschoolse opvang. De BSO is nauw betrokken bij de voorbereidingen.

Helaas konden en wilden wij niet aan de garantie-eis voldoen van de gemeente waardoor wij aan onze (blijvende) wens om ook kinderopvang en een peuterspeelzaal te realiseren op beide locaties, nog niet kunnen voldoen. De architect I_KB is de ontwerptekeningen aan het maken. Zo vlak voor de zomervakantie is dit een mooi resultaat. De kickoff bijeenkomsten voor de beide Klankbordbijeenkomsten vinden dan ook nog vóór de zomervakantie plaats. De ouders en de leerkrachten, die zich hiervoor hebben aangemeld ontvangen separaat een uitnodiging. Het streven is om na de zomervakantie de betrokken lerarenteams en alle ouders bijeen te laten komen en een kijkje te geven in de bouwplannen en de tekeningen. Uiteraard wordt er voor de leerlingen ook iets georganiseerd en worden ook zij betrokken bij de verbouwing van hun school.

Ontwikkelingen Rechercheschool

In tegenstelling tot eerdere berichten heeft het COA en niet de gemeenteraad, het besluit genomen een asielzoekerscentrum in Zutphen te vestigen vanaf medio 2015 in de voormalige Rechercheschool.

Voor verdere informatie over dit AZC verwijs ik naar de website van het COA http://www.coa.nl/nl/nieuws/asielzoekerscentrum-in-zutphen-definitief

De komst van het AZC in Zutphen in de voormalige Rechercheschool betekent tevens dat wij onze leerlingen daar dus niet tijdelijk kunnen huisvesten tijdens onze verbouwing zoals aanvankelijk de bedoeling was. In goed overleg met de gemeente, die verantwoordelijk is voor deze tijdelijke huisvesting, wordt nu naar een passend alternatief gezocht.

Ceciel Wolfkamp’
Gisteren 28 juni maakte ‘De Stad Tiel’, evenals de ‘Culemborgse Courant’, ‘Werfklas viert tienjarig jubileum met symposium’ bekend:
‘In de grote zaal van de Unie vierde de Werfklas het tienjarig jubileum dat zij in de ecowijk zitten. Dit deden zij met een symposium waarbij vele genodigden waren. De dagvoorzitter Ignaz Anderson heette een ieder welkom en gaf het woord aan wethouder Collin Stolwijk die vertelde hoe belangrijk het onderwijs in Culemborg is en zeker die van de Werfklas. Maar hoe ziet het onderwijs er van de Werfklas nu precies uit? Dat lieten de leerlingen zien aan de aanwezigen. Zo werden er liederen in drie talen gezongen en kon men meekijken met het rekenen. Jell van de Meulen interviewde de initiatiefnemers van de Werfklas, Annemarijke ten Thije en Daniëlle Buijsman. Ook oud-leerlinge Martin Oei verzorgde een pianoconcert.’
Eerder werd op 19 juni in de ‘Culemborgse Courant’ dit ‘Symposium ter ere van 10-jarig bestaan Werfklas’ als volgt aangekondigd:
‘Onder het motto “Passie voor pedagogie” wordt woensdag 25 juni, van 15.30 tot 20.30uur, een onderwijssymposium gehouden in de UniePlaza te Culemborg, ter ere van het 10-jarig bestaan van de Werfklas. Voor meer informatie over en inschrijven voor dit symposium zie www.werfklas.nl

“Wij willen op dit symposium een steentje werpen in de vijver van de pedagogie opdat de kringen mogen groeien”, aldus de organisatie. “Op deze middag kunt u horen en zien wat de opbrengst is van het zelf vormgeven van het onderwijs, zowel op basisschoolniveau, als in het voortgezet onderwijs. U kunt ervaren in een werkgroep wat de vreugde is van samen een proces aangaan ( en dat morgen meteen toepassen in de klas of in het college). En er is ruimte om met elkaar van gedachten te wisselen.”’
We lezen daar op de website wat de inhoud van dit symposium moet zijn geweest:
‘Dit evenement is geweest.

Passie voor pedagogie
juni 25 @ 15:30-20:30

Op woensdagmiddag en avond, 25 juni, organiseren wij een symposium.

We willen onze passie voor pedagogie delen met leerkrachten, ouders en beleidsmakers (de voorwaarde scheppende mens). Hoe kunnen we de vraag van het kind werkelijk centraal stellen? Waar liggen de behoeftes van de kinderen, hoe spelen we daarop in. Hoe brengen we kinderen tot zinvol leren? Waar vinden we de inspiratie om als leerkracht zelf-scheppend voor de klas te staan.

Naast een inleiding, een open vraaggesprek en een lezing zullen er een aantal workshops zijn waar u dingen leert die u de volgende dag meteen voor de klas kan inzetten.

Het programma ziet er als volgt uit:

15.30 Opening door de wethouder van onderwijs: Collin Stolwijk. Welkom door de dagvoorzitter: Ignaz Anderson,
15.40 presentatie door de Werfklas-kinderen
16.00 Jelle van der Meulen interviewt Annemarijke ten Thije en Daniëlle Buijsman de initiatiefnemers van De Werfklas, over de visie achter de Werfklas, de opzet en hun ervaringen
16.30 inleiding door Marcel Seelen: “onderwijs vanuit levenspraktijk”
17.00 workshops
18.20 lopende maaltijd met broodjes en soep
19.15 muzikaal intermezzo door Martin Oei, oud-leerling De Werfklas
19.30 uitleiding door Ad Verbrugge, filosoof en voorzitter van de vereniging: Beter Onderwijs Nederland
20.00 plenair nagesprek met de aanwezigen
20.30 afsluiting door de dagvoorzitter

Daarna mogelijkheid tot napraten met een hapje en een drankje
Er is 1 workshopronde, u kunt een tweede keus aangeven.

Workshops

1. rekenen in beweging.

werkgroepleider: Annemarijke ten Thije, leerkracht en initiatiefneemster van de Werfklas. Houdt erg van rekenen en ziet het plezier en het enthousiasme van de kinderen wanneer daar veel beweging bij komt kijken.

In deze workshop gaan we allerlei oefeningen en spelletjes doen die te maken hebben met rekenen. Van groep 3 tot groep 8. We maken gebruik van pittenzakjes, ballen, springtouw en dergelijke. Na deze werkgroep heb je een aantal oefeningen ervaren die je meteen in de dagelijkse praktijk kunt toepassen.

2. het bewegende klaslokaal

werkgroepleider: Annemiek de Leeuw, ervaren leerkracht, werkt sinds drie jaar met het principe van het bewegende klaslokaal. Gaat regelmatig kijken in Duitsland en volgt de ontwikkelingen op de voet.

Das Bewegtes Klassenzimmer is een stroming die uit Duitsland is komen overwaaien. Niet alleen bewegen de kinderen veel, ook de inrichting van het klaslokaal is bewegelijk. De kinderen zitten op of aan gemakkelijk tilbare bankjes. De banken zijn niet alleen om op te zitten en te staan maar er kan ook mee gebouwd worden. Er wordt veel vanuit de kring gewerkt, zodat je als leerkracht niet centraal staat maar onderdeel bent van. In deze werkgroep kun je ervaren wat dat “doet” werken vanuit de kring.

3. sociale oefeningen

werkgroepleider: Alexandra Buijsman. Is opgeleid door Annemarie Ehrlich in wat zij (Annemarie) noemt: fitness voor de ziel. Bewegingsoefeningen die toegepast worden in allerhande bedrijven.

De klas, het lerarencollege, de ouders zijn allemaal groepen waar we onderdeel van zijn. In een groep spelen zich allerlei sociale processen af. In deze werkgroep ga je ervaren, door middel van eenvoudige bewegingen als groep, wat er gebeurt als je met elkaar iets wilt of moet. Ontmoeting, chaos en plezier gegarandeerd!

4. muziek en beweging

werkgroepleider: Danielle Buijsman: initiatiefneemster en leerkracht van de Werfklas. Zingt dagelijks met de kinderen: van eenvoudige liedjes tot 3-stemmige stukken. Muziek uit alle werelddelen.

Samen zingen met de kinderen zorgt voor een plezierige stemming. Zinvol bewegen op de liedjes is vreugdevol. En soms best lastig. Na deze werkgroep ga je naar huis met een aantal liederen (ook canon en meerstemmig) en bewegingen die je morgen kunt gebruiken.

5. zin in spel

werkgroep leider: Luc van Kessel, aanstaand leerkracht van de Werfklas. Doet de opleiding Intuïtieve Pedagogiek van Par Ahlbom. Pär is een Zweedse pedagoog met al 35 jaar een eigen school waar spelen een centraal gegeven is.

Spelen, wie doet dat nog? Als je naar kinderen kijkt en ziet hoeveel plezier ze hebben en hoeveel ze van elkaar leren door spel dan kun je je afvragen waarom volwassenen eigenlijk niet meer spelen. In deze werkgroep ervaar je de lol, de spanning (wie is ‘m), en de zin van spelen. De spelvormen zijn zo gekozen dat ze onmiddellijk inzetbaar zijn in de klas, in je team, met de familie.

6. ambacht- c.q. ochtendspel in de kleuterklas

werkgroepleider Ria Nap: kleuterjuf van de Werfklas. Gaf cursussen poppen maken en vilten aan kinderen en volwassenen. Beeldhouwt en boetseert graag.

Kleuters spelen zichzelf de wereld in. Ze leren de wereld kennen door nabootsing. En dan is het mooi als dat wat ze nadoen een mooie inhoud heeft. Door middel van een geleid spel over het seizoen of over een ambacht ervaren kinderen en volwassenen iets van de wereld buiten hen. En natuurlijk is er in deze werkgroep ook iets te “doen” met je handen.

7. maatschappelijke opstelling

werkgroepleiders: Inge Knoope en Bianca Blom. Werkzaam bij BureauVanWaar. Verzorgen systemische opstellingen voor allerhande vragen, individueel, ouder/kind, maatschappelijk.

Er zijn veel manieren om te kijken naar het onderwijssysteem. En een “maatschappelijke opstelling” is daar één van. U krijgt door de ruimtelijke weergave van verschillende posities, inzicht in het krachtenveld dat in het onderwijs werkt tussen alle betrokkenen.er kan een antwoord ontstaan op een vraag van dat moment: “Wat helpt ons”? Er wordt gezocht naar een brede maatschappelijke context rondom de vraag. Laat u verrassen over de samenhang in het onderwijsveld en neem van deze workshop inzichten mee over ons eigen aandeel in het geheel van het onderwijs.

De sprekers

Jelle van der Meulen, geboren in 1950. Momenteel woonachtig in Duitsland. Was hoofdredacteur van de Jonas en de Motief. Is schrijver van enkele boeken en houdt een weblog bij. Is docent aan Duitse opleidingen voor Waldorfpedagogiek.

Marcel Seelen, geboren in 1961. Studeerde Nederlands, is publicist, schreef een boek. Gaf 25 jaar les op de Bovenbouw van de Geert Grote school in Amsterdam (VO). Richtte vorig jaar een bovenbouw op in Roermond en leidt daar leerkrachten voor op.

Ad Verbrugge, geboren in 1967. In Universitair hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam. Studeerde Wijsbegeerte. Verkozen tot beste docent van het jaar in Leiden en Amsterdam. Oprichter en voorzitter van Beter Onderwijs Nederland. Schreef enkele boeken. Musiceert daarnaast en bracht onlangs een CD uit.’
Eergisteren 27 juni meldde ‘dichtbij-meeschrijver’ Ringenaldus vanuit Hoofddorp ‘Basisschool De Meiboom krijgt groen licht van de inspectie voor het onderwijs’:
‘De enige vrijeschool van de gemeente Haarlemmermeer heeft ruim een jaar lang onder verscherpt toezicht gestaan, maar is in die tijd groter, sterker en mooier geworden. Het schooljaar eindigt in stijl met complimenten van de inspecteur.

De Meiboom is geregeld in het nieuws geweest vanwege onder meer de verbouwing, de nieuwe naam, de introductie van een app en de schooltuin. In de school werd intussen hard gewerkt aan de kwaliteit van het geboden onderwijs. Onder begeleiding van onderwijsspecialisten is de werkwijze in de klas verstevigd en zijn afspraken gedocumenteerd. Het resultaat van het harde werk is dat de resultaten van leerlingen sterk verbeterd zijn en dat het aanbod beter is afgestemd op verschillen tussen de leerlingen. Volgens de betrokken ouders heeft de sfeer daar niet onder te lijden gehad, die is nog altijd gemoedelijk.

De verbeteringen aan binnen- en buitenkant hebben ertoe geleid dat de school veel nieuwe leerlingen trekt. Waar het jaar begon met ongeveer 47 leerlingen, worden na de zomer zeker 70 kinderen op school verwacht.

Vrijdag 27 juni tussen 17.00 uur en 19.00 uur vieren leerlingen, leraren en ouders Sint-Jan. Een van de jaarfeesten die de vrijeschool glans geven. Met Sint-Jan wordt de langste dag van het jaar gevierd. Traditioneel zijn ook geïnteresseerden van harte welkom bij het feest dat deze keer een extra feestelijk tintje zal krijgen! Locatie: de dagcamping in het Haarlemmermeerse Bos achter Claus Partyhouse.’
Dan is er, als we eindelijk eens van het vrijeschoolgebied afstappen, een nieuwe held van de smaak, blijkens Biojournaal van 23 juni. ‘BD-tuinderij De Stek. Nieuwe Held van de Smaak Flevoland onthuld op open dag Biologische Landbouw in Lelystad’:
‘De honderden bezoekers van de picknick open dag van het Centrum Biologische Landbouw waren getuige van de bekendmaking van de nieuwe Held van de Smaak Flevoland 2014.

Tijdens de zonnige picknick open dag in het biologische landbouwgebied op zondag 22 juni genoten de bezoekers van de zelfgemaakte producten, de boerenmarkt, een rondrit over de bedrijven van de boeren en verschillende activiteiten bij nabijgelegen bedrijven in het gebied. Om 14:30 uur werd midden tussen de bezoekers van de boerenmarkt de nieuwe Held van de Smaak Flevoland 2014 bekendgemaakt: Biologisch-dynamische tuinderij De Stek uit Lelystad.

Rondrit met trekker en boerenkar groot succes

De gehele dag reed een trekker met een volle boerenkar af en aan over de landerijen van de biologische boeren. “Mooi om op deze manier een rondleiding te krijgen door de Tuin van Lelystad”, aldus een bezoeker. “Het is leuke manier om meer te weten te komen over de polder. De Biologische Streekgidsen weten hier veel over te vertellen.”

Stadslandbouw en genieten van lokale producten

In dit eerste stadslandbouwgebied van Flevoland was ook veel aandacht voor het zelf telen van producten (in de stad). “Eetbaar Lelystad” en “Stichting VELT” inspireerden de bezoekers in het creëren van een “eetbare stad”, toegankelijk voor iedereen. Bio-tuinen had verschillende voorbeelden van planten om zelf te gaan telen. In de boomgaard genoten de bezoekers op picknickkleden van het mooie weer. Met gevarieerde verse producten van de boerenmarkt en de heerlijke hapjes en drankjes van Inner Wheel voor een goed doel. Ook de kramen met andere duurzame producten trokken veel publiek.

Nieuwe Held van de Smaak Flevoland: Biologisch-dynamische tuinderij De Stek uit Lelystad

Al een aantal jaren op rij organiseert Centrum Biologische Landbouw de Flevolandse “Held van de Smaak-verkiezing”. Midden tussen de bezoekers werd op de open dag de nieuwe Held van de Smaak Flevoland 2014 bekend gemaakt door wethouder Fackeldey van Gemeente Lelystad. Biologisch-dynamische tuinderij De Stek zal in 2014 provincie Flevoland gaan vertegenwoordigen in de landelijke Held van de Smaak verkiezing in de Week van de Smaak, dit jaar van 27 september tot en met 5 oktober.

Bonen als basis

Het thema van de verkiezing én van de Week van de Smaak is “Bonen en peulvruchten”. “Bonen als basis” is het uitgangspunt van Renée Hoekendijk van biologisch-dynamische tuinderij “De Stek”. “Met veel plezier verbouwen we bonen. Het is goed voor de grond, gezond voor de mens en ook lekker!” Renée vertelt dat zich als kleinschalig, publieksvriendelijk bedrijf al 20 jaar inzetten voor veel verschillende bonen op het bord van zoveel mogelijk mensen. Naast particulieren verkopen ze hun bonensoorten ook aan de nationale handel maar het liefst toch in de provincie. Elk van de bonen die ze telen is belangrijk voor het bedrijf en de wereld erom heen. Renée: “We laten mensen kennismaken met veel soorten bonen, we hebben vier soorten sojaboontjes en kievitsbonen voor eigen consumptie. 2 soorten sperziebonen, tuinbonen, (bijzondere) peulen en sugar snaps. Veel bonen zijn geteeld van eigen zaad en alles van de koude grond. En natuurlijk niet zonder bonenkruid!”

Met recht dus een teler de eretitel Held van de Smaak Flevoland heeft verdiend doordat zij de boon in volle pracht op de kaart zetten. Een pionier die een voorbeeld vormt voor anderen met teelten die bijdragen aan bodemvruchtbaarheid en eiwitrijke producten opleveren. Ook draagt de rijke variatie aan bonenrassen bij aan ons culinair erfgoed. Van Rabobank Flevoland, die de Held van de Smaak Flevoland-verkiezing ondersteunt, ontvingen de winnaars hiervoor een mooie prijs.

De picknick opendag is mogelijk gemaakt door Centrum Biologische landbouw, in samenwerking met de standhouders Wijngaard El Placer, Biotuinen, Missus Abracadabra, Koffiecompany Organo Gold, Speltbrood van Jelien Hoekstra, St. VELT, Eetbaar Lelystad, Natuurwinkel Almere, VOF Goossens, St. WerXaam, Bion Horse, Bijenvereniging, boeken bijSally.nl, Fietsersbond, All in woods, De Poldertuin, De polderhoenderhof, Mooi Flevoland, Natuurpark Lelystad, Paul Goveia met biologische kleding, Helder Blauw Aardewerk en Glas, De Werfsjob, Dop en Erwt, Inner Wheel, Hof van Hestia, trommelen door Dorothy Kemperink, muziek van Freek Warger, Wind in de Wilgen, Polderkol, Eva's Keukentuin, de Verhalenvertellers en de Biologische Streekgidsen.

Voor meer informatie: www.biologischelandbouw.org
Eergisteren maakte Biojournaal ‘De Zonneboog: Nieuwe locatie voor Odin-bijen’ bekend:
‘Odin biologisch heeft er een nieuwe locatie bij waar Odin-bijen mogen wonen: bio-dynamische boerderij De Zonneboog in Lelystad, van Martijn en Monique Schieman. Afgelopen woensdag 25 juni heeft Odin-imker Jos Willemse het derde volk er gebracht, een zwerm die in Doorn was geschept en pas op De Zonneboog uit de korf in een lege kast is gedaan.

De eerste twee volken zijn een week eerder al naar De Zonneboog gegaan. Dit zijn zwermen afkomstig van respectievelijk De Beukenhof en De Vijfsprong. Odin wenst de bijen veel genoegen in hun nieuwe woonomgeving. Waarschijnlijk geen enkel probleem, met de bijna bloeiende phacelia op het land, het mooie en rijke bos naast de deur en het warme onthaal op De Zonneboog.’
En dan was er een ‘Gevarieerde Zomermarkt bij het Spaarne’ volgens Paul Lips op 22 juni in het Haarlems Dagblad:
‘De Zomermarkt aan het Spaarne werd zaterdag goed bezocht. Veel belangstellenden waren blij verrast door het palet van initiatieven “met een antroposofische inslag” op het stukje Schalkwijk aan de rand van het Spaarne.

We fietsen er allemaal wel eens langs, de Noord Schalkwijkerweg langs het Spaarne, ter hoogte van de Belgiëlaan. Het is de plek waar het pontje passagiers van de éne oever naar de andere vervoert. Vorige zomer stond er al een tijdelijk mobiel theehuis, maar wie verder wandelt ontdekt nog veel meer tijdens deze Zomermarkt.

Dappere wethouder

De biologisch-dynamische onderwijstuin van de Stichting Vrij Waterland vormt de basis voor het evenement, dat wordt geopend door de kersverse wethouder Beheer, Onderhoud, Duurzaamheid en Mobiliteit Cora-Yfke Sikkema. Zij is niet bang uitgevallen, zo blijkt. Ter ere van de opening is het de bedoeling dat Sikkema op een bijenkorf slaat, zodat een zwerm van twintigduizend bijen op een plank belanden, en zich vervolgens naar een behuizing begeven. Onder toeziend oog van imker Ferry Schutzelaars verricht de dappere wethouder-met-kap-over-het-hoofd het openingsritueel, en laat vervolgens enkele bijen op haar handen landen. Brrr.

Er zijn biologische dranken en er is voedsel verkrijgbaar, er klinkt stemmige muziek, er zijn workshops en lezingen. Bij verschillende kramen geven vertegenwoordigers van instellingen de nodige informatie. “De bedoeling van deze dag is om de antroposofische verenigingen meer zichtbaar te maken voor Haarlemmers”, legt Ingrid Selier van de Borgstichting uit. Allerlei instellingen werken hier samen, zo blijkt. De Borgstichting (antroposofische psychiatrische zorg) aan de vlakbij gelegen Vuurtonstraat, Ferm Rozemarijn (voor jongeren met uiteenlopende beperkingen) aan de Belgiëlaan en het Rudolf Steiner College aan de Engelandlaan zijn er enkele voorbeelden van.

Stadsdichter

Terwijl aanwezigen in de boomgaard genieten van een drankje en hapje treedt stadsdichter Nuel Gieles aan. Met zijn droogkomische prozagedicht over een spreekbeurt met als onderwerp “de ooievaar” krijgt Gieles steevast de lachers op zijn hand. Het speciaal geschreven vers “Duurzaam heet dat tegenwoordig” kent een ijzersterke openingsstrofe: “Het mooie van natuur is/dat je er met je vingers/af kunt blijven/om het heel te laten...”’
Hier vandaan komen we vanzelf uit bij Lievegoed, die op 23 juni op zijn website onder ‘Nieuws’ liet weten ‘Vier de jaarfeesten: Sint Jan’:
‘De zomer begint! Bij Lievegoed vieren we dat met Sint Jan. Waarom eigenlijk? Lees meer
Hetzelfde staat ook vermeld onder ‘Antroposofie’, maar dan onder de datum van 22 juni:
‘Benieuwd naar antroposofie? We leggen hier kort uit wat ons inspireert.’
Van belang is de tekst zelf:
‘Het vieren van jaarfeesten is een antroposofische traditie. Sint Jan is een eeuwenoude, Europese traditie waarbij de overgang van seizoenen wordt gevierd. Ook bij Lievegoed vieren we jaarlijks het feest van Sint Jan.

Het Sint Janfeest wordt gevierd tussen 21 en 24 juni. Het feest is vernoemd naar de geboortedag van Johannes de Doper, oftewel Sint Jan, op 24 juni. Johannes staat symbool voor een overgang: zijn opdracht was de komst van Christus voor te bereiden. Daarmee maakte hij de verandering mogelijk van een oude naar een nieuwe tijd. Sint Jan is ook wel bekend als het midzomerfeest. Vaak wordt dit feest gevierd op 21 juni tijdens de langste dag. Al eeuwen lang wordt overal in Europa het midzomerfeest gevierd. Onder andere door grote vuren te ontsteken.

Rituelen

Zowel de geboortedag van Johannes de Doper als het midzomerfeest staan dus in het teken van verandering en overgang. In de natuur is deze verandering goed merkbaar: het blad aan bomen en struiken wordt groener, steviger en de vruchten gaan rijpen. De zon is op haar hoogste punt. Hoewel de meeste mensen er liever nog niet bij stil staan, gaan we vanaf nu weer langzaamaan naar de kortere dagen toe.

Gelukkig ligt er nog een lange zomer voor ons. Tijd om lekker te barbecueën en met een drankje bij de vuurkorf te genieten van de zomeravonden. Licht en vuur horen volgens de tradities bij de zomertijd. Kenmerk van het element vuur is het vermogen tot transformatie. Uit het oude (hout) kan het nieuwe (warme, licht, as) ontstaan. Vuur hoort daarom op een symbolische manier bij de verandering en de uitbundigheid van dit feest: wie weet kom je op het Sint Janfeest in een hartverwarmend gesprek, hou je een vlammend betoog, ga je voor iemand door het vuur en is er een vonk die overspringt.

Sint Jan bij Lievegoed

Ook bij Lievegoed vieren we Sint Jan. Iedere locatie geeft er een eigen invulling aan. Bij de Joriskring in Amsterdam vierden ze het dit jaar in hun schitterende binnentuin. De Joriskring is een behandellocatie voor kinderen van 0 tot 24 jaar met een verstandelijke beperking. Ze zijn net verhuisd naar deze nieuwe plek in Amsterdam. Voor het eerst vieren de kinderen daar het Sint Janfeest buiten. Samen zingen, dansen en natuurlijk smullen van heerlijke zomerse hapjes.

#vierdejaarfeesten

Met het vieren van de jaarfeesten markeren we bij Lievegoed de overgangspunten in het jaar. Onze overtuiging is dat een duidelijk ritme in dag en jaar bijdraagt aan het welbevinden en de ontwikkeling van onze cliënten en van onszelf. De jaarfeesten vieren cliënten en medewerkers dan ook samen.’
Op 9 juni verscheen in de rubriek ‘Aus dem Leben am Goetheanum’ op de website aldaar het bericht van Christa Ackeret, ‘Pfingsttagung: Die Botschaft des “Fünften Evangeliums”’:
‘Die von Christiane Haid (Leiterin der Sektion für Schöne Wissenschaften) und Seija Zimmermann (Allgemeine Anthroposophische Sektion) geleitete Pfingsttagung zum “Fünften Evangelium” zog auch manchen an, der nicht Mitglied der Allgemeinen Anthroposophischen Gesellschaft ist.

Eingeleitet wurde die Tagung von Eurythmie zu den Worten des “umgekehrten Vaterunsers”, das Rudolf Steiner an den Anfang seiner Vorträge über das “Fünfte Evangeliums” gestellt hat.

Schon im Einführungsvortrag von Christiane Haid über “Das Evangelium der Erkenntnis und die fünfte nachatlantische Epoche” und dann im Abendvortrag von Michael Debus wurde deutlich, dass durch diese Tagung zwei sich gegenseitig befruchtende Ströme ziehen würden, um zum inneren Verständnis und zum inneren Erleben eines fünften Evangeliums zu kommen: Der eine Strom betraf den Weg des menschlichen Denkens und der geistigen Arbeit anhand der Sprache bis hin zur Darstellung der Akasha-(Weltgedächtnis)-Forschung Rudolf Steiners, auf die nahezu alle Vorträge Bezug nahmen. Der andere Strom durchzog die ganze Tagung künstlerisch, indem Empfindungen und Stimmungen durch Eurythmie, Sprache und Musik geweckt und zum ahnenden seelischen Erleben gebracht wurden.

Wie Rudolf Steiners Forschung sich vollzog, wurde unter anderem in den Vorträgen von Marc Desaules, der über die dritte Versuchung im Zusammenhang mit dem Wirtschaftsleben sprach, und Virginia Sease, die über die vom Pfingstereignis befeuerten Jünger und ihr Fortwirken vortrug, angesprochen.

Wie Rudolf Steiner gerungen hat, diese geistigen Forschungen in die deutsche Sprache zu bringen, wurde miterlebbar durch die Erinnerungen von Andrej Belyj, einen der Zeitzeugen bei den Vorträgen über das “Fünfte Evangelium” damals in Kristiania/Oslo 1913. Aus seinem Buch “Verwandeln des Lebens” las – eher: veranschaulichte – der Schauspieler Dirk Heinrich eindrücklich die Seelenstimmung, die Belyj beim Miterleben der Vorträge ergriff. Es war wie ein großes Atemanhalten, in die Eurythmie nach Musik von Zoltan Kodaly ein Ausatmen möglich machte, um sich aufs Neue für Belyjs Erinnerungen zu öffnen. So machte die Eurythmie erlebbar, was oftmals noch verwehrt ist, auch erlaubte sie in besonderer Weise, ein Verständnis des umgekehrten Vaterunsers zu entwickeln. Die täglichen Wiederholungen dieses Gebets in Eurythmie wie das Erleben des “Aum”, vorgetragen von Aban Bana, waren solche Erlebnisse.

Die Kulmination der beiden Ströme dieser Tagung – der weitere Vortrag von Seija Zimmermann über “Licht und Finsternis. Bewusstsein als Grenzerlebnis” und die vielen künstlerischen Darbietungen – wurde weitergeführt durch den Abschlussvortrag von Michael Debus, der über den Weg des Jesus als Repräsentant der Menschheit an der Zeitenwende sprach. Hier schlossen sich zentrale Motive des “Fünften Evangeliums” in einer Zukunftsperspektive zusammen.’
Nu we toch in het Duits bezig zijn, heb ik nog drie afleveringen van de ‘Kolumne “Gut Gebrüllt”’ van Ramon Brüll. Deze is van 12 juni, ‘Von Inhalts- und Wirkstoffen’:
‘Die anthroposophische Medizin setzt bei der Komposition ihrer Medikamente häufig auf in den verwendeten Pflanzen wirksame Gestaltkräfte – und nicht auf Stoffe. Ist es also überhaupt sinnvoll, in diesem Zusammenhang von Wirkstoffen zu sprechen? Eigentlich nicht, meint Ramon Brüll.

In der Pharmazie ist es üblich, von Wirkstoffen zu sprechen. Das mag bei rein chemisch hergestellten Arzneimitteln, wie zum Beispiel Paracetamol (Wirkstoff: Para-Acetylaminophenol) sinnvoll sein, bei anthroposophischen, in der Regel aus Pflanzen gewonnenen Arzneimitteln ist der Begriff kontraproduktiv, denn er scheint etwas zu beschreiben, auf das es bei dieser Therapierichtung nun gerade nicht ankommt.

Dieses Paradox fiel mir auf, als ich kürzlich anlässlich der Bilanzmedienkonferenz der Weleda mal wieder Gelegenheit hatte, den beeindruckenden Heilpflanzengarten in Schwäbisch Gmünd zu besuchen. Man gab sich redlich Mühe, den Charakter der Weleda nicht ausschließlich aus dem Wachstum von Umsatz und Gewinn (ja, das gab es wieder!), sondern aus dem Umgang mit den Menschen und der Natur zu definieren. Bei der Gartenführung fiel fast zwangsläufig der Begriff Wirkstoff und auch auf den Beipackzetteln, zum Beispiel von Infludo, ist er wohl nicht zu vermeiden, die Verwendung möglicherweise sogar gesetzliche Vorschrift. Dennoch nahm ich von den Gesprächen mit, dass es bei den Heilpflanzen vorrangig auf deren Wachstumsgesten, auf die Formgestaltung, auf ihr Umgehen mit Sonne, Mond, der Jahreszeit und dem Boden etc. ankommt. Was in der Heilpflanze (und dann im Medikament) wirkt, ist eben nicht der Stoff, sondern die Gestalt. Das hat die Pflanze übrigens mit einem Gemälde gemeinsam, bei dem es ebenfalls nicht vorrangig, aber dennoch notwendig auf die Zusammenstellung der verwendeten Farben ankommt.

Zwar kann man die Pflanze chemisch und physikalisch zerlegen sowie Stoffe aus ihr isolieren, man kann sie aber nicht zusammensetzen, wie man etwa ein Auto aus mehreren Tausend Bauteilen zusammensetzt. Insofern verbietet sich bei der Pflanze der Begriff der “Zusammensetzung” aus verschiedenen Wirk- oder Inhaltsstoffen ebenso wie der Begriff des Wirkstoffes selbst. Es gibt viele unterschiedliche Anschauungen darüber, wie die Flora entstanden ist; die Vorstellung, dass die einzelnen Pflanzenarten von einer (mit oder ohne Intelligenz ausgestatteten) Instanz aus verschiedenen Wirkstoffen zusammengesetzt wurden, kommt dabei nicht vor.

Weil nun die anthroposophische Medizin auf die in der Pflanze wirkenden Gestaltkräfte setzt und nicht auf die Stoffe – insofern sie homöopathische Potenzierungen anwendet, entledigt sie sich sogar schrittweise dem Stofflichen –, sollte man auch nicht von Wirkstoffen sprechen. Sie sind ein Terminus aus dem materialistischen Denken. Der Materialismus lässt uns glauben, dass nur Stoff wirksam sein kann. Ich halte diese Einschränkung für reine Bequemlichkeit, gebe aber gerne zu, dass es ungleich schwerer ist, die reale Wirkung nicht-materieller Ursachen konkret und schlüssig zu erklären. Was für ein Glück, dass die Heilmittel der anthroposophischen Medizin ihre Wirkung auch entfalten können, ohne dass wir sie vollends verstehen!’
Op 18 juni was het thema ‘Vom aufrechten Gang’:
‘Über anthropologische Forschung und Kinder, die sich am Couchtisch hochziehen – Ramon Brüll macht sich Gedanken über den aufrechten Gang des Menschen und eine Ursache, die in der Zukunft lag ...

Wie oft hat man das nicht gehört: Vor etwa fünf Millionen Jahren entwickelte der Mensch den aufrechten Gang und bekam dadurch die Hände frei. Klingt logisch, oder? Ich denke aber, das stimmt so nicht! Lassen wir an dieser Stelle mal offen, ob der Mensch wirklich vom Affen abstammt oder ob die Affen Zeugen einer dekadenten Abstammungslinie des Menschen sind, wie man es bei Steiner nachlesen kann. Ein interessanter Gesichtspunkt übrigens, der das ganze Denken über die Evolution auf dem Kopf stellt. Lassen wir an dieser Stelle ebenfalls offen, ob der gemeinte Entwicklungsschritt vor absoluten fünf Millionen Jahren stattgefunden hat, oder ob es sich bei dieser geologisch/archäologischen Zeitrechnung um eine relative Skala handelt. Auch das ist ein interessanter Gesichtspunkt, der uns die Antwort auf die Frage erspart, wie man denn Zeit, die nicht dokumentiert wurde, rückwirkend messen will. Verstehen wir die Angabe als relativ, dann will das nur heißen, dass “vor fünf Millionen Jahren” länger her ist als “vor vier Millionen Jahren”. Lassen wir weiter beiseite, dass sich aus der Forschung an neueren Knochenfunden ergibt, dass es wohl auch Affenarten gegeben hat, die sich auf nur zwei Beinen fortbewegten, und der aufrechte Gang somit gar nicht das alleinige Privileg des Menschen ist – ein Merkmal des Menschen bleibt es dennoch. Und lassen wir weiter beiseite, dass der Ausdruck “die Hände frei zu bekommen” rein logisch ein Unding ist: Angenommen, unsere Ur-Vorfahren gingen tatsächlich einmal auf allen Vieren und die Vordersten davon wären nicht von vornherein als Greiforgan (und was wir sonst mit unseren Händen anstellen) angelegt, so hätte er durch den aufrechten Gang logischerweise die Vorderbeine freibekommen, woraus dann später die Hände geworden wären.

Auch wenn ich alle diese Bedenken beiseite lasse – und ich muss zugeben, dass mir das nach einer langjährigen Beschäftigung mit der Anthroposophie extrem schwer fällt – dann bleibt doch die Frage offen, warum denn der Mensch zum aufrechten Gang übergegangen ist.

Ich habe in meiner Kolumne von letzter Woche ausgeführt, dass sich aus der Pflanze zwar Wirkstoffe isolieren lassen, dass die Pflanze daher aber noch nicht aus Wirkstoffen besteht. Ein ähnlich radikales Umdenken steht auch in Bezug auf die Evolution des Menschen an. Als Grund für den aufrechten Gang kann man natürlich abenteuerliche Theorien entwickeln, etwa dass die Urmenschen an die Baumfrüchte herankommen wollten, sich deshalb mittels einer Kletterbewegung aufrichteten und nach erfolgtem Verzehr zu faul waren, wieder in die Hocke zu gehen und deshalb auf zwei Beinen zum nächsten Baum watschelten. Alles Quatsch natürlich. Ich hätte einen viel näherliegenden Grund anzubieten: Unsere Vorfahren wollten ihre vordere Gliedmaßen für weitaus differenziertere Tätigkeiten verwenden als für die bloße Fortbewegung und haben deshalb die Fähigkeit entwickelt, aufrecht zu gehen! Die Ursache liegt im Ziel, also in der Zukunft.

Haben Sie schon mal beobachtet, wie ein kleines Kind im Krabbelalter sich am Couchtisch hochzieht und unter Einsatz all seiner Kräfte nach dem Löffel, dem Erdbeerkuchen, der Blumenvase oder der heißen Kaffeetasse langt? Dieser kindliche Wille zeigt mehr als tausend Knochenstudien, warum die freigewordenen Hände nicht Folge des aufrechten Gangs, sondern dessen Ursache sind. – Bleibt nur noch die Aufgabe, die Tischdecke wieder sauber zu kriegen: eine kleine Mühe für eine große Erkenntnis!’
En deze van 27 juni mag er ook zijn, ‘Von der Weichenstellung’:
‘Metaphysik auf der Schiene: Der Geist schließt die Materie nicht aus – und die Materie nicht den Geist. Ramon Brüll über verschiedene Betrachtungsmöglichkeiten, Weichenstellungen und okkulte Gründe für Richtungswechsel aller Art.

Eine Weiche, zumindest im Eisenbahnverkehr, ist eine bewegliche Gleiskonstruktion zur Spurteilung (und Spurvereinigung). Mittels einer im Prinzip einfachen, bei fortschreitender Technik in der Praxis aber eher ingeniös gebauten, umstellbaren Vorrichtung, können die Züge beliebig auf die hier zusammengeführten Gleisstränge geleitet werden. Wenn also ein Zug, beispielsweise aus Frankfurt kommend gegen Norden fährt, kommt er irgendwo hinter Fulda an einer solchen Weiche vorbei, deren Stellung bestimmt, ob der Zug geradeaus Richtung Kassel und Göttingen oder rechts ab Richtung Weimar weiterfahren wird.

Schaut man sich nun mit naturwissenschaftlich-technischem Interesse die Weiche und die darüber rollenden Zugräder genau an, wird man zweifelsfrei feststellen, dass die Ursache für die Richtung, in die der Zug weiterfährt, ausschließlich in der Weichenstellung begründet ist. Diese Feststellung ist plausibel, lässt sich beliebig wiederholen, ist unabhängig von äußeren Einflüssen, wie etwa Wetter, Tag- und Nacht, Länge, Geschwindigkeit und Auslastung des Zuges, der subjektiven Befindlichkeit des Lokführers oder gar der des Betrachters. Die Ursächlichkeit der Fahrtrichtung kann also getrost als wissenschaftlich gesicherte Erkenntnis geltend gemacht werden.

Und doch: Fährt der Zug wirklich nur deshalb nach Weimar, weil die Weiche entsprechend gestellt war? Gibt es einen für den Betrachter der Weichenmechanik okkulten Grund für den Richtungswechsel, einen Fahrplan zum Beispiel? Und kommt nicht der Fahrplan zustande, weil die Entwickler desselben schon Jahren im Voraus zu wissen glaubten, dass es hier und jetzt Menschen geben wird, die von Frankfurt nach Weimar fahren wollen? Wenn wir auch diese Sichtweise als plausibel gelten lassen oder sie sogar als die “eigentliche” Ursache für den Richtungswechsel des Zuges ansehen, dann liegt die Ursache – mal wieder! – in der Zukunft: Die Menschen wollen, noch bevor irgendeine Weiche gestellt oder auch nur ein Schienenstück befahren wurde, in Weimar ankommen. Es ist also die geistige Kraft des Menschen in die Zukunft zu denken, die den Zug lenkt.

Der Witz ist nur, dass deshalb der Mechaniker, der die Weiche studiert, nicht Unrecht hat. Aus seiner materiellen Sicht sind es die Weichenzungen und die sogenannten Radlenker, die den heranrollenden Zug rechts an der Herzstückspitze der Weiche vorbei Richtung Weimar lenken. Mögen die Gesichtspunkte noch so widersprüchlich sein: Der Geist schließt die Materie nicht aus, und die Materie nicht den Geist. Der Wille, nach Weimar zu gelangen, könnte gar nicht erst erfüllt werden, gäbe es nicht die Weiche oder ähnliche Einrichtungen, wie zum Beispiel die Deichsel in Goethes Pferdefuhrwerk, mit dem er ebenfalls von Frankfurt kommend den Weg nach Weimar einschlug.

Letzte Woche fand in Stuttgart die Mitgliederversammlung der Anthroposophischen Gesellschaft in Deutschland statt. Im Saal der Freien Waldorfschule Uhlandshöhe hatten die Veranstalter ein übergroßes Spruchband mit einem Steiner-Zitat aufgehängt, wohl auch um für mehr Toleranz innerhalb der Mitgliedschaft zu werben. Bei Steiner heißt es dort, es gäbe nur eine Wahrheit, aber viele Wege zu ihr. Ich habe dagegen anhand der Weichenstellung gezeigt, dass es mehrere Wahrheiten geben kann, im vorliegenden Fall zwei, die gegensätzlich sind und sich doch nicht widersprechen. Bleibt also nur noch die Frage, ob sich Steiners eine und meine zwei Wahrheiten widersprechen!’
Het laatste woord is aan Michael Eggert. Hij had vorige week zondag in ‘Denkpool’ het voorlaatste woord, in de twee voorlaatste bijdragen. Hij ging op donderdag 26 juni door op dat thema, een beetje provocerend misschien, maar dat zijn we intussen gewend, met ‘Sex, um die Menschheit weiter zu bringen?’ Er staat dus wel een vraagteken achter, maar of die het beter maakt...
‘Ab und zu gibt es anthroposophische Literatur mit dem Themenbereich Spiritualität und Sexualität – und meist geht der Versuch, dieses heikle Thema anzufassen, ziemlich daneben, um es gelinde auszudrücken. Als letzter hat sich Ansgar Martins im Waldorfblog (“‘Am Abgrund’: Sexualmoral auf anthroposophisch – Schlaglichter 2014”) ausgeschüttet vor Lachen und manche peinliche Darstellungen als “Kosmischen Kitsch” bezeichnet. Auch ich bin beim Thema Anthrosex nicht ganz unschuldig, habe ich doch einmal den Großmeister der anthroposophischen Sex-Literatur aufs Korn genommen – eine Seite, die ich demnächst hier wieder aufschalten werde. Die – manchmal – noch so ehrenwerten Versuche, dem Thema beizukommen, begegnen die moralisierenden Betriebsunfälle der Autoren, denen dann – Philosophie der Freiheit hin oder her – biologistische oder phänomenologische Ableitungen unterlaufen, die das Ergebnis unterminieren, ab absurdum führen oder lächerlich machen. Übrigens hat sich auch der notorische Herr Niederhausen in einem Aufsatz des Themas angenommen, um Martins an den Pranger zu stellen und erhebt seine Vorstellung von anthroposophischem Blümchensex zur Norm (“Derjenige, der immer wieder die körperliche Lust sucht, wird überhaupt nicht verstehen, wovon die Rede ist, wenn man ihm zu beschreiben versucht, welche unendliche Tiefe des seelischen Erlebens möglich ist, wenn es nicht um ‘guten Sex’ geht, sondern vielleicht um zarte Romantik, entweder ohne oder aber mit zarter körperlicher Vereinigung. Der Trieb und die Lust drängen auf Befriedigung, die eigentliche Seele dagegen lebt in der Zärtlichkeit. Im einen Fall geht es vor allem um die Begegnung zweier Leiber und zweier sehr egoistisch bleibender Seelenanteile – im anderen Fall geht es um die zarte Suche nach einer Begegnung von Seele zu Seele. Die Tiefe dieser Begegnung kann dann auch das Leibliche umfassen, aber dann ist die leibliche Vereinigung von tiefster seelischer Zartheit.”).

Leider scheitert auch der von mir sehr geschätzte Athys Floride in “Die spirituelle Verwandlung der Liebeskräfte als Voraussetzung zur Weltverjüngung im Sinne von Novalis” an den eigenen moralistischen Scheuklappen – wenn auch durchaus nicht in jeder Hinsicht. An manchen Stellen meint man gar, er wolle sich zur Vorformulierung eines anthroposophischen Tantra-Yoga im Geiste von Novalis aufschwingen. Aber letztlich hängt er fest an biologistischen Vorstellungen, in denen das gezeugte Kind doch stets das Ziel des Sexuellen sei, Empfängnisverhütung also (auch wenn er es nicht so nennt) sündhaft, sieht Sexualität pompös als eine “Prüfung”, die die Menschheit zu bestehen habe, indem sie die “Fortpflanzungskräfte” umzubilden habe, bevor Mond und Sonne sich wieder mit der Erde vereinigen und setzt am Ende (S. 85) “Homosexualität” gleich mit “Krankheiten, die dabei entstehen können, Pädophile (es gibt Menschen, die diese Bezeichnung – “Liebe zu Kindern” – nicht mehr akzeptieren, sondern es mit Pädokriminalität bezeichnen wollen), Inzest, usw.” Das Usw. interessiert einen an diesem Punkt schon nicht mehr besonders, denn Floride widerspricht seinem eigenen Ideal von partnerschaftlicher, gleichberechtigter Sexualität, indem er homosexuelle Beziehungen mit kriminellen Akten in einen Zusammenhang setzt. Man darf also davon ausgehen, dass Floride ausschließlich aus heterosexueller Perspektive denkt, zwar von der Freiheit des Individuums im Zeitalter der Bewusstseinsseele schreibt, aber zugleich moralisierend argumentiert. Zugleich folgt er zwar Rudolf Steiners Ablehnung eines “missverständlichen Asketismus” (GA 233, 11.1.1924), sieht aber die Absicht, “Kinder zu zeugen” als “das normale Benützen dieser Kräfte” (S. 36), “um die Entwicklung der Menschheit weiter zu bringen.”

Was denn nun – Freiheit des Individuums – oder Sex, um “die Menschheit weiter zu bringen”? Ist die anthroposophisch korrekte Formel in der Aufforderung zum Koitus “Komm, wir wollen die Menschheit weiter bringen”? Nun muss man Floride zugute halten, dass er Novalis aus dem romantischen Ghetto befreit, indem er dessen erotische Gedichte nicht idealisiert, sondern in ihnen sowohl ein Hohelied des Sexus wie des Eros sieht: “Wer hat des irdischen Leibes/ Hohen Sinn erraten?../..so währet der Liebe Genuss/ Von Ewigkeit zu Ewigkeit../ Heißere Wollust/ Durchbebt die Seele../ Hätten die Nüchternen/ Einlass gekostet,/ Alles verließen sie/ Und setzten sich zu uns/ An den Tisch der Sehnsucht,/ Der nie leer wird..” Auch in den Fragmenten und Studien schrieb Novalis u.a. “Es gibt nur einen Tempel in der Welt, und das ist der menschliche Körper. Nichts ist heiliger als diese hohe Gestalt. Das Bücken vor Menschen ist eine Huldigung dieser Offenbarung im Gleich. (Göttliche Verehrung des Lingam, des Busens – der Statuen) Man berührt den Himmel, wenn man einen Menschenleib betastet.”

So formuliert Floride eine Bejahung des Sexus, sich an Novalis orientierend, als Weg zur essentiellen Intimität zwischen Menschen in den Stufen Bewunderung-Verwunderung, Mitempfinden dessen, was der Andere erlebt und eine Form von “der Liebe Genuss/ Von Ewigkeit zu Ewigkeit” (Novalis), der eine geistige Innigkeit zwischen gleichberechtigten Partnern mit einschließt. In seiner Argumentation zieht Floride sämtliche Kulturphasen und die spirituelle Entwicklung der Menschheit hinzu, selbst die Beziehung zu Christus, indem er Rudolf Steiners Bemerkung “Sein (des Christus, ME) ätherischer Leib wird gebaut werden durch Mitgefühl und Liebe, welche von Mensch zu Mensch walten werden..”) auch auf die sexuelle Wesensbegegnung bezieht.

Den Grund, warum die Spiritualisierung des Sexus ein zentrales Thema für Novalis gewesen ist, sieht Floride in dessen karmischer Vorgeschichte. Es gibt die Beziehung sowohl zu Raffael wie zu Elias, aber auch die zu Johannes dem Täufer wie zu Pineas. Schon diese Gestalt kämpfte zur Zeit des Moses gegen Einflüsse des Baal-Kultes – eine “Religion, welche die sexuellen Kräfte im Kult magisch missbrauchte” (S. 27). Die handelnde Gegenfiguren zu Pineas waren Simri und “das midianitische Weib, das getötet worden war, hieß Kosbi” (4. Buch Moses, 25, 14). Elias stand in der Auseinandersetzung mit König Ahab und Königin Isebel. Auch diese folgten wieder “den sexuellen Kulten der Baal-Religion” (S. 30). Als Johannes war diese Person nach Floride mit Herodias, Herodes und Salome konfrontiert – wiederum eine schwarzmagische Kombination, die geradezu Symbol-Charakter in der christlichen Ikonographie besitzt. Eine Sammlung klassischer Darstellungen der Enthauptung findet sich hier; ebenso wie die oben gezeigte Salome-Darstellung.

Einem Hinweis Hermann Beckh folgend (“Der kosmische Rhythmus im Markus-Evangelium”, Basel 1928), sind die negativen Kräfte dieser kultischen Ermordung von Johannes durch das Wirken des Christus umgewandelt worden in die geistige Substanz für die “Speisung der Fünftausend”. In der Sicht dieser Folge von Inkarnationen stellt Novalis die zentrale Figur da, um kultisch-magische “Abirrungen der Fortpflanzungskräfte” (S. 33) zu bekämpfen, aber auch die Spiritualisierung des Eros jenseits von falscher Askese zu suchen. Es wird wohl Zeit, seine “Fragmente und Studien” nochmals sehr viel genauer zu studieren.

Athys Floridas Buch gibt interessante Hinweise, löst aber die im Titel selbst vorgegebene Aufgabe nur auf zwiespältige Art und Weise ein.’

zondag 22 juni 2014

Denkpool

Er is zo veel te melden! Dus daarom maar snel van start. Had u dit al gemerkt dit weekend? ‘Bezoek een biodynamische bedrijf...’ (het moet natuurlijk ‘een biodynamisch bedrijf’ zijn, maar dat is voor de kniesoor):
‘....tijdens Lekker naar de Boer in het weekend van 21 en 22 juni. De deelnemende Demeter boeren zijn te vinden in de agenda. Op de website van Lekker naar de Boer vindt u alle deelnemende biologische en biodynamische bedrijven. De biodynamische bedrijven zijn daar zichtbaar door vermelding van het Demeter logo. We wensen u alvast veel plezier!’
Van belang is dat Stichting Demeter eindelijk weer een nieuw bericht op zijn website heeft staan. Daarbij voegt zich nu ook ‘Kom op 18 september naar de Kunsthal in Rotterdam!’
‘Stichting Demeter, de BD Vereniging en Warmonderhof nodigen u van harte uit voor een relatiebijeenkomst in de Kunsthal in Rotterdam met de gelegenheid om de tentoonstelling Rudolf Steiner: Alchemie van het Alledaagse te bezoeken.

Daar waar de intensieve landbouwsystemen leiden tot ernstige verstoringen in ons milieu, neemt de nieuwsgierigheid vanuit de samenleving naar “dwarsdenkers” toe, want: “wat werkt is waar”. En niet voor niets vallen biodynamische bedrijven vaak in de prijzen qua bedrijfsvoering en productkwaliteit.

90 jaar nadat Rudolf Steiner de landbouwcursus gaf, is het voor de sector een moment om te evalueren, de huidige positie te bepalen en onze gezamenlijke uitdagingen en ontwikkelingsweg te bespreken. We kijken naar deze ontwikkelingen vanuit het rechtsleven (keurmerk) het economische (cijfers) en het geestelijke (inspiratie en bezieling). Daarvoor willen we graag alle licentiehouders, boeren, verwerkers, handelaren en retailers, maar ook andere geïnteresseerden uitnodigen voor deze bijeenkomst.

Wanneer, waar en wat?
De bijeenkomst is op 18 september van 13.30-20.00 uur.
De locatie is de Kunsthal, Westzeedijk 341 in Rotterdam
Bekijk hier het inhoudelijk programma.

Toegangsprijs
65 euro per persoon.
Dit is inclusief toegang tot de tentoonstelling, de Demeter monitor 2013 en een goed verzorgd diner.
Leden van de BD-Vereniging en licentiehouders van het Demeter keurmerk krijgen 25 euro korting. Geef dit bij uw aanmelding aan.
Aanmelding: via het formulier of per telefoon 0343-52 23 55

De bijeenkomst wordt mede mogelijk gemaakt door BD-Totaal – Estafette Odin – EkoPlaza – EOSTA – Landbouwsectie van de Antroposofische Vereniging en ZuiverZuivel’
Hiermee ben ik nu tenminste op tijd. Waar ik te laat mee ben, is deze Algemene Ledenvergadering 2014 te Zeewolde op 14 juni 2014 ‘Verbinden en verbreden’. Maar vastleggen voor het nageslacht kan ik wel:
‘Biologisch-dynamisch verbinden en verbreden
14 juni 10.00-16.00 uur, De Korenbloem, Winkelweg 21, 3896 LH Zeewolde

Graag nodigen wij u uit voor de Algemene ledenvergadering van de BD-Vereniging die we weer samen met Stichting Grondbeheer organiseren. We zijn daarvoor op zaterdag 14 juni te gast bij akkerbouwbedrijf De Korenbloem in Zeewolde.

Met 54 hectare is De Korenbloem een van de grootste BD-bedrijven in Nederland. Het bedrijf van Piet van Andel en Maart Norder is om nog twee redenen uniek: sinds de ontginning van de Flevopolder is de zware kleibodem uitsluitend biodynamisch bewerkt, en vanaf het eerste uur is Stichting Grondbeheer aan De Korenbloem verbonden. Piet en Maart zijn eigentijdse ondernemers. Ze verkopen hun oogst heel bewust ook aan Albert Heijn en Jumbo omdat zij ervan dromen dat iedereen biologisch-dynamische groente kan eten.

De omvang en droom van De Korenbloem nemen we op de jaardag als kader voor de veelheid aan projecten en aanvragen die op de BD-Vereniging en Stichting Grondbeheer afkomen. Die maken zichtbaar hoe de hele beweging voor biologisch-dynamische landbouw kan opschalen naar meer leden en meer vrije landbouwgrond. Met de bedrijfsindividualiteit van De Korenbloem als inspiratie gaan we met elkaar ontdekken wat ieders eigen mogelijkheden zijn voor het verbinden en verbreden dat we daar aantreffen.

Naast de ontmoeting en het uitwisselen over kansen en initiatieven heeft de Algemene ledenvergadering ook een formele kant. Behalve in de vaststelling van het jaarverslag en de begroting komt die dit jaar tot uitdrukking in de benoeming van nieuwe bestuursleden, een voorstel tot wijziging van de lidmaatschappen en contributie en een voorstel voor een nieuw huishoudelijk reglement. De informatie daarvoor wordt aan de leden toegestuurd.

We hopen dat u met instemming op de voorstellen voor de Algemene ledenvergadering wilt reageren. Mocht u op- of aanmerkingen hebben, of mogelijk een bezwaar, dan horen we dat graag zo spoedig mogelijk, opdat we met u in kunnen overleggen hoe aan het bezwaar tegemoet kan worden gekomen. U kunt daartoe contact opnemen met een van de bestuursleden, of met beleidsmedewerker Luc Ambagts (lucambagts@bdvereniging.nl, 06 48017828).

Programma

10.00-10.30 Ontvangst met koffie & thee
10.30-11.00 Welkom & inleiding en formele punten
11.00-12.00 Kennismaking met De Korenbloem
Rondleiding over het bedrijf en langs het natuurgebied door Piet van Andel
12.00-12.30 Reflectie op bedrijfsindividualiteit van De Korenbloem
12.30-13.30 Lunch in de tuin (met mooi weer)
13.30-15.30 Verbinden en verbreden
Werkbijeenkomst waarin we ontdekken hoe iedereen individueel bijdraagt aan de bloei van de biologisch-dynamische landbouw
15.30-16.00 Afsluiting met een hapje & drankje

De kosten van de dag worden gedragen door de BD-Vereniging en Stichting Grondbeheer. Indien u voor 9 juni laat weten of u komt, kunnen we u gastvrij ontvangen.
U kunt zich voor deze dag aanmelden via de BD-Vereniging:
Per e-mail: info@bdvereniging.nl
Telefonisch: 0321-315937
of via het aanmeldformulier

Vervoer
De Korenbloem, Winkelweg 21, 3896 LH Zeewolde ligt circa 15 fietskilometers vanaf station Nijkerk.
Bent u niet in staat om met eigen vervoer te komen, vraag dan via het aanmeldingsformulier naar de mogelijkheid met iemand mee te rijden.
Bent u in de gelegenheid om iemand mee te nemen, geef dat dan door via het aanmeldingsformulier.
aanmeldformulier
Jaarverslag 2013 en voorstellen Algemene ledenvergadering 2014 (2,7 MB)’
‘De historische bijdrage van de biologisch-dynamische beweging Demeter voor de ontwikkeling van de biologische landbouw is onomstreden – maar hoe zit het met de toekomst? Deze vraag stond centraal tijdens een wetenschappelijke bijeenkomst op 6 en 7 juni in Bonn-Poppelsdorf. Op uitnodiging van het Demeter-Bundesverband presenteerden de “Forschungsring für Biologisch-Dynamische Wirtschaftsweise”, de “Universität Kassel” en het “Institut für Organischen Landbau” van de universiteit in Bonn meer dan een dozijn aan onderzoeksresultaten en methoden.

Met Pinksteren was het precies 90 jaar geleden dat Rudolf Steiner met zijn agrarische cursus in Koberwitz een impuls gaf aan de biologisch-dynamische economie, dit betekende het ontstaan van Demeter en een impuls voor de hele ecologische beweging. Tijdens de bijeenkomst benadrukte Demeter-voorzitter Alexander Gerber dat de basisprincipes van de biologische landbouw zijn ontwikkeld door BD-boeren en onderzoekers. Als voorbeeld noemde Gerber de kringloopgedachte en het feit dat bio-dynamische landbouw het landbouwbedrijf als een organisme beschouwt, evenals de certificering van het productieproces en de vermarkting onder eigen merknaam. “Innovatie en onderzoek zijn van begin af aan elementen geweest van de biologisch-dynamische landbouw en hebben een grote rol gespeeld in de vorming van de gehele biologische landbouw”, aldus Gerber.

In een videoboodschap roemde EU-commissaris voor Landbouw Dacian Ciolos vervolgens het pionierswerk dat de biologisch-dynamische landbouw verricht heeft voor de gehele biologische landbouw. Professor Ulrich Köpke van de Universiteit Bonn toonde in zijn bijdrage de relevantie, diversiteit en globale haalbaarheid van het concept van de landbouw als organisme aan. Hij schonk ook aandacht aan “Perpetuity”, een maatstaf die verder gaat dan duurzaamheid.

Anderen gingen in op de relatie tussen voeding en gezondheid. Eén van hem was Machteld Huber uit Nederland. Zij sprak over de reactie van het immuunsysteem van het lichaam op voedsel van verschillende kwaliteit.

Aan het eind van de bijeenkomst concludeerde Alexander Gerber dat de BD-landbouw recht moet hebben op een bepaald onderzoeksbudget, omdat het onderzoek binnen de beweging de ontwikkeling van de landbouw in zijn geheel ten goede komt.

Voor meer informatie: www.demeter.de
Nieuws van het Louis Bolk Instituut van 19 juni, ‘Publieksdagen bij diverse projecten van Louis Bolk’:
‘Op 21, 22 en 28 juni kan het publiek projecten van het Louis Bolk Instituut bezoeken en alles leren over kippen, biodiversiteit en groene veredeling.

Op zaterdag 21 juni staat onderzoeker Dierenwelzijn en Diergezondheid Monique Bestman van 10-16 uur op het pluimveebedrijf van Wim en Marja de Vries in Terschuur. Bezoekers kunnen met eigen ogen zien hoe de buitenuitloop voor kippen gecombineerd wordt met fruitbomen en olifantsgras (miscanthus) – en welke positieve effecten dat heeft. Bomen en miscanthus bieden beschutting en zorgen ervoor dat kippen sneller en meer gebruik maken van de uitloop. Bovendien kunnen ze het afgevallen fruit eten, wat voor variatie zorgt in hun menu. Lees meer over het project Bomen voor Buitenkippen op onze site.

Op zondag 22 juni geeft onderzoeker Jan de Wit vanaf 12 uur rondleidingen tijdens de Duinboerendag 2014 in de Moer (NB). Hoe kan een boer met biodiversiteit aan de slag op zijn bedrijf? Wat gebeurt er ónder het gras in de bodem? Het Louis Bolk Instituut heeft met de Duinboeren diverse projecten op het gebied van biodiversiteit uitgevoerd. Voor meer informatie over de publieksdag downloadt u de uitnodiging. Voor meer feiten over biodiversiteit downloadt u de recent verschenen brochure De waarde van agrobiodiversiteit.

Op zaterdag 28 juni vindt de publieksmiddag “Wilde planten en moderne groenten” plaats, van 13.00-15.15 uur in Wageningen. Onderzoekers van Wageningen UR reizen naar verre oorden om wilde plantensoorten te verzamelen. Plantenveredelaars gebruiken die wilde planten om moderne groenten lekkerder en gezonder te maken. Tijdens de Publieksmiddag komen bezoekers alles te weten over het verzamelen en nuttig gebruiken van wilde plantensoorten. Senior onderzoeker Veredeling Edith Lammerts van Bueren, projectleider van Groene Veredeling begeleidt deze bijeenkomst. Lees voor meer informatie de flyer.’
Ik kan hier nog heel wat aan toevoegen. Zoals dit bericht bij Biojournaal op 18 juni, ‘Maak kennis met Zuiver Zuivel tijdens “het biologische weekend” 21 en 22 juni’:
‘Het weekend van 21 en 22 juni kun je Zuiver Zuivel op verschillende plaatsen terugvinden in Nederland. Zo kun men tijdens de Lekker naar de Boer dagen verschillende veehouders bezoeken. Klik hier voor de lijst met deelnemende veehouders. Tijdens deze dagen is er van alles te beleven op de boerderij; luister zo naar het verhaal van de boer, proef diverse Zuiver Zuivel producten en zullen er verschillende kinderactiviteiten aanwezig zijn. Denk bij de kinderactiviteiten aan je eigen boter schudden, een koeienmasker knippen of van een melkpak een portemonnee maken. In totaal doen er 16 veehouders van Zuiver Zuivel mee.

Naast de Lekker naar de Boer-dagen zal Zuiver Zuivel ook aanwezig zijn op het Ekotown festival wat wordt gehouden in het Amsterdamse bos. Zuiver Zuivel zal hier met een smoothie bar staan. Hier kan men de lekkerste smoothies proeven en daarnaast ook kennis maken met diverse veehouders die aanwezig zullen zijn.

Kom dus langs bij één van de vele mogelijkheden om kennis te maken met het verhaal achter de heerlijke zuivelproducten van Zuiver Zuivel. Voor meer informatie: www.zuiverzuivel.nl
Biojournaal is ook mijn bron voor ‘Zondag 6 juli: Bee High Tea in Groenekan’, dat eergisteren werd geplaatst:
‘De leeuw is de koning van het dierenrijk. De vorst van het Animal Kingdom. Bijen zijn de grootste arbeidskracht van het dieren- en plantenrijk. Zij zijn ons kleinste huisdier. Maar de bij is niet alleen arbeider, óók architect, tovenaar en producent van super foods honing, stuifmeel en koninginnengelei. Duizenden jaren geleden verzamelden imkers honing en was, ofwel suikers en licht. Boeren ontdekten dat zonder bijen de boom geen vrucht zou dragen. Vandaar dat het spreekwoord luidt: “Waar een appel wordt gegeten heeft een bij gezeten”.

Op zondagmiddag 6 juli organiseert imker Sonne Copijn een Bee High Tea in Groenekan. Tijdens de Tea vertelt Sonne over het leven van de bijen en hun bijzondere betekenis voor de natuur. Daarna trekken de deelnemers imkerpakken aan en gaan ze kijken in een volk. Laat u verrassen door hun schoonheid en organisatie en kom genieten van heerlijke hapjes met dank aan onze nijvere bijen. Sonne maakt deel uit van het Bijen Bloemenlint de Bilt. Hoe u kunt deelnemen en uw bij-drage kunt leveren aan dit bloemenlint, zal zij toelichten.

Voor informatie en aanmelding: www.bijen-en-bedrijf.nl
Dat Biojournaal goed op de hoogte is blijkt ook uit dit bericht van 19 juni, ‘Woonruimte op Warmonderhof is geen probleem meer’:
‘Stichting Warmonderhof heeft voor haar studenten tijdelijke woonruimte gevonden buiten Warmonderhof. Een boerderij op ongeveer drie kilometer afstand én een vrijstaand huis tegen het centrum van Dronten. Zowel ouderejaars als eerstejaars kunnen hier wonen. Do Veltman van stichting Warmonderhof coördineert dit. De externe woonruimte geeft ook weer ruimte op de “Woonderij”, de studentenwoningen op Warmonderhof. Voor schooljaar 2014-2015 voor iedereen dus een “WarmOnderdak”.

Nieuwe studenten die het schooljaar 2014-2015 op Warmonderhof willen starten, hoeven zich geen zorgen meer te maken over een kamer. Ondertussen is Warmonderhof bezig met nieuwbouw. De gesprekken met de architect lopen.

Voor vragen omtrent het wonen op Warmonderhof, neem contact op met Do Veltman.’
Op Google+ schreef weekblad ‘Das Goetheanum’ vanochtend om 10:00 over ‘#Landwirtschaft’:
‘Neues Buch ‹Evolutive Agrarkultur› im Verlag Lebendige Erde erschienen. Das Buch von Nikolai Fuchs sucht nach Antworten auf die Frage, wie eine Landwirtschaft nach dem Bildeprinzip des Menschen aussiehen könnte. Im Zeitalter des Anthropozän ist der Mensch aufgefordert, seine Verantwortung zu ergreifen. Das kann mit einer Landwirtschaft gelingen, die sich über Vielfalt hinaus hin zu Komplexität entwickelt. Diese evolutiv begriffene Landwirtschaft weist zukünftige Entwicklungswege für Natur und Mensch zu mehr Freiheit – eine Einladung zum Weiterdenken und Handeln.’
En op 12 juni had Jens Heisterkamp met veel foto’s ‘Der etwas andere Reisebericht. Ausflug zu den Anfängen’:
‘Zu Pfingsten startete von Salzburg aus der “Kulturgutexpress” nach Donji Kraljevec in Kroatien, um am Geburtsort Rudolf Steiners 90 Jahre bio-dynamischen Landbau zu feiern. Info3 war mit an Bord und berichtet über ein äußerst vielseitiges Geschehen.

90 Jahre biologisch-dynamische Landwirtschaft – unter diesem Motto fuhr zu Pfingsten ein Zug zu den Anfängen – zwar nicht nach Koberwitz im heutigen Polen, wo Rudolf Steiner vor genau 90 Jahren mit einer Reihe von Vorträgen eine neue Form von Landwirtschaft begründete, wohl aber nach Donji Kraljevec, dem kleinen Ort im heutigen Kroatien, in dem der Gründer der Anthroposophie im Jahr 1861 als Kind eines Eisenbahnbeamten zur Welt kam.

Rudolf Steiner und die Eisenbahn – das war bereits 2011 zum 150. Geburtstag Steiners Anlass für einen Sonderzug gewesen. Die damalige Organisatorin Vera Koppehel aus Basel holte sich diesmal als Unterstützer Peter Daniell Porsche vom Kulturzentrum St. Jakob bei Salzburg an Bord. Zusammen mit vielen, vielen Helferinnen und Helfern machten beide ein ganz besonderes Reiseerlebnis möglich. Acht Waggons und über 160 Reisende starteten mit dem “Kulturgutexpress” von Salzburg aus über Slowenien und Kroatien in das Heimatdorf der Anthroposophie. Um die Zukunft der Lebensmittel sollte es gehen, um die Bedeutung von Saatgut, um neue Entwicklungen wie die Solidarische Landwirtschaft, um bio-dynamische Initiativen in Ägypten, auf den Philippinen und in Australien und natürlich um die ersten beschwerlichen Schritte, die die Demeter-Bewegung in Slowenien und Kroatien seit einigen Jahren macht. Ernste Themen also, aber diese Zugfahrt sollte vor allem auch Freude machen, wie Daniell Porsche betonte – die Figur des “Weltenhumors“, einst von Steiner als ein Modell seiner Lehre in Holz geschnitzt, dürfte heute gern etwas größer ausfallen, so der Porsche-Erbe, Anthroposoph und Kulturförderer aus Österreich.

Gute Laune war also angesagt, und die regte sich bei den Fahrgästen sofort, als in der Schalterhalle des Salzburger Hauptbahnhofs die Eurythmie-Kompanie “Vonnunan“ mit einer Tanzeinlage auftrat. Auf Gleis 1 wartete derweil eine waschechte Dampflok darauf, den blau gestrichenen Zug gen Süden zu ziehen.

Schnell waren die Abteile bezogen, alte Bekannte trafen sich, neue Gesichter machten sich miteinander bekannt, ein Hallo hier und ein Scherz dort ließen bald Erinnerungen an eine Klassenfahrt aufkommen, wo man am liebsten überall gleichzeitig dabeigewesen wäre.

Die Fahrt war bis ins Detail nicht nur perfekt, sondern auch überschäumend kreativ und liebevoll organisiert. So machte Vera Koppehel zusammen mit Ruth Bamberg und ihren Helferinnen persönlich die Runde durch den Zug, um nochmal alle Mitreisenden zu begrüßen und ihnen nützliche Reiseutensilien zu überreichen, es gab einen reich bestückten Stoffbeutel mit Literatur und Kosmetik und ein Sponsor hatte sogar eigens Bio-Schokolade passend zum Zug-Design verpacken lassen.

Was die Organisatoren so alles in den Salonwagen und die Abteile gepackt hatten, machte dem Titel “Kulturgutexpress” alle Ehre: Da las der Schauspieler Alexander Tschernek feinfühlig Texte, ein Technik-Experte erläuterte Wissenswertes zum Thema Wasserbearbeitung, es gab viele musikalische Beiträge und natürlich jede Menge guter Verpflegung:Speisen und Getränke in Demeter- und Bio-Qualität, die den kulturellen Beiträgen in nichts nachstanden.

Und es gab natürlich jede Menge Anlass zum Reden und Zuhören während der Fahrt: Einer, der besonders lebendig erzählen kann, ist das Demeter-Urgestein Karl Tress, der bereits mit 18 Jahren den elterlichen Hof übernahm und auf die ihn faszinierende, neue Anbaumethode umstellte. Er habe immer zeigen wollen, dass man mit dem bio-dynamischen Ansatz besser sein könne als andere. Mehrfach wurde sein Hof auch wegen seines wirtschaftlichen Erfolgs in Baden Württemberg ausgezeichnet.

Nicht zu verachten waren auch die Aufenthalte an kleineren und größeren Bahnhöfen. Wenn die Lok gewechselt oder die Fahrtrichtung geändert wurde gab es Zeit für verschiedene Beiträge ob künstlerischer oder inhaltlicher Art, immer übrigens unter den aufmerksamen Augen des DenkMal-Filmteams, das die gesamte Tour mit seinen Kameras für einen Dokumentarfilm festhielt.

Ein besonders berührender Zwischenstopp erwartete die Fahrgäste im slowenischen Maribor, wo nicht nur der mit Steiners Dreigliederung vertraute Bürgermeister die Reisenden begrüßte, sondern zahlreiche Initiativen auf anthroposophischer Grundlage eigens für die Durchfahrt des Kulturzugs einen kleinen Markt aufgebaut hatten.

In Maribor kam auch ein Kulturbotschafter der besonderen Art zum Zuge: der bekannte Geiger Miha Pogacnik, der es sich nicht nehmen ließ, in einem Bahnhofstunnel Bach zu spielen. Später in Kraljevic sorgte er dann noch zusammen mit dem Dirigenten Elmar Lampson und slowenischen Musikern für einen der unbestrittenen Höhepunkte des Events: ein Beethoven-Violinkonzert, bei dem die Zuhörer mitten unter den Orchester-Musikern sitzen durften.

Zehn Stunden und viele hundert Kilometer Zuggleise später hat der Kulturgutexpress die Grenze zur Kroatien überfahren und sein ganz im Norden des Landes gelegenes Ziel erreicht. Am Bahnhof von Donji Kraljevec wird der Zug von einer Blaskapelle begrüßt und unter Fanfarenklängen ins nahe gelegene Sportzentrum des Ortes geleitet, wo ein großer Teil der nun beginnenden Veranstaltung stattfindet.

Auch hier kann der Bericht nur wenige Stichworte einer dicht gedrängten Fülle festhalten: Die herzliche Begrüßung durch die lokalen Politiker etwa, den Bericht von Jasminka Illicic, die sich in Kroatien um erste Demeter-Zertifizierungen bemüht, dann am nächsten Tag der Bio-Dyn-Pionier Alex Podolinsky, der mit seinen 89 Jahren aus Australien angereist ist, um über Erfolge bei der Regenerierung von Böden zu berichten, oder Dragon Purgai von der bio-dynamischen Gesellschaft in Slowenien, für den die Berührung zwischen sichtbarer und unsichtbarer Welt im Humus liegt.

Ganz vorn zu nennen in Kraljevec aber ist Sandra Percac, die hier vor mehr als acht Jahren begann, sich dem Andenken Steiners in dessen Geburtsort zu widmen. Einer der vielen Höhepunkte des Pfingstwochenendes ist die – trotz noch vorhandener Baustellenatmosphäre – improvisierte Eröffnung des neuen Steiner-Zentrums, um dessen Aufbau sie sich verdient gemacht hat.

Eine Besonderheit dieses Hauses, das vor dem Umbau die Poststation des Ortes beherbergte, ist die Tatsache, dass es sich hier um das wohl einzige anthroposophische Kulturzentrum handelt, das mit Mitteln der Lokalverwaltung unterstützt wird. Es gibt verschiedene Arbeitsräume und einen kleinen Saal, und unter dem Dach hat eine von Elisabeth Behringer gestaltete Dauerausstellung zu Leben und Werk Rudolf Steiners ihren Platz gefunden.

Wie herzlich die anthroposophischen Aktivitäten in das örtliche Umfeld integriert sind, wird noch einmal am letzten Abend spürbar, als die Tagungsteilnehmer zusammen mit den Bewohnern von Kraljevec auf dem Gemeindefestplatz den Pfingstsonntag mit Musik, Folklore-Darbietungen und Bohnensuppe ausklingen lassen.

Am Pfingstmontag geht es dann in aller Frühe wieder zum Bahnhof, dessen Bahnsteig gar nicht lang genug für den großen Zug ist. Noch einmal heißt es Platz nehmen und jene etwas ruhigere Art des Bahnreisens genießen, bei der man noch am offenen Fenster stehen und sich den Fahrtwind um die Nase wehen lassen kann. Noch einmal im Salonwagen Musik hören oder köstliche Ravioli mit Pesto und süßsauren Zwiebeln genießen oder einfach in die roten Polster sinken, die heute kein noch so schneller ICE mehr zu bieten hat.

Am Abteilfenster kommen immer noch Mitreisende vorbei, die ihre Partner für ein Spiel suchen, das schon auf der Hinfahrt begann: Walter Hahn und seine Frau Grace haben von den Philippinen große Samenkapseln mitgebracht und die wunderschönen Formen in farblich markierte Einzelteile zerlegt: Wenn man die Partner mit der richtigen Markierung findet, lässt sich die rundliche Samenform wieder zusammensetzen. Eine Art Schicksalsspiel und ein Bild für die Frage, nach welchen geheimnisvollen Regeln sich wohl die Menschen auf dieser Reise zusammengefunden haben. Langsam und doch viel zu schnell erreicht der Zug mit seiner so herrlich bunt zusammengewürfelten Truppe am frühen Abend die Stadt Salzburg. Es liegt ein Hauch von Wehmut über dem Bahnhof, als es am Ende ans große Abschiednehmen geht. Die Gesichter werden einem noch lange nachgehen.’
Na al dat Duits, weer eens wat Nederlands. En wat voor Nederlands! Op 16 juni verscheen op de website van de Universiteit Utrecht, Faculty of Humanities, deze ‘Promotie Jesse Mulder: geen onderscheid tussen werkelijkheid en ons begrip van werkelijkheid’.
‘Aristoteles had gelijk: er gaapt geen kloof tussen ons inzicht in de werkelijkheid en de werkelijkheid zelf. Dat stelt filosoof Jesse Mulder in zijn proefschrift, dat hij op 18 juni verdedigt aan de Universiteit Utrecht. De benadering van metafysica die Mulder voorstelt heeft verregaande gevolgen, bijvoorbeeld voor onze opvattingen over het onderscheid tussen leven wezens en levenloze dingen en over de vrije wil.

Wij mensen willen de wereld begrijpen; metafysica is de tak van filosofie die die zoektocht op het meest fundamentele niveau wil aanpakken. In de huidige metafysische discussie wordt uitgegaan van een kloof tussen ons denken over de werkelijkheid en de werkelijkheid zelf. Zogenoemde realisten menen dat alleen bepaalde aspecten van ons begrippenkader de structuur van de werkelijkheid weerspiegelen, maar strijden voortdurend over de vraag welke aspecten deze speciale metafysische status dan verdienen. Zogenoemde anti-realisten menen dat zoiets in beginsel onmogelijk is, dat de kloof tussen begrip en werkelijkheid onoverbrugbaar is.

Uit deze impasse komen we volgens Mulder pas als we het genoemde uitgangspunt verwerpen en teruggrijpen op de Aristotelische gedachte dat begrip en werkelijkheid één zijn. Vanuit deze gedachte is er geen oppositie van realisme tegenover anti-realisme meer. In het bijzonder is er geen strijd meer nodig over welke aspecten van ons begrippenkader nu wel of niet met de werkelijkheid overeenkomen: in beginsel komen alle aspecten met de werkelijkheid overeen, fouten onzerzijds daargelaten.

Het resultaat van deze benadering is een inclusieve metafysische visie waarbinnen geen noodzaak bestaat om alle aspecten van de werkelijkheid terug te voeren tot slechts dat begrippenkader dat (volgens de realist) een speciale metafysische status heeft. Dit heeft verregaande gevolgen, bijvoorbeeld voor onze blik op wat het leven onderscheidt van niet-levende dingen, maar ook op wat de veelbesproken vrije wil waar wij mensen over beschikken inhoudt: er is helemaal geen reden om leven, of de vrije wil, in uitsluitend mechanistische of neurofysiologische termen te moeten begrijpen.

Promotie
Promovendus: Jesse Mulder
Proefschrift: Conceptual Realism. The Structure of Metaphysical Thought
Promotor 1: Prof. dr. Albert Visser (UU), Prof. dr. Thomas Müller (Universität Konstanz)
Datum: 18 juni 2014
Tijd: 16:15 tot 17:45
Locatie: Academiegebouw
Locatie: Senaatszaal’
De ene na de andere zeergeleerde opponent stak zó de loftrompet over de promovendus en zijn proefschrift dat dit het publiek in de zaal deed ophoren. En uiteindelijk viel het van zijn stoel (ik in ieder geval wel) toen bleek dat het eerwaarde en doorluchtige college, overigens voor het eerst in zo’n twintig jaar in deze faculteit, ertoe overging de promovendus niet alleen de doctorstitel te verlenen, maar deze ook cum laude toe te kennen! Dan ben je dus echt getuige van een bijzondere gebeurtenis waarvan je de reikwijdte niet overziet. – Nog iets moois, ‘Macrokosmos en microkosmos’ van Rudolf Steiner:
‘In de oudheid waren er twee soorten inwijdingswegen. De ene werd onder meer gepraktiseerd in de noordelijke mysteriën en leidde naar de geestelijke wereld achter de natuur: de macrokosmos. De andere werd gepraktiseerd in de Isis- en Osirismysteriën van het oude Egypte en leidde naar de geestelijke binnenwereld: de microkosmos. Beide wegen worden hier door Rudolf Steiner uitvoerig geschilderd, inclusief de gevaren die ermee verbonden waren. Dat zijn enerzijds een verloren gaan van het ik in de noordelijke mysteriën en anderzijds een samenballing van het ik tot extreem egoïsme in de Egyptische mysteriën. Daarnaast bevatten deze voordrachten een unieke beschrijving van de indeling van de bovenzinnelijke wereld en de relatie daarvan tot de mens. Ook wordt de werkzaamheid van de planeten in de mens, overdag en ’s nachts, uitvoerig toegelicht. De voordrachten worden afgesloten met een beschrijving van de hedendaagse scholingsweg en van het toekomstige “hartdenken”. In zijn nawoord gaat David Mulder nader in op deze voordrachten. Uitgangspunt daarbij is zijn ervaring dat het werk van Steiner enerzijds zeer vertrouwd aanvoelt, maar anderzijds vaak moeilijk te doorgronden is.

1e druk, gebonden, 13 x 20,5 cm, 270 blz, ISBN: 9789060385739’
Vandaag plaatste weekblad ‹Das Goetheanum› op Facebook de redactionele uitleiding van Wolfgang Held deze week, ‘Drei Lehrer der Zeit’:
‘«Drei Dinge sind uns aus dem Paradies geblieben: die Sterne der Nacht, die Blumen des Tages und die Augen der Kinder.» 700 Jahre ist er alt, dieser Ausspruch von Dante Alighieri. Dreierlei zählt der italienische Dichter auf als göttlichen Proviant für den Abschied aus dem Paradies. Es sind drei Seiten einer Wegzehrung, die ein Ganzes meinen, denn alle drei adeln die Zeit.

Die Sterne zeigen die unverrückbare Ordnung der Dinge, die Ewigkeit der Zeit. Die Blumen stehen am anderen Ende der Vergänglichkeit, sie gelten dem Jetzt, dem Moment des Blühens – flüchtig und unkonservierbar. Die Gegenwart ist alles, davon erzählen die Blumen, die Blüten der Blumen.

So wie die Sterne das Ewige auf den Thron heben, die Blumen die Gegenwart feiern, besingt die Schöpfung mit den Kindern mit deren ‹Sehnsucht nach Urheberschaft›, wie es Martin Buber nennt, ihrem ‹heiligen Ja-Sagen›, wie Friedrich Nietzsche sagt, das Werden der Zeit. Als Erwachsene versuchen wir so oft, ihr himmlisches Sosein in Schrift, Ton und Bild festzuhalten, und doch schreiten sie über jede dieser Kristallisationen weiter.

So wie man von den Sternen das Unverrückbare verstehen lernen kann, von den Blumen die Einmaligkeit und Gunst des Augenblickes, sind es die Kinder, von denen wir die Liebe zum Werden erfahren und lernen können.

Wolfgang Held’
Ben ik, zonder het aan te geven, weer op het Duits overgeschakeld. Dat gaat hier snel. Dan sprinten we maar even door, met ‘Aus dem Leben am Goetheanum’ van Sebastian Jüngel eergisteren, ‘Architektur-Ausstellung ‹Lebendiges Gestalten›’:
‘Die Ausstellung “Lebendiges Gestalten” von Pieter van der Ree wird von 21. Juni bis 18. Oktober 2014 am Goetheanum aktualisiert und ergänzt gezeigt. Mit dazu beigetragen hat Marianne Schubert, Leiterin der Sektion für Bildende Künste.

Die 2003 erstmals unter dem Titel “Organische Architektur” gezeigte Ausstellung dokumentiert zum Thema sowohl Ideenumfeld als auch Exponate. Die Darstellungen über Rudolf Steiner als Architekt und andere Pioniere wie Frank Lloyd Wright, Antoni Gaudí und Hans Scharoun sowie spätere Arbeiten beispielsweise von Erik Asmussen, Imre Makovecz und bpr architektur + design werden von kleinen Zusatzausstellungen ergänzt: Fünf lokale Architekturbüros präsentieren Arbeiten aus der Umgebung des Goetheanum, Tischvitrinen machen auf die Architekten Felix Durach (1893-1963) und Erich Zimmer (1924-1976) aufmerksam, und als Beispiel für Innenraumgestaltung werden 16 Stühle aus der Zeit von 1920 gezeigt.

Für van der Ree zeigt die Ausstellung, dass der Impuls organischer Architektur über das Schaffen von Baukörpern hinausweist: In Zeiten einer umfassenden Virtualisierung des Welterlebens will sie den “Sinn für das Lebendige” wecken, damit das “Lebendige in Natur, im Sozialen und im menschlichen Inneren gedeihen” kann. Zum Begleitprogramm gehören daher auch Werkstattgespräche mit Architekten, eine Arbeitswoche mit Architekturstudierenden und eine Internationale Tagung zur Aktualität des anthroposophischen Bauimpulses.

Dass die Ausstellung am Goetheanum zu sehen ist, ist Christiane Haid, Leiterin der Sektion für Schöne Wissenschaften, zu verdanken. Als sie die Ausstellung 2005 im Museum Tampereen (Finnland) gesehen hatte, wollte sie sie ans Goetheanum holen. “Dass die Ausstellung nun auch im Zusammenhang mit der Sanierung und den weiteren Ausgestaltungsplänen des Goetheanum stattfindet, finde ich eine hervorragende Korrespondenz, denn so kann man die organische Architektur im Spiegel einer ihrer herausragendsten Impulsgeber – Rudolf Steiner – und weiterer Architekten wahrnehmen.”

Ausstellung “Lebendiges Gestalten. Der Architekturimpuls Rudolf Steiners im Spiegel der organischen Architektur”, 21. Juni bis 18. Oktober, Goetheanum, 8 bis 22 Uhr. Eintritt frei. Info.
Vernissage: 20. Juni 2014, 17 Uhr, Foyer. Mit Vortrag von Pieter van der Ree über verschiedene Gesichtspunkte organischer Architektur.
Jeden Samstag um 11 Uhr findet eine Führung durch die Ausstellung statt.’
De ‘Ärzte Zeitung’ maakte op 12 juni ‘Weleda wieder deutlich im Gewinn’ bekend:
‘Weleda 2013: Die Reorganisation trägt Früchte, der Schuldenabbau kommt voran, und unterm Strich bleibt wieder mehr übrig.

Schwäbisch-Gmünd. Nach zuletzt schwierigen Jahren ist der Hersteller pflanzlicher Kosmetika und Homöopathika Weleda im vergangenen Jahr wieder deutlich in die Gewinnzone zurückgekehrt. Das anthroposophisch orientierte Unternehmen mit Hauptsitz im schweizerisch Arlesheim konnte den Umsatz um vier Prozent auf 337 Millionen Euro verbessern.

Rund 100 Millionen Euro wurden mit Arzneimitteln erwirtschaftet (+5,0 Prozent), 236 Millionen Euro entfielen auf Kosmetika (+4,1 Prozent). Der Gewinn vor Zinsen und Steuern (EBIT) verdreifachte sich gegenüber Vorjahr auf rund 34 Millionen Euro.

Bei gleichzeitigem Schuldenabbau in gleicher Größenordnung (um 34,6 Millionen auf 49 Millionen Euro) blieben nach Steuern noch 4,7 Millionen Euro in der Konzernkasse. Zum Vergleich: Im Vorjahr betrug der Gewinn nach Steuern eine halbe Million Euro, 2011 mussten sogar 8,4 Millionen Euro Verlust verbucht werden.

Verantwortlich für die erfreuliche Gewinnentwicklung sei neben dem organischen Verkaufswachstum die Reorganisation der Unternehmensführung, die sich 2013 erstmal voll ausgewirkt habe, eine anhaltend hohe Kostendisziplin sowie eine verbesserte Produktivität.

Drei Prozent Umsatzwachstum für 2014 erwartet

Auch der Start ins aktuelle Geschäftsjahr gestalte sich vielversprechend, teilte Weleda zu Monatsbeginn mit. Demnach lägen die Erlöse in den ersten vier Monaten mit 120 Millionen Euro (+7,1 Prozent) “leicht über Plan”. Für das Gesamtjahr 2014 rechnet Weleda mit einem Umsatzwachstum von rund drei Prozent.

Wegen höherer “Projektkosten für Produktinnovationen, Marktentwicklung, Infrastruktur sowie Forschung und Entwicklung” wird mit einem leichten Rückgang beim Gewinn vor Steuern gerechnet. Die Nettoverschuldung werde sich auch in diesem Jahr weiter verringern, heißt es.

In Deutschland, dem größten Einzelmarkt des Unternehmens, erwirtschaftete Weleda 2013 rund 153 Millionen Euro (plus neun Prozent). Trotz guten Verkaufswachstums der Weleda-Arzneimittel in Deutschland, Österreich sowie dem Heimatmarkt Schweiz, ist dieser Geschäftszweig aber nach wie vor nicht profitabel. Immerhin habe man 2013 den “negativen Ergebnisbeitrag” der Sparte “um ein Drittel verbessert”.

Damit sei man dem strategischen Ziel, ab 2016 das Arzneimittelgeschäft “kostendeckend zu betreiben” wieder ein Stück näher gekommen. Von der Neueinführung des Medizinprodukts “Visiodoron Malva® Augentropfen” wird jetzt zusätzlicher Schub in Richtung schwarzer Zahlen erhofft. (cw)’
Dan wordt het nu hoog tijd voor de vrijescholen. Hoe het in Zutphen staat, konden we uit het weekbericht van school De Zwaan van 12 juni vernemen:
‘Stand van zaken bouwtraject Zutphen

Lange tijd is het stil geweest over de ontwikkelingen van de bouw. De reden hiervoor ligt in het feit dat de onderhandelingen met de gemeente nog steeds niet geheel zijn afgerond waardoor er weinig viel te melden.

Afgelopen week is er weer een gesprek geweest tussen VSNON en de gemeente Zutphen. Na een aantal conceptversies te hebben ingeleverd is nu de definitieve versie van het Ruimtelijk Programma van Eisen in geleverd bij de gemeente. In deze versie zijn alle wensen van ons en de eisen van de gemeente verwerkt. In principe kunnen we nu starten met de verdere bouwvoorbereidingen. Ware het niet dat er nog één belangrijk knelpunt is, waardoor de gemeente nog geen groenlicht wil geven op dit Ruimtelijk Programma van Eisen.

Ons streven is om ruimte te reserveren voor een kindcentrum op beide toekomstige PO-locaties. Zoals eerder gemeld, zijn wij in januari 2014, lopende het bouwproces, door de gemeente geconfronteerd met nieuwe eisen. De gemeente wil nu een financiële garantie van VSNON voor een periode van 10 jaar.

Tijdelijke huisvesting

De voormalige Rechercheschool is eerder door de gemeente genoemd als mogelijke tijdelijke huisvesting voor onze scholen tijdens de verbouwingen. Enige tijd geleden werd via de krant duidelijk dat het COA belangstelling heeft voor deze locatie.

Mocht er een asielzoekerscentrum komen dan heeft dit gevolgen voor de eventuele tijdelijke huisvestiging van onze PO-scholen. In overleg met de gemeente, die eindverantwoordelijk is voor de tijdelijke huisvesting, zal dan naar een goed alternatief gezocht worden. Wij houden u op de hoogte over deze ontwikkeling.

Ceciel’
Op 15 mei liet ik met ‘Stormram’ de Amsterdamse Vrije School Noord bij u achter. Daarvoor op 3 en 9 mei ook al in ‘Wereldbeelden’ en ‘Trots of voldoening’. Op 29 mei schreef men op de website over ‘Informatieavond 4 juni’:
‘Graag willen we u meedelen dat we zeer ver zijn met de plannen en onderhandelingen om de school te kunnen oprichten én te starten per volgend schooljaar 2014-2015. Zoals in ons vorige bericht aangekondigd, werken we in samenwerking met het bestuur van Stichting Openbaar Onderwijs Noord (SOON) aan een nieuwe basis voor de school in oprichting.

De afgelopen weken is definitief gebleken dat we niet verder konden met de plannen om een dependance van de Geert Groote School 2 op te richten in stadsdeel Noord. Op de korte termijn, maar ook op de wat langere termijn bleken hiervoor te grote juridische, politieke en procedurele problemen te ontstaan.

De initiatiefgroep heeft ervoor gekozen om alle eventuele mogelijkheden om de school op te richten te onderzoeken en zag in de samenwerking met Stichting Openbaar Onderwijs Noord een goede en gedegen kans.

Wij hebben er inmiddels vertrouwen in dat we met de bestuurder van SOON, de heer Joost Korver, de aankomende dagen tot een stabiel definitief plan kunnen komen. Daarom hebben we alvast een informatieavond gepland waarop we dit definitieve plan graag aan u presenteren.

Bij deze nodigen we u, ook namens de heer Korver, van harte uit voor deze informatieavond:
datum: woensdag 4 juni 2014
tijd: 20:30 uur
locatie: Openbare Basisschool De Krijtmolen, Molenwijk 8

Omdat we zo krap in de tijd zitten verwachten we op deze avond meteen te kunnen starten met een nieuwe inschrijfprocedure voor de leerlingen voor schooljaar 2014-2015.

Sprekers tijdens deze informatieavond zijn:
Joost Korver (bestuurder Stichting Openbaar Onderwijs Noord)
Welkomstwoord door Ingrid ter Haard, directeur van de Krijtmolen
Nicoline Vink (initiatiefnemer Initiatiefgroep Vrijeschool in Amsterdam-Noord)
Christine Cornelius (oud vrijeschool-docent, die namens de Initiatiefgroep is gevraagd als lid van de benoemingscommissie voor het aanstellen van de leerkrachten)
de projectleider die de oprichting van de school gaat uitvoeren

Hieronder willen we u alvast in grote lijnen informeren over de nieuwe (organisatie)vorm die we hebben gevonden om de school te kunnen oprichten. Wij hopen dat u er begrip voor heeft dat we pas volgende week antwoord kunnen geven op bepaalde concrete en ook zeker cruciale vragen.

Organisatie

In de meest recente plannen start de school dus onder het bestuur van Stichting Openbaar Onderwijs Noord. De school wordt dan een Openbare Vrijeschool. Zowel de Wethouder van Onderwijs, de heer Ossel, als de directeur van de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling, de heer Michel Kanters, steunen ons in deze oplossing.

Schoollocatie

De school zal volgens deze plannen worden gevestigd in één van de Openbare Scholen die onder SOON vallen. Tijdens de informatieavond wordt de locatie voor de school bekend gemaakt.

Schoolleider, docenten en kwaliteit

Over de schoolleider en de docenten kunnen wij u nog geen informatie geven. Wel kunnen wij u er van verzekeren dat er gedegen vrijeschool docenten worden aangesteld en dat er voor honderd procent vrijeschoolonderwijs gegeven zal worden. Om de kwaliteit van het vrijeschoolprofiel te waarborgen ondertekenen SOON en de Oudervereniging Vrijeschoolonderwijs Amsterdam-Noord in oprichting een convenant. Deze Oudervereniging wordt binnenkort vanuit de Initiatiefgroep Vrijeschool in Amsterdam-Noord opgericht.

Klassen

Als we de plannen definitief maken volgende week, dan kunnen leerlingen voor schooljaar 2014-2015 voor de volgende klassen worden aangemeld:

kleuterklassen (‘groep 1 en groep 2’)
klas 1 (‘groep 3’)
klas 2 (‘groep 4’)
klas 3 (‘groep 5’)
Voor klas 4, 5 en 6 (‘groep 6, 7 en 8’) kunnen géén leerlingen worden aangemeld.

Meer informatie over de minimale grootte van de klassen en het minimum totaal aantal aanmeldingen om de school te starten hoort u tijdens de informatieavond.

Contact

Omdat wij in alle rust aan de uitwerking van de plannen willen werken, zijn wij de komende week minder goed bereikbaar voor persoonlijke en inhoudelijke vragen. Wij vragen uw begrip voor het feit dat we pas tijdens de informatiebijeenkomst met alle concrete zaken in de openbaarheid kunnen treden.

Tot slot

Graag informeren wij u zo spoedig mogelijk over het hele proces wat we tot nu toe achter de rug hebben via de pagina stand van zaken op onze website.

Context

Voor nu willen we nog eens benadrukken dat we de afgelopen weken hebben we gekampt met een zeer ingewikkelde juridische-politieke situatie. Ondanks het vergevorderde stadium waarin we zaten, met de toezegging voor een schoolgebouw en de officiële aanmeldingen van 120 leerlingen, konden we niet verder met het oprichten van een dependance van Geert Groote School 2.

Om de school op te richten als een zelfstandige school (geen dependance-status) bleek geen mogelijheid te bestaan, ondanks het recht op de vrijheid van onderwijs, ondanks onze peiling voor het animo voor deze onderwijsvorm in Amsterdam-Noord (450 intentionele aanmeldingen) en ondanks dat de overheid burgerinitiatieven zegt te willen ondersteunen. Gezien het grote draagvlak voor ons initiatief op dit moment vonden we deze vertraging van minstens twee jaar veel te lang.

We hebben moeten schakelen, maar we hebben de moed niet opgegeven. Op een open manier zijn we in gesprek gegaan met Stichting Openbaar Onderwijs Noord om te kijken hoe realistisch deze weg voor ons en onze kinderen zou zijn.

Ons initiatief is het derde initiatief in Amsterdam in de afgelopen vijftien jaar om een nieuwe vrijeschool/nieuwe vrijescholen in de stad op te richten. De twee voorgaande initiatieven waren in een zeer vergevorderd stadium en zijn helaas niet gerealiseerd. De kans die wij nu hebben gekregen van Stichting Openbaar Onderwijs Noord willen we ook gezien deze context niet laten schieten.

Wij begonnen met frisse moed dit initiatief omdat we het vrijeschoolonderwijs voor meer kinderen in Amsterdam bereikbaar wilden maken. We vonden het tijd voor een vrijeschool in Amsterdam-Noord. Door het hele proces zijn we er steeds nadrukkelijker in geworden: het is echt tijd voor een vrijeschool in Amsterdam-Noord.’
Op 5 juni werd ‘Inschrijving van start’ geplaatst:
‘Onze informatiebijeenkomst van gisteravond (woensdag 4 juni) was een drukbezochte avond. Er waren naar schatting honderd mensen aanwezigen. Een aantal malen klonk de omschrijving ‘historisch’, om aan te geven dat het bijzonder is dat we nu zeer dichtbij de daadwerkelijke oprichting van de school zijn! We zijn op deze avond gestart met het inschrijven van leerlingen en er lag na afloop een flinke stapel ingevulde inschrijfformulieren op tafel.

Maureen van Eijk gaf namens de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling van de gemeente Amsterdam een toelichting over de beperkingen waar we tegen aan zijn gelopen in de wet- en regelgeving om een nieuwe school dan wel een dependance te kunnen starten.

Vervolgens presenteerden Joost Korver, de bestuurder van Stichting Openbaar Onderwijs Noord, en Sascha Holthaus, als schoolleider voor de nieuwe school, een nieuw startplan voor de school, wat wel binnen de wetten en regels uitgevoerd kan worden.

Christine Cornelius, oud vrijeschooldocent die wordt aangesteld in de personeelsadviescommissie, vertelde op inspirerende wijze over haar ervaringen in het vrijeschoolonderwijs wereldwijd.

Verder sprak initiatiefnemer Nicoline Vink over de spannende tijd waarin we als initiatiefgroep zitten en bedankte zij Menno van de Koppel van de Onderwijs Consumenten Organisatie voor zijn grote hulp de afgelopen tijd.

Op de pagina stand van zaken van onze website zijn een aantal van de toespraken op video te zien.

De belangrijkste zaken die tijdens deze informatieavond zijn besproken zetten we hieronder graag voor u op een rij:
1. Organisatie van de school
2. Schoolgebouw
3. Kwaliteit
4. BSO en Peutergroep
5. Inschrijven
6. Uitvoering

1. Organisatie van de school
De school kan starten onder het bestuur van Stichting Openbaar Onderwijs Noord (SOON) als er voor komend schooljaar 2014-2015 minimaal zestig leerlingen worden aangemeld. Leerlingen kunnen aangemeld worden voor de kleuterklas, klas 1, klas 2 en klas 3 (dus “groep 1 t/m groep 5”).

Sascha Holthaus vervult voor één dag in de week de functie van schoolleider en is dan aanwezig op de school. Daarnaast zal zij als schoolleider op de Geert Groote School 2 zijn aangesteld. Op dagen dat zij niet op de school in Noord is, is er een vaste medewerker/docent aanwezig als aanspreekpunt.

2. Schoolgebouw

Joost Korver heeft een geschikt schoolgebouw. In vertrouwen heeft hij alleen de organisatiegroep van de initiatiefgroep hierover ingelicht. Vanwege de procedures kon hij het gebouw nog niet noemen. Hij verwacht hierover volgende week uitsluitsel te kunnen geven, nog binnen de inschrijftermijn.

In het algemeen kunnen wij u ervan verzekeren dat het gebouw een geschikt schoolgebouw voor de school is! Wij zijn zeer tevreden met deze keuze!

Het gebouw is goed bereikbaar (het ligt niet in een uithoek van het stadsdeel), het heeft negen lokalen waardoor de school er kan uitgroeien tot een volledige school, de bouwstijl en sfeer passen bij een vrijeschool-uitstraling.

Nu de tijd begint te dringen begrijpen wij dat het vreselijk spannend is om nog niet te weten in welk gebouw de school komt. Het geeft veel (praktische/logistieke) onzekerheden! Toch vragen wij uw begrip voor het feit dat bestuurder Joost Korver geen stappen kan overslaan. We zijn zeer blij met alle inschrijvingen die we gisteren al ontvingen. Hoe meer inschrijvingen we op korte termijn ontvangen, hoe sterker onze positie om in het beoogde gebouw de school te starten!

3. Kwaliteit en vrijeschool-profiel

In het plan om de school op te richten onder het bestuur van Stichting Openbaar Onderwijs Noord, staat voor de heer Korver de kwaliteit van deze nieuwe vrijeschool voorop. Om het vrijeschoolprofiel te kunnen waarborgen zorgt de heer Korver ervoor om ervaren en gespecialiseerde medewerkers en toezichthouders aan te trekken. Omdat de bestuurlijke constructie van dit plan, een startende vrijeschool die onder een openbaar schoolbestuur valt, nieuw is in Nederland, heeft de heer Korver contact gezocht met de Vereniging van Vrijescholen. Deze vereniging steunt het plan en staat ervoor open dat Stichting Openbaar Onderwijs Noord lid wordt van de Vereniging van Vrijescholen.

Verder wil de heer Korver, voor de onderwijsinspectie vanuit de overheid, een inspecteur inzetten op de school die is gespecialiseerd in de controle van vrijescholen en dus bekend is met het vrijeschoolonderwijs en de praktijk op vrijescholen.

Sascha Holthaus heeft er groot vertrouwen in een degelijke vrijeschool neer te kunnen onder het bestuur van Stichting Openbaar Onderwijs Noord. Zij heeft grondig onderzocht of er voldoende ruimte is voor alle aspecten van het vrijeschoolonderwijs in het beleid, de doelstellingen en regels van de stichting en zij ziet geen belemmeringen in het Strategisch Beleidsplan van de Stichting Openbaar Onderwijs Noord om het vrijeschoolonderwijs te kunnen uitdragen.

Zoals al eerder aangegeven start er vanuit de initiatiefgroep een oudervereniging: Oudervereniging Vrijeschoolonderwijs Amsterdam-Noord (OVAN). Ouders die hun kind(eren) inschrijven op de school worden automatisch lid van deze vereniging. De Oudervereniging wil helpen het vrijeschoolonderwijs te borgen in deze constructie onder het bestuur van Stichting Openbaar Onderwijs Noord.

Verder vergadert Joost Korver iedere zes weken met de Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad (GMR) van de huidige zestien scholen onder zijn bestuur. Zoals bij alle zestien scholen worden hiervoor één docent en één ouder van de nieuwe school uitgenodigd.

4. BSO en Peutergroep

Ook in het huidige plan wordt eraan gewerkt om Buitenschoolse Opvang op antroposofische basis te faciliteren. In het beoogde schoolgebouw is hiervoor ruimte. Ook voor een Peutergroep. De opvangorganisaties die Sascha Holthaus hiervoor heeft benaderd, Opvang Anders en Madelief, willen deze plannen gaan realiseren. Hierover volgt spoedig concrete informatie.

5. Inschrijven

Alle belangstellende ouders kunnen hun kind(eren) vanaf 2 jaar inschrijven voor de school.

Voor de leerlingen voor schooljaar 2014-2015 geldt een korte inschrijfduur! Alle leerlingen die in schooljaar 2014-2015 op de school komen dienen vóór 14 juni te zijn ingeschreven.

Ga voor inschrijven naar de volledige beschrijving van de procedure en download hier het inschrijfformulier.

6. Uitvoering

Als er voldoende leerlingen worden aangemeld gaat de school van start. Een projectgroep bestaande uit onder andere Sascha Holthaus en medewerkers van Stichting Openbaar Onderwijs Noord gaat de oprichting vormgeven. De school opent op maandag 1 september (de leerlingen hebben een langere zomervakantie, maar dit wordt later in het jaar gecompenseerd).

Zodra er een plan is voor de inrichting van de school en er praktische hulp van ouders nodig is, krijgt u hierover bericht.

Wij hopen zo spoedig mogelijk meer nieuws te hebben, en u te verlossen van de spanning die deze hele onderneming met zich meebrengt. Dat u dit leest, bewijst maar dat u een volhouder bent, en de nieuwsgierige geest van een pionier bezit, die de school mede vormgeeft. Waarvoor dank!’
Sinds een week is deze video ‘#2 Nicoline Vink – Vrijeschool Amsterdam-Noord’ te bekijken:
‘De nieuwe vrijeschool in Amsterdam-Noord kan nu echt van start gaan. Initiatiefneemster en drijvende kracht Nicoline Vink zette zich meer dan een jaar in om dit voor elkaar te krijgen.

vrijeschoolamsterdamnoord.nl
noordbelicht.nl

Overigens schreef Het Parool op 13 juni ‘Vrije School in Noord alsnog open’ en de Nationale Onderwijsgids op 16 juni ‘Vrije school in Amsterdam Noord kan alsnog van start’. Ook de Vereniging van vrijescholen zet het medium van de video in, maar dan om het jaarverslag aan de man te brengen. Zo berichtte zij op haar website op 19 juni in ‘Laatste nieuws’ dat er een ‘Film Vereniging van vrijescholen: Jaarbericht 2013’ is:
‘Dit jaar heeft de Vereniging van vrijescholen een jaarbericht gemaakt in de vorm van een film. Daarin zijn de bestuursleden van de Vereniging geïnterviewd over de ontwikkelingen van het vrijeschoolonderwijs in het afgelopen jaar. De film is opgenomen op de Vrije School in Den Haag, de oudste vrijeschool in Nederland.’
Youtube geeft sinds 18 juni aan:
‘Filmpje met interviews met bestuursleden van de Vereniging van vrijescholen. Opgenomen op de Vrije School Den Haag.’


Dan heb ik nog nieuws dat aansluit bij wat ik op 9 juni meldde in ‘Gemeen’. ‘Nieuwspost Heuvelrug’ schreef ‘Snelwegboerderij H26 wordt geen landgoed maar parkeerplaats, bouwput en bezinkbassin’:
‘De boerderij langs de A12 bij Driebergen zal voorlopig niet transformeren tot landgoed met extensieve bedrijfjes. Het functioneert tot 2020 eigenlijk gewoon als overslagterrein en bouwput.

Dat zegt wethouder Veldhuizen, die het dossier stationsgebied afgelopen maand van de vertrokken wethouder Homan heeft overgenomen. Volgens Veldhuizen blijken de bouwers van een tunnel en een nieuw station niet de eerder veronderstelde hectare, maar 2,4 van de 7 hectares op Hoofdstraat 26 nodig te hebben als opslag. “Dit overkomt me ook maar. En daarnaast is er ook nog ruimte nodig voor een tijdelijke parkeerplaats en een carpoolplaats. Dat betekent dat 60% tot 70% van het terrein de komende vijf jaar op zijn kop staat met allerlei bezigheden.”

Nog maar twee jaar geleden startte de gemeente een participatieproject met inwoners, die daarin mochten meedenken over de toekomst van snelwegboerderij Hoofdstraat 26 en de omliggende zeven hectares. Vrijwel unaniem kozen zij voor de aanleg van een landgoed met wat extensieve bedrijfjes erop. Het moest een “visitekaartje” of “poort” naar de Heuvelrug worden, maar erg serieus werd dat plan nooit genomen. Prioriteit gaf toenmalig wethouder Homan toen al aan een halfverdiepte parkeerplaats, voor de grote bedrijven naast de boerderij: KLPD en Triodos.

Het was de bedoeling het participatieproject na het vertrek van Homan nieuw leven in te blazen, maar dat ziet de nieuwe wethouder niet zitten, omdat het terrein de komende vijf jaar toch verandert in een bouwput. “Ik kan me voorstellen dat dit iets betekent voor het participatieproject. Eigenlijk is participatie zolang niet meer aan de orde,” aldus Veldhuizen gisteravond, in antwoord op vragen van D66’er Kamp, die het kleine stukje parkeerplaats al wanstaltig vindt en CDA’er Reedijk, van wie de parkeerplaats “zo snel mogelijk weg” moet.

Het tegenovergestelde gaat dus voorlopig juist gebeuren. Wel beloofde Veldhuizen marktconforme prijzen te berekenen voor de huur van de hectares, die behalve voor opslag van materieel voornamelijk dienst zullen doen als bezinkbassin voor de “natte blubber” die Prorail en onderaannemers uit de grond onder het station en de N225 halen, om daar eerst een tunnel en later een verdiept station te kunnen bouwen. Volgens Veldhuizen is er geen andere plek voor zo’n bezinkbassin. “Ik kan die blubber moeilijk laten uitlekken op het kunstgras van hockeyclubs Shinty of Phoenix. Maar ik ben niet van plan ons terrein – zoals met de A12 is gebeurd – zomaar uit te lenen. Prorail zal dat marktconform van ons moeten huren.”’
Op 17 juni liet Uitgeverij Nearchus het volgende op zijn website weten, in ‘Dementie en ik’:
‘De stroom van nieuwe titels die in voorbereiding is proberen we in goede banen te leiden door verschillende nieuwe imprints te starten. In een vorig bericht hebben we de imprint Kolisko al geïntroduceerd. En inmiddels is de eerste uitgave van dit nieuwe imprint verschenen!
Dementie en ik
Marko van Gerven en Christina van Tellingen (red)

Een bundel met artikelen over dementie: ervaringsverhalen van antroposofisch werkende therapeuten; antroposofische inzichten over het ontstaan en de achtergronden van dementie en enkele artikelen over de hersenen en het menselijk bewustzijn. In deze bundel wordt aannemelijk gemaakt dat het ik van de dementerende patiënt tot op het allerlaatste moment verbonden blijft en in de verschillende fases van dementie op speciale momenten nog steeds “ontmoet” kan worden.

Een bijzonder boek waarin beschreven wordt, dat ondanks beschadigingen in de hersenen zoals bij dementie, ontwikkelingsmogelijkheden blijven bestaan en het ik zich soms nog manifesteren kan. Dan zie je voor een moment de mens zoals hij ooit was. Het geeft de bevestiging, dat de geest de leidende macht is over het lichaam.
(Mw. S. de Ruiter, familielid dementerende)
(paperback, 174 pagina’s, 15,00 euro)

In onze webwinkel geldt tot en met maandag 23 juni: uw gehele bestelling zonder verzendkosten thuisgestuurd indien u deze titel bestelt (binnen Nederland, klanten buiten Nederland ontvangen 2,00 euro korting op de verzendkosten). Klik hier voor nadere informatie over deze titel.
Michael Eggert schreef op 12 juni op zijn website over ‘Das Buddha-Bewusstsein’:
‘Die abgebildete Figur, die ich auf der Kunstinsel Hombroich in einem Pavillon fotografiert habe, hat eine außergewöhnliche Kraft. Das ist einer der Buddhas, die man verstehen möchte – d.h. ihr sich so annähern, dass man die dargestellte innere Gesamt-Gebärde wenigstens im Ansatz mit vollziehen kann. Ein ähnliches Bedürfnis, wie es, auf andere Art, in der Begegnung mit vielen Mariendarstellungen aufkommen kann – oder auch mit Darstellungen des Letzten Abendmahls.

Allerdings ist die Visualisierung der Kundalini-Kraft im Rücken des Buddha etwas, der man sich nicht unmittelbar aussetzen möchte; es ist ein korrumpierter Bereich. Magier und fragwürdige Meister wie Baghwan-Osho wirkten darüber, indem sie Einfluss auf den Schüler nahmen; daher die ursprüngliche Verbindung mit sexuellen Energien, die Osho später allerdings zurückgedrängt hat – spätestens nachdem er mit seinem Expansionsdrang in den Westen innerlich und äußerlich gescheitert war. Dass er nicht einmal davor zurückgeschreckt ist, mit biologischen Kampfstoffen zu operieren, ist in einem Artikel in The Atlantic nach zu lesen.

Auf selbstbestimmte, transparente Art und Weise gehen wir, das Denken meditativ belebend, vom Stirn-Chakra aus. Im Laufe von Jahren der Übung werden Kehlkopf- und Herz-Bereich angeregt, so dass eine Kraftsammlung im Zusammenwirken dieser drei Bereiche erreicht wird. Dadurch wird eine neue Qualität der Versenkung erreicht – offenbar indem die achtblättrige Lotosblume in der Nähe des Herzens ihre Aktivierung erlangt. Möglicherweise beginnt auch ein zartes Regen der Kräfte aus der Region der Zirbeldrüse. Es ist schwer zu sagen, da eine generelle Kraft mit einer Fülle von Erfahrungen erweckt wird. Schließlich sind sowohl imaginative als auch energetische und wesenhafte Erfahrungen berührt, ohne im geringsten irrational zu wirken. Es ist alles voll bewusst – eine willenhaft, wesenhaft durchzogenes Denken, das aber losgelöst von der nur physisch vermittelten, gespiegelten Hirntätigkeit erscheint. Schließlich erweitern sich die energetisch erlebten Felder des empfangenden hellen Willens, indem sie in die Hände und schließlich in die Füße fliessen. Man tritt in die Ungeborenheit, in das Buddha-Bewusstsein ein. Nun ist es möglich, eine innere Linie durch die Leiblichkeit zu erleben, an deren Spitze die tausendblättrige Lotosblüte spürbar wird. Man kann sie mitunter tatsächlich im Hirnstamm festmachen. Dadurch wird ein anfängliches Miterleben und Verstehen dessen möglich, was der abgebildete Buddha aussagt. Allerdings ist für den Menschen des 21. Jahrhunderts ein bewusster Weg unabdingbar, der seine Autonomie sichert, und der daher in der Linie der Chakras von oben nach unten – in stetiger Transparenz – vor geht. Die überwältigende Wucht der Kundalini-Energien wird dabei nicht berührt; diese bleiben im Hintergrund.

Der Denkpol kann sich gleichwohl, auf moderne Art, der Buddha-Sphäre öffnen.’
Op zijn weblog schreef Michael Eggert op 19 juni ‘Die Welle, die bricht’:
‘Wenn hier im Blog die Rede von Chakra-Arbeit ist, dann verstehe ich darunter eine Kontinuität in gedanklicher Arbeit, in Fokussierungsübungen und in immer wieder – über Jahrzehnte – verfolgter Teilnahme an der Menschenweihehandlung. Persönlich war für mich die konzentrierte Arbeitshaltung etwas, was praktisch von Kinderzeit an in Fleisch und Blut übergegangen war, weil ich durch eine Aufmerksamkeitsstörung im Sinne eines ADS behindert war. Das forderte den Willen früh heraus, als faktisch existentielle Herausforderung. Das innere emotionale Chaos, die blank liegende Gefühlsebene, aber auch die Zeitumstände führten früh zu einer spirituellen Suche, die mit Zen und Sri Aurobindo, aber auch mit Timothy Leary begann. Das Erleben der Aktivität des Stirn-Chakras war eine Selbstverständlichkeit, aber es blieb das Problem, dies zu einer kontinuierlichen Erfahrung zu machen, trotz der andauernden, vor allem anthroposophischen Arbeitspraxis. Dagegen sprachen emotionale Auf und Abs, familiäre und berufliche Herausforderungen und eine im Laufe der Jahre kränkelnde Konstitution. Hinderlich waren auch Ernährungsgewohnheiten – vor allem der Konsum von Alkohol und Zucker –, die übliche Ego-Fixierung gerade als “spiritueller Mensch” und die Subsumierung aller Kräfte durch die Anforderungen, den Alltag zu bestehen. Die Vertiefung konnte nur durch eine umfassende Krise gelingen, durch den Nullpunkt, in dem die Spiegelbilder zerschellen. Das ist einfach der Fels, an dem die selbstbezogene Welle bricht. Vorher sind die noch so spirituellen Bemühungen nicht frei von Selbstliebe.

Danach erst, nach dem sich selbst Aufrichten, gewinnt das seelische Meer zumindest überwiegend die Stille, die bis zum existentiellen Grund vordringt. Nun erst kann der Stier sich in seiner Reinheit erheben, die Marskräfte des reinen Wortes im Kehlkopf erweckend. Nun erst dringt die Reinheit des Willens in die Sonnenregion des Brustraums. Die großen Empfindungen, jenseits aller Selbstfühligkeit, klingen in der Seele auf. Die spirituelle Arbeit hat nichts Aufgesetztes, sondern erscheint als Kraft, die eine Kontinuität des klaren Denkens darstellt. Es beginnt ein tiefes Vertrauen darin, dass die weitere Entwicklung einem inneren Curriculum folgt und folgen wird. Wer einmal die Lebenskraft des Geistes gespürt hat, dem wird sie sich entfalten, auch über dieses Leben hinweg. “Rudolf Steiner betonte in Hinblick auf das Michael-Fest die Notwendigkeit, dass ein tragendes Vertrauen zu den Gedanken des Geistigen in erster Linie entwickelt werden müsse – ein wirkliches Erleben des Geistigen an Ideen, an ‘bloßen Gedanken’. Die klaren Ideen des Menschen – und nicht eine diffuse, übersinnliche Wahrnehmungswelt im Sinne verzerrter Esoterik – müssen verstärkt und als solche in ihrer Lebenskraft erfahren werden; der Mensch müsse die Fähigkeit entwickeln, von den Gedanken über das Geistige so erfasst zu werden wie durch physische Gegebenheiten; Ideelles muss in seiner Geistrealität, Lebens- und Wirkungskraft in den Bereich der menschlichen Erfahrung treten.”

Peter Selg, Der Wille zur Zukunft, Arlesheim 2011, S. 70’
Tot slot een herhaling van het onderwerp dat ik op 9 juni in ‘Gemeen’ zo aankondigde:
‘Tot besluit van vandaag neem ik van de website “Themen der Zeit” van Michael Mentzel “Verdienstvoller Beitrag zur Anthroposophieforschung“ van 2 juni over, aangaande een nieuw boek dat hier al diverse keren over de tong is geweest. En aangezien we er niet genoeg van kunnen krijgen, ook nu weer’.
‘Eine Buchempfehlung (und zugleich eine auto-biografische Vergegenwärtigung des Komplexes Anthroposophie/Nationalsozialismus)

von Hans-Jürgen Bracker

Hans-Jürgen Bracker ist Waldorflehrer und ehemaliger Redakteur der anthroposophischen Kulturzeitschrift “Novalis”. Zur historischen Anthroposophieforschung hat er vor allem mit seinen Publikationen zu den großen jüdischen Schülern Rudolf Steiners, Ernst Müller und Schmuel Hugo Bergman, beigetragen. Ein weiteres Feld der Auseinandersetzung sind für ihn die Verflechtungen von Anthroposophie und völkischem Gedankengut. Zur kürzlich erschienenen Hans Büchenbacher-Edition hat er inhaltlich z.T. entscheidende Hinweise beigesteuert. Nun reflektiert er das Projekt in Verbindung mit einem “auto-biografischen” Rückblick auf die anthroposophische Politik des Unpolitischen.

Wer von der lieben Verwandtschaft ein Haus erbt, der kann beim Aufräumen, Aussortieren oder Ausmisten manch unangenehme Überraschung erleben. Es müssen nicht gerade Leichen im Keller sein –, aber üble Hinterlassenschaften, die jahrzehntelang im Dunkeln vor sich hingegammelt, gemodert, gar gefault haben, tun auch schon das Ihre dazu, dass man sich überlegt, das ganze Erbe auszuschlagen und vielleicht irgendwo etwas Neues anzufangen. An diese Situation mögen sich heutige Freunde der Anthroposophie erinnert fühlen, wenn sie auf bestimmte “Hinterlassenschaften” ihrer Vorgänger schauen. Ansgar Martins schaut sich im Haus “Anthroposophie” um und leuchtet im Keller auch in die hintersten entlegenen Winkel. Nicht als Unbeteiligter, sondern als neugieriger, kritischer, vielleicht entfernter Verwandter...

Der bayerische Anthroposoph Hans Büchenbacher (geboren 1887 in Fürth), war als Sohn eines jüdischen Vaters und einer katholischen Mutter getauft und christlich erzogen worden, er galt somit nach den NS-Rassegesetzen als “Halbjude”. In der Nazizeit gelang ihm, der seit 1931 Vorsitzender der Anthroposophischen Gesellschaft in Deutschland war, die Emigration in die Schweiz, wo er auch nach 1945 bis zu seinem Tode 1977 lebte. Seine im Alter verfassten “Erinnerungen 1933-1949” erschienen im Frühjahr im Frankfurter info 3 / Mayer Verlag, herausgegeben und kommentiert vom Betreiber dieses Blogs, Ansgar Martins.

Neonazismus und Anthroposophie

Büchenbachers Erinnerungen an die Jahre der NS-Diktatur sind mir seit 1992 bekannt; damals bekam ich Fotokopien eines 34-Seiten-Typoskripts in die Hände, das ich in einer Nacht mit Spannung und nicht geringer Fassungslosigkeit durchlas. Das Thema “Anthroposophen im Nationalsozialismus” beschäftigte mich damals schon seit Jahren. Spätestens seit Jan Peters Buch “Nationaler ‘Sozialismus’ von rechts” (Berlin 1980) war die Problematik – anhand der dort behandelten Biografie des ehemaligen Christengemeinschaftspriesters Werner Georg Haverbeck – auf dem Tisch. In der Folge des Anwachsens der grün-alternativen Bewegung kam auch damals schon das Schlagwort vom “Ökofaschismus” auf.

Das markante Erscheinungsbild des Vorsitzenden der GLSH (Grüne Liste Schleswig-Holsteins) und Demeter-Bauern Baldur Springmann im Russenkittel war prägend in der Gründungsphase der grünen Partei. Dass er neben ökologischem nicht nur konservatives, sondern auch völkisches Gedankengut vertrat, wurde erst allmählich bekannt. Springmann gehörte wie Haverbeck (dieser als Präsident) und der Bio-Lieferant Ernst-Otto Cohrs dem “Weltbund zum Schutze des Lebens” (WSL) an, einer Umweltschutzorganisation, die in der Anti-AKW-Bewegung der 70er Jahre unauffällig mitwirkte. Peters zeigte in seinem Buch gerade am Beispiel des WSL interpretationsbedürftige Verbindungslinien von der grünen in die braune Szene auf und stellte die Frage, ob gewisse personelle Schnittmengen Zufall oder ideologie-immanent seien.

In der Zeitschrift “Die Bauernschaft” des schleswig-holsteinischen Alt- und Neonazis Thies Christophersen las ich ungefähr gleichzeitig zum ersten Mal von biologisch-dynamischer Landwirtschaft in Auschwitz, und E.-O. Cohrs schrieb dort belustigt in einem Leserbrief, dass er in Büchern von Rudolf Steiner Hakenkreuze gefunden hätte – ob man diese deshalb etwa auch verbieten wolle (so wie die vom Verfassungsschutz beobachtete und wegen des Abdrucks von Hakenkreuzen vom Verbot bedrohte “Bauernschaft”). – Die drei Genannten wurden in der Öffentlichkeit allerdings nicht in erster Linie als Anthroposophen sondern als Umwelt-Aktivisten wahrgenommen.

Anthroposophische Aufarbeitungen der anthroposophischen Geschichte

Dass es “Berührungen” zwischen Anthroposophen und dem NS gab, war mir also 1992 keineswegs neu – zumal Haverbeck 1989 mit seinem Buch “Rudolf Steiner. Anwalt für Deutschland” mit seinem rückwärtsgewandten Welt- und Geschichtstbild an die Öffentlichkeit getreten war, welches auf heftige Ablehnung in der aufgeschreckten anthroposophischen Szene gestoßen war. 1991 veröffentlichte die progressiv-anthroposophische Zeitschrift “Flensburger Hefte” zwei Nummern zum Thema “Anthroposophen und Nationalsozialismus”, insbesondere der zweiteilige Hauptartikel des Rendsburger Eurythmisten und Verlegers Arfst Wagner (Untertitel: “Probleme der Vergangenheit und Gegenwart”) stellte einen ersten Markstein in der inneranthroposophischen Aufarbeitung der “eigenen” NS-Vergangenheit dar. Viele, die es hätte angehen sollen, wollten aber gar nicht so genau wissen, was im Detail bei Wagners Recherchen herausgekommen war (deren Ergebnisse er – ohne irgendwelche Unterstützung und auf eigene Kosten – in fünf Materialbänden herausgab); stattdessen wurde er als Nestbeschmutzer beschimpft. Einige Jahre später schließlich legte der damalige Goetheanum-Archivar Uwe Werner im anerkannten Wissenschaftsverlag Oldenbourg seine umfassende Studie “Anthroposophen in der Zeit des Nationalsozialismus” vor (München 1999), in der er – anders als Wagner – auf Büchenbachers Erinnerungen zurückgreifen konnte. Damit war zunächst einmal einiges Material veröffentlicht; die Meinungen darüber, ob nun das Thema abgeschlossen werden könne, gingen natürlich weit auseinander. Den einen war Werners Duktus zu apologetisch, konservative Anthroposophen hingegen schien die ganze “Aufarbeitung” unnötig, manchen erschien diese schmerzhafte Beschäftigung aber doch als eine notwendige Pflicht – im Sinne einer Begegnung bzw. Auseinandersetzung mit dem eigenen Doppelgänger oder den “Schattenbildern”.

Zum Thema der “okkulten Wurzeln des Nationalsozialismus” gibt es seit 1985 die Studie des britischen Historikers Nicholas Goodrick-Clarke, der speziell Theosophie und Ariosophie im Blick hatte und Steiner hinsichtlich einer geistigen “Mitschuld” oder eines “Vorbereitertums” kaum belastete. Und Micha Brumlik konstatierte 1992 in seiner Studie “Die Gnostiker”: “Trotz einiger Wirrungen der Anthroposophie ist ihr im ganzen jedenfalls nicht anzulasten, dass sie sich während der Zeit des Nationalsozialismus ähnlich diskreditiert hätte wie die protestantischen und katholischen Kirchen...” Ob dieses Urteil zu kurz greift, möge der Leser nach der Lektüre von Ansgar Martins Buch selber bewerten. Der amerikanische Historiker Peter Staudenmaier jedenfalls meint im Gegensatz zu Goodrick-Clarke und Brumlik eine innere Wesensverwandtschaft zwischen dem von ihm so wahrgenommenen okkultistisch-rassistisch-völkischen Weltbild Steiners und dem Nationalsozialismus oder zumindest einigen Strömungen innerhalb desselben zu erkennen.

Durch Wagners und Werners Arbeiten wurden mittlerweile die Namen bestimmter Protagonisten des ganzen Komplexes bekannt. Dazu gehören u.a. der Münchener anthroposophische Arzt Hanns Rascher (NSDAP-Mitglied seit 1931), das Dornacher Vorstandsmitglied der Allgemeinen Anthroposophischen Gesellschaft Guenther Wachsmuth, die Dresdner Waldorflehrerin Elisabeth Klein und der Landwirt Erhard Bartsch, auf NS-Seite der Führerstellvertreter Rudolf Hess als Protektor anthroposophischer Tätigkeit im Dritten Reich, Alfred Bäumler, Oswald Pohl oder Otto Ohlendorf. Alles diese Namen tauchen auch in Büchenbachers Erinnerungen auf. Der Herausgeber Ansgar Martins macht die Geschichte von deren Entstehung in den 70er Jahren weitestgehend deutlich und stellt auch die Editionsgeschichte dar. Anlässlich Werners Buchveröffentlichung, in der Büchenbachers Erinnerungen ausgewertet und ausführlich zitiert wurden, kamen größere Teile davon im April 1999 erstmals in Info3 zum Abdruck; seither ist deren Existenz allgemein bekannt. Im vorliegenden Band machen die nunmehr vollständig edierten und mit 300 Fußnoten versehenen Erinnerungen 70 Seiten aus, mithin ein Siebtel des Gesamtumfangs. –

Seit 1999 sind weitere Arbeiten zum Thema entstanden, auch wurden neue peinliche Verstrickungen zutage gefördert, so die Nazivergangenheit des Christengemeinschaftspfarrers Friedrich Benesch (2004) oder auch die autobiografischen Retuschen der anthroposophischen Historikerin Renate Riemeck (2007). Vor allem in Amerika wurde einiges publiziert, wobei Staudenmaiers Dissertation “Between Occultism and Fascism: Anthroposophy and the politics of Race and Nation in Germany and Italy, 1900-1945” aus dem Jahre 2010 hervorzuheben ist. Staudenmaier machte auch die Namen zahlreicher Persönlichkeiten bekannt (s. Info 3 Nr. 7/8, 2007), die beiden Lagern angehörten.

Ansgar Martins’ Anhänge zur Büchenbacher-Edition

Martins zitiert und verarbeitet diese Arbeiten und große Mengen weiterer, bisher meist unbekannter oder nicht ausgewerteter Quellen in seinen fünf umfangreichen Anhängen, die im Buch dem Abdruck der Erinnerungen folgen und 340 Seiten umfassen. Gut 50 Seiten Quellen- und Personenregister beschließen den stattlichen Band, der es insgesamt auf stolze 1335 Fußnoten bringt. Den Anhängen ist ein ausführliches Inhaltsverzeichnis derselben vorangestellt.

Dem mit der Thematik wenig vertrauten Leser würde ich empfehlen, die Lektüre des Buches mit Ansgar Martins “Einleitung zu den Anhängen” zu beginnen und erst danach den Text Büchenbachers zu lesen. Dieser spricht und steht für sich, unvermittelt und ohne Einleitung am Anfang des Buches. Büchenbacher konstatiert darin für das Jahr 1934, “dass [nach seinem Eindruck] ungefähr 2/3 der Mitglieder [in Deutschland] mehr oder weniger positiv zum Nationalsozialismus sich orientierten.” – Es gibt Schilderungen im Text, die man kaum vergessen wird, hat man sie einmal gelesen. So etwa die Szene, in der Carlo S. Pichtin seinem Büro der Stuttgarter Zeitschrift “Anthroposophie” (die er bis 1933 gemeinsam mit Büchenbacher redigierte) Kristalle unter einem einem Hitlerbild aufstellt. Büchenbachers Anerbieten, von der Redaktion zurückzutreten, wurde ohne weiteres von Picht hingenommen.

Der stille Rückzug bzw. “freiwillige” Austritt von Anthroposophen jüdischer Abstammung aus der Anthroposophischen Gesellschaft in Deutschland 1933/34 und die Reaktion vieler Mitglieder und Funktionäre ist ein bedrückendes und beschämendes Kapitel; Helmut Zander schrieb 1999 in seiner NZZ-Rezension des Wernerschen Buches: “Liest man, mit welcher Bitterkeit er [Büchenbacher] die teilweise bereitwillige ‘Bereinigung’ des Konfliktes um jüdische Mitglieder erfuhr, deutet sich die – andere – Perspektive der Opfer an” –, die ihm bei Werner zu kurz gekommen war. Ansgar Martins widmet seinerseits dem Schicksal jüdischer Anthroposophen den – zugegebenermaßen deprimierenden – fünften Anhang(“Ohne Opfer geht es nicht”: Judentum und Antisemitismus in der Anthroposophie) seines Buches, mit dem er die Gesamtdarstellung beschließt.

Den ersten Anhang bildet eine “intellektuelle Kurzbiografie” Büchenbachers, in der sein anthroposophischer Werdegang vor allem als Philosoph geschildert wird, sein Kennenlernen Steiners und der Anthroposophie, sein beruflicher Werdegang, seine Militärzeit, seine “Karriere” und historische Einordnung innerhalb anthroposophischer Organisationen zwischen dem 1. Weltkrieg und seiner Emigration sowie sein Dasein als geduldeter Emigrant in Dornach.

Im zweiten Anhang reflektiert Martins “einige politische Auseinandersetzungen der frühen Anthroposophie”, die sich nicht einfach verorten lässt, so dass er mit Recht von einem “left-right crossover” (Peter Staudenmaier) spricht. Der heute oftmals wie selbstverständlich vorgenommenen Zuordnung der Anthroposophie – die sich ja in ihren Statuten ausdrücklich apolitisch definiert – und der Anthroposophen zum antidemokratischen, konservativ-reaktionär-nationalen Lager stehen hier einzelne Beispiele entgegen, die zeigen, dass die politische Orientierung von Anthroposophen keineswegs einem Automatismus folgt. Steiners politische Aktivitäten in der “Dreigliederungszeit” nach dem Ersten Weltkrieg fanden auch bei links denkenden und fühlenden Menschen Anklang, wenngleich die Führer der in Gewerkschaften und Parteien organisierten Arbeiterschaft Steiners Ideen als ihren Interessen entgegengesetzt darstellten. Von extrem rechter, völkisch-nationalistischer Seite wurde Steiner ebenfalls bekämpft und als Juden- und Kommunistenfreund dargestellt. (Über seine Organisation der Abwehr eines geplanten Übergriffs auf Steiner 1922 im Münchener Hotel “Vier Jahreszeiten” berichtete Büchenbacher öfter, so auch hier im vorliegenden Text.)

Es sei mir an dieser Stelle gestattet, ganz kurz an den “Astral-Marx” zu erinnern (damit ist Steiner gemeint), einen “Kursbuch”-Artikel (1979, Nr. 55) von Joseph Huber, der dazumal in anthroposophischen praktischen Gründungen vieles der sozialistischen Ideale – ansatzweise – verwirklicht sah. In den 1970ern war ein naiv-unvoreingenommener Blick, gerade von links-alternativer Seite her, auf die Praxisfelder der Anthroposophie noch möglich; anders heute, wo sich im linken Diskurs eine oftmals oberflächliche und von wenig Sachkenntnis getrübte, weitgehend ablehnende steinerkritische Sichtweise durchgesetzt hat. Huber ließ seinen übrigens nicht unkritischen Text wie folgt enden: “Ich möchte sagen: über Marx hinaus- und an Steiner nicht vorbeigehen. Vielleicht ist eine unbefangene Begegnung nicht möglich, aber eine Begegnung überhaupt wäre auch schon etwas. Wer 1968/69 bei der Begegnung mit Marx gleich “Marxist” wurde, braucht dies 1978/79 mit Steiner ja nicht gleich zu wiederholen. Spirituelle Gedanken können spiritistischer Unfug sein, sie können aber auch Inspiration bedeuten. Man kann schließlich nur dazulernen.” – Das war vor 35 Jahren...

Roman Boos und der Dornacher Vorstand der Anthroposophischen Gesellschaft

Der spannende dritte Anhang – er bildet gewissermaßen eine Mitte des Ganzen – trägt die Überschrift: “Die nazistischen Sünden der Dornacher: Der Vorstand der Allgemeinen Anthroposophischen Gesellschaft und die Schlüsselfigur Roman Boos 1933”. In Büchenbachers Text kommen zwei Szenen vor, die für mich seit meiner ersten Lektüre ebenfalls unvergesslich wurden: 1.) Marie Steiners Klage während einer Besprechung in Dornach über Büchenbachers Lächeln (“Das ist furchtbar, dieses Lächeln zu sehen, das sind die Wogen des Blutes!”), nachdem zuvor über die Tätigkeit ihres damals (1933) in anthroposophischen Kreisen fleißig pro-nazistisch agitierenden Einflüsterers Roman Boos gesprochen worden war; dieser war in den 1920ern aufgrund psychischer Probleme jahrelang nicht in die anthroposophischen Aktivitäten einbezogen worden.

Und 2.) Guenther Wachsmuths Ausruf, er wolle am Goetheanum “keinen Judenstall haben”. In diesem Kapitel werden nicht nur die mehr oder weniger eindeutigen pro- und antinazistischen Haltungen der fünf Dornacher Vorstandsmitglieder offenbar, sondern auch, inwiefern sie im inner-anthroposophischen “Gesellschaftsstreit”, der auf der Generalversammlung 1935 mit dem Vorstandausschluss von Ita Wegman und Elisabeth Vreede (die sich später beide für die Rettung jüdischer Mitglieder aus Deutschland einsetzen sollten) seinen Höhepunkt hatte, eine Rolle spielten. Albert Steffen, dessen klare Anti-NS-Haltung in seinen Tagebüchern dokumentiert ist, und der verklausuliert Anspielungen auf den NS in seine Dramen einfließen ließ, enthielt sich als Vorsitzender allerdings jeglicher Initiative und überließ Wachsmuth und Marie Steiner das Feld, womit letztlich Roman Boos zum Zuge kam, der in Deutschland umtriebig war und Kontakte zu NS-Führern wie Hans Frank knüpfte; immer in der Absicht, die Nationalsozialisten von der Kompatibilität der Anthroposophie mit dem NS zu überzeugen, unter dauernder Betonung des “wahren Deutschtums”, das so etwas wie die eigentliche Essenz der Anthroposophie sei. Dass die verschiedenen miteinander konkurrierenden Fraktionen innerhalb des NS herzlich wenig davon hielten, merkte Boos viel zu spät. – Die Rolle von Boos beleuchtet zu haben, ist ein besonderes Verdienst der vorliegenden Arbeit. Man darf gespannt sein, ob überhaupt, und wenn ja, welche Reaktionen gerade dieses Kapitel in der anthroposophischen Öffentlichkeit nach sich ziehen wird; die Vorstellung, dass auch politische Beweggründe für das Handeln des Dornacher Rest-Vorstandes mitentscheidend gewesen sein könnten, ist mit Sicherheit nicht für jeden Anthroposophen leicht zu verdauen.

Interessant in diesem Anhang sind auch die Ausführungen über die drei antinazistischen Anthroposophen Ita Wegman, Valentin Tomberg und den mit Büchenbacher befreundeten Generalsekretär (bis 1933) der dänischen Landesgesellschaft, Johannes Hohlenberg. Letzterem hatte Marie Steiner 1936 – wohl aus Sorge um eine Kompromittierung des Rufs der Anthroposophie (bei der deutschen Führung) durch dessen kompromisslose Ablehnung des Nazismus – die Erlaubnis zum Abdruck von Steinervorträgen in seiner Zeitschrift “Vidar” entzogen.

“Aber jetzt würde eben eine richtige Anthroposophische Gesellschaft entstehen”

Martins behandelt im vierten Anhang “Deutsche Anthroposophen in der Zeit des Nationalsozialismus”. In Büchenbachers Erinnerungstext gibt es eine Stelle, die besonders eklatant zeigt, wie unvorstellbar weit unter Anthroposophen die Fehleinschätzung der NS-Führer ging: [Prag, Spätherbst 1937, ein Treffen anthroposophischer Freunde im Atelier des jüdischen Malers Richard Pollak, der später in Auschwitz ermordet wurde. Der Christengemeinschaftspriester Eduard] “Lenz berichtete, dass ein kleines Komitee, bestehend aus dem Priester [Alfred] Heidenreich, Frau Elisabeth Klein, einem Nazi-Ministerialrat aus Berlin und Dr. Bartsch, mit Gestapo-Erlaubnis eine neue Anthroposophische Gesellschaft gründen würden. Der Ministerialrat erhielte von Frau Klein einführende Informationen über Anthroposophie. Auf die Frage eines jüdischen Mitgliedes, ob dann Frau Klein auch den Ministerialrat über Reinkarnation und Karma informieren würde, erwiderte Pfarrer Lenz, dass ein solcher Unterricht natürlich mit einem gewissen Takt gegeben werden müsse. Dass die Anthroposophische Gesellschaft in Deutschland verboten worden sei, wäre ja schließlich nicht schade, denn sie sei doch im Grunde nur ein Verein von alten Tanten gewesen. Aber jetzt würde eben eine richtige Anthroposophische Gesellschaft entstehen. Ich sprach an diesem Abend kein Wort, sondern hörte alles mit Interesse an.” – Martins führt als Ausnahme vom Verhalten nichtjüdischer deutscher Anthroposophen das Beispiel des Stuttgarter Waldorflehrers Hermann von Baravalle an, der anders als die überwiegende Mehrheit Nazideutschland verließ und zunächst in die Schweiz, später in die USA emigrierte.

Die Hoffnung deutscher Anthroposophen, dass irgendwann das richtige, eigentliche, wahre und gute Deutschtum sich doch allmählich im NS durchsetzen werde und die Unsicherheit, ob bzw. wie weitgehend man sich um des Fortbestandes der bestehenden anthroposophischen Einrichtungen und Initiativen willen anpassen und mit dem NS-System arrangieren sollte, kommen in diesem Anhang immer wieder zum Ausdruck. Die Fokussierung des Blicks auf das Verbindende, Gemeinsame, gar Identische des eigenen, anthroposophischen Spirituellen mit einem angenommenen “guten Kern” des NS führte zu einer Blindheit für die Wahrnehmung der tatsächlichen Gegensätze und für die Bosheit des Nationalsozialismus. Der NS wurde vielleicht als nicht genügend deutsch und geistig bewertet, gleichwohl wandte er sich doch (so mag man empfunden haben) auch gegen Materialismus und Rationalismus und führte “geistige” Werte im Schilde. Man kämpfte doch gegen dieselben Feinde... so dachte man. Die amerikanische Autorin Karen Priestman hat in ihrer Dissertation (2009) diese auf eine allmähliche Veredelung und Vergeistigung des NS hoffende, aber die Realität verkennende Grundhaltung passend mit dem Begriff “Illusion of Coexistence” bezeichnet. Die kontrovers diskutierte und unterschiedlich beantwortete Frage, wie weit Kompromisse mit dem NS gehen durften oder sollten, ist eines von vielen Beispielen für das Dilemma, in das viele Anthroposophen sich ungewollt geworfen sahen. – Man muss Martins nicht in allen seinen Urteilen zustimmen (etwa was die Vorführung von Eurythmie-Stabübungen abgeht), es ist aber zu wünschen, dass sie Anlass zu einer fruchtbaren selbst-kritischen Auseinandersetzung werden. –

Vorschlag zur Güte

Helmut Zander schrieb 1999: “Über das Verhältnis von Distanz und Nähe von Anthroposophen und Nationalsozialismus in einzelnen Fragen ist wohl noch nicht das letzte Wort gesprochen.” Das letzte Wort wird auch jetzt nicht gesprochen sein, mit Ansgar Martins Buch liegen aber auf jeden Fall zahlreiche neue Beurteilungskriterien zur Beantwortung dieser Frage vor. Dafür ist ihm uneingeschränkt zu danken und es steht zu hoffen, dass die zahlreichen im Buch angestoßenen Fragen und mancher nur gestreifte Hinweis eine gründliche Erarbeitung und nachfolgend auch Veröffentlichungen nach sich ziehen werden. – Vieles könnte in dieser Buchempfehlung noch hervorgehoben werden, doch will ich dem Leser nicht das Staunen und auch Erschrockensein angesichts zahlloser detaillierter Schilderungen und Schicksale nehmen; deshalb – und auch, damit ich jetzt zum Ende kommen kann – sei es hiermit nun gut.

Wer Ansgar Martins verdienstvolle Arbeit gelesen hat, wird viele Dinge in anthroposophischen Zusammenhängen mit anderen Augen sehen können und einen kritischen Blick gewonnen haben. Kritik ist ein Hinzugewinn und eine Bereicherung. Das sollten sich Kritiker von Anthroposophie-Kritikern wie Martins (aber auch Zander und erst recht Staudenmaier) immer vor Augen halten. Kritiker als Gegner oder gar Feinde zu titulieren mag zwar – leider und immer noch – typisch anthroposophisch sein, für mich ist es schlicht unwissenschaftlich und unanthroposophisch.

Hans Büchenbacher: Erinnerungen 1933-1949. Zugleich eine Studie zur Geschichte der Anthroposophie im Nationalsozialismus. Mit fünf Anhängen herausgegeben von Ansgar Martins, Info3, Frankfurt am Main 2014 Hier bestellen

Weitere Rezension und Artikel zur Büchenbacher-Edition:

Peter Staudenmaier: Anthroposophist Memoir of Nazi Era
Michael Eggert: Hans Büchenbacher. Wo der Hammer hängt
Michael Eggert: Roman Boos, der Liebling Marie Steiners
Wolfgang G. Vögele: Verdienstvoller Beitrag zur Anthroposophieforschung

Mehr zum Thema Hans Büchenbacher, Anthroposophie und Nationalsozialismus auf diesem Blog:
“Die nazistischen Sünden der Dornacher”? Hans Büchenbacher und die Vorstände der Anthroposophischen Gesellschaft(en) in der Nazizeit
Hans Büchenbachers “Erinnerungen” erschienen
Mentzels Traum

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)