Bedoeld is: antroposofie in de media. Maar ook: in de persbak van de wijngaard, met voeten getreden. Want antroposofie verwacht uitgewrongen te worden om tot haar werkelijke vrucht door te dringen. Deze weblog proeft de in de media verschijnende antroposofie op haar, veelal heerlijke, smaak, maar laat problemen en controverses niet onbesproken.

maandag 6 februari 2017

Exclusief

De website van Motief plaatste op vrijdag 3 februari een ‘Exclusief interview met Judith von Halle in Motief’:
In het februarinummer van Motief, nummer 209, is een exclusief interview met Judith von Halle opgenomen. Het is het eerste interview dat zij heeft gegeven sinds zij vanaf 2004 sterk in de belangstelling van antroposofische kringen kwam te staan. De meest tegenstrijdige reacties vallen haar ten deel; zij is het onderwerp van een grote controverse.

De titel van het interview duidt het probleem aan: ‘De geestelijke wereld onderzoeken is mijn eigenlijke werk’. Omstreden is bijvoorbeeld de vraag welke plek haar onderzoek inneemt in het totale gebied van de antroposofie en op welke wijze zij tot haar resultaten komt.

Hoewel zij intussen vele boeken over antroposofische thema’s op haar naam heeft staan en op tal van plekken voordrachten houdt, is zij nog niet eerder geïnterviewd. Zij heeft dat altijd afgehouden, omdat zij vond dat de belangstelling voor haar persoon de thema’s in de weg staat die haar bezighouden en die zij veel belangrijker vindt.

Het interview werd al in oktober 2014 afgenomen, maar is niet eerder gepubliceerd. Het was te omvangrijk voor publicatie in een tijdschrift en alleen een samenvatting opnemen bevredigde niet. Het doel van het interview was een eerste kennismaking met Judith von Halle, zonder subjectieve meningen van derden pro en contra. Zodat de lezer zich een eigen oordeel over haar zou kunnen vormen en niet afhankelijk is van berichten uit de tweede hand.

Het interview vond plaats in de lerarenkamer van de Zeister vrijeschool na afloop van een voordracht van Judith von Halle, die handelde over het thema ‘geloven en weten’, in de zaal op die locatie. In de voordracht had zij enkele notities uit haar kinderaantekeningen voorgelezen.

Onlangs verscheen het eerste deel van haar spirituele autobiografie Zwanenvleugels, waarin Judith von Halle ook enkele notities uit haar kindertijd heeft opgenomen. Dat was aanleiding om dit unieke en ongepubliceerde interview met haar, dankzij de website van Motief die inmiddels online is en plaatsing van het volledige interview mogelijk maakt, nu alsnog te publiceren.

In het februarinummer van Motief is een relevante selectie uit het interview in vertaling opgenomen. Ten behoeve van de Nederlandse lezer werd de volledige tekst uit het Duits vertaald en hier geplaatst: compleet interview Judith von Halle. Vanwege het unieke karakter van het interview en de te verwachten internationale belangstelling, is op de website eveneens de oorspronkelijke versie in het Duits te vinden.
Voor de links moet u, zoals tegenwoordig steeds op deze weblog, naar het originele bericht. De datum van 2 februari bracht op de website van Motief het bericht ‘Nieuw antroposofisch centrum in Haarlem’:
Naar buiten treden is het motto van het nieuwe antroposofische centrum in Haarlem. En dat aan het Prinsen Bolwerk, laatste resten van een eeuwenoude omwalling, een vesting zelfs. Die functie is allang verlaten, mooie stadsparken zijn ervoor in de plaats gekomen, waarvoor Haarlem beroemd is.

Na een lange voorbereidingstijd, die in 2012 begon met inschrijving op een kavel in dit historische stadsdeel, kan de bouw nu gaan beginnen. Dan zullen drie partijen straks in het nieuwe gebouw gaan samenwerken: de Antroposofische Vereniging die een informatiecentrum en een bibliotheek beheert en daarnaast lezingen en workshops organiseert, voorheen gevestigd op het Floraplein, het antroposofisch consultatiebureau zoals dat nu nog op het Lorentzplein zit en de twee locaties van het therapeuticum, de ene verderop aan het Prinsen Bolwerk, de andere aan de Koninginneweg. Architect Yaike Dunselman van bureau ‘negen graden architectuur’ heeft het fraaie gebouw ontworpen, Triodos Bank nam de financiering op zich.

Een deel op de begane grond is bestemd voor de Haarlemse Antroposofische Vereniging. Zo komt er een informatiecentrum en een bibliotheek voor de grote collectie antroposofisch boeken. In de zaal zullen lezingen, werkgroepen en voorstellingen van diverse kunstvormen bij te wonen zijn. In het andere deel zal het consultatiebureau zijn intrek nemen en zijn er ruimtes voor euritmie en kunstzinnige therapie.

Op de eerste verdieping vestigen zich de vier huisartspraktijken, de assistenten en de praktijkondersteuners. Op de tweede verdieping zullen de inwrijvingen door de verpleegkundigen worden gedaan en hebben de fysiotherapeuten de beschikking over goed geoutilleerde behandelkamers en oefenruimtes. Op de derde verdieping krijgen de psychologen hun spreekkamers en zijn er ruimtes voor groepstherapie.

De hoop is dat veel Haarlemmers van dit mooie initiatief zullen gaan profiteren. Voor het volgen van de voortgang van het project kunt u www.antroposofischcentrumhaarlem.info bezoeken of u daar abonneren op de ‘bouwbrief’. En kijk ook eens op www.steentje-bijdragen.nl om mee te helpen aan realisatie.
Een week eerder, op 26 januari, was het ‘Makkelijker kiezen voor de vrijeschool’:
Bestaande en nieuwe informatie over vrijescholen, het onderwijs en de pedagogische visie staan gebundeld op de nieuwe website www.kiezenvoordevrijeschool.nl. Bezoekers krijgen informatie over de bouwstenen van de vrijeschool, met films waarin oud-leerlingen en leerkrachten ervaringen delen. Ook geeft de website informatie over de locaties en de open dagen van de 75 basisscholen en 22 middelbare scholen die vrijeschoolonderwijs aanbieden.

De website ‘Kiezen voor de vrijeschool’ is bedoeld als een eerste kennismaking met de vrijeschool voor leerlingen, ouders, studenten, leerkrachten en belangstellenden.

Met deze website wil de Vereniging van vrijescholen tegemoet komen aan toenemende vragen over het vrijeschoolonderwijs. Veel ouders en leerlingen die een keuze gaan maken voor een school komen tijdens hun zoektocht terecht bij de vrijeschool en willen meer weten over de visie en de praktijk op school. De website is daarbij handig voor een eerste oriëntatie. Tijdens de open dagen van vrijescholen kunnen ouders en leerlingen de praktijk van de vrijeschool zelf ervaren en gesprekken voeren met leerkrachten en de schoolleider.
Op 30 januari maakte de website vrijeschoolbeweging.nl het ‘Overlijden Roelof Jan Veltkamp’ bekend:
Tot ons groot verdriet is op 62-jarige leeftijd, ons dierbare mede-bestuurslid Roelof Jan Veltkamp overleden. Roelof Jan was de grondlegger van vrijeschoolbeweging.nl en als geen ander betrokken bij dit initiatief: hij zorgde voor alle berichten op de site, de (lokale) nieuwsbrieven en de doorontwikkeling van dit platform. Dit deed hij naast al zijn andere werkzaamheden, op de Vrije School Den Haag en voor de Lerarenbrieven. Roelof Jan zal bij velen enorm gemist worden!

Met zijn overlijden is de toekomst van vrijeschoolbeweging.nl even onzeker geworden. Het bestuur van de stichting voor Rudolf Steiner Pedagogie zal zich beraden op de weg die voor ons ligt.

Wij zijn Roelof Jan enorm dankbaar voor de tomeloze inzet en liefde voor de vrijeschool in het bijzonder. We wensen zijn familie sterkte toe in het verwerken van dit verlies.

Meer informatie over zijn overlijden en de plechtigheden, op de website van de Vrije School Den Haag.

Namens het bestuur van de RSP
Hij was echter geen 62, maar 61 jaar, zoals de vrijeschool Den Haag vermeldde. Vandaag schreef Nicolette van der Werff in het Algemeen Dagblad een prachtige necrologie van hem, in ‘Dichter van De Vrije School’:
Van wieg tot graf – Wanneer Roelof Jan Veltkamp de middeleeuwse literatuur behandelde, stond hij in monnikspij voor de klas. Hij was een enthousiast docent, een gedegen decaan en de favoriete schooldichter.
Als vanouds biedt AntroVista steeds veel vrijeschoolnieuws. Te veel om hier een voor een op te noemen. Maar daar is het als alternatief te vinden. Het overzicht behouden valt echter niet mee. Nog meer persoonlijk nieuws was te lezen op de website van de gemeente Zutphen op 20 januari in ‘Hugo Versteeg krijgt Koninklijke Onderscheiding’:
Op 20 januari kreeg Hugo Versteeg de onderscheiding Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Versteeg heeft zich meer dan 40 jaar ingezet voor de Zutphense samenleving en daarbuiten. Zijn inspiratie vond hij in de antroposofie en zijn inspanningen hebben bijzonder veel betekend voor de ontwikkeling van het Vrije School-onderwijs in de stad.

Urtica-Onderdak

Naast het Vrije Onderwijs heeft de heer Versteeg zich als secretaris ingezet voor Beheersstichting Urtica-Onderdak en de Vijfsprong in Vorden. Deze organisaties bieden zorg en wonen aan mensen met een verstandelijke beperking. Het buitenleven staat centraal met antroposofie als inspiratiebron.

Ubuntu

De heer Versteeg was ook mede-initiatiefnemer en bestuurslid van het project dat begon als De Derde Fase en later bekend werd als het Ubuntuplein. De heer Versteeg heeft zich hier op een inspirerende, bindende maar ook vasthoudende manier voor ingezet. Steeds weer met veel positivisme en optimisme, lobbyend en netwerkend, overtuigend en oplossingsgericht. Voor Zutphen betekent Ubuntu het voortzetten van een traditie in het creëren via collectief opdrachtgeverschap van bijzondere woongemeenschappen.

Waterwerk IJsselkade

Tot slot heeft de heer Versteeg bijgedragen aan een project waar al zoveel jaren zovelen van genieten: het waterwerk aan de IJsselkade. Zijn werk als secretaris van Stichting WEL heeft ertoe bijgedragen dat het waterwerk als geschenk voor de stad werd gerealiseerd. Het waterwerk behoudt zijn plek in de opnieuw in te richten IJsselkade.

Voor al deze inspanningen ontving de heer Versteeg de onderscheiding Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Het lintje werd hem opgespeld door loco-burgemeester Oege Bosch.
De website van Stichting De Vrije School Noord en Oost Nederland (VS-NON) bracht op 25 januari nieuws over ‘Verhuizing De Zonnewende na de krokusvakantie’:
De Stentor besteedde op 23 januari 2017 aandacht aan de verhuizing van De Zonnewende naar de Valckstraat. Na de krokusvakantie betrekken leerkrachten en leerlingen van De Zonnewende het vernieuwde pand. De officiële opening volgt op 8 mei, meldt bestuurder Lizzy Plaschek.
Het in dit nieuws genoemde bericht in De Stentor meldt:
Basisschool De Zonnewende trekt in het gebouw waar vroeger basisschool De Zwaan zat.
De situatie in Zutphen is nogal ingewikkeld. De Stentor heeft ze gelukkig allemaal op een rijtje:
Vrije school De Berkel wordt de nieuwe bewoner van het pand aan de Henri Dunantweg, waar De Zonnewende nu nog zit. Dat gebouw wordt eerst opgeknapt. De Berkel betrekt het pand na de zomervakantie. De school is nu nog gehuisvest in noodgebouwen aan de Keucheniusstraat. Het schoolgebouw van De Berkel aan de Weerdslag ging vorig jaar verloren bij een brand.
De website van VS-NON zelf meldt verduidelijkend:
De onder de stichting ressorterende scholen zijn:
– Vrijeschool De Berkel primair onderwijs in Zutphen
– Vrijeschool De Zonnewende primair onderwijs in Zutphen
– Vrijeschool Zutphen Voortgezet onderwijs in Zutphen
– Vrijeschool Parcival College voortgezet onderwijs in Groningen

Bij de scholen staan 2.075 leerlingen ingeschreven. Er werken ruim 275 medewerkers bij de stichting.
Op de website van de Academie voor Ervarend Leren staat Nieuwsbrief 8 (januari 2017), met daarin de uitnodiging voor een werkconferentie voor mensen in het onderwijs en andere geïnteresseerden: ‘Ongewenst gedrag, wat kan ik er mee?’
Werkconferentie ‘Ongewenst gedrag, wat kan ik er mee?’
woensdag 22 maart 2017, 14.00-17.00 uur op Helicon, Socrateslaan 22a, 3707 GL Zeist

Over de aanleiding, achtergronden en argumenten van passend onderwijs is al door velen geschreven en gesproken. Feit is, dat iedere leerkracht het graag passend wil maken voor ieder kind. Tegelijkertijd bevindt hij zich in de spagaat tussen het individu en de rest van de klas. Maar dat is een schijntegenstelling. Er is nog een andere weg: zowel voor het individu als voor de groep!

Vanuit de Academie voor Ervarend Leren propageren we om positief te kijken naar wat een kind wil. Terugkijkend op positieve of gelukte onverwachte handelingen zijn we al diverse interessante casussen op het terrein van passend onderwijs tegenkomen. Hierover staat in de publicatie ‘Naar zelf denkende en zelfstandig handelende leerlingen én leerkrachten’ uit 2014 een mooi voorbeeld (zie website).

We hebben enkele leerkrachten bereid gevonden om over hun positieve ervaringen te vertellen. Van daaruit kijken we hoe er een nieuwe visie op passend onderwijs kan ontstaan. Graag gaan we met u op onderzoek hoe vanuit een positieve benadering het passend onderwijs zo aan te pakken is, dat het bijdraagt aan de ontwikkeling van alle leerlingen en de school.

Graag nodigen we jullie uit, Academie voor Ervarend Leren, Anne Machiel, Judith Lengkeek, Daan Schieman, Thijs Schiphorst & Albert de Vries. Opgave graag voor 10 maart via de mail: info@academievoorervarendleren.nl. Bijdrage in de kosten: € 25,-, graag vooraf voldoen op NL07 RABO 0140 5134 50
Het volgende is ook vrijeschoolnieuws, maar dient alleen als bruggetje naar iets heel anders. ‘Dichtbijmeeschrijver’ Taetske Grendelman schreef op 24 januari ‘Vrije School komt in pand Augustinus’:
In augustus 2017 gaat in de gemeente Castricum een Vrijeschool van start in de vroegere Augustinusschool. De school heeft een huurcontract van twee jaar, met een optie op verlenging met nog eens twee jaar.

De school is in 2015 ontstaan uit een ouderinitiatief en heeft inmiddels bijna 300 potentiële leerlingen in haar bestand staan. Naar verwachting kan sowieso gestart worden met twee kleuterklassen en een eerste klas. Op maandag 6 februari is er van 20.00 tot 22.00 uur een bijeenkomst voor geïnteresseerden. Dan wordt ook het gekozen bestuur bekend gemaakt. Locatie: ‘De Oude Keuken’ op het Duin en Bosch-terrein (inloop vanaf 19.30 uur).
Een dag later kwam Mieke Mosmuller namelijk met een nieuwe tekst over ‘Augustinus en het Manicheïsme III’:
In een lezing in 1914 (GA 156, Okkultes Lesen und okkultes Hören) spreekt Rudolf Steiner over het Manicheïsme. Hij zegt dat de kracht van de oude helderziendheid geleidelijk afnam in de periode na het Mysterie van Golgotha, en door deze vermindering werd het steeds moeilijker om de volle betekenis van dit Mysterie te doorschouwen, evenals het gehele wezen van Christus zelf. Wanneer je Hem zou kennen in zijn volle heerlijkheid, dan zou dat betekenen dat je Hem kent als een kosmische goddelijk hemels wezen.

Dan zegt Rudolf Steiner over Mani dat het duidelijk was dat hij ook niet meer de volle heerlijkheid van Christus kon bereiken, hoewel zijn leringen groots waren, magnifiek. Mani had nog oude helderziendheid en daarom was zijn leer zo spiritueel, in tegenstelling tot die van de kerkvaders. Maar hij kon niet inzien dat Christus in zijn heerlijkheid tot in het vlees geïncarneerd was, hij zag hoe hij in een soort etherische vorm op aarde had geleefd. De strijd om deze volledige incarnatie tot in het fysieke lichaam te begrijpen moest in die tijd nog beginnen. Mani had veel meer de diepe vraag: Hoe kan het kwaad worden begrepen in zijn relatie tot het goede dat goddelijk is? Mani had diepe inzichten in de antwoorden op die vraag, maar – zegt Rudolf Steiner – het ware inzicht in het kwaad kan ook slechts worden bereikt door het kwaad te zien in de verhouding tot het Mysterie van Golgotha, zoals Mani dat trachtte. Maar zulke diepzinnige mensen als Mani moesten vechten met de oude helderziendheid die niet in verband kon worden gebracht met het Mysterie van Golgotha, met Christus die tot in het fysieke lichaam op aarde had geleefd.

'We hoeven alleen maar aan deze grote leraar van het Westen te denken, aan de Heilige Augustinus. Voordat hij gekomen was tot het paulinische christendom was hij toegewijd aan het Manicheïsme. Hij was meer onder de indruk door het gezichtspunt dat de goddelijke Helper uit de hemel naar de aarde was afgedaald, van aeon tot aeon. In de eerste tijd van zijn zoeken overstraalde voor Augustinus dit spirituele schouwen nog de kennis van hoe Christus in een lichaam van vlees en bloed op aarde had gewoond, en hoe met Hem het raadsel van het Boze wordt opgelost. Aangrijpend is het om te zien hoe Augustinus met Faustus, de beroemde bisschop van de Manicheeërs, tweegesprekken voert en alleen doordat deze bisschop niet in staat is de nodige indruk op hem te maken, zich van het Manicheïsme afwendt en zich tot het paulinische Christendom wendt.'

In het boek Contra Faustum schrijft hij het volgende, en we kunnen duidelijk beleven wat Rudolf Steiner hier bedoeld heeft: ‘Faustus keert zich tegen de incarnatie van God op grond van de verschillende weergave van de evangelisten, en dat incarnatie ongeschikt is voor de godheid. Augustinus tracht de kritische en theologische moeilijkheden te overwinnen.

1. Faustus zei: Geloof ik in de incarnatie? Wat mij betreft is dit hetgeen waarvan ik mij lange tijd trachtte te overtuigen, namelijk dat God was geboren; maar de discrepantie in de genealogie van Lucas en Mattheus verwonderde me en ik wist niet welke te volgen. Want ik dacht dat het zou kunnen gebeuren dat, immers niet alwetend, ik de ware voor de verkeerde en de verkeerde voor de ware zou houden. Dus, wanhopig dit dispuut op te lossen, nam ik Marcus en Johannes, ook twee autoriteiten en eveneens evangelisten. Ik vond het begin van Marcus en Johannes goed, want zij zeggen niets over David, of Maria of Jozef. Johannes zegt: In het begin was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God, en hij bedoelt Christus. Marcus zegt: Het evangelie van Jezus Christus, de Zoon van God, alsof hij Mattheus wil corrigeren die hem de Zoon van David noemt. Misschien is echter de Jezus van Mattheus een ander dan de Jezus van Marcus. Daarom geloof ik niet in de geboorte van Christus.

Verwijder deze moeilijkheden als u kunt door de verslagen te harmoniseren en ik ben bereid toe te geven. Hoe dan ook is het nauwelijks mogelijk om te geloven dat God, de God van de Christenen, in de baarmoeder ontvangen werd.

2. Augustinus antwoordde: Als u het Evangelie met zorg had gelezen en vragen had gesteld over de plaatsen waar u tegenspraak vond, in plaats van overhaast deze te veroordelen, dan zou u hebben gezien dat de erkenning van de autoriteit van de evangelisten door zo vele geleerde mensen over de gehele wereld, ondanks deze discrepantie, bewijst dat er meer in ligt dan op het eerste gezicht schijnt. Iedereen kan net als u zien dat de voorouders van Christus in Mattheus en Lucas verschillend zijn; omdat Jozef in beide verschijnt, aan het eind van Mattheus en aan het begin van Lucas. Jozef, dat is duidelijk kan de vader van Christus worden genoemd, vanwege het feit dat hij in zekere zin de man van de moeder van Christus is; en zo verschijnt zijn naam als de mannelijke representant aan begin of eind van de genealogie. Iedereen kan net als u zien dat Jozef de ene vader heeft in Mattheus, en een andere in Lucas, en zo ook met de grootvader en met alle anderen tot aan David. Hebben alle vaardige en geleerde mannen, zeker Latijnse schrijvers, maar ontelbare Griekse die de Heilige Schrift aandachtig hebben bestudeerd, over dit duidelijke verschil heengekeken? Natuurlijk hebben ze het gezien. Niemand kan er iets aan doen dat hij het ziet. Maar met het oog op de hoge autoriteit van de Schrift geloofden zij dat hier iets was dat gegeven zou worden aan hen die vragen, en geweigerd aan hen die zich ergeren; zou worden gevonden door hen die zoeken, en weggenomen worden van hen die kritiek leveren; zou worden geopend voor hen die kloppen, en gesloten voor hen die tegenspreken. Ze vroegen, zochten en klopten; ze ontvingen, vonden en gingen binnen.’
...

Hier kunnen we zien hoe Faustus, de bisschop van de Manicheeërs, niet meer in staat is om de diepe inzichten van Mani te vertegenwoordigen, en hoe Augustinus, met een vervagende helderziendheid, begint te worstelen met de vraag naar de incarnatie van Christus. Hij geeft een les in de wijze waarop men moet omgaan met tegenspraken, wanneer we die niet kunnen begrijpen. In de anthroposofie vinden we de oplossing van het raadsel van de incarnatie van Christus tot in het lichaam - en moeten dan beiden hier een zeker gelijk geven!
Weer een dag later, op 26 januari, plaatste Antroposofie Magazine deze weblog van Jesse Mulder over ‘Heilige huisjes’:
Tussen Kerst en Oud & Nieuw werd er door jonge mensen vanuit de AViN een Midwinterviering georganiseerd. Zo’n 80 jonge mensen verbleven 3 dagen in de Riouwstraat in Den Haag en vulden het huis met leven. Het thema was: De levensloop van de mens als instrument in een stormachtige tijd – een thema waar ik zelf best enthousiast over werd, zodat ik ergens in oktober aanbood om een lezing te komen geven over het verband tussen de levensloop van de mens en de ‘levensloop’ van de mensheid. Maar de voorbereidingsgroep bleek van aanpakken te weten: het programma was al rond.

Toen was het 30 december. Ik stond ’s ochtends met mijn twee dochtertjes peren af te wegen in de biowinkel, toen ik ineens gebeld werd: de spreker voor die middag bleek ziek, of ik niet toch wilde komen…? Daar moest ik wel even over nadenken: ik had weliswaar een idee gehad, maar dat verder niet voorbereid. “Doe het nou maar”, zei mijn vrouw, “dat wilde je toch eigenlijk al?” En zo was het natuurlijk ook. Dus ordende ik tijdens het uurtje middagrust thuis mijn gedachten een beetje en zoefde vervolgens over de A12 richting Den Haag.

Zevenjaarsfasen

Zo begon ik voor een zaal vol nieuwsgierig kijkende jonge mensen te vertellen. Waarom vinden we biografieën, levensverhalen van andere mensen, eigenlijk interessant? Iedereen leeft toch zijn geheel eigen, individuele leven? Dat is waar, maar tegelijk zijn die individuele levensverhalen allemaal uitwerkingen van de levensloop van de mens: iets universeels, dat een ongekende diversiteit aan invullingen en uitwerkingen openlaat. Het leven van andere mensen laat ons aspecten daarvan zien die we zelf in ons leven niet (of minder) articuleren. – Ik vervolgde met een schets van hoe die universele levensloop er dan uit ziet, in de bekende zevenjaarsritmes: eerst leren leven, dan op de lagere school leren leren, en dan op de middelbare school leren oordelen. Dan komt rond 21 jaar het punt waarop we helemaal individu worden: nu moeten we zelf gaan kiezen. Kiezen wat je wilt opnemen (studie, omgeving, welke mensen om je heen?), waar je wilt zijn (baan, partner, huis, gezin), en dan kiezen wat je wilt schenken. Het is alleen niet zo vanzelfsprekend dat je ook echt verder komt in dit tweede deel van de levensloop: als je niet uitkijkt blijf je steken bij het opnemen of bij het ‘settelen’...

Wereldgeschiedenis

Nu blijkt dat het verloop van de geschiedenis op diverse schalen parallellen vertoont met de menselijke levensloop. Eén voorbeeld is de ontwikkeling sinds de komst van Christus op aarde: we leven nu in de 21e eeuw, en die komt grofweg overeen met het 21e levensjaar. Eén eeuw per jaar dus. Rond de 7e eeuw ontstaat de scholastiek, met zijn dogmatiek: daar leert het Christendom ‘leren’, wat met een zekere autoriteitsverhouding samengaat. En rond de 14e, 15e eeuw komen daar Luther en Calvijn, die zich een eigen oordeel beginnen te vormen t.a.v. het ‘schoolse’ Christendom. Maar vooral ontstaat dan het wetenschappelijke denken, dat zich los van alle tradities en autoriteiten (Aristoteles, de Kerk) een beeld van de wereld begint te vormen. Dat mondt uit in atheïsme en materialisme: het losmaken en zelfstandig worden is geslaagd. De vraag aan ons mensen van de 21e eeuw is nu precies de vraag die elk mens rond zijn 21e jaar tegenkomt: wat nu? – Het mooie is nu dat je dat ook precies met de komst van Christus kunt verbinden, nu niet begrepen als één of andere kerkelijke stroming, maar als stap in de ontwikkeling van de mensheid: het punt waarop de mensheid overgaat van geleid worden, van afhankelijk zijn, naar leiden, naar eigen vrijheid en verantwoordelijkheid. – Ik sloot af met de observatie dat we op dit punt niet geholpen zijn met de natuurwetenschappelijk denkwijze, die ons hielp ons te emanciperen van alle tradities en autoriteiten. Dat is in zekere zin een negatieve opgave, en die is nu afgerond. Voor de positieve, constructieve opgave hebben we een nieuw denken nodig.

Het Westen?

Terwijl ik zo sprak merkte ik een grote diversiteit aan reacties op in de zaal. Veel geïnteresseerde luisteraars, maar zeker ook kritische luisteraars. Dat bleek ook bij de vragen: geldt wat jij daar zegt niet alleen voor het Westen? Zeg je daarmee niet impliciet dat ‘wij’ hier beter zijn dan de ‘anderen’? En hoe zit dat nou eigenlijk met die Christus? Ik probeerde die vragen zo te plaatsen dat ze niet meer in oppositie tot mijn verhaal hoefden te staan: zeggen dat de individualisering hier in het Westen verder gevorderd is dan elders wil niet zeggen dat we hier ‘beter’ zijn. Om niet verstrikt te raken in dat soort waardeoordelen moeten we steeds weer bereid zijn van perspectief te wisselen – bijvoorbeeld door te kijken naar de grote diversiteit aan invullingen van de menselijke levensloop die mogelijk is door de diversiteit onder mensengroepen op aarde.

Op de terugweg in de auto dacht ik verder over deze vragen na. Toch interessant: enkele decennia geleden was het beeld van het Westen als de meest gevorderde en dus beste samenleving nog een soort heilig huisje, dat men in onderzoeksrichtingen als ‘post-colonial studies’ te vuur en te zwaard bestreed. Nu lijkt het wel omgedraaid: het heilige huisje is nu het beeld dat er geen echte verschillen zijn tussen mensengroepen (of tussen individuele mensen). Je zou toch verwachten dat juist de jonge mensen daar doorheen prikken!

Jesse Mulder is universitair docent bij de vakgroep Filosofie en Religiewetenschap. Hij promoveerde in 2014 cum laude op het thema Conceptual Realism, over de structuur van metafysisch denken. Sindsdien werkt hij als postdoc bij Informatica op project Responsible Intelligent Systems. Jesse is vader van twee dochters.
Op 2 februari meldde Antroposofie Magazine ‘Bloemrijke natuur beschermen’:
Voor het derde jaar kiest Weleda voor Natuurmonumenten om samen de bloemrijke natuur in Nederland te beschermen en ontwikkelen. Ook dit jaar doneert Weleda per verkocht product een bedrag waardoor Natuurmonumenten in staat is om 1 m² bloemrijke natuur te beschermen en verder te ontwikkelen. Deze campagne, met als titel ‘Kies Weleda’ loopt van 20 maart tot en met 9 april 2017. Wie kiest voor Weleda zorgt dus niet alleen goed voor zichzelf, maar ook voor de natuur.

In het voorjaar van 2015 zamelde Weleda voor het eerst een bedrag in met een grootschalige campagne, dat Natuurmonumenten in staat stelde om een oppervlak van 103.433 m² te verzorgen. Een jaar later kwam daar nog eens 113.000 m² bloemrijke natuur ter bescherming bij. Mede dankzij dit bedrag kon Natuurmonumenten vijf prachtige natuurgebieden in Nederland verder ontwikkelen: Kardinge in Groningen, de Kortenhoefse Plassen, Vlietlanden bij Delft, Vlijmensven bij Den Bosch en Sint Pietersberg in Zuid-Limburg.

(tekst loopt door onder filmpje)

Weleda verwerkt als producent van natuurcosmetica uitsluitend duurzaam geteelde planten. Daarom hecht zij het grootste belang aan het behoud van de verscheidenheid aan planten en dieren in de wereld, waarvoor Natuurmonumenten zich al 110 jaar inzet. Planten als arnica, ogentroost en het driekleurig viooltje zijn behoorlijk zeldzaam geworden. Door bebouwing, versnippering van natuurgebieden en intensieve landbouw zijn de bloemrijke gebieden in Nederland bijna verdwenen. Dit gaat ten koste van de verscheidenheid aan planten en dieren die er leven.

Een van de meest alarmerende gevolgen van het verdwijnen van de bloemrijke natuur is het feit dat in Nederland meer dan de helft van de bijensoorten met uitsterven is bedreigd. Dit is ook voor de mens enorm nadelig; bijen vormen een onmisbare schakel. Voor de wereldvoedselvoorziening zou het volledig uitsterven van de bijen een ramp zijn. Ze zijn immers verantwoordelijk voor de bestuiving van bijna 90 procent van de bloeiende plantensoorten in het wild en voor meer dan 75 procent van onze belangrijkste gewassen.

Nederland heeft nog heel wat groene vlakten, maar deze zijn arm aan wilde bloemen en planten. Als de grootste particuliere natuurbeschermer van Nederland ijvert Natuurmonumenten al jaren voor het behoud van bloemrijke graslanden en de biodiversiteit in het algemeen. Dit doet zij door waar mogelijk natuurgebieden te vergroten of te verbinden en door bestaande gebieden opnieuw in te richten of verder te ontwikkelen. Het schept ruimte voor nieuwe bloemrijke natuur én de bijhorende bewoners, waaronder de talrijke bijensoorten.
‘Normaal bestaat niet’ schreef Hugo Verbrugh op 30 januari op zijn weblog bij De Ster online:
In de geneeskunde, in de wetenschappen, in de psychologie, verandert tegenwoordig veel. Eén verandering is dat nu meer, en vaak beter, wordt nagedacht dan vroeger. Ook grondslagen en methoden komen vaker en beter ter sprake. Daardoor ontstaat ook meer ruimte voor inzichten en ideeën uit onverwachte hoek – ook voor denkbeelden en theorieën die vroeger op z’n zachtst gezegd niet salonfähig waren. De trouwe lezer van De Ster weet, dat ik zelf hierbij altijd in de eerste plaats denk aan het werk van Rudolf Steiner (1861-1925) en de daaruit voortgekomen eigentijdse versie van ‘de geheime leer’ oftewel antroposofie. De rest van mijn stukje van deze week heeft niets te maken met antroposofie, maar in een geheim (!) eigen bedenksel zie ik zelf wel een link, en daarom moest ik vooraf dit hier even kwijt.

Afgelopen zaterdag had het katern Wetenschap in NRC Handelsblad een interessant verhaal over autisme. Redacteur Spiering schrijft hierover:

‘In deze bijlage brengt Julie Wevers, voorzichtig, een verrassend, echt nieuw inzicht: de mogelijkheid dat ouder wordende autisten wel eens een voordeel van hun autisme zouden kunnen hebben. Omdat bij hen het cognitieve verval trager lijkt te zijn dan bij even oude niet-autisten. Misschien wordt hun stress-ervaring minder, misschien hebben oudere autisten eindelijk voordeel van hun grote hoeveelheid hersenverbindingen, die het hun in hun jeugd nog zo moeilijk maakte. Veel moet nog worden uitgezocht. En autisme blijft een flinke handicap. Niet voor niets schrijft Julie Wevers dat “opvallend veel volwassenen met autisme kampen met werkloosheid, depressies en angsten”. Maar gelukkig zijn er dus positieve berichten, die ook nieuw inzicht kunnen opleveren in het ouder worden van alle mensen, autist of niet.’

Deze inleiding en twee volle pagina’s tekst met voortreffelijke wetenschappelijke en wetenschapsfilosofische onderzoeksjournalistiek brachten een herinnering boven aan hoe ik afgelopen zomer intensief gewerkt heb met een student die behept is met dyslexie, een relatief minder ernstige variant van autisme.

Mijn stukje begint met artificial intelligence. In 1973 maakte de vooruitgang daarin het noodzakelijk een nieuw begrip te creëren waarin uitdrukkelijk de verwevenheid, de samenhang, de eenheid van alle aspecten van intelligentie en daaromtrent werd samengevat: kennis, waarneming, verwerking van informatie, redeneerkunst, argumentatie, etc. Dat begrip werd: cognition oftewel cognitie.

Dat nieuwe begrip heeft vruchtbaar gewerkt. De cognitieve psychologie werd eind vorige eeuw verrijkt met neuroscience, en daar worden sindsdien steeds meer sensationele nieuwe ontdekkingen gedaan. Onder andere is daarin de tweeheid software-hardware, die het leidmotief is in het ICT-werk, verruimd met het begrip wetware. Anders dan in de levenloze wereld, speelt in de levende natuur het echte werk zich af in een medium waarin onafgebroken van alles gaande is zonder dat een levend mens van buiten af eraan werkt en zodoende de software invoert. Alles gaat van binnen uit, ‘hard’ en ‘soft’ gaan vloeiend in elkaar over. Alles speelt zich af tussen enerzijds het harde van de apparatuur en de bedrading oftewel het levende weefsel, en anderzijds het softe van de informatie oftewel de op zich zelf niet fysiek bestaande programmatuur en de dynamische configuraties van elektrische stroompjes die zonder onderbreking ritmisch heen en weer vliegen over die draadjes. In intieme wisselwerking met die alsmaar wisselende configuratie ontstaan die minieme fysieke draadjes en een oogwenk later zijn ze dan weer vergaan. De aggregatietoestand van het vloeibare biedt daartoe adequatere beeldspraak, en om het bijzondere karakter van wetware als kenmerk van het zenuwstelsel, de zichzelf telkens re-programmerende activiteit te laten uitkomen, zal ik het nader kwalificeren als emergent wetware. Mijn terminologie is voor discussie vatbaar maar dat kan niet anders, gegeven het onvoorstelbaar nieuwe waar we het nu over hebben en de noodzaak om absoluut nieuwe denkvormen te ontwikkelen. En in die nieuwe denkvormen speelt het begrip emergent wetware een belangrijke rol. Dat blijkt vooral in verband met autisme.

Autisme is een wisselvallig verhaal. Aan het eind van de 20e eeuw waren de verwarring en de onzekerheid daarover zó groot dat de invoering van het begrip ‘autismespectrum’ noodzakelijk werd. Aan dit concept hangen tegenwoordig allerlei losse draadjes die tot allerlei nieuwe gedachten kunnen leiden. Een draad die effectief kan leiden naar nieuw denken over geneeskunde is het fenomeen ‘neurodiversiteit’.

Autisme en dyslexie hebben hun plaats in een vaag omlijnd grensgebied tussen neurowetenschappen, psychologie, paedagogie en politiek. Uit de losse pols gedefinieerd is dyslexie een moeilijkheid die overigens relatief normaal intelligente en gezonde mensen kunnen hebben met lezen, spellen en andere aspecten van het taalgebruik.

De mix van gezond en ziek, geniaal en dom en andere tegenstrijdige kenmerken in verschijnselen als autisme en dyslexie hebben de invoering van het nieuwe begrip neurodiversiteit noodzakelijk gemaakt. Dat is eind vorige eeuw is bedacht om een naam te geven aan een nieuw fenomeen dat zich steeds uitdrukkelijker begon voor te doen in het autismespectrum: het verschijnsel dat de autistische stoornis of daaraan verwante aandoeningen een continuüm vormt waarbij de symptomen als glijdende schaal kunnen worden beschreven waarbij onmogelijk vast te stellen is in hoeverre sprake is van meer of minder ernstige ziekte, van meer of minder afwijking van het normale. [terzijde noteer ik, met verwijzing naar een heel andere, helemaal Nederlandse, politieke actualiteit en een historisch moment in de Nederlandse parlementaire geschiedenis. Op 22 september 2011 voer tijdens de Algemene Beschouwingen in de Tweede Kamer ‘gedoogpartner’ Geert Wilders keihard uit naar premier Mark Rutte (VVD). “Doe eens normaal, man”, riep Wilders. “Doe eens normaal? Doe zelf normaal”, beet Rutte terug, en de confrontatie eindigde in een verlies-verlies-situatie waar alleen de media garen bij spinnen]

Alweer op het gevaar af dat men mij, opnieuw niet zonder grond, van speculatie zal betichten, waag ik een veronderstelling. Zulke situaties, waarin expliciet of impliciet ter discussie komt te staan of iets dat zich voordoet wel of niet normaal is, komen sinds een jaar of wat steeds vaker voor, en dat komt door dezelfde oorzaken die de zogenaamde psychosomatiek tot een onmogelijk begrip hebben gemaakt. Enerzijds boeken de cognitieve psychologie en de neurowetenschappen onmiskenbaar vooruitgang. Anderzijds gaat die vooruitgang steeds sterker anders dan alle vooruitgang in de medische wetenschappen tot nu toe. De medisch-wetenschappelijke vooruitgang van de afgelopen eeuwen is voortgekomen uit de innige relaties tussen anatomen, fysiologen en pathologen. Bouw en functie van organen, weefsels, cellen en subcellulaire structuren werden steeds nauwkeuriger beschreven; de twee typen beschrijvingen werden steeds en worden nog steeds effectiever met elkaar in verband gebracht, en de voorspellingen inzake het verloop van levensprocessen in gezondheid en ziekte komen, geholpen door vooruitgang in de wiskunde, steeds beter uit.

Hoegenaamd niets van dit alles speelt in de wisselwerking tussen wat natuurwetenschappelijk werkende hersenonderzoekers en sociaalwetenschappelijk werkende gedragswetenschappers aan het licht brengen. Weliswaar is en wordt nog steeds grote vooruitgang geboekt in de neuropsychologische symptomatologie, maar op het ultra-micro- en nano-niveau waar het echte werk gedaan wordt, is het een en al duisternis en mysterie. Er is geen echt wetenschappelijk inzicht in wat hier onafgebroken plaatsvindt. De processen in het bewustzijn van de mens gaan op de een of andere manier over in de software van de programmatuur en vandaar via de emergent wetware in de hardware van het brein oftewel de natrium en kalium-ionen die over de bedrading flitsen vice versa. Het enige wat men erover kan zeggen is dat het ieder moment bij ieder mens anders gaat en dat we er verder niets van weten. Het is als met de taal van de bewoners op de eilanden in de Stille Zuidzee. Die werden eind 18e eeuw ontdekt door James Cook. Die was onder andere getroffen door de mooie vogels die daar rondvliegen, en hij vroeg de bewoners hoe die heetten in hun taal. Hun antwoord was verrassend: ‘Ze hebben wel namen, maar die kennen we niet’. Neurodiversiteit is de naam die wij hier en nu geven aan het voor de rest onbenoembare gebeuren in het brein.

‘Neurodiversiteit’ is meer dan alleen een begrip in de neuroscience. In Amerika floreert een heuse ‘neurodiversity movement’. Wat de activisten in deze politiek-maatschappelijke beweging willen, wordt aardig geïllustreerd door een vergelijking van Thomas Armstrong, directeur van het American Institute for Learning and Human Development en een van de activisten in deze neurodiversity movement: ‘In het Bureau International des Poids et Mesures (BIPM) in Sèvres, in de buurt van Parijs, ligt sinds 1889 in een hermetisch klimaat-gecontroleerde ruimte de universele standaard voor het kilogram. Alle kilo-maten overal ter wereld moeten gecalibreerd worden ten opzichte van dit ene stuk metaal. Voor de menselijke hersenen bestaat niet zo een algemeen geldig voorbeeld. Hoe kunnen we dus vaststellen of het brein van deze of gene individuele mens normaal is of niet? Het antwoord is simpel: dat kunnen we niet’

Plat samengevat: er bestaat niet zoiets als het normale brein. Iets omhulder, maar daardoor onbruikbaar cryptisch gezegd: voor zover er misschien zoiets bestaat als het normale brein, kennen wij het niet en kunnen wij het niet kennen. Zowel voor de praktijk, voor de dagelijkse omgang met het brein als in theorie komt dat ongeveer op hetzelfde neer.

Bij een conclusie van een dergelijke/deze strekking gaat mijn blik even op oneindig. En ergens halverwege de terugweg naar het hier en nu komen we dus het nieuwe begrip neurodiversiteit tegen. Verschijnselen als autisme en dyslexie hebben aan het licht gebracht dat we thans geen standaard hebben om inzake denken, redeneren, bouw en functie van de hersenen om normaal te onderscheiden van niet normaal. Dat is in de geneeskunde ongehoord. Om met dat gegeven verder te denken in de richting van de toekomst van de geneeskunde zal behalve veel wetenschap ook nog heel veel filosofie en onderzoeksjournalistiek nodig zijn.

Hugo Verbrugh
Ik spring een beetje van de hak op de tak. Want weer iets heel anders is het bericht op 2 februari ‘Goetheanum in ArchitectuurNL’:
In de nieuwe editie van ArchitectuurNL staat een prachtig artikel over de verbouwwerkzaamheden welke zijn uitgevoerd in het Goetheanum!

Uit het artikel: ‘Het Goetheanum in de Zwitserse Jura is het gebouw van de antroposofische beweging. Sinds de voltooiing in 1928 is er veel bijgebouwd en intern verbouwd, met als gevolg dat de entree en de openbare ruimten op de begane grond wat dichtgeslibd waren en de routing niet helder meer was. Yaike Dunselman van bureau negen graden architectuur viel de eer te beurt om de indeling en vormgeving van deze ruimten te verbeteren. Met enkele slimme ingrepen maakte hij het gebouw uitnodigender en overzichtelijker voor bezoekers.’

Zie ook https://www.architectuur.nl/magazine/preview-architectuurnl-01-2017/
Hoewel, heel anders… hier in het begin, bij een van de eerste berichten, kwam dezelfde architect en zijn bureau al ter sprake, en op 10 januari had ik het er in ‘Leesvoornemens’ ook al over. Dus zo vreemd is het hier nu ook weer niet. Wat rest nog? In ieder geval ‘Rittelmeyers Gespräche mit Rudolf Steiner erschienen’ door Wolfgang G. Vögele, correspondent van News Network Anthroposophy Limited (NNA), aldaar op 2 februari:
Die Gespräche zwischen dem Mitbegründer der Christengemeinschaft Friedrich Rittelmeyer und Rudolf Steiner sind nun erschienen. Ein weiterer Schatz im Archiv der Christengemeinschaft ist damit gehoben worden.

STUTTGART (NNA) – Noch manche Schätze schlummern in den Nachlässen, die im Berliner Zentralarchiv der Christengemeinschaft lagern. Sie werden allmählich gehoben und veröffentlicht, wie es zuletzt in Wolfgang Gädekes Band Rudolf Steiner als Seelsorger geschah.

Jetzt verdanken wir dem gleichen Herausgeber die Publikation von Friedrich Rittelmeyers Gesprächen mit Rudolf Steiner. Das Geleitwort schrieb der Erzoberlenker der Christengemeinschaft Vicke von Behr.

Rittelmeyer hatte seine Aufzeichnungen 1937 – ein Jahr vor seinem Tod – seinen Priesterkollegen anvertraut, eine Art Vermächtnis. Auszüge daraus erschienen schon 2008 in der Basler Zeitschrift Der Europäer (Nr. 12, Oktober 2008, S. 5 f.). Nachdem 2013 die Originalstenogramme aufgefunden wurden, war es möglich, diese als Ergänzung zu den bisherigen Texten zu veröffentlichen.

Gädeke bringt anfangs einen Briefwechsel zwischen Steiner und Rittelmeyer zur Affäre Marcello Haugen. Der norwegische Hellseher und Heilpraktiker war 1914 aus der Anthroposophischen Gesellschaft ausgeschlossen worden, da er durch unsittliches Verhalten den Ruf dieser Gesellschaft zu schädigen drohte (Näheres dazu in den “Beiträgen zur Rudolf Steiner Gesamtausgabe”, Heft 105, 1990). Rittelmeyer wollte Haugen seelsorgerlich beistehen. In einem ausführlichen Brief an Rittelmeyer rechtfertigt Steiner den Ausschluss.

Gespräche

Es folgen 41 kurze Kapitel mit den genannten Gesprächen. Rittelmeyers Unterredungen mit Steiner berührten “esoterische Geheimnisse”, die Steiner nur mit persönlichen Schülern besprach. Die für Rittelmeyer damals relevanten Themen betrafen unter anderem: Eigenes geistiges Forschen – Manu – Die sieben Meister – Meister Jesus – Mani – Der Bodhisattva – Anregung zu eigener karmischer Forschung – Johannes der Evangelist – Hierarchien und Trinität – Luther und Rittelmeyers Aufgabe – Predigthilfe – Deutung innerer Erlebnisse – Volk Israel in Ägypten – Die Entstehung der Menschenweihehandlung.

Steiners Mitteilungen über die sogenannten Meister, die als Mahatmas in der theosophischen Bewegung eine große Rolle spielten, werden teilweise durch Aufzeichnungen von W.J. Stein ergänzt; Träume und Meditationserlebnisse und die Irrtümer bei deren Interpretation werden erörtert.

Steiner erscheint in diesen Gesprächen als eine nicht weiter hinterfragbare höchste Instanz. Er allein hat Zugang zu den tiefsten Erkenntnissen, seine Worte – und seien sie noch so rätselhaft – erhalten in der Sicht Rittelmeyers den Rang religiöser Offenbarungen.

Dazu gehört etwa Steiners Mitteilung, der Verräter Judas habe sich in dem Kirchenvater Augustin wiederverkörpert, oder auch die mysteriös klingende “Enthüllung”, Friedrich Schiller sei von “jesuitischen Illuminaten” vergiftet worden. (Nach Rudolf Steiner sollen “okkulte Mächte” den Tod Schillers beschleunigt haben: Vortrag Arnheim, 18. Juli 1924 (GA 310, S. 34 f.). Schiller hatte schon in seinem Geisterseher politische Intrigen der Jesuiten enthüllt. Schillers Gegner sollen befürchtet haben, er werde in seinen (unvollendeten) Dramen Malteser und Demetrius weitere Geheimnisse verraten. Vgl. Emil Bock: Boten des Geistes, 4. Aufl. Stuttgart 1987, S. 93 ff.) Christengemeinschaft Wer sich für die Geschichte der Christengemeinschaft interessiert, wird auch manchen wichtigen Hinweis finden, der im Lauf der Jahrzehnte nahezu vergessen war. So wird etwa das für Rittelmeyer entscheidende übersinnliche Erlebnis beim Zelebrieren der ersten Menschenweihehandlung am 16. September 1922 mitgeteilt.

Daneben berichtet Rittelmeyer auch von lockeren Tischgesprächen und kleineren Episoden, in denen Steiners Freude an einfachen Witzen bezeugt wird. Als Zeugnis meditativer Forschung Rittelmeyers ist abschließend der Aufsatz. “Der Himmel“ beigefügt, den er schon in sein Buch Das heilige Jahr (1929) aufgenommen hatte. Gädekes Dokumentation stellt nicht nur für Historiker einen willkommenen Beitrag zur Geschichte der anthroposophischen Bewegung und zur Biographie Rudolf Steiners dar.

Literaturhinweis:

Friedrich Rittelmeyer: Meine Gespräche mit Rudolf Steiner. Herausgegeben vom Archiv der Christengemeinschaft durch Wolfgang Gädeke. Stuttgart (Verlag Freies Geistesleben & Urachhaus) 2016, 119 Seiten, 15,90 EURO.
Dit is waarschijnlijk wel weer even genoeg. Voorlopig is het op...
.

6 opmerkingen:

Matthijs H. zei

"Roelof Jan was de grondlegger van vrijeschoolbeweging.nl en als geen ander betrokken bij dit initiatief..."
Citaat uit bericht 4 overlijden Roelof Jan.
De toevoeging van grondlegger van vrijeschoolbeweging.nl is is mogelijk verwarrend,bedoeld wordt waarschijnlijk grondlegger van de website, beter webredacteur/webmaster.

Michel, wellicht is het handig de 'strekkende meters" berichten te voorzien van oplopende cijfers, dat maakt reageren éénvoudiger.

Michel Gastkemper zei

Ja, dat klopt, Matthijs. Maar voor hem was vrijeschoolbeweging meer dan alleen een website. Het was namelijk bedoeld als verzamelplek voor alle informatie aangaande de vrijeschoolbeweging, met name in Nederland.

Matthijs H. zei

In de tekst van het bericht:EXCLUSIEF getuigt Michel Gastkemper van zelf inzicht:"Ik spring een beetje van de hak op de tak", prijzenswaardig!

Matthijs H. zei

"De titel van het interview duidt het probleem aan: ‘De geestelijke wereld onderzoeken is mijn eigenlijke werk’. Omstreden is bijvoorbeeld de vraag welke plek haar onderzoek inneemt in het totale gebied van de antroposofie en op welke wijze zij tot haar resultaten komt".
Citaat uit 1. EXCLUSIEF

Judith von Halle had in mijn optiek een betere beurt gemaakt, dan positie ingenomen in het kader van de Geesteswetenschappen indien zij op eigen titel en eigen kracht, inzicht zich kenbaar gemaakt had als onderzoekster/publiciste. Het voortdurend aanschuren tegen thema's waar al ruim over is gepubliceerd door met name Rudolf Steiner werpt een nadelige slagschaduw op haar onderzoek en publicatie's.

Matthijs H. zei

Complimenten aan Michel Gastkemper voor het interview met Judith von Halle. Uitstekend!
Weer even terug op de oude stee, ik herinner me, zei het ver aan de horizon, dat je meerdere interviews deed in het verleden en met succes publiceerde.
Een oude lijn oppakken in een gerijptere vorm? Rembrandt deed het ook erg goed op het einde!

John Wervenbos zei

Interessante items. Wat betreft Judith von Halle heb ik een reactie geleverd via mijn eigen weblog: Judith von Halle (Cahier, 18 februari 2017). Voelde er eigenlijk niet veel voor en het heb het momenteel erg druk, maar zag het als mijn plicht om dat vandaag toch even te doen. Goed dat het interview alsnog is verschenen. Ingekort in druk- en in volledig vorm als webeditie. Was het er in 2014 de situatie niet naar om het toen al te publiceren in druk- en internetvorm? Technisch en organisatorisch en/of anderszins? Goed ook dat er eindelijk een foto beschikbaar is gesteld.

Een paar weken geleden schafte ik de boekuitgave Spiritualiteit en pathologie – Een cursus voor artsen en priesters (Uitgeverij Christofoor, 2016) aan. De twee reacties onder de boekomschrijving op de website van Christofoor heb ik ook gelezen.

Labels

Over mij

Mijn foto
(Hilversum, 1960) – – Vanaf 2016 hoofdredacteur van ‘Motief, antroposofie in Nederland’, uitgave van de Antroposofische Vereniging in Nederland (redacteur 1999-2005 en 2014-2015) – – Vanaf 2016 redacteur van Antroposofie Magazine – – Vanaf 2007 redacteur van de Stichting Rudolf Steiner Vertalingen, die de Werken en voordrachten van Rudolf Steiner in het Nederlands uitgeeft – – 2012-2014 bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland – – 2009-2013 redacteur van ‘De Digitale Verbreding’, het door de Nederlandse Vereniging van Antroposofische Zorgaanbieders (NVAZ) uitgegeven online tijdschrift – – 2010-2012 lid hoofdredactie van ‘Stroom’, het kwartaaltijdschrift van Antroposana, de landelijke patiëntenvereniging voor antroposofische gezondheidszorg – – 1995-2006 redacteur van het ‘Tijdschrift voor Antroposofische Geneeskunst’ – – 1989-2001 redacteur van ‘de Sampo’, het tijdschrift voor heilpedagogie en sociaaltherapie, uitgegeven door het Heilpedagogisch Verbond

Mijn Facebookpagina

Volgen op Facebook


Translate

Volgers

Herkomst actuele bezoeker(s)

Totaal aantal pageviews vanaf juni 2009

Populairste berichten van de afgelopen maand

Blogarchief

Verwante en aan te raden blogs en websites

Zoeken in deze weblog

Laatste reacties

Get this Recent Comments Widget
End of code

Gezamenlijke antroposofische agenda (in samenwerking met AntroVista)